100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Maatschappijwetenschappen Examenstof

Rating
-
Sold
-
Pages
23
Uploaded on
09-03-2025
Written in
2023/2024

Dit is een samenvatting van de gehele examenstof van maatschappijwetenschappen, dat wordt teruggevraagd in het vwo eindexamen. De samenvatting bevat een duidelijke weergave van de hoofd- en kernconcepten en is opgedeeld per hoofdconcept. Belangrijke begrippen en personen zijn gemarkeerd om zo een duidelijk overzicht te hebben. De syllabus van maatschappijwetenschappen is ook verwerkt in de samenvatting.

Show more Read less
Level
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Uploaded on
March 9, 2025
Number of pages
23
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting – Maatschappijwetenschappen Examenstof
Paradigma’s
Functionalisme-paradigma
 Binnen het functionalisme-paradigma wordt een samenleving gezien als een organisme: een functioneel
systeem dat uit geordende onderdelen bestaat, die allen een specifieke functie hebben en een bijdrage
aan het geheel leveren. De verschillende functies zijn cruciaal voor het voortbestaan van orde in de
samenleving.
 De nadruk van het functionalisme-paradigma ligt op orde en sociale cohesie. Alle onderdelen van de
samenleving horen bij elkaar en vormen een eenheid. Doordat alle onderdelen van de samenleving
met elkaar samenhangen en afhankelijk zijn van elkaar is er eenheid, herkenbaar in de mate van
sociale cohesie. Als er binnen de samenleving ontwikkelingen zijn die het sociale evenwicht verstoren,
bijvoorbeeld als mensen zich niet volgens verwachte rolpatronen gedragen, dan worden deze
ontwikkelingen uiteindelijk binnen het systeem gereguleerd.
 Gemeenschappelijke normen en waarden, gemeenschappelijke (morele) overtuigingen en sociale
instituties functioneren daarbij als (dwingende) sociale stabilisatoren en versterken dus de mate van
sociale cohesie en het systeem.

 Belangrijke aannames van het functionalisme-paradigma zijn:
1. iedere samenleving bestaat uit onderdelen die noodzakelijk zijn voor het algehele functioneren. De
onderdelen van een samenleving zijn de instituties en daarin de rollen van de leden van een
samenleving;
2. alle onderdelen van een samenleving hebben een functie binnen het systeem en de verschillende
functies geven de samenleving structuur (orde) en stabiliteit (sociale cohesie) en zijn cruciaal voor het
voortbestaan van de orde;
3. als de externe omstandigheden veranderen, dan zal de samenleving een nieuw evenwicht (orde)
hervinden, zoals een organisme, dat zich aan de omstandigheden aanpast;
4. gemeenschappelijke normen en waarden, gemeenschappelijke (morele) overtuigingen en sociale
instituties functioneren als (dwingende) sociale stabilisatoren.

Conflict-paradigma
 Binnen het conflict-paradigma worden maatschappelijke tegenstellingen en de daaruit voortvloeiende
conflicten als de motor voor veranderingen in de samenleving gezien. De nadruk van het conflictparadigma
ligt op sociale ongelijkheid en conflict.
 Ongelijkheid berust op machtsverschillen. Deze machtsverschillen ontstaan door ongelijke verdeling
van belangrijke hulpbronnen/goederen zoals geld, politieke macht, aanzien en sociale contacten, ook
wel geformuleerd als economisch, politiek, cultureel en sociaal kapitaal. Steeds opnieuw ontstaan er in
een samenleving tegenstellingen en conflicten die resulteren in een nieuwe situatie met soms nieuwe
ongelijkheden. Zo verandert volgens dit paradigma de samenleving.

 Belangrijke aannames van het conflict-paradigma zijn:
1. ongelijkheden in de samenleving zijn het gevolg van machtsverschillen;
2. ongelijkheden leiden uiteindelijk tot tegenstellingen, conflicten of strijd;
3. strijd kan resulteren in het verdwijnen van ongelijkheden door de afschaffing van de oude
machtsmiddelen of de herverdeling van de hulpbronnen/goederen;
4. na strijd kan gelijkheid ontstaan, maar na verloop van tijd zullen zich weer nieuwe vormen van
ongelijkheid voordoen.

Sociaalconstructivisme-paradigma
 Binnen het sociaalconstructivisme-paradigma ligt de nadruk op het begrijpen van de wijze waarop actoren
samen de maatschappelijke werkelijkheid interpreteren en definiëren en vandaaruit construeren. Als
mensen bepaalde situaties als werkelijk definiëren, dan zullen die situaties werkelijke gevolgen hebben,
oftewel de interpretatie van een bepaalde situatie veroorzaakt gevolgen, onafhankelijk van de vraag of
deze situatie in eerste instantie werkelijk was.
 De nadruk van het sociaalconstructivisme-paradigma ligt op sociale interactie, bindingen en cultuur.
Volgens dit paradigma wordt de sociale werkelijkheid geconstrueerd in een voortdurend proces van
sociale interactie en interpretatie. Bindingen zijn noodzakelijk voor sociaal handelen en sociale
interacties. Tijdens sociaal handelen en sociale interacties interpreteren actoren de sociale
werkelijkheid en geven daarmee betekenissen aan de sociale werkelijkheid. En tegelijkertijd bepalen
interpretaties en betekenissen van de sociale werkelijkheid weer het sociaal handelen en de sociale
interacties. De sociale werkelijkheid, zoals in cultuur en sociale instituties, krijgt dus gestalte door


1

, betekenisgeving. Gemeenschappelijke interpretaties en betekenissen bepalen op deze manier
bijvoorbeeld ook de identiteit van personen of zaken.

 Belangrijke aannames van het sociaal-constructivistische paradigma zijn:
1. actoren geven samen betekenis aan de sociale werkelijkheid, oftewel interpreteren in sociale interactie
de sociale werkelijkheid;
2. de betekenisgeving aan/interpretatie van de sociale werkelijkheid hangt af van bijvoorbeeld regels,
opvattingen, (zelf)beeld, normen en waarden - zoals in cultuur, sociale instituties en identiteit - en niet
zozeer van objectieve feiten;
3. in een samenspel van sociaal handelen, sociale interactie en interpretaties/betekenissen construeren
actoren de sociale werkelijkheid;
4. actoren construeren de sociale werkelijkheid steeds opnieuw in een voortdurend proces.

Rationele actor-paradigma
 Binnen het rationele actor-paradigma, dat ook in de economische wetenschap veel wordt gebruikt, ligt de
nadruk op het streven naar nutsmaximalisatie van actoren. De nadruk van dit paradigma ligt op individueel
en collectief rationeel handelen. Een handeling is het resultaat van een calculatie die actoren maken,
waarbij de verwachte kosten en/of baten tegen elkaar worden afgezet en er wordt gepoogd deze baten –
ofwel het nut - te maximaliseren en/of de kosten te minimaliseren. Op deze manier maken actoren keuzes
en wegen ze alternatieve handelingsmogelijkheden tegen elkaar af. Rationeel handelen (gedrag) van
actoren ordent de samenleving.
 Sociale en politieke verhoudingen en ongelijkheden zijn volgens dit paradigma het resultaat van
rationele keuzes die door de actoren gemaakt worden. En ook bij bindingen en relaties geldt dat
actoren die relaties pas aangaan als zij verwachten dat deze voordelig zijn en helpen de doelen van de
actoren te bereiken. Echter, het individueel rationeel handelen van afzonderlijke actoren kan tot
onbedoelde en nadelige gevolgen voor het collectief leiden. Situaties die hiervan het gevolg zijn, zijn
sociale dilemma’s, die verduidelijken dat de gevolgen van handelingen mede afhangen van de
handelingen van anderen.

 Belangrijke aannames van het rationele actor-paradigma zijn:
1. rationeel handelen van actoren ordent de samenleving, doordat dit gedrag resulteert in sociale en
politieke verhoudingen en bindingen;
2. om doelen te bereiken en/of voor nutsmaximalisatie wegen actoren doelgericht
handelingsmogelijkheden tegen elkaar af met een rationele afweging van kosten en/of baten;
3. individuele en collectieve rationaliteit kunnen verschillen, wanneer individuele rationele handelingen
onbedoelde gevolgen hebben voor het collectief.




2

, Onderzoeksvaardigheden
 Betrouwbaarheid en validiteit zijn eigenschappen van een meetinstrument.
 Representativiteit heeft betrekking op de groep waarop het meetinstrument is toegepast.
 Meetinstrumenten worden beoordeeld naar de mate waarin ze betrouwbaar en valide meten. Een
meetinstrument is betrouwbaar indien de meetfouten minimaal zijn. De meeting is dan zo nauwkeurig
mogelijk.
 Betrouwbaarheid van een meetinstrument wordt vastgesteld door herhaalde metingen. De overeenkomst
tussen meerdere metingen is een maat voor de betrouwbaarheid. Hoe groter deze overeenkomst hoe
kleiner toevallige schommelingen die het meetresultaat beïnvloeden.
 Validiteit van een meetinstrument geeft aan in hoeverre de meting van het beoogde verschijnsel geldig is.
Er worden vele vormen van validiteit onderscheiden, waaronder interne validiteit en externe validiteit.

 Interne validiteit wordt vaak bekeken bij experimentele opstellingen: de mate waarin een meetinstrument
meet wat de onderzoeker beoogt te meten. De interne validiteit van een experiment is over het algemeen
hoger dan die van een vragenlijst van een enquête of een interview. In de situatie waar een
interview/enquête wordt afgenomen kunnen vele factoren meespelen die de antwoorden beïnvloeden en
waarvoor de onderzoekers niet kunnen controleren.
 Externe validiteit gaat over de generaliseerbaarheid van een onderzoek: zijn de resultaten
generaliseerbaar voor een grotere/andere populatie dan de onderzochte? Zou je ook op een andere plaats
of een ander tijdstip deze resultaten vinden? Naarmate de generaliseerbaarheid groter is, is de externe
validiteit hoger. De gecontroleerde omgeving van een experiment komt namelijk in de realiteit niet voor. De
externe validiteit van een interview en een enquête zijn over het algemeen hoger dan die van een
experiment. Indien een onderzoek niet betrouwbaar is zijn de resultaten ook niet valide: indien je niet zeker
bent van de nauwkeurigheid van een meting bijvoorbeeld omdat er steeds net iets anders uitkomt, weet je
niet zeker wat je eigenlijk meet en zijn de resultaten niet geldig.

 Onafhankelijke en afhankelijke variabelen worden in een onderzoek geoperationaliseerd, dat wil zeggen
meetbaar gemaakt.
 Bij het operationaliseren van variabelen worden concrete indicatoren geformuleerd, die de criteria
bepalen wanneer het betreffende verschijnsel gegeven is en in welke mate dit het geval is. Een
operationalisering is dus de manier waarop de centrale verschijnselen in het onderzoek worden
gemeten.




3
$19.06
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
britttoerse

Get to know the seller

Seller avatar
britttoerse
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
21
Last sold
2 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions