Didactiek en praktijk 1
Didactiek is de wetenschap die bestudeert op welke manier een leerkracht kennis,
vaardigheden en attitudes kan onderwijzen aan leerlingen.
Systematisch: er zit een bepaald systeem in
Intentioneel: het is de bedoeling, met een bepaald doel
De wetenschappelijke basis voor het effectief lesgeven:
- Cognitieve psychologie: studie van mentale processen. Hoe wordt informatie
verwerkt, opgeslagen, vastgehangen aan bestaande informatie, ….
- Lerareneffectiviteitsstudies →12 bouwstenen effectieve didactiek
Evidence based education als stroming
Maar het effect is een gemiddelde, er is een verschil
tussen lager en secundair. De thuissituatie, het soort
huiswerk, niet alles werkt.
Het is belangrijk om evidence informed te leren en les
te geven: onderzoek en praktijk gaan hierbij hand in
hand.
Visible learning: klassen kleiner maken, helder communiceren, leerkracht die prestatie
leerling inschat.
5 inzichten uit de wetenschap:
Inzicht 1: het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit
1
,Sensorisch geheugen: kan de informatie maar heel kort vasthouden. Het selecteert de
meest relevante informatie.
Werkgeheugen: de plaats waar het denken en het bewustzijn plaatsvindt. Dit geheugen
is redelijk beperkt. We kunnen maar twee tot zes nieuwe elementen verwerken en
houden dit minder dan 30 seconden vast.
Langetermijngeheugen: is de opslagtank van wat we weten en heeft een onbeperkte
capaciteit en duur. Wat permanent is opgeslagen in het langetermijngeheugen
functioneert als middel om de beperking van ons werkgeheugen te overwinnen.
Het sensorisch en werkgeheugen werken als spamfilter.
Spamfilter is het selecteren van informatie, wat herken ik niet? Wat is spam?
Cognitive load theory: (cognitieve belastingstheorie) de optimale belasting van het
werkgeheugen, niet te veel maar ook niet te weinig.
Inzicht 2: de beginner denkt anders dan de expert.
Primair leren (het leren dat bijna natuurlijk gebeurd) bv. Een kind dat automatisch leert
rollen, kruipen, stappen, …
Secundair leren: zaken waarbij je instructie nodig hebt om het aan te leren, bv. Het
alfabet, een doelpunt maken bij basket, …
“the curse of knowledge” (elk jaar gaat de leerling toch achteruit) het is eigenlijk niet de
kennis van het kind dat daalt maar de kennis van de leerkracht die stijgt.
→de leerkracht is een expert in zijn vak maar kan het niet goed uitleggen.
Vakdidadactische kennis: is de kennis over de wijze waarop het specifieke vak of
onderwerp moet worden onderwezen.
pedagogisch-didactische kennis: is de kennis van effectieve onderwijsmethoden en
soorten didactiek en ook weten wanneer het goed of minder goed is om een bepaalde
werkvorm in te zetten.
Vakkennis kan je didactiek ondermijnen, door jouw diepe kennis over een onderwerp
overschat je soms jouw leerlingen.
2
,Inzicht 3: generieke vaardigheden aanleren: het doel is niet altijd het middel
4 generieke vaardigheden:
Kritisch denken: kritisch kunnen nadenken is contextgebonden en staat of valt met de
achtergrondkennis over het onderwerp waar het om gaat. (bv. Iemand die veel over
geschiedenis weet is niet direct in staat om kritisch na te denken over
klimaatopwarming)
Leesstrategiën: niet elke leerling kan de essentie uit een willekeurige tekst begrijpen,
daarvoor heeft hij een diepgaander begrip van inhoud nodig.
Studievaardigheden: een leerling die alleen maar aparte lesjes ‘leren leren’ heeft
gehad, wordt niet ineens een betere student. Leren leren doe je vooral als je ook iets
leert en niet alleen maar informatie krijgt over de aparte studeertechnieken
Probleemoplossende vaardigheden: een leerling die leert programmeren leert niet
automatisch beter algemeen probleemoplossend denken. Als je leert programmeren,
word je beter in programmeren.
Inzicht 4: leren is niet helemaal hetzelfde als presteren
Presteren: op kort termijn
Leren: op lang termijn
Beiden belangrijk maar wel te onderscheiden van elkaar
→Onderwijs streeft naar ‘leren’
Inzicht 5: wat de effectieve leraren doen is gewoon goed lesgeven
Gedragingen van effectieve leraren zijn zelden spectaculair maar sluiten wel aan bij wat
we weten uit de cognitieve psychologie.
3
, De 12 didactische bouwstenen:
Bouwsteen 1: activeer relevante voorkennis
Herhaal op een actieve wijze de voorkennis die de leerling nodig heeft om de nieuwe
leerstof te begrijpen.
Voorkennis van leerlingen checken door bijvoorbeeld een quiz of kahoot.
Advance organizer: (mindmap, tijdslijn, inhoudstafel, …) creeërt en biedt structuur, trekt
aandacht en activeert weinige aanwezige voorkennis. Ze geven ook richting aan het
verdere leerproces.
Soorten advance organizers:
• Grafische advance organizer: Je toont een visueel overzicht van de leerstof en
waar de nieuwe inhoud past in het groter geheel. Vooraan dit boek zie je een
voorbeeld van een grafische advance organizer over de twaalf bouwstenen van
dit boek.
• Expository advance organizer: Je vertelt of toont de leerlingen wat ze zullen gaan
leren en wat de verwachtingen zijn (zie ook bouwsteen 2). Elke bouwsteen in dit
boek start met een samenvatting die kan dienen als expository advance
organizer.
• Narratieve advance organizer: Je warmt de klas op met een verhaal dat dicht
aansluit bij de nieuwe leerstof, bijvoorbeeld een filmpje of een persoonlijk
verhaal van de leraar.
• Vergelijkende advance organizer: Je vergelijkt de nieuwe leerstof met wat de
leerling al weet waardoor bestaande kennisschema’s van de leerlingen worden
geactiveerd.
Er kan ook onvoldoende of foutieve voorkennis zijn:
Ik speel al 15 jaar voetbal → ik speel geen voetbal maar ben wel fanvan de rode
duivels.
k ben al vaak op vliegvakantie geweest → ik heb me verdiept in de werking van een
vliegtuig
→er zit een verschil in de kennis.
4
Didactiek is de wetenschap die bestudeert op welke manier een leerkracht kennis,
vaardigheden en attitudes kan onderwijzen aan leerlingen.
Systematisch: er zit een bepaald systeem in
Intentioneel: het is de bedoeling, met een bepaald doel
De wetenschappelijke basis voor het effectief lesgeven:
- Cognitieve psychologie: studie van mentale processen. Hoe wordt informatie
verwerkt, opgeslagen, vastgehangen aan bestaande informatie, ….
- Lerareneffectiviteitsstudies →12 bouwstenen effectieve didactiek
Evidence based education als stroming
Maar het effect is een gemiddelde, er is een verschil
tussen lager en secundair. De thuissituatie, het soort
huiswerk, niet alles werkt.
Het is belangrijk om evidence informed te leren en les
te geven: onderzoek en praktijk gaan hierbij hand in
hand.
Visible learning: klassen kleiner maken, helder communiceren, leerkracht die prestatie
leerling inschat.
5 inzichten uit de wetenschap:
Inzicht 1: het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit
1
,Sensorisch geheugen: kan de informatie maar heel kort vasthouden. Het selecteert de
meest relevante informatie.
Werkgeheugen: de plaats waar het denken en het bewustzijn plaatsvindt. Dit geheugen
is redelijk beperkt. We kunnen maar twee tot zes nieuwe elementen verwerken en
houden dit minder dan 30 seconden vast.
Langetermijngeheugen: is de opslagtank van wat we weten en heeft een onbeperkte
capaciteit en duur. Wat permanent is opgeslagen in het langetermijngeheugen
functioneert als middel om de beperking van ons werkgeheugen te overwinnen.
Het sensorisch en werkgeheugen werken als spamfilter.
Spamfilter is het selecteren van informatie, wat herken ik niet? Wat is spam?
Cognitive load theory: (cognitieve belastingstheorie) de optimale belasting van het
werkgeheugen, niet te veel maar ook niet te weinig.
Inzicht 2: de beginner denkt anders dan de expert.
Primair leren (het leren dat bijna natuurlijk gebeurd) bv. Een kind dat automatisch leert
rollen, kruipen, stappen, …
Secundair leren: zaken waarbij je instructie nodig hebt om het aan te leren, bv. Het
alfabet, een doelpunt maken bij basket, …
“the curse of knowledge” (elk jaar gaat de leerling toch achteruit) het is eigenlijk niet de
kennis van het kind dat daalt maar de kennis van de leerkracht die stijgt.
→de leerkracht is een expert in zijn vak maar kan het niet goed uitleggen.
Vakdidadactische kennis: is de kennis over de wijze waarop het specifieke vak of
onderwerp moet worden onderwezen.
pedagogisch-didactische kennis: is de kennis van effectieve onderwijsmethoden en
soorten didactiek en ook weten wanneer het goed of minder goed is om een bepaalde
werkvorm in te zetten.
Vakkennis kan je didactiek ondermijnen, door jouw diepe kennis over een onderwerp
overschat je soms jouw leerlingen.
2
,Inzicht 3: generieke vaardigheden aanleren: het doel is niet altijd het middel
4 generieke vaardigheden:
Kritisch denken: kritisch kunnen nadenken is contextgebonden en staat of valt met de
achtergrondkennis over het onderwerp waar het om gaat. (bv. Iemand die veel over
geschiedenis weet is niet direct in staat om kritisch na te denken over
klimaatopwarming)
Leesstrategiën: niet elke leerling kan de essentie uit een willekeurige tekst begrijpen,
daarvoor heeft hij een diepgaander begrip van inhoud nodig.
Studievaardigheden: een leerling die alleen maar aparte lesjes ‘leren leren’ heeft
gehad, wordt niet ineens een betere student. Leren leren doe je vooral als je ook iets
leert en niet alleen maar informatie krijgt over de aparte studeertechnieken
Probleemoplossende vaardigheden: een leerling die leert programmeren leert niet
automatisch beter algemeen probleemoplossend denken. Als je leert programmeren,
word je beter in programmeren.
Inzicht 4: leren is niet helemaal hetzelfde als presteren
Presteren: op kort termijn
Leren: op lang termijn
Beiden belangrijk maar wel te onderscheiden van elkaar
→Onderwijs streeft naar ‘leren’
Inzicht 5: wat de effectieve leraren doen is gewoon goed lesgeven
Gedragingen van effectieve leraren zijn zelden spectaculair maar sluiten wel aan bij wat
we weten uit de cognitieve psychologie.
3
, De 12 didactische bouwstenen:
Bouwsteen 1: activeer relevante voorkennis
Herhaal op een actieve wijze de voorkennis die de leerling nodig heeft om de nieuwe
leerstof te begrijpen.
Voorkennis van leerlingen checken door bijvoorbeeld een quiz of kahoot.
Advance organizer: (mindmap, tijdslijn, inhoudstafel, …) creeërt en biedt structuur, trekt
aandacht en activeert weinige aanwezige voorkennis. Ze geven ook richting aan het
verdere leerproces.
Soorten advance organizers:
• Grafische advance organizer: Je toont een visueel overzicht van de leerstof en
waar de nieuwe inhoud past in het groter geheel. Vooraan dit boek zie je een
voorbeeld van een grafische advance organizer over de twaalf bouwstenen van
dit boek.
• Expository advance organizer: Je vertelt of toont de leerlingen wat ze zullen gaan
leren en wat de verwachtingen zijn (zie ook bouwsteen 2). Elke bouwsteen in dit
boek start met een samenvatting die kan dienen als expository advance
organizer.
• Narratieve advance organizer: Je warmt de klas op met een verhaal dat dicht
aansluit bij de nieuwe leerstof, bijvoorbeeld een filmpje of een persoonlijk
verhaal van de leraar.
• Vergelijkende advance organizer: Je vergelijkt de nieuwe leerstof met wat de
leerling al weet waardoor bestaande kennisschema’s van de leerlingen worden
geactiveerd.
Er kan ook onvoldoende of foutieve voorkennis zijn:
Ik speel al 15 jaar voetbal → ik speel geen voetbal maar ben wel fanvan de rode
duivels.
k ben al vaak op vliegvakantie geweest → ik heb me verdiept in de werking van een
vliegtuig
→er zit een verschil in de kennis.
4