100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Communicatie & Identiteit

Rating
-
Sold
1
Pages
38
Uploaded on
06-03-2025
Written in
2024/2025

Samenvatting alle stof. (artikelen, hc, visuele beelden etc)

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 6, 2025
Number of pages
38
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

AEI: Internal




Samenvatting Communicatie & Identiteit

College 1
Begrippen
- Het basis Communicatiemodel
- Elaboration likelihood model (centrale/ perifere route)
- Communicatie vs. Informatie
- Non-verbale communicatie
- Identiteit (het begrip)

Artikelen
• Haslam, S.A. & N. Ellemers (2005). Social identity in industrial psychology: concepts,
controversies and contributions. International Review of Industrial and Organizational
Psychology, Volume 20, p. 39‐117.
Hiervan is pagina 41-54 tentamenstof

Identiteit = het geheel aan kenmerken dat een persoon of andere entiteit uniek en herkenbaar
maakt.
Communicatie = (1) het uitwisselen van informatie en (2) de uitwisseling symbolische informatie,
die plaatsvindt tussen mensen die zich bewust zijn van elkaars aanwezigheid, onmiddellijk of
gemedieerd (wordt bewust, deels onbewust gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd).
Organisatie communicatie = Het proces waarbij individuen betekenis stimuleren bij anderen door
middel van verbale of non-verbale boodschappen in de context van een formele organisatie




Een misverstand in de communicatie kun je voorkomen door:
• Boodschap goed coderen (Jargongebruik beperken, KISS-principe: Keep It Short and
Simple)
• Ruis reduceren (juiste middel kiezen, gelegenheid voor vragen bieden, goede
communicatiestructuur)
• Controleren of de boodschap juist is aangekomen

, AEI: Internal




Communicatie wordt gemodereerd door de
sociale identiteit; mensen redeneren en
verwerken informatie vanuit hun
lidmaatschap. Zie afbeelding →




‘Cognitieve misser’ = bijv. Stereotypen en besluitvorming (bijv het effect van het hebben van een
accent en de impact op hun carrièreverloop/salaris. Typisch een stereotypen verbeeld, ze hebben
er een bepaalde houding tegenover en tot slot een besluitvorming en wordt dus het gedrag
beïnvloed.)
Het Elaboration likelihood model (Petty & Cacioppo)

Via de centrale route wordt de ontvanger als
het ware beïnvloed terwijl die zich ervan
bewust is. De perifere route richt zich op het
beïnvloeden van consumenten die niet
gemotiveerd zijn om een boodschap te
verwerken. Met behulp van perifere
signalen kan de consument onbewust
worden beïnvloed.




Non-verbale communicatie = fysieke/visuele/temporele aspecten van communicatie. Dit is
dominanter dan verbale communicatie. Denk aan kleding (beroepskleding verhoogt
zelfvertrouwen en maakt indruk op ontvanger), tijd (meer wachttijd bij hogere statussen, het
bepalen van begin- en eindtijd) en ruimte (keuze van zitplaats: hoofd van tafel spreekt meer).
Onderzoek communicatie in organisaties
1. Effecten communicatie op attitudes:
- Commitment/identiteit → de mate waarop mensen zich identificeren met de organisatie
- Organisatieverandering → mate van verandering als gevolg van de
communicatiestrategie
2. Effecten communicatie op gedrag medewerkers
- OCB (Organizational Citizenship Behavior) = “goed burgerschap” taken doen die
strikgenomen niet bij de functie horen, maar die wel belangrijk zijn. Bij een nieuwe
collega, die welkom heten etc. of als het druk is een extra stapje doet.
3. Vertrek (het kostbaar als mensen weggaan)
➔ De focus ligt dus op de ontvanger van de communicatie

, AEI: Internal




Sociaal-psychologisch perspectief = effecten van persoonlijke dispositie (=aanleg) op gedrag
worden bepaald door: (1) de kenmerken van de situatie en (2) het gedrag van anderen.




College 2, SIT
Begrippen:
- Sociale identiteitsbenadering (& categorisatie, vergelijking en identiteit)
- Het psychologische experiment, Realistische conflicttheorie
- Minimale groepen paradigma (Tajfel, 1970)
- Ingroup / outgroup
- Human zoo (die filmpjes)
- Belang groepslidmaatschappen
- Motivationeel / Cognitief effect
- Distinctiviteit
- Saillantie van identiteit
- Identiteit bedreiging
- Identity Management Strategieën (individuele mobiliteit, sociale competitie, sociale
creativiteit, permeabiliteit, instabiliteit, legitimiteit)

Artikelen
• Ashforth, B.A., & Kreiner, G.E. 1999. "How Can You Do It?": Dirty Work and the Challenge
of Constructing a Positive Identity. Academy of Management Review, 24(3), 413-434.
• Conroy, S., Henle, C.A, Shore, L., & Stelma, S. (2017). Where there is light, there is dark: A
review of the detrimental outcomes of high organizational identification. Journal of
Organizational Behavior, 38, 184–203; DOI: 10.1002/job.2164

Het (psychologische) experiment = gemanipuleerde onderzoeken om effecten te onderscheiden.
Kenmerken:
- Random toewijzing: deelnemer wordt op basis van toeval toegewezen in een groep
- Causaliteit kan worden ontdekt (en de verklaring hiervoor)
- Een effect, de causaliteit, komt niet door individuele verschillen of persoonlijkheid

De sociale identiteitstheorie = = het deel van het zelfbeeld van een individu dat wordt bepaald
door de groepen waarvan een individu deel uitmaakt. De SIT gaat over het belang van
groepslidmaatschappen, ‘de omgeving heeft invloed op een individu’, gericht op de macht van de
situatie’, legt de focus heel erg op lidmaatschappen; wat het met mensen doet. Het is ontstaan
bij de minimale groepssituaties.

Sociale identiteit = het feit dat je tot een groep behoort en dat dit je identiteit vormt

Minimale Groep Paradigma (Tajfel) = vreemden kunnen groepen vormen op basis van irrelevante
criteria (bijv. kleur shirt). De minimale groepssituatie ontstaat wanneer deelnemers zich
identificeren met de sociale groep waaraan ze zijn toegewezen (ingroup) en de sociale competitie
aangaan met de outgroup. De minimale voorwaarde kan al zijn bijv. het onderscheid maken
tussen twee groepen.

Categorisatie = het toekennen van kenmerken aan individuen omdat ze deel uitmaken van een
groep. Categorisatie is voldoende voor het optreden van discriminatie tussen groepen, dus zelfs
als er geen geschiedenis is, er geen interactie tussen personen is de ene groep niet beter is dan
de andere (geen informatie) en eigenbelang niet meespeelt. Men heeft een zeer sterke neiging
om dit te doen, het is moeilijk om dit te doorbreken
→ “Mensen met een accent zijn dom”, “Amerikanen praten luid”, “VU-studenten zijn saai”

, AEI: Internal




Cognitief effect = door aanpassingen te doen in de context kun je contrast tussen groepen
vergroting en waarneming van deelnemers veranderen. Deze waarneming is niet te
onderdrukken. Dit is tevens een basis voor stereotypering.

Realistische Conflict Theorie (Campbell, 1965) = Er ontstaat een negatieve interdependentie
(onderlinge afhankelijkheid) door competitie om schaarse goederen.

Ingroup favoritisme = zie afbeelding →
De top geeft eigen groep meer dan het
management en de werkvloer hun eigen groep
geven.




De cognitieve processen en bijbehorende strategieën die meespelen in het interpersoonlijk-
intergroeps continuüm en strategieën voor zelfverbetering:
Cognitieve processen:
1. Sociale categorisatie = wanneer men zichzelf in sociale groepen probeert te organiseren
door middel van percepties. Het leidt vaak tot het benadrukken van overeenkomsten in
de in-groep en de verschillen tussen mensen in de outgroup:
- Ordening van personen (en informatie) = bijv. man/vrouw
- Assimilatie binnen groepen = mensen delen iets met elkaar en vinden dat ze op elkaar
lijken
- Contrast tussen groepen = contrast wordt benadrukt, terwijl het soms eigenlijk
betekenisloos is (rood/blauwe shirts)

2. Sociale vergelijking = het proces waarin mensen hun eigen groep met andere groepen
gaan vergelijken in termen van prestige en sociale status. Om het gevoel van
eigenwaarde goed te houden, moet een persoon zijn in-groep beschouwen als een hogere
sociale status dan een uit-groep.

VB: een student is tegenover een advocaat niet welvarend, tegenover een vluchteling wel.
De keuze van je sociale vergelijking bepaald hoe je je daarbij voelt/reageert/motiveert, het maakt
dus veel verschil waarmee je je vergelijkt.
3. Sociale identificatie = Door zich sociaal te identificeren met een bepaalde groep, gaan
mensen zichzelf gedragen zoals zij vinden dat leden van die specifieke groep zich horen
te gedragen. Mensen streven naar een positieve sociale identiteit.

Strategieën
Als de sociale identiteit bedreigd wordt (bijv. bij een lage groepsstatus) kan men drie strategieën
toepassen:
1. Individuele mobiliteit
In het geval van een persoon die zijn of haar eigen groep niet positief beoordeelt, kan diegene
proberen de huidige groep te verlaten en lid te worden van een groep met een hogere sociale
status.

Voorwaarde→ permeabiliteit = de doorlaatbaarheid van een grens. Bijv.: bij een politie is dat laag
omdat je eerst een hele opleiding moet volgen.

2. Sociale competiviteit
Leden van sociale groepen proberen om de status van hun groep te verbeteren door gezamenlijk
aan het verbeteren van hun situatie te werken. In dit geval concurreert een groep rechtsreeks
met een andere groep met als doel de sociale posities van de groepen op een of meerdere

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
anna99999 Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
16
Member since
8 year
Number of followers
10
Documents
14
Last sold
2 weeks ago

4.5

4 reviews

5
3
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions