Opdrachten
Haags vonnissenverdrag ontbreekt in oude wettenbundel en misschien nieuwe vss bij verdragen
Brussel I-bis (bevoegdheid):
Van toepassing?
- Mat:
- Form:
- Temp:
Bevoegdheidsregels:
- Art. 24 (exclusieve bevoegdheden)
- Afd. 3-5 (zwakkere partijen)
- Art. 25 ( forumkeuze)
- Art. 4 (hoofdregel)
- Art. 7-9 (alternatieve bevoegdheden)
N.B. art. 26 (stilzwijgende forumkeuze)
Opdracht A: Casus
DZA v Connecting
Connecting Ltd., een Ierse onderneming gevestigd in Galway (Ierland), is gespecialiseerd in het
vervaardigen van pijpleidingen. Connecting is een dochteronderneming van het in New York (VS)
gevestigde bedrijf Vertex. Op 15 januari 2024 sluit Connecting een megadeal met DZA B.V., een in
Nederland gevestigd bedrijf dat gespecialiseerd is in "turnkey"-projecten op het gebied van
energievoorzieningen. DZA heeft een opdracht gegund gekregen om een nucleaire krachtcentrale in
Iran te bouwen. Daar heeft DZA de pijpleidingen van Connecting voor nodig. In het contract tussen
Connecting en DZA staat als contractuele plaats van levering de haven van Rotterdam vermeld en als
leveringsdatum 27 februari 2024. Daar zullen de pijpleidingen worden geïnspecteerd voordat ze naar
Iran worden vervoerd per schip. De eerste levering zal echter in Galway geschieden op 30 januari
2024; DZA zal daar een stuk pijpleiding afhalen om te testen op compatibiliteit.
Vlak voor de afgesproken datum van levering in Rotterdam laat Connecting weten dat zij niet in staat
is om te leveren. Als reden voert Connecting aan dat op 10 februari 2024 de Amerikaanse regering
een wet heeft aangenomen op grond waarvan het verboden is op enigerlei wijze mee te werken aan
de bouw van een nucleaire krachtcentrale in Iran. Deze wet is van toepassing op: alle in de VS
gevestigde bedrijven, alle dochterondernemingen van Amerikaanse bedrijven en alle bedrijven die
handelen in Amerikaanse technologie.
DZA heeft daarmee een acuut probleem. De pijpleidingen moeten voldoen aan strenge eisen en er
zijn niet veel bedrijven die dergelijke pijpleidingen leveren, en al helemaal niet op zo'n korte termijn.
DZA wil een procedure bij de rechter starten om daar primair een gebod tot nakoming van het
contract te vorderen, en subsidiair een vergoeding voor de schade van DZA die veroorzaakt wordt
door de wanprestatie van Connecting. Nu het contract geen forum- en rechtskeuze bevat, vraagt DZA
zich af wat haar positie is.
Vraag 1
a) Uitgaande van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter: welk recht is van toepassing op het
contract tussen DZA en Connecting?
b) Welk gevolg zal de rechter toekennen aan het Amerikaanse embargo?
Antwoord a:
Het gaat hier om de vraag wat het toepasselijke recht is bij een overeenkomst tussen 2 partijen die
allebei in een ander land gevestigd zijn.
, Hierop ziet het verdrag Rome I. Is deze van toepassing?
- Materieel tpg: art. 1 lid 1 en 2 ja, het gaat hier om een handelszaak die niet onder een van
de uitzonderingen valt.
- Temporeel tpg: ja
- Formeel tpg: art. 2 ja, geen beperking = universeel tpg!
Rome I is dus van toepassing.
Er is geen rechtskeuze gedaan dus art. 3 is n.v.t. Kijken naar art. 4 lid 1. Het gaat hier om de levering
van pijpleidingen, dit zijn roerende goederen. Sub a is dus van toepassing. Het toepasselijke recht is
het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft.
De verkoper is Connecting en deze is gevestigd in Ierland. Het moederbedrijf (Vertex) is gevestigd in
de VS. Ingevolge art. 19 lid 1 is de gv van een rechtspersoon de plaats van het hoofdbestuur. Het
hoofdbestuur is in de VS gevestigd. Dus het recht van de VS moet worden toegepast op het contract.
Antwoord b:
Het gaat hier om de toepassing van een nationale bepaling op een internationale overeenkomst.
Hiervoor moet worden gekeken naar art. 9, wat gaat over de voorrangsregels.
Om te kijken of het hier gaat om een bepaling van bijzonder dwingend recht is nodig dat het gaat om
een bepaling ter handhaving van openbare belangen zoals de politieke, sociale of economische
organisatie van het land waaraan dat land zoveel belang hecht dat zij moet worden toegepast op elk
geval dat onder de werkingssfeer ervan valt.
Het gaat hier om een belang van politieke organisatie, want de VS wil dat Iran geen nucleaire
kernkrachtcentrales meer kan bouwen (waarschijnlijk ter voorkoming van het ontwikkelen van
nucleaire wapens). Het verbod om op enige wijze mee te werken aan de bouw van zulke centrales
valt wel onder de werkingssfeer van dit belang.
Het gaat dus om een bepaling van bijzonder dwingend recht. Moet dit ook worden toegepast door de
NL rechter?
Het gaat hier niet om een NL bepaling, dus lid 2 is n.v.t. kijken naar lid 3.
Volgens lid 3 kan de rechter bepalingen van bijzonder dwingend recht van een ander land toepassen
als het gaat om een land waar de verbintenissen krachtens de ovk moeten worden nagekomen of zijn
nagekomen en alleen voor zover die bepalingen de tul van de ovk onwettig maken, rekening
houdend met de aard en het doel van de bepalingen en de gevolgen van de toepassing of niet-
toepassing.
Het gaat hier om een wet uit de VS dus moet worden gekeken of er een verbintenis is die in de VS
moet worden nagekomen. Dat is niet zo, dus lid 3 is niet van toepassing.
De rechter kan deze wet uit de VS dus naast zich neerleggen bij de beoordeling van het contract.
Juiste antwoord:
Antwoord a:
Het gaat hier om het toepasselijke recht bij een koopovk.
DZA (NL) = koper
Conn (Ierland) = verkoper