GEZONDHEIDSRECHT 2023-2024
Werkgroep 1
OPDRACHT 1
Vraag 1
Hoe oordeelt u over de volgende stellingen:
1. Onder de Wgbo is iedere vorm van dwangbehandeling toegestaan als iemand
wilsonbekwaam is.
2. Een bewoner van een verpleeghuis met dementie is per definitie wilsonbekwaam.
3. Bij triage (er zijn teveel zieken en te weinig IC bedden en er moet gekozen worden wie wel en
wie niet kan worden behandeld) is het maken van onderscheid op basis van leeftijd niet
toegestaan.
Stelling 1: oneens, niet iedere vorm van dwangbehandeling is toegestaan bij wilsonbekwamen.
Wilsonbekwamen zijn niet op elk vlak wilsonbekwaam; dit moet steeds per onderdeel worden
bekeken. er moet altijd ook naar de wil van de patiënt worden gekeken en of deze toestemming geeft
of andere wensen heeft.
Stelling 2: oneens, wilsonbekwamen zijn niet op elk vlak wilsonbekwaam. Er moet altijd naar de
wensen van de patiënt worden gekeken en naar in hoeverre deze kunnen worden uitgevoerd. Iemand
met dementie is wel handelingsonbekwaam, maar niet per se wilsonbekwaam.
Stelling 3: eens, iedereen heeft recht op gezondheidszorg. Hier is sprake van discriminatie “op welke
grond dan ook” (art. 1 Gw). Er is hier sprake van een noodsituatie en overmacht, maar art. 1 Gw is
een absoluut recht dus kan niet worden beperkt. Leeftijd is geen uit te leggen reden om te kiezen
voor persoon A i.p.v. persoon B bij te weinig bedden. Leeftijd zegt niet per se iets over iemands
gezondheid.
Juist antwoord:
Stelling 1: iets met goed hulpverlenerschap.
Stelling 2: goed, altijd per aangelegenheid. Iemand met dementie, het ziektebeeld, is niet per
definitie wilsonbekwaam. Is altijd “ter zake”.
Stelling 3: oneens, altijd kijken waar de prognose het beste is bij calamiteiten. Bij fase C (laatste fase
van medische argumenten, er zijn geen argumenten zegmaar) kijken ze naar generaties. Fair innings:
als oudere heb je al meer van je leven kunnen maken.
OPDRACHT 2
Bij de 73-jarige Bert V. is in 2022 de diagnose Frontotemporale dementie vastgesteld. Vijf jaar geleden
heeft hij zijn schoondochter Sarah gevolmachtigd om hem bij wilsonbekwaamheid te
vertegenwoordigen bij zorgaangeledenheden. Bert ontvangt thuiszorg die hem ’s ochtends helpt met
opstaan, douchen en aankleden. Sarah wil daar steeds bij aanwezig zijn en bemoeit zich uiterst
kritisch met het optreden van de thuiszorgmedewerkers die het in haar ogen helemaal verkeerd
doen. Onduidelijk is wat Bert hiervan vindt.
De gedragsveranderingen bij Bert, veroorzaakt door de dementie, maken het noodzakelijk dat hij
regelmatig in zijn bewegingsvrijheid moet worden beperkt. Hij lijkt zich hiertegen te verzetten maar
duidelijk is dat hij op dit punt wilsonbekwaam is. Bert reageert op onverwachte momenten verbaal
en soms zelfs fysiek agressief. Sarah die al een paar keer klappen van hem heeft gehad, gaat akkoord
met de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Vraag 2
Op welke wijze waarborgt de wet dat vrijheidsbeperkende maatregelen bij Bert niet langer worden
toegepast dan noodzakelijk?
, Wet zorg en dwang is hier van toepassing, want dementerend en geen psychische aandoening. Ook
geen opname in ggz. Besluit zorg en dwang is hier van toepassing, want het vindt thuis plaats en niet
in een instelling.
Volgens de Wzd (art. 10) moet er een zorgplan/stappenplan worden opgesteld en deze moet elke 6
maanden opnieuw worden beoordeeld naar de omstandigheden van het geval en eventueel worden
aangepast. Op die manier duurt het niet langer dan noodzakelijk.
Juist antwoord:
Er is een diagnose (dementie) + er is professionele hulpverlening (thuiszorg) Wet zorg en dwang is
van toepassing. art. 2 lid 1 onder b Wzd
Er moet een zorgplan zijn en dit moet worden verlengd en dit mag niet voor onbeperkte tijd. Om de 6
maanden herevalueren. Art. 8 en 10 t/m 12 Wzd. (10 lid 8 mag je ook apart noemen (gaat over het
afbouwen)). Hierdoor waarborgt de wet dat het niet langer duurt dan noodzakelijkheid.
Vervolg casus
Enige tijd later is de situatie thuis onhoudbaar geworden en opname van Bert in een verpleeghuis
wordt door deskundigen noodzakelijk geacht. Bert verzet zich echter tegen opname.
Vraag 3
Is Sarah bevoegd om Bert te doen opnemen in een verpleeghuis ?
Nee, er moet hier een rechter aan te pas komen, omdat de patiënt, Bert, zich verzet tegen de
opname. Zie art. 24 Wzd.
Juist antwoord:
Goed.
Ze mag dit niet bevoegd beslissen, want verzet. Ze kan wel het CIZ vragen om een aanvraag in te
dienen (21 Wzd), maar die gaat dat niet doen, want er is verzet van Bert. Ze kan ook de rechter
benaderen (25 Wzd). Door dat verzet is sws een rechter nodig (24 Wzd).
Vervolg casus
Stel dat Bert niet leed aan frontotemporale dementie maar agressief gedrag vertoonde als gevolg van
een psychische stoornis en dat vanwege dit gedrag vrijheidsbeperkende maatregelen noodzakelijk
werden geacht. En stel eveneens dat Bert zich hiertegen zou verzetten.
Vraag 4
Zou naar uw mening in dat geval voor toepassing van dergelijke maatregelen bij Bert tussenkomst van
de rechter noodzakelijk zijn?
In dat geval is niet per se de Wzd van toepassing, maar ook de Wvggz. Er is dan namelijk een
psychische stoornis bij Bert. Er is dan altijd tussenkomst van de rechter noodzakelijk voor een
zorgmachtiging.
Juist antwoord:
Wvggz. Het gaat hier om verplichte zorg. Art. 3:1 onder a en 3:2 lid 2 onder b. Zorgmachtiging is altijd
nodig dus altijd tussenkomst rechter. Dus niet stappenplan die wordt geborgd, maar
Ondanks verzet is gewoon altijd nodig voor de verplichte zorg.
Anders een crisismaatregel onder 7:1 burgemeester bevoegd (maar bij crisis gaat iemand bijna
dood).
Werkgroep 1
OPDRACHT 1
Vraag 1
Hoe oordeelt u over de volgende stellingen:
1. Onder de Wgbo is iedere vorm van dwangbehandeling toegestaan als iemand
wilsonbekwaam is.
2. Een bewoner van een verpleeghuis met dementie is per definitie wilsonbekwaam.
3. Bij triage (er zijn teveel zieken en te weinig IC bedden en er moet gekozen worden wie wel en
wie niet kan worden behandeld) is het maken van onderscheid op basis van leeftijd niet
toegestaan.
Stelling 1: oneens, niet iedere vorm van dwangbehandeling is toegestaan bij wilsonbekwamen.
Wilsonbekwamen zijn niet op elk vlak wilsonbekwaam; dit moet steeds per onderdeel worden
bekeken. er moet altijd ook naar de wil van de patiënt worden gekeken en of deze toestemming geeft
of andere wensen heeft.
Stelling 2: oneens, wilsonbekwamen zijn niet op elk vlak wilsonbekwaam. Er moet altijd naar de
wensen van de patiënt worden gekeken en naar in hoeverre deze kunnen worden uitgevoerd. Iemand
met dementie is wel handelingsonbekwaam, maar niet per se wilsonbekwaam.
Stelling 3: eens, iedereen heeft recht op gezondheidszorg. Hier is sprake van discriminatie “op welke
grond dan ook” (art. 1 Gw). Er is hier sprake van een noodsituatie en overmacht, maar art. 1 Gw is
een absoluut recht dus kan niet worden beperkt. Leeftijd is geen uit te leggen reden om te kiezen
voor persoon A i.p.v. persoon B bij te weinig bedden. Leeftijd zegt niet per se iets over iemands
gezondheid.
Juist antwoord:
Stelling 1: iets met goed hulpverlenerschap.
Stelling 2: goed, altijd per aangelegenheid. Iemand met dementie, het ziektebeeld, is niet per
definitie wilsonbekwaam. Is altijd “ter zake”.
Stelling 3: oneens, altijd kijken waar de prognose het beste is bij calamiteiten. Bij fase C (laatste fase
van medische argumenten, er zijn geen argumenten zegmaar) kijken ze naar generaties. Fair innings:
als oudere heb je al meer van je leven kunnen maken.
OPDRACHT 2
Bij de 73-jarige Bert V. is in 2022 de diagnose Frontotemporale dementie vastgesteld. Vijf jaar geleden
heeft hij zijn schoondochter Sarah gevolmachtigd om hem bij wilsonbekwaamheid te
vertegenwoordigen bij zorgaangeledenheden. Bert ontvangt thuiszorg die hem ’s ochtends helpt met
opstaan, douchen en aankleden. Sarah wil daar steeds bij aanwezig zijn en bemoeit zich uiterst
kritisch met het optreden van de thuiszorgmedewerkers die het in haar ogen helemaal verkeerd
doen. Onduidelijk is wat Bert hiervan vindt.
De gedragsveranderingen bij Bert, veroorzaakt door de dementie, maken het noodzakelijk dat hij
regelmatig in zijn bewegingsvrijheid moet worden beperkt. Hij lijkt zich hiertegen te verzetten maar
duidelijk is dat hij op dit punt wilsonbekwaam is. Bert reageert op onverwachte momenten verbaal
en soms zelfs fysiek agressief. Sarah die al een paar keer klappen van hem heeft gehad, gaat akkoord
met de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Vraag 2
Op welke wijze waarborgt de wet dat vrijheidsbeperkende maatregelen bij Bert niet langer worden
toegepast dan noodzakelijk?
, Wet zorg en dwang is hier van toepassing, want dementerend en geen psychische aandoening. Ook
geen opname in ggz. Besluit zorg en dwang is hier van toepassing, want het vindt thuis plaats en niet
in een instelling.
Volgens de Wzd (art. 10) moet er een zorgplan/stappenplan worden opgesteld en deze moet elke 6
maanden opnieuw worden beoordeeld naar de omstandigheden van het geval en eventueel worden
aangepast. Op die manier duurt het niet langer dan noodzakelijk.
Juist antwoord:
Er is een diagnose (dementie) + er is professionele hulpverlening (thuiszorg) Wet zorg en dwang is
van toepassing. art. 2 lid 1 onder b Wzd
Er moet een zorgplan zijn en dit moet worden verlengd en dit mag niet voor onbeperkte tijd. Om de 6
maanden herevalueren. Art. 8 en 10 t/m 12 Wzd. (10 lid 8 mag je ook apart noemen (gaat over het
afbouwen)). Hierdoor waarborgt de wet dat het niet langer duurt dan noodzakelijkheid.
Vervolg casus
Enige tijd later is de situatie thuis onhoudbaar geworden en opname van Bert in een verpleeghuis
wordt door deskundigen noodzakelijk geacht. Bert verzet zich echter tegen opname.
Vraag 3
Is Sarah bevoegd om Bert te doen opnemen in een verpleeghuis ?
Nee, er moet hier een rechter aan te pas komen, omdat de patiënt, Bert, zich verzet tegen de
opname. Zie art. 24 Wzd.
Juist antwoord:
Goed.
Ze mag dit niet bevoegd beslissen, want verzet. Ze kan wel het CIZ vragen om een aanvraag in te
dienen (21 Wzd), maar die gaat dat niet doen, want er is verzet van Bert. Ze kan ook de rechter
benaderen (25 Wzd). Door dat verzet is sws een rechter nodig (24 Wzd).
Vervolg casus
Stel dat Bert niet leed aan frontotemporale dementie maar agressief gedrag vertoonde als gevolg van
een psychische stoornis en dat vanwege dit gedrag vrijheidsbeperkende maatregelen noodzakelijk
werden geacht. En stel eveneens dat Bert zich hiertegen zou verzetten.
Vraag 4
Zou naar uw mening in dat geval voor toepassing van dergelijke maatregelen bij Bert tussenkomst van
de rechter noodzakelijk zijn?
In dat geval is niet per se de Wzd van toepassing, maar ook de Wvggz. Er is dan namelijk een
psychische stoornis bij Bert. Er is dan altijd tussenkomst van de rechter noodzakelijk voor een
zorgmachtiging.
Juist antwoord:
Wvggz. Het gaat hier om verplichte zorg. Art. 3:1 onder a en 3:2 lid 2 onder b. Zorgmachtiging is altijd
nodig dus altijd tussenkomst rechter. Dus niet stappenplan die wordt geborgd, maar
Ondanks verzet is gewoon altijd nodig voor de verplichte zorg.
Anders een crisismaatregel onder 7:1 burgemeester bevoegd (maar bij crisis gaat iemand bijna
dood).