Onderstaand betreft een werkdocument met vaak terugkerende vragen in het tentamen
van Auditing beginselen. Deze vragen zijn vaak van te voren voor te bereiden en zullen
casus-specifiek moeten worden gemaakt.
Daarnaast is per onderwerp een aantal tips and tricks gegeven handig kunnen zijn bij de
invulling van het werkdocument.
Dit bestand hangt nauw samen met de Tentamengerichte samenvatting Auditing
Beginselen en betreft bijlage 3 van de betreffende samenvatting. Aangezien de
samenvatting een PDF-document is, kan dit bestand in Word worden gebruikt voor je
tentamenvoorbereidingen.
Fundamentele beginselen en de bedreigingen hiervan
Bij de casussen welke ingaan op de bedreigingen (BEZIV) van de fundamentele
beginselen (PIOVV) dien je aan te geven welk fundamenteel beginsel er wordt bedreigd
en door welke bedreiging dit wordt veroorzaakt. Daarnaast dien je dit juist te
onderbouwen (het waarom is daarbij van belang). Tot slot moet er een maatregel worden
genoemd welke het risico mitigeert.
Bij de beantwoording van deze vraag kan de volgende formulering worden gehanteerd:
“Het risico bestaat dat het fundamenteel beginsel – X – bedreigd wordt door – X – als
gevolg van … Dit risico kan worden gemitigeerd door…”.
Benoem de drie belangrijkste belanghebbenden
Belanghebbende: Onderbouwing:
De materialiteit
Bij een handelsonderneming is het startpunt voor de materialiteit altijd de winst voor
belastingen. Indien deze om bepaalde redenen minder geschikt is als benchmark wordt er
vaak gekozen voor een andere benchmark, zoals de omzet of de brutomarge.
Neem bij de beoordeling voor de geschiktheid van de benchmark in acht of er sprake is
van een relatieve volatiliteit en de focus van de gebruikers van de jaarrekening.
Geef onderbouwd aan waarom je voor een benchmark hebt gekozen en waarom niet voor
de andere benchmarks.
Zie tevens: NV COS 320.
Gekozen benchmark:
Reden gekozen
benchmark:
Hoogte materialiteit:
, Kwalitatieve materialiteit
Bij kwalitatieve materialiteit gaat het om de aard van de afwijking en deze richt zich op
de kwaliteit van de financiële verantwoording.
Benoem hieronder een tweetal aspecten welke kwalitatief materieel worden geacht voor
de jaarrekening. Geef daarnaast een onderbouwing waarom je deze kwalitatief materieel
acht:
1
.
2
.
Bedrijfsverkenning
Benoem in totaal een achttal attentiepunten welke van belang zijn voor de
jaarrekeningcontrole van deze handelsorganisatie. Benoem per onderdeel (regelgeving,
markt, aard van de entiteit en doelstellingen) minimaal één attentiepunt. Maak de
attentiepunten entiteit-specifiek en probeer deze te koppelen aan mogelijke risico’s voor
de organisatie c.q. de controle(aanpak). Zie hiervoor bijvoorbeeld NV COS 315.11.
Omgevingsanalyse
1
.
2
.
Aard van de entiteit
1
.
2
.
Doelstellingen, strategieën en de daarmee verband houdende risico’s
1
.
2
.
Meting en beoordeling van de financiële prestaties van de entiteit
1
.
2
.
Belangrijkste fraude- en/of witwasrisico’s
Benoem een tweetal belangrijkste fraude- en/of witwasrisico’s voor de onderneming. Geef
daarnaast aan waarom jij deze risico’s relevant vindt voor de onderneming.
Belangrijkste fraude- en/of witwasrisico’s
1
.
2
.