100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Basisverpleegkunde 2: theorie

Rating
-
Sold
1
Pages
66
Uploaded on
27-02-2025
Written in
2024/2025

Dit is een samenvatting van alle theorie die te kennen is voor het schriftelijke examen van basisverpleegkunde 2.

Institution
Course

Content preview

Basisverpleegkunde 2: theorie
Hoofdstuk 2: rusten en slapen
Slaap = een periode van laag bewustzijn en lichamelijke inactiviteit.
Slaapfysiologie = het normale patroon van rust en slaap.
Het slaap- waakritme wordt geregeld vanuit de hersenen, door de nucleus
suprachiasmaticus.
Machines die de verschillende activiteiten tijdens de slaap meten:
- EEG = elektroencephalogram, dit meet de hersenactiviteit.
- EMG = elektromyogram, dit meet de spieractiviteit.
- EOG = elektrooculogram, dit meet de oogactiviteit.

Dit is een hypogram, hierin worden de slaapfases weergegeven over 1 nacht.




De fijne lijntjes zijn de non-REM-slaap en de dikke lijntjes zijn de REM-slaap
(Rapid Eye Movement). De REM-slaap neemt toe naarmate de nacht vordert.in de
REM-slaap droom je, dus dan is er veel hersenactiviteit.
Factoren die slaap beïnvloeden:
- Vaste gewoonten
- Leeftijd
- Fysieke toestand
- Prikkels
- Beweging
- Maaltijden
- Medicatie en alcohol
- Lawaai

Post intensive care syndrom = een syndroom dat ontstaat bij patiënten die
langdurig op intensieve zorgen liggen. Hierbij is er last van vermoeidheid en
zowel fysische als psychische symptomen.




1

,Enkele gevolgen van slaaptekort zijn: stress, angst en concentratiestoornissen.
Polysomnografie = een slaaponderzoek.
Er zijn 4 slaap- en waakstoornissen:
- Insomnieën = het moeilijk in- of doorslapen.
- Hypersomnieën = je moe voelen en geen energie hebben. Vb. narcolepsie.
- Stoornissen van het slaap-waakristme = vb. jetlag of ploegenwerk.
- Parasomnieën = deze treden op tijdens de slaap vb. somnambulisme

Symptomen van slaap- en waakstoornissen:
- Psychofysiologische insomnia = een vorm van chronische slapeloosheid
door een combinatie van stress en lichamelijke overactiviteit.

- Narcolepsie = een slaapstoornis met extreme slaperigheid overdag en
plotselinge slaapaanvallen.

- Obstructieve slaapapneu-syndroom (OSAS) = hierbij ontspannen de
spieren en valt de tong naar achter, er is obstructie. Oplossingen hiervoor
zijn Continuous positive airway pressure (CPAP) en MRA beugel.

- Nachtelijke myoclonus = een slaapstoornis met onwillekeurige, herhaalde
spierschokken in de benen tijdens de slaap.

- Hypnotica = slaapmedicijnen die gebruikt worden om slapeloosheid te
behandelen.

- Stimulantia = stoffen of medicijnen die het centrale zenuwstelsel
activeren, waardoor alertheid, energie en concentratie toenemen.

- Somnambulisme = slaapwandelen

- Pavor nocturnus = nachtmerries

- Bruxisme = tandenknarsen

- Enuresis nocturna = bedplassen

- Sleep talking

- Scheidingsangst

- Onrustige omgevingsfactoren

- Alcohol

- Slaapritmestoornissen




2

,Wat verpleegkundigen kunnen doen om een goede slaapkwaliteit voor de patiënt
te bekomen.
- De slaappatronen en -rituelen respecteren.
- Zorgen voor een comfortabele houding.
- Luisteren naar de patiënt zodat er minder gepiekerd wordt.
- Zorg voor een aangename temperatuur.
- Praten met de patiënt zodat extra spanning vermeden wordt.
- Slaapmedicatie vermijden, dit kan voor problemen zorgen bij het
doorslapen.
- Zorgen voor ontspanning.

Hoofdstuk 3: behoefte aan beweging en het aannemen
van de gewenste houding
Meest voorkomende problemen met betrekking op lichaamshoudingen:
- Staan: het moeilijk of niet lang kunnen rechtstaan. De houding is stijf,
onevenwichtig of onzeker.
- Zitten: het niet kunnen rechtzitten. De houding is stijf of gespannen.
- Liggen: de zorgvrager kan zijn eigen houding niet corrigeren.

Dwanghouding = een houding die je automatisch aanneemt ten gevolge van
ongemak of pijn.


Het beoordelen van de motoriek kan aan de hand van 2 soorten gegevens:
1. Objectieve gegevens
Deze gegevens worden door de verpleegkundige in de gaten gehouden.

Skelet Gewrichte Spieren Bewegingen Voortbewege Houding
n n
Bewegelijkhe Verstijving Ontwikkelin Coördinatie Soepel Rechtop
id Verzwikkin g spieren bewegen Wegzakken
Buigzaamhei g Verlammin Oog/hand Struikelen Hulpmiddelen
d Pijnlijkheid g coördinatie Schuifelen Algemene
Stand botten Spasme Grove/fijne Onzekere indruk
Vergroeiinge Tremor motoriek gang
n Contractuur Ongelijke
Broosheid Spierpijn gang
Stijfheid Vallen




Spasme = onwillekeurige
samentrekkingen van de
spier.
Tremor = beven




2. Subjectieve gegevens
Deze gegevens worden opgemerkt door de patiënt of familie.


3

, Mobiliseren en mobilisatieoefeningen
Mobilisatie is belangrijk voor een goede doorbloeding om zo verstijving te
voorkomen.
Er zijn 3 soorten mobilisatieoefeningen:
- Passieve oefeningen: hierbij wordt het lichaamsdeel bewogen door iemand
anders, omdat de zorgvrager zelf zijn spieren niet kan bewegen.
- Isometrische oefeningen: hierbij wordt er gevraagd om in te gaan tegen
weerstand. Dit wordt gedaan om de spanning in de spieren te versterken.
- Isotone oefeningen: hierbij doet de zorgvrager actieve bewegingen.
Doelen van mobilisatieoefeningen:
- De spierkracht herstellen of verbeteren
- De onafhankelijkheid herstellen
- Hulpmiddelen leren gebruiken
- Preventie van contracturen en bewegingsbeperking

Parese = onvolledige verlamming, spierzwakte.
Paralyse/plegie = verlamming
Hemiplegie = halfzijdige verlamming.

Aandachtspunten voor het wijzigen van de houding:
- Het dossier checken
- Rekening houden met inspraak en zelfzorg
- Beschikbaar materiaal gebruiken
- Neem actief ter preventie van complicaties

Acties ter preventie van complicaties:
1. Preventie decubitus
Decubitus = wonden die ontstaan door langdurige druk op de huid.
Preventie: de onderlaag van het bed moet droog en glad zijn en de hielen
moeten zweven.

2. Preventie contracturen en overstrekkingen van de gewrichten
Preventie: alle gewrichten hebben een lichte flexie, behalve de pols. Geef
steun waar nodig en zorg voor een goede circulatie.

3. Preventie spitsvoeten
Spitsvoeten = de voeten staan in een naar beneden gerichte positie.
Preventie: de bovenlaag los houden ter hoogte van de voeten of een
dekenboog plaatsen.


Voorbeelden van immobilisatie: deken, spalk, gips, halskraag,…
Hoogstand van een lidmaat
- Been: de voet moet hoger dan de knie en de knie moet hoger dan het
heupgewricht.
- Arm: de elleboog moet minstens op gelijke hoogte met beide schouders.


4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 27, 2025
Number of pages
66
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$19.31
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Neelldestercke Arteveldehogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
2 year
Number of followers
1
Documents
12
Last sold
2 months ago

3.5

2 reviews

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions