100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting opvoeden en ontwikkeling leerdoelen uitgewerkt (Viaa 2024)

Rating
-
Sold
-
Pages
45
Uploaded on
21-02-2025
Written in
2023/2024

Leerdoelen van het van opvoeden en ontwikkeling van hogeschool viaa in 2024 uitgewerkt als eerstejaars student. Hiervoor heb ik een 7 behaald.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 21, 2025
Number of pages
45
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Leerdoelen voor Opvoeden in ontwikkeling
1. Ontwikkelingsfasen kindertijd
1a1. Je weet wat de begrippen groei, rijping en leren inhouden
De prenatale ontwikkeling van de mens is afhankelijk van de volgende drie belangrijke factoren:
 Groei: toename van cellen en toename van lengte en gewicht. De mate van groei is sterk erfelijk
bepaald. Factoren uit de omgeving (voeding) hebben een beperkte invloed op het groeiproces.
(Voorbeeld: lichte toename van langere lengte van de Chinezen)
 Rijping: Is het in staat om nieuwe functies te vervullen. Het is een lichamelijk of fysiologisch
proces (geheel van processes) Rijping wordt niet of nauwelijks beïnvloedt door omgeving maar
door erfelijke factoren bijv. bij fysieke kenmerken als omvang schedel, gelaatstrekken en
intelligentie. Roken (schadelijke omgevingsfactor) kan de rijping negatief beïnvloeden.
 Leren: Omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Bijv. roken/ drinken (gedrag van de moeder)
kan ervoor zorgen dat er stoornissen in het leren ontstaan.

Bij de (lichamelijke) ontwikkeling van de mens heb je te maken met:
 Interactie met de omgeving (moeder) speelt een belangrijke rol
 Ontwikkeling van de soort (fylogenese), erfelijkheid speelt een belangrijke rol
 Conceptie: hier begint de menselijke biologische ontwikkeling; eicel bevrucht door zaadcel.
 Zygote: bevruchte eicel.
 Prenatale fase: periode waarin de ongeboren mens uitgroeit tot een mens die rijp is om geboren
te worden.

1b1. Je kent het ontwikkelingsverloop van het ongeboren kind per trimester (In prenatale fase)
Eerste trimester: De bevruchte eicel bevat alles wat nodig is voor de ontwikkeling tot een mens dat
kan leven. Het eerste trimester bestaat uit twee periodes (samen de embryonale fase):
- De eerste à twee weken vinden innesteling van de bevruchte eicel plaats in de
baarmoeder/uterus (Germinale fase). De zaadcel en eicel bevatten elk 23 chromosomen, die
direct na de conceptie met elkaar versmelten en samen het erfelijk materiaal vormen voor de
ongeboren mens. Hieruit zal het embryo zich later ontwikkelen.
- De volgende à zes tot tien weken ontwikkelt het centrale zenuwstelsel zich(ogen, hart, oren,
tanden, gehemelte en externe genitaliën. In de eerste 8 weken komen er elke seconde ongeveer
achtduizend hersencellen bij. Vanaf de derde week van de zwangerschap wordt het brein
gevormd. De eerste 3 maanden zijn dus zeer bepalend voor de verdere ontwikkeling van het
ongeboren mens. Na 12 weken spreek je van een foetus: de structurele uitbouw van het
organisme is dan volledig bereikt.

Tweede trimester: In dit trimester gaat de foetus allerlei bewegingen maken, zoals buigen, strekken
en handen sluiten. Dit trimester loopt vanaf de 3e t/m de 7e maand. Hier ontwikkelen zich de meeste
reflexen die o.a. informatie geven over het functioneren van de hersenen. Aan het einde van de 5e
maand zijn bijna alle hersencellen aangemaakt die het kind na de geboorte nodig heeft.

Derde trimester: Dit trimester kenmerkt zich door een snelle gewichtstoename van de foetus. Hij
gaat een vastere positie aannemen (hoofd naar beneden) omdat hij minder kan bewegen. Rond 8
maanden is de foetus ong. 45 cm lang en weegt hij ong. 2700 gram. In de laatste maanden kan de
foetus allerlei externe prikkels onderscheiden; bijvoorbeeld: muziek, licht & donker en smaken.



1b2. Je kent de 8 reflexen die een ongeboren kind heeft en die in de loop van de ontwikkeling ook
weer verdwijnen

1

,Reflexen: komen voort uit het natuurlijke instinct om te overleven. Het zijn onwillekeurige
bewegingen als reactie op een prikkel. Reflexen geven info over het al dan niet goed functioneren
van het centrale zenuwstelsel. Reflexen worden bestuurd door de hersenstam.

De ongeboren mens kent 8 reflexen:
De uterine withdrawal reflex: terugtrekken van het lichaam bij het knijpen in de tenen (ontstaat
tussen de 5e en de 7e week – verdwijnt in de 32e week voor de geboorte)
Mororereflex: als de baby schrikt opent het de vingers en de armen en spreidt het de benen.
Vervolgens worden de armen met een zwaai naar voren gebracht alsof het kind iemand wil
omhelzen. De mond wordt daarbij geopend en gesloten. Dit ontstaat tussen de 9 en 12 weken voor
de geboorte – verdwijnt twee tot 4 maanden na de geboorte. De naam is afkomstig van de Duitse
kinderarts Ernst Moro.
De Babinskyreflex: Grijpreflex van de voeten Ontstaat na de geboorte en verdwijnt tussen het eerste
en tweede jaar wanneer het kind leert lopen
De Palmar reflex/ grijpreflex; vingers sluiten bij lichte aanraking van de handpalm. Ontstaat in de
elfde week voor de geboorte en verdwijnt tussen het eerste en tweede jaar
De Asymmetrische tonische nekreflex: hoofd buigt naar één kant, dan strekken arm en been aan
diezelfde kant waar het hoofd naartoe buigt. Ontstaat in de 18e week voor de geboorte en verdwijnt
tussen de 3e tot 9e maand na de geboorte.
De spinal galant reflex: bij stimulatie van buik of rug roteert of buigt het ruggenmergkanaal 45
graden naar de gestimuleerde kant. Ontstaat in de 20e week voor de
geboorte en verdwijnt tussen de derde tot 9e maand na de geboorte
De rooting reflex en sucking reflex: bij lichte aanraking van de wang draait het hoofd in de richting
van de stimulus en gaat de mond open. Ontstaat tussen 24e tot 28e week voor de geboorte en
verdwijnt tussen de derde en vierde maand na de geboorte
De Tonische labyrinthine reflex forewards: bij het bewegen van het hoofd voor- en achterwaarts
buigt het hoofd boven en onder het niveau van de ruggengraat door. Voorwaartse reflex is een
buiging en achterwaartse reflex is een strekking. Ontstaat rondom de bevalling en verdwijnt in de
derde tot vierde maand na de geboorte.

1b3. Je kent de verschillende opvattingen over het bewustzijn en of dat bij een (ongeboren) kind
aanwezig is. Westerse visies op het menselijke bewustzijn:
- De leer theoretische of behavioristische visie: hierbij gaat men ervan uit dat de mens bij de
geboorte en onbeschreven blad is en wordt bepaald door leerervaringen. Het is aannemelijk dat
de mens wel al wordt gevormd door zijn prenatale ervaringen.
- De biologische visie: interne of erfelijke factoren bepalen de mens. Het is niet aannemelijk dat er
sprake is van een prenataal bewustzijn bij deze interne factoren.
- De omgevingspsychologische visie: de mens wordt bepaald door de wisselwerking tussen de
sociale/ruimtelijke en materiële omgeving.
- De cognitivistische visie: informatieverwerking en zelfsturing van de mens zijn bepalend.
Bewustzijn wordt gekoppeld aan vormen van het geheugen.
- De psychoanalytische visie: biologische aanleg en opvoedingservaringen in de eerste levensjaren
zijn een belangrijke factor voor de persoonlijkheid in de ontwikkeling. Er is wel sprake van besef
in de baarmoeder.
- De humanistische visie: individuele belevingen, de ruimte voor noodzakelijke zelfontplooiing en
eigen verantwoordelijkheid zijn bepalende factoren. Deze stroming is een mix van de
psychoanalyse en behaviorisme en kunnen van toepassing zijn op de humanistische.



Niet Westerse visies:


2

,- Hindoeïsme: Gaat uit van reïncarnatie van de geest .Er is niet alleen sprake van bewustzijn door
conceptie, maar zelfs van gradaties in het bewustzijn per individu.
- Chinese geneeskunde De shen omvat onder andere het bewustzijn. (shen = vertegenwoordigt de
intelligentie of de rede, geleid door principes en het geweten en niet door instincten en
behoefte). Het kloppen van het hart zou een indicatie kunnen zijn voor het ontstaan van
bewustzijn.

1b4. Je weet wat teratogenen zijn en kent de belangrijkste middelen waarvan het effect op
prenatale ontwikkeling bekend is
Teratogenen: middelen die van buiten komen en schadelijke invloed hebben op de prenatale
ontwikkeling. Teratogene effecten kunnen leien tot vertraagde groei, gedrags- en functiestoornissen
en zelfs de dood. (Hieronder een lijst met voorbeelden):
- Alcohol- en/of drugsgebruik: zelfs matig roken of drinken kan negatief effect hebben op de
zwangerschap. De foetus kan stoppen met ademen wanneer de moeder rookt. Wanneer een
moeder drugsverslaafd is kan het kind geboren worden met onthoudingsverschijnselen.
- Te kleine moederkoek of placenta: zorgt voor een verminderde toevoer van zuurstof en
voedingsstoffen wat een nadelige invloed kan hebben op de ontwikkeling van de foetus.
- Verwachtingen van de omgeving: Een kind dat niet aan de verwachtingen van de ouders
voldoet, krijgt meestal minder positieve aandacht en is kwetsbaarder voor mishandeling en
verwaarlozing dan kinderen die wel aan de verwachtingen voldoen. Verwachtingen dat men van
een ongeboren kind heeft is meestal gekoppeld aan het beeld dat men van de ouders heeft.
- Ondervoeding: kan leiden tot neurologische afwijkingen bij het kind, omdat het effect heeft op
de ontwikkeling van de hersenen.
- Medicijngebruik: langdurig gebruik van medicijnen kan leiden tot ernstige lichamelijke
afwijkingen van het embryo, bijvoorbeeld: ontbreken van grote hersenen, extra ledematen of
een onduidelijke sekse.
- Chemicaliën en stralingsgevaar: bij zeer hoge concentraties kan vergiftiging optreden.
- Zware stress: kan leiden tot verhoging van de adrenalineproductie in het bloed van de moeder.
- Leeftijd van de aanstaande moeder: meest gunstig is kinderen krijgen tussen je 20e en 35e jaar.
- Leeftijd van de aanstaande vader
- Ongelukken
- Infecties
- Psychische ziekten etc.

1b5 Je kunt de belangrijkste complicaties rondom geboorte en mogelijke gevolgen beschrijven
 Zuurstofgebrek kan leiden tot hersenbeschadigingen. Dit levert vaak neurologische stoornissen
op (stoornissen in denken en/of in de bewegingen).
 Een foetus met een bestaande neurologische stoornis is minder in staat om een bevalling goed
in gang te helpen zetten doordat de reflexen minder goed functioneren.
 Vroeggeboorte. Hoe lager het geboortegewicht, hoe hoger het risico op ontwikkelings-
stoornissen. Dit risico neemt toe bij o.a. ongezinde invloeden van de moeder (roken, alcohol).
 Complicaties bij de geboorte kunnen leiden tot: Te grote beweeglijkheid, Concentratiestoornis
(ADHD), Leerstoornissen, Sensorische perceptiestoornissen en leesstoornissen (dyslexie), Spraak-
en articulatieproblemen

1b6. Je kent de twee groeirichtingen waarlangs de motorische ontwikkeling verloopt
Cefalocaudale groeirichting: De groeispurt start bij het hoofd (cefalus), deze groeit eerder dan de
rest van het lichaam en gaat vanaf daarnaar beneden toe verder tot de staart (cauda) (dus armen
groeien eerder dan benen). Dit groeiproces start bij twee maanden en gaat door tot het kind
ongeveer de leeftijd van 6 jaar bereikt.



3

, Proximodistale groeirichting: Van dicht bij het centrum van het lichaam, proximaal, tot verder naar
de buitenkant, distaal. Dit betekent dat de centrale lichaamsdelen zich eerder ontwikkelen dan de
extremiteiten (romp groeit eerder dan de ledematen, armen eerder dan de handen/vingers). Dit
groeipatroon is het duidelijkst vanaf een jaar of 6.

1b7. Je weet hoe de ontwikkeling van het leren verloopt en wat daarbij bekend is over de werking
van de zintuigen en van de motoriek: Via zintuigen en motoriek doet het kind ervaring op. Bij groei
en rijping speelt ervaring een minder belangrijke rol. Bij leren ontstaan verbindingen tussen nieuwe
en bestaande informatie in het zenuwstelsel. Eerst korte stroompjes, kortetermijngeheugen, daarna
permanente verbindingsknopen, langetermijngeheugen. Bij LTG is het nodig dat de lerende persoon
de info goed opslaat, zodat deze er later opnieuw over kan beschikken. Daar is een strategie voor
nodig, die ontdek je meestal als je al wat ouder bent. Bij jonge kinderen is er geen duidelijke
strategie, alleen de strategie van herhalen. De eerste leerervaringen doet de baby op via zijn
zintuigen en binnen de grenzen van zijn eigen lichaam. Daarom zijn de mogelijkheden van zijn
lichaam en de beleving daarvan van wezenlijk belang voor de ontwikkeling.

De pasgeborene beschikt over alle menselijke zintuigen, waarmee hij op een eigen manier kan
reageren op prikkels vanuit de buitenwereld:
 Horen: Baby reageert eerste 6 maanden vooral op prikkels met zijn gehoor. Baby’s hebben direct
na geboorte een zuiver gehoor waarmee ze alle klanken kunnen onderscheiden, ook gelijk die
van de moeder, doordat de baby in laatste maanden voor geboorte de stem van moeder heeft
leren kennen. Gaat dit niet goed, dan kan het kind ernstige leerstoornissen krijgen, bijv. bij
ontwikkeling van taal.
 Ruiken: Eerste zintuig dat van belang is voor de baby. Vanaf geboorte reageert baby op geur van
moederborst, zo kan hij zich oriënteren op het voedsel.
 Zien: Eerst sturen de hoorprikkels via de hersenen de oogspieren. Visuele prikkels doen dat niet.
Ogen van baby’s draaien bij geluid naar auditieve prikkels. Vanaf 2 weken kan een baby
verschillende gezichten onderscheiden door middel van de vorm: cirkel met 2 stippen. Na 4
maanden kan baby onderscheid maken tussen mensen en voorwerpen. Baby ziet bij geboorte
eerst alles zwart-wit. Vorming van kegeltjes op het netvlies vindt pas plaats na de geboorte.
Vanaf 4 maanden is baby in staat tot het maken van grijpbewegingen als ze een bewegend
voorwerp waarnemen – anticiperend grijpen. Na 6 maanden is zien belangrijker dan het horen.
Gaat dit niet goed, dan kan het kind ernstige leerstoornissen krijgen.
 Voelen en proeven: Baby is gevoelig voor aanrakingen door zenuwuiteinden in het hele lichaam,
meisjes meestal gevoeliger dan jongens (meisjeshuid is eerder ‘gerijpt). Baby’s zijn goed in staat
zoet en zout te onderscheiden. Vaak voorkeur voor zoet. Mond is belangrijk als tastorgaan,
vooral lippen en tong. Zo leert de baby eigenschappen van materialen en vormen kennen. Gaat
dit niet goed, dan kan het kind passief worden. Zij missen dan de onderzoekingsdrang die nodig is
om kennis op te doen voor hun ontwikkeling.




4
$6.60
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
2310404E
4.0
(1)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
2310404E Hogeschool Viaa
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
23
Last sold
4 days ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions