WEEK 1
Functies belastingen:
- Budgettaire/financieringsfunctie: overheid heeft geld nodig voor onderwijs, uitkeringen,
wegen etc.
- Herverdelende functie: de markt zoals die is beïnvloeden, meer gelijkheid
- Instrumentele/regulerende functie: overheid gebruikt belasting als beleidsinstrument
(elektrisch minder belasting, stimuleren ondernemerschap, accijns)
Definitie belasting:
- Materieel: gedwongen financiële bijdragen van burgers/bedrijven aan de overheid, zonder
individuele tegenprestatie, ter financiering van collectieve uitgaven die geheven worden
volgens democratisch tot stand gekomen regels
- Formeel: belasting is elke heffing die door de wet zo wordt genoemd
Art. 104 GW: belasting enkel uit wet geheven.
2 manieren van belastingheffing (wie stelt de verschuldigde belasting vast):
1. Aanslagbelastingen (art. 11 AWR): inspecteur bepaalt hoeveel belasting moet worden
betaald. Dit bepaalt hij in een aanslag. Geldt voor alle aanslagen. De belastingplichtige kan
verplicht zijn om aangifte te doen. Dit is enkel informerend, zodat de inspecteur deze kan
vaststellen.
2. Aangiftebelasting (art 19 AWR): belastingplichtige zelf stelt vast wat de belasting is.
Te weinig belasting geheven:
- Aanslag (art 16 AWR): navorderen mogelijk indien er een nieuw feit is, kwader trouw
belastingplichtige, redelijkerwijs kenbare fout en binnen een termijn van 5 jaar (buitenland 12
jaar)
- Aangifte (art. 20 AWR): naheffing. Geen aanvullende eisen op termijn van 5 jaar na.
Rechtsbescherming door de belastingrechter. Hij moet de belastingwet uitleggen. Belastingrecht is
een vorm van bestuursrecht, dus Awb van toepassing. Bezwaar- en beroepstermijn 6:7 Awn van 6
weken. Specifieke bepalingen in art 22j AWR. Aanvangstijdstip bezwaartermijn wijkt af van 6:8
Awb. Bezwaar bij de inspecteur (alleen tegen aanslagen en voor bezwaar vatbare beschikkingen (art.
26 AWR). Beroep bij rechtbank (5 aangewezen rechtbanken) en hoger beroep bij het hof. Cassatie bij
de Raad.
Inkomstenbelasting heeft verschillende soorten regimes en tarieven.
Kernpunten:
- Van wie wordt geheven (1.1, 2.1a, 2.1b)
- Waarover wordt geheven (2.3, 2.4)
- Hoeveel wordt geheven (2.10, 2.12, 2.13)
- In welke volgorde wordt geheven (2.14)
- Op welke wijze wordt geheven
Boxen-systeem (2.7):
1. hoofdstuk 3, 4 en 5 belastbaar inkomen bepalen
2. tarieven van 2.10, 2.12 en 2.13 toepassen
3. belasting bij elkaar optellen
, Elke box heeft eigen regels voor bepalen van het inkomen en evt. aftrekposten. Box 1 en 2 zijn
progressief, box 3 is proportioneel
Persoonsgebonden aftrek (alimentatie) komt in mindering op het inkomen. Heffingskorting komt in
mindering op de te betalen belasting.
1. Inkomsten en belasting per box uitrekenen (2.3 en 2.4)
2. Berekenbare belasting van de boxen optellen (2.7)
3. Op totaalbedrag heffingskortingen in aftrek brengen (2.7)
4. Eventuele voorheffingen in aftrek brengen (15 AWR en 9.2)
Onderneming:
- Duurzaam
- Organisatie van kapitaal en arbeid
- Mbv door deelname aan het economisch verkeer
- Wordt beoogd winst te halen
Categorie B (anderen die genieten uit de winst van een onderneming) in art. 3.3. Dat zijn
medegerechtigden tot het vermogen van een onderneming. Niet zijnde ondernemers/aandeelhouders.
Kenmerkend onderscheid tov ondernemers is dat zij niet rechtstreeks verbonden zijn.
Faciliteiten voor ondernemers gelden niet voor medegerechtigden. Voor sommige faciliteiten moet de
ondernemer voldoen aan het urencriterium (3.6). Medegerechtigden mogen niet meer verliezen dan
wat ze in de onderneming hebben gestopt (3.9).
Winst staat in 3.8. Alles wat je uit je onderneming krijgt.
Vermogensetikkering: van ieder vermogen vaststellen of het privé is of vanuit de onderneming.
Keuzevermogen: vermogen voor zowel privé als onderneming gebruiken. Aan het einde van het jaar
kiezen voor welke van de 2 je het gaat gebruiken.
Inbreuken op totaalwinstbegrip:
- Geen kosten volgens 3.8, maar wel aftrekbaar zijn (ondernemersaftrek)
- Wel winst volgens 3.8, maar vrijgesteld (MKB-winstvrijstelling)
- Wel kosten volgens 3.8, maar geen aftrek (bepaalde algemene kosten)
3.25 jaarwinst: goed koopmansgebruik, niet steeds van regime wisselen.
Beginselen van goed koopmansgebruik:
- Realiteitszin
- Voorzichtigheid
- Eenvoud
Wanneer mag een voorziening worden gevormd:
- Toekomstige uitgven kunne worden toegerekend aan de bedrijfsuitoefening in het jaar van
toevoeging aan de voorziening
- Er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat de uitgaven zich zullen voordoen
Verliesverrekening:
Verlies = verrekenen met positief box 1 inkomen uit andere jaren (3.150)
WEEK 2
Functies belastingen:
- Budgettaire/financieringsfunctie: overheid heeft geld nodig voor onderwijs, uitkeringen,
wegen etc.
- Herverdelende functie: de markt zoals die is beïnvloeden, meer gelijkheid
- Instrumentele/regulerende functie: overheid gebruikt belasting als beleidsinstrument
(elektrisch minder belasting, stimuleren ondernemerschap, accijns)
Definitie belasting:
- Materieel: gedwongen financiële bijdragen van burgers/bedrijven aan de overheid, zonder
individuele tegenprestatie, ter financiering van collectieve uitgaven die geheven worden
volgens democratisch tot stand gekomen regels
- Formeel: belasting is elke heffing die door de wet zo wordt genoemd
Art. 104 GW: belasting enkel uit wet geheven.
2 manieren van belastingheffing (wie stelt de verschuldigde belasting vast):
1. Aanslagbelastingen (art. 11 AWR): inspecteur bepaalt hoeveel belasting moet worden
betaald. Dit bepaalt hij in een aanslag. Geldt voor alle aanslagen. De belastingplichtige kan
verplicht zijn om aangifte te doen. Dit is enkel informerend, zodat de inspecteur deze kan
vaststellen.
2. Aangiftebelasting (art 19 AWR): belastingplichtige zelf stelt vast wat de belasting is.
Te weinig belasting geheven:
- Aanslag (art 16 AWR): navorderen mogelijk indien er een nieuw feit is, kwader trouw
belastingplichtige, redelijkerwijs kenbare fout en binnen een termijn van 5 jaar (buitenland 12
jaar)
- Aangifte (art. 20 AWR): naheffing. Geen aanvullende eisen op termijn van 5 jaar na.
Rechtsbescherming door de belastingrechter. Hij moet de belastingwet uitleggen. Belastingrecht is
een vorm van bestuursrecht, dus Awb van toepassing. Bezwaar- en beroepstermijn 6:7 Awn van 6
weken. Specifieke bepalingen in art 22j AWR. Aanvangstijdstip bezwaartermijn wijkt af van 6:8
Awb. Bezwaar bij de inspecteur (alleen tegen aanslagen en voor bezwaar vatbare beschikkingen (art.
26 AWR). Beroep bij rechtbank (5 aangewezen rechtbanken) en hoger beroep bij het hof. Cassatie bij
de Raad.
Inkomstenbelasting heeft verschillende soorten regimes en tarieven.
Kernpunten:
- Van wie wordt geheven (1.1, 2.1a, 2.1b)
- Waarover wordt geheven (2.3, 2.4)
- Hoeveel wordt geheven (2.10, 2.12, 2.13)
- In welke volgorde wordt geheven (2.14)
- Op welke wijze wordt geheven
Boxen-systeem (2.7):
1. hoofdstuk 3, 4 en 5 belastbaar inkomen bepalen
2. tarieven van 2.10, 2.12 en 2.13 toepassen
3. belasting bij elkaar optellen
, Elke box heeft eigen regels voor bepalen van het inkomen en evt. aftrekposten. Box 1 en 2 zijn
progressief, box 3 is proportioneel
Persoonsgebonden aftrek (alimentatie) komt in mindering op het inkomen. Heffingskorting komt in
mindering op de te betalen belasting.
1. Inkomsten en belasting per box uitrekenen (2.3 en 2.4)
2. Berekenbare belasting van de boxen optellen (2.7)
3. Op totaalbedrag heffingskortingen in aftrek brengen (2.7)
4. Eventuele voorheffingen in aftrek brengen (15 AWR en 9.2)
Onderneming:
- Duurzaam
- Organisatie van kapitaal en arbeid
- Mbv door deelname aan het economisch verkeer
- Wordt beoogd winst te halen
Categorie B (anderen die genieten uit de winst van een onderneming) in art. 3.3. Dat zijn
medegerechtigden tot het vermogen van een onderneming. Niet zijnde ondernemers/aandeelhouders.
Kenmerkend onderscheid tov ondernemers is dat zij niet rechtstreeks verbonden zijn.
Faciliteiten voor ondernemers gelden niet voor medegerechtigden. Voor sommige faciliteiten moet de
ondernemer voldoen aan het urencriterium (3.6). Medegerechtigden mogen niet meer verliezen dan
wat ze in de onderneming hebben gestopt (3.9).
Winst staat in 3.8. Alles wat je uit je onderneming krijgt.
Vermogensetikkering: van ieder vermogen vaststellen of het privé is of vanuit de onderneming.
Keuzevermogen: vermogen voor zowel privé als onderneming gebruiken. Aan het einde van het jaar
kiezen voor welke van de 2 je het gaat gebruiken.
Inbreuken op totaalwinstbegrip:
- Geen kosten volgens 3.8, maar wel aftrekbaar zijn (ondernemersaftrek)
- Wel winst volgens 3.8, maar vrijgesteld (MKB-winstvrijstelling)
- Wel kosten volgens 3.8, maar geen aftrek (bepaalde algemene kosten)
3.25 jaarwinst: goed koopmansgebruik, niet steeds van regime wisselen.
Beginselen van goed koopmansgebruik:
- Realiteitszin
- Voorzichtigheid
- Eenvoud
Wanneer mag een voorziening worden gevormd:
- Toekomstige uitgven kunne worden toegerekend aan de bedrijfsuitoefening in het jaar van
toevoeging aan de voorziening
- Er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat de uitgaven zich zullen voordoen
Verliesverrekening:
Verlies = verrekenen met positief box 1 inkomen uit andere jaren (3.150)
WEEK 2