WEEK 1
Met empirische bril (sociologie/psychologie) naar het recht kijken. Het gaat om de wisselwerking
tussen het recht en de maatschappij. ‘T-shaped lawyers’: juridische + andere disciplines.
Dimensies Juridisch Empirisch
Onderzoeksdoelen Praktisch en normatief Beschrijvend/verklarend en
objectief
Perspectief Intern Extern
Methode Geesteswetenschappelijk Sociaalwetenschappelijk
Kennisclaims Gebonden aan autoriteit, tijd en Persoonsonafhankelijk en
plaats universeel
Benaderingen binnen de empirische bestudering:
- Recht als instrument: om gedrag te beïnvloeden/maatschappij te veranderen.
- Rechtspluralisme: kritiek op instrument. Er zijn andere sociale normen die van invloed zijn
op hoe wij ons gedragen. Hoe verschillende normsystemen zich tot elkaar verhouden.
- Recht en samenleving: samenleving en verschillende dynamieken staan centraal. Hiervan is
recht maar een klein onderdeel. Hoe sociale krachten recht produceren en hoe die sociale
krachten doorwerken in het bestaande recht. Sociale krachten kunnen sociale ongelijkheid of
sociale cohesie zijn.
3 gebruikte empirische onderzoeksmethoden
1. Experiment
- Laboratorium
- Veld
- Quasi
2. Enquête
- Cross-sectioneel
- Tijdreeks
3. Veldonderzoek (observeren, documentanalyse, interview)
- Enkelvoudig
- Vergelijkend
Kwaliteitscriteria:
- Robuustheid: causaliteit
- Generaliseerbaarheid: representativiteit
- Validiteit: meten wat je wil weten
- Objectiviteit: replicatiestandaard
Causaliteit = de mate waarin iets eenduidig objectief als oorzaak kan worden aangeduid.
1. Er is sprake van een significante samenhang tussen de onafhankelijke variabele (oorzaak) en
de afhankelijke variabele (gevolg)
2. De onafhankelijke variabele gaat in de tijd vooraf aan de afhankelijke variabele
3. Er zijn geen andere variabelen die de samenhang tussen de onafhankelijke en afhankelijke
variabele bepalen
, Experimenten zijn het meest geschikt om causale uitspraken te doen.
Er is geen gouden standaard, je kan mixed methods gebruiken. Het kiezen van een
onderzoeksmethode betekent afwegen van verschillende kwaliteitscriteria. De meest geschikte
methode hangt af van:
- Het onderzoeksdoel
- Praktische overwegingen
- Voorkeuren en capaciteiten van onderzoekers
WEEK 2
Schaduwwerking van recht = ook bij buitengerechtelijke geschilbeslechting speelt recht een rol,
aangezien iemand die sterk in het recht staat, meer te zeggen heeft. Indien er toch naar de rechtbank
gegaan wordt, zal deze partij toch winnen.
Wat verklaart de verschillen in het ontstaan van juridische problemen (niet voor iedereen even veel):
- Participatietheorie: mate en vorm van maatschappelijke participatie
- Kwetsbaarheidstheorie: sociaaleconomische positie en sociaal kapitaal
In NL: niet als je meer participeert, je meer problemen hebt. Maar dat de vorm van participatie is op
het type van problemen. Betreffende de kwetsbaarheid zijn er 2 groepen die kwetsbaar zijn: 1)
uitkeringsgerechtigde 2) mensen met een zwakke gezondheid
Keuzes indien er een juridisch probleem is
- Kosten/batenanalyse, maar met beperkte rationaliteit. Beperkingen liggen op 2 vlakken
1. Visies/ervaringen met recht beïnvloeden de keuze (rechtsbewustzijn). 3 typen
rechtzoekenden (1 persoon kan in verschillende situaties een verschillend type
aannemen) type:
- Rechtvaardigheidszoeker: burgers die veel respect hebben voor het recht en
institutiets. Hoge verwachtingen van het recht. Niet in discussie stellen.
Gebruikelijke routes gebruiken.
- Rechtszoeker: recht is strategisch instrument voor persoonlijke
maatschappelijke positie. Hij/zij die beschikt over de juiste middelen voor
zijn eigen belang, zal winnen
- Ontgoochelde: herkennen zich niet in het recht, distantiëren zich. Hebben
niet het vermogen om het spel van het recht te spelen. Het weerstand bieden
tegen het recht, is hier gerechtvaardigd
2. Mentale vermogens (rechtspsychologisch)
- Denkvermogen: mate waarin mensen in staat zijn om de juiste info te
verzamelen, te wegen en na te denken over welke acties ze kunnen/moeten
nemen
- Doenvermogen: het daadwerkelijk nemen van de stap. De mate waarin
mensen in staat zijn om actie te ondernemen en met tegenslag om te gaan.
Mensen met risico-aversie durven niet de juiste keuze te maken, omdat ze in
een vertrouwde omgeving willen blijven
- Toegang tot het recht
- Essentially contested concept: verschillende visies over wat toegang tot het recht
inhoudt. Beperkt betekent toegang tot het rechtssysteem. Breder is toegang tot een
Met empirische bril (sociologie/psychologie) naar het recht kijken. Het gaat om de wisselwerking
tussen het recht en de maatschappij. ‘T-shaped lawyers’: juridische + andere disciplines.
Dimensies Juridisch Empirisch
Onderzoeksdoelen Praktisch en normatief Beschrijvend/verklarend en
objectief
Perspectief Intern Extern
Methode Geesteswetenschappelijk Sociaalwetenschappelijk
Kennisclaims Gebonden aan autoriteit, tijd en Persoonsonafhankelijk en
plaats universeel
Benaderingen binnen de empirische bestudering:
- Recht als instrument: om gedrag te beïnvloeden/maatschappij te veranderen.
- Rechtspluralisme: kritiek op instrument. Er zijn andere sociale normen die van invloed zijn
op hoe wij ons gedragen. Hoe verschillende normsystemen zich tot elkaar verhouden.
- Recht en samenleving: samenleving en verschillende dynamieken staan centraal. Hiervan is
recht maar een klein onderdeel. Hoe sociale krachten recht produceren en hoe die sociale
krachten doorwerken in het bestaande recht. Sociale krachten kunnen sociale ongelijkheid of
sociale cohesie zijn.
3 gebruikte empirische onderzoeksmethoden
1. Experiment
- Laboratorium
- Veld
- Quasi
2. Enquête
- Cross-sectioneel
- Tijdreeks
3. Veldonderzoek (observeren, documentanalyse, interview)
- Enkelvoudig
- Vergelijkend
Kwaliteitscriteria:
- Robuustheid: causaliteit
- Generaliseerbaarheid: representativiteit
- Validiteit: meten wat je wil weten
- Objectiviteit: replicatiestandaard
Causaliteit = de mate waarin iets eenduidig objectief als oorzaak kan worden aangeduid.
1. Er is sprake van een significante samenhang tussen de onafhankelijke variabele (oorzaak) en
de afhankelijke variabele (gevolg)
2. De onafhankelijke variabele gaat in de tijd vooraf aan de afhankelijke variabele
3. Er zijn geen andere variabelen die de samenhang tussen de onafhankelijke en afhankelijke
variabele bepalen
, Experimenten zijn het meest geschikt om causale uitspraken te doen.
Er is geen gouden standaard, je kan mixed methods gebruiken. Het kiezen van een
onderzoeksmethode betekent afwegen van verschillende kwaliteitscriteria. De meest geschikte
methode hangt af van:
- Het onderzoeksdoel
- Praktische overwegingen
- Voorkeuren en capaciteiten van onderzoekers
WEEK 2
Schaduwwerking van recht = ook bij buitengerechtelijke geschilbeslechting speelt recht een rol,
aangezien iemand die sterk in het recht staat, meer te zeggen heeft. Indien er toch naar de rechtbank
gegaan wordt, zal deze partij toch winnen.
Wat verklaart de verschillen in het ontstaan van juridische problemen (niet voor iedereen even veel):
- Participatietheorie: mate en vorm van maatschappelijke participatie
- Kwetsbaarheidstheorie: sociaaleconomische positie en sociaal kapitaal
In NL: niet als je meer participeert, je meer problemen hebt. Maar dat de vorm van participatie is op
het type van problemen. Betreffende de kwetsbaarheid zijn er 2 groepen die kwetsbaar zijn: 1)
uitkeringsgerechtigde 2) mensen met een zwakke gezondheid
Keuzes indien er een juridisch probleem is
- Kosten/batenanalyse, maar met beperkte rationaliteit. Beperkingen liggen op 2 vlakken
1. Visies/ervaringen met recht beïnvloeden de keuze (rechtsbewustzijn). 3 typen
rechtzoekenden (1 persoon kan in verschillende situaties een verschillend type
aannemen) type:
- Rechtvaardigheidszoeker: burgers die veel respect hebben voor het recht en
institutiets. Hoge verwachtingen van het recht. Niet in discussie stellen.
Gebruikelijke routes gebruiken.
- Rechtszoeker: recht is strategisch instrument voor persoonlijke
maatschappelijke positie. Hij/zij die beschikt over de juiste middelen voor
zijn eigen belang, zal winnen
- Ontgoochelde: herkennen zich niet in het recht, distantiëren zich. Hebben
niet het vermogen om het spel van het recht te spelen. Het weerstand bieden
tegen het recht, is hier gerechtvaardigd
2. Mentale vermogens (rechtspsychologisch)
- Denkvermogen: mate waarin mensen in staat zijn om de juiste info te
verzamelen, te wegen en na te denken over welke acties ze kunnen/moeten
nemen
- Doenvermogen: het daadwerkelijk nemen van de stap. De mate waarin
mensen in staat zijn om actie te ondernemen en met tegenslag om te gaan.
Mensen met risico-aversie durven niet de juiste keuze te maken, omdat ze in
een vertrouwde omgeving willen blijven
- Toegang tot het recht
- Essentially contested concept: verschillende visies over wat toegang tot het recht
inhoudt. Beperkt betekent toegang tot het rechtssysteem. Breder is toegang tot een