Wonen conceptueel Hoorcolleges
Week 1 inleiding
Leerdoelen
- Je kunt aangeven waarom het relevant is om als veiligheidskundige kennis te hebben
over het thema wonen en kunt hier eigen voorbeelden bij geven
- Je kunt uitleggen wat steden zijn en bent bekend met de opkomst van de
stadssociologie
- Je kunt de complexiteit van hedendaagse steden duiden en deze kennis koppelen aan
de actualiteit
- Nog 1
De ontwikkeling van steden
1. Agrarische revolutie = Genoeg landbouwmogelijkheden om stad te voorzien van
eten overschot op het land om de stad te voorzien. = productiesurplus
3 functies
1. Economisch
2. Politiek-militair
3. Religieus
Erg veel gebouw van hout, grote branden Hierdoor stedelijke verordeningen, zorgen ook
voor veiligheid.
Industriële revolutie = Opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering.
- Migratie, vooral om te werken dichtbij de stad. Push = misoogsten. Pull =
werkgelegenheid.
- Steden willen gaan groeien
- Woningwet = creëerde balans van de normale toestand, mensen kregen een
minimumvoorziening, niet langer onder water staande huize die stonken.
Suburbanisatie = Mensen verhuizen van de stad naar omliggende gebieden, zoals dorpen.
, Herwaardering = De stad werd nieuwer gemaakt. Oude wijken werden geherwaardeerd,
omdat ze weer mooi werden gevonden.
- Kregen subsidies om hun huis op te knappen.
- Verschillende Pull-factoren, zoals: Werk, Studeren, Sfeer, Faciliteiten
- Verschillende Push-factoren van het dorp: Geen scholen
Nieuwe woningwet
- Het geld voor de woningen gingen niet naar de woningen maar naar de eigenaren
zelf
- Aanpak tegen scheef wonen = mensen die langer in een sociale woning zitten mogen
hier niet te lang wonen, hun inkomen wordt te groot.
Wat zijn steden? =
1. Menselijke nederzettingen
2. Duurzaamheid Langdurige kenmerken
3. Bepaalde Grootte en uitgestrektheid
4. Bepaalde compactheid, veel mensen wonen op elkaar
5. Heterogeen Veel verschillende soorten mensen in de stad
6. Complex De steden werken lastig
7. Multifunctioneel Terrasjes, Universiteit, oftewel meerdere functies van de stad
8. Stedelijkheid Vorm van samenleven en mentaliteit
Complexiteit van de stad
Lokale gemeenschappen en subculturen
Integratiemachine erg veel verschillende mensen uit verschillende gebieden
Publieke ruimte Parken
Sociale bewegingen: Homobeweging, krakers
Vragen bij de documentair
1. Welke vragen roept het op
2. Welke thema’s raken aan veiligheid en wonen
3. Kun je de theorie van voor de pauze koppelen aan de casus sterrenwijk, zo ja hoe?
B 3 Werkcollege conceptueel
Fysieke dreigingen in de woonomgeving
Week 1 inleiding
Leerdoelen
- Je kunt aangeven waarom het relevant is om als veiligheidskundige kennis te hebben
over het thema wonen en kunt hier eigen voorbeelden bij geven
- Je kunt uitleggen wat steden zijn en bent bekend met de opkomst van de
stadssociologie
- Je kunt de complexiteit van hedendaagse steden duiden en deze kennis koppelen aan
de actualiteit
- Nog 1
De ontwikkeling van steden
1. Agrarische revolutie = Genoeg landbouwmogelijkheden om stad te voorzien van
eten overschot op het land om de stad te voorzien. = productiesurplus
3 functies
1. Economisch
2. Politiek-militair
3. Religieus
Erg veel gebouw van hout, grote branden Hierdoor stedelijke verordeningen, zorgen ook
voor veiligheid.
Industriële revolutie = Opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering.
- Migratie, vooral om te werken dichtbij de stad. Push = misoogsten. Pull =
werkgelegenheid.
- Steden willen gaan groeien
- Woningwet = creëerde balans van de normale toestand, mensen kregen een
minimumvoorziening, niet langer onder water staande huize die stonken.
Suburbanisatie = Mensen verhuizen van de stad naar omliggende gebieden, zoals dorpen.
, Herwaardering = De stad werd nieuwer gemaakt. Oude wijken werden geherwaardeerd,
omdat ze weer mooi werden gevonden.
- Kregen subsidies om hun huis op te knappen.
- Verschillende Pull-factoren, zoals: Werk, Studeren, Sfeer, Faciliteiten
- Verschillende Push-factoren van het dorp: Geen scholen
Nieuwe woningwet
- Het geld voor de woningen gingen niet naar de woningen maar naar de eigenaren
zelf
- Aanpak tegen scheef wonen = mensen die langer in een sociale woning zitten mogen
hier niet te lang wonen, hun inkomen wordt te groot.
Wat zijn steden? =
1. Menselijke nederzettingen
2. Duurzaamheid Langdurige kenmerken
3. Bepaalde Grootte en uitgestrektheid
4. Bepaalde compactheid, veel mensen wonen op elkaar
5. Heterogeen Veel verschillende soorten mensen in de stad
6. Complex De steden werken lastig
7. Multifunctioneel Terrasjes, Universiteit, oftewel meerdere functies van de stad
8. Stedelijkheid Vorm van samenleven en mentaliteit
Complexiteit van de stad
Lokale gemeenschappen en subculturen
Integratiemachine erg veel verschillende mensen uit verschillende gebieden
Publieke ruimte Parken
Sociale bewegingen: Homobeweging, krakers
Vragen bij de documentair
1. Welke vragen roept het op
2. Welke thema’s raken aan veiligheid en wonen
3. Kun je de theorie van voor de pauze koppelen aan de casus sterrenwijk, zo ja hoe?
B 3 Werkcollege conceptueel
Fysieke dreigingen in de woonomgeving