Kritische houding tegenover cognitieve gedragstherapie bij 65-plussers terecht?
Iedereen ervaart angst. Of dit nu is voor de spin in de badkamer, of voor een rondje lopen
buiten, dat is per persoon verschillend. Angst is namelijk een subjectieve ervaring en heeft te
maken met jouw persoonlijke ervaringen. Wat wel voor iedereen overeenkomt, is dat een
beangstigende situatie gepaard gaat met een gevoel van verlies van controle en het ervaren
van dreiging (Trimbos Instituut, 2014).
In sommige extreme gevallen is iemands angst zo heftig, dat het het dagelijks functioneren
negatief beïnvloedt. In dat geval spreken we van een angststoornis en zonder een juiste
behandeling gaat deze niet zo snel weg (Trimbos Instituut, 2014). Voor de 18-64-jarige
Nederlanders is dit geen punt; er wordt voortdurend onderzoek gedaan naar specifieke
behandelingen voor hen. Voor de 65-plussers daarentegen wordt het een probleem. Alleen
het effect van cognitieve gedragstherapie (CGT) op de gegeneraliseerde angststoornis
(GAS) wordt enigszins wetenschappelijk onderbouwd. Er zijn enkelen die twijfelen aan de
nuttigheid van deze behandeling, maar ook hier ontbreekt onderbouwing. (Hendriks en
collega’s, 2021). Dus heeft het zin om cliënten boven de 65 te behandelen met cognitieve
gedragstherapie?
Het is een ingewikkelde kwestie, omdat er heel weinig studies zijn gedaan naar specifiek
deze doelgroep. Wegens het beeld van velen dat er te weinig evidentie is voor de effectiviteit
van CGT bij ouderen zijn veel CGT-therapeuten nog sceptisch (Hendriks en collega’s, 2021).
In werkelijkheid zijn er veel nuttige resultaten gevonden.
Er zijn per stoornis specifieke CGT-protocollen ontworpen die makkelijk toepasbaar zijn bij
ouderen (Oude Voshaar, 2013). Toch wijzen verschillende studies erop dat de effectiviteit
van deze protocollen lager ligt bij deze doelgroep dan bij 18-64-jarigen. Zo blijkt uit een
onderzoek naar GAS dat de effectiviteit respectievelijk 0,55 en 0,94 was bij de eerder
genoemde bevolkingsgroepen. (Kishita en Laidlaw, 2017). Hier is echter geen rekening
gehouden met de standaarddeviatie, wat de effectgrootte kan beïnvloeden (Hendriks en
collega’s, 2021).
Anderzijds geven meerdere studies ook een positief beeld weer. Het blijkt dat 70% van de
groep 65-plussers met GAS na een gerichte behandeling (voornamelijk CGT) hersteld is,
wat in vergelijking met 60% van de 18-65-jarigen kan betekenen dat CGT juist werkzaam is
bij ouderen. Van beide leeftijdscategorieën had 90% van de deelnemers een positieve
ervaring met CGT. Verschillende onderzoeken hebben een soortgelijk resultaat ondervonden
(Hendriks en collega’s, 2021).
Dan zijn er nog aandachtspunten die de effectiviteit van CGT bij ouderen kunnen verklaren.
Naarmate je ouder wordt, zal je minder goed executief functioneren. Dit betekent dat je op
lange termijn minder goed doelgericht gedrag kan uitvoeren en je adaptief vermogen wordt
gering. Hierdoor wordt het lastiger om de kennis die bij CGT wordt opgedaan te gebruiken in
het dagelijks leven, wat de effectiviteit aantast. Dit verband tussen het executief functioneren
en de effectiviteit van CGT is wetenschappelijk bewezen (Mohlman, 2013). Verder is het
belangrijk te realiseren dat sommige digitale ondersteuning van de CGT niet bij iedereen
Iedereen ervaart angst. Of dit nu is voor de spin in de badkamer, of voor een rondje lopen
buiten, dat is per persoon verschillend. Angst is namelijk een subjectieve ervaring en heeft te
maken met jouw persoonlijke ervaringen. Wat wel voor iedereen overeenkomt, is dat een
beangstigende situatie gepaard gaat met een gevoel van verlies van controle en het ervaren
van dreiging (Trimbos Instituut, 2014).
In sommige extreme gevallen is iemands angst zo heftig, dat het het dagelijks functioneren
negatief beïnvloedt. In dat geval spreken we van een angststoornis en zonder een juiste
behandeling gaat deze niet zo snel weg (Trimbos Instituut, 2014). Voor de 18-64-jarige
Nederlanders is dit geen punt; er wordt voortdurend onderzoek gedaan naar specifieke
behandelingen voor hen. Voor de 65-plussers daarentegen wordt het een probleem. Alleen
het effect van cognitieve gedragstherapie (CGT) op de gegeneraliseerde angststoornis
(GAS) wordt enigszins wetenschappelijk onderbouwd. Er zijn enkelen die twijfelen aan de
nuttigheid van deze behandeling, maar ook hier ontbreekt onderbouwing. (Hendriks en
collega’s, 2021). Dus heeft het zin om cliënten boven de 65 te behandelen met cognitieve
gedragstherapie?
Het is een ingewikkelde kwestie, omdat er heel weinig studies zijn gedaan naar specifiek
deze doelgroep. Wegens het beeld van velen dat er te weinig evidentie is voor de effectiviteit
van CGT bij ouderen zijn veel CGT-therapeuten nog sceptisch (Hendriks en collega’s, 2021).
In werkelijkheid zijn er veel nuttige resultaten gevonden.
Er zijn per stoornis specifieke CGT-protocollen ontworpen die makkelijk toepasbaar zijn bij
ouderen (Oude Voshaar, 2013). Toch wijzen verschillende studies erop dat de effectiviteit
van deze protocollen lager ligt bij deze doelgroep dan bij 18-64-jarigen. Zo blijkt uit een
onderzoek naar GAS dat de effectiviteit respectievelijk 0,55 en 0,94 was bij de eerder
genoemde bevolkingsgroepen. (Kishita en Laidlaw, 2017). Hier is echter geen rekening
gehouden met de standaarddeviatie, wat de effectgrootte kan beïnvloeden (Hendriks en
collega’s, 2021).
Anderzijds geven meerdere studies ook een positief beeld weer. Het blijkt dat 70% van de
groep 65-plussers met GAS na een gerichte behandeling (voornamelijk CGT) hersteld is,
wat in vergelijking met 60% van de 18-65-jarigen kan betekenen dat CGT juist werkzaam is
bij ouderen. Van beide leeftijdscategorieën had 90% van de deelnemers een positieve
ervaring met CGT. Verschillende onderzoeken hebben een soortgelijk resultaat ondervonden
(Hendriks en collega’s, 2021).
Dan zijn er nog aandachtspunten die de effectiviteit van CGT bij ouderen kunnen verklaren.
Naarmate je ouder wordt, zal je minder goed executief functioneren. Dit betekent dat je op
lange termijn minder goed doelgericht gedrag kan uitvoeren en je adaptief vermogen wordt
gering. Hierdoor wordt het lastiger om de kennis die bij CGT wordt opgedaan te gebruiken in
het dagelijks leven, wat de effectiviteit aantast. Dit verband tussen het executief functioneren
en de effectiviteit van CGT is wetenschappelijk bewezen (Mohlman, 2013). Verder is het
belangrijk te realiseren dat sommige digitale ondersteuning van de CGT niet bij iedereen