Thema 3 - Beëindigen van de
arbeidsovereenkomst
Samenvatting
Inhoudsopgave
1. Ontslagsysteem en ontslag op staande voet................................................2
1.1. Wijze van beëindigen arbeidsovereenkomst............................................................2
1.2. Ontslagrecht............................................................................................................ 2
1.3. Opzegging door een van de partijen........................................................................3
1.4. Opzegging door werkgever......................................................................................3
1.5. Ontslag op tegenspraak........................................................................................... 3
1.6. Opzeggen wegens een dringende reden (ontslag op staande voet)........................3
1.6.1. Onverwijld......................................................................................................... 4
1.6.2. Onverwijld mededelen.......................................................................................5
1.6.3. Dringende reden...............................................................................................5
1.6.4. Objectief dringend............................................................................................. 6
1.6.5. Subjectief dringend........................................................................................... 6
1.6.6. Opzeggen wegens een dringende reden...........................................................7
1.6.7. Geen rechtsgeldige opzegging wegens dringende reden..................................8
1.7. Opzeggen wegens dringende reden (werknemer)...................................................8
2. Overige ontslagredenen.............................................................................8
2.1. Wijzen van beëindiging arbeidsovereenkomst (werkgever).....................................8
2.1.1. Van rechtswege................................................................................................. 8
2.1.2. Opzegging......................................................................................................... 9
2.1.3. Systeem van het ontslagrecht (kantonrechter en wederzijds goedvinden).......9
2.2. Ontslag op tegenspraak........................................................................................... 9
2.2.1. Redelijke gronden.............................................................................................. 9
2.2.2. Sub a – bedrijfseconomisch/reorganisatie.........................................................9
2.2.3. Sub b – zieke werknemer (na 104 weken).......................................................10
2.3. Ontbinding vragen................................................................................................. 10
2.4. Verschillende ontslaggronden................................................................................10
2.5. De ontslaggronden................................................................................................ 11
2.5.1. Wat moet er dan allemaal worden aangetoond bij disfunctioneren?...............11
2.5.2. Waar gaat het mis in de praktijk?....................................................................11
2.5.3. Verwijtbaar handelen.......................................................................................11
Nog 1x.......................................................................................................................... 12
2.6. Verstoorde arbeidsrelatie.......................................................................................12
2.7. Nieuwe cumulatiegrond......................................................................................... 13
2.8. Bijzondere situaties................................................................................................ 13
2.9. De procedure en daarna........................................................................................13
2.9.1. De vergoedingen............................................................................................. 13
3. Ontslag van de zieke werknemer...............................................................14
, 3.1. Opzegverbod tijdens ziekte....................................................................................14
3.2. Ontslaggrond B...................................................................................................... 15
3.2.1. Hoe zit het dus met opzegverbod?..................................................................15
3.2.2. Casus............................................................................................................... 15
3.3. Beoordeling ontslagaanvraag................................................................................16
3.4. Slapend dienstverband.......................................................................................... 16
3.5. Zieke werknemer & ontslaggronden C en E...........................................................17
3.5.1. Ontslaggrond C en E........................................................................................ 17
3.5.2. Hoe zit het met opzegverbod?.........................................................................17
3.5.3. Ontslaggrond C................................................................................................ 18
3.5.4. Beoordeling ontbindingsverzoek.....................................................................18
3.5.5. Ontslaggrond E................................................................................................ 18
3.5.6. Beoordeling ontbindingsverzoek.....................................................................19
3.6. Ziek uit dienst........................................................................................................ 20
4. Ontslag van de oude werknemer...............................................................21
4.1. AOW-gerechtigden................................................................................................. 21
4.2. Voorbeeld 1............................................................................................................ 21
4.3. Voorbeeld 2............................................................................................................ 22
4.4. Pensioensopzegging..............................................................................................22
4.5. Dus wat de doen? Pensioensbeding of pensioensontslag?.....................................22
5. Reorganisatie........................................................................................... 22
5.1. Stappenplan bij bedrijfseconomisch ontslag:.........................................................22
5.2. Specifieke criteria en uitzonderingen:....................................................................23
1. Ontslagsysteem en ontslag op staande voet
1.1. Wijze van beëindigen arbeidsovereenkomst
- Opzegging door een van de partijen
- Ontbinding door kantonrechter
- Beëindigingsovereenkomst
- Opzegging met instemming werknemer
- Van rechtswege
- Dood werknemer
1.2. Ontslagrecht
Beëindiging arbeidsovereenkomst
Zonder procedure:
- Tijdens proeftijd
- Van rechtswege
- Ontslag op staande voet
- Opzeggen met instemming
- Beëindigingsovereenkomst
Met procedure:
- UWV
- Kantonrechter
↘︎Redelijke grond?
Transitievergoeding?
2
, 1.3. Opzegging door een van de partijen
Artikel 7:667 BW
Onderscheid: de arbeidsovereenkomst voor
- Bepaalde tijd (zie artikel 7:667 lid 1 BW)
- Voor onbepaalde tijd (zie artikel 7:667 lid 6 BW)
Opzegging nodig!
1.4. Opzegging door werkgever
Artikel 7:669 lid 1 BW:
Opzeggen kan als WG daarvoor een “redelijke grond” heeft waarbij herplaatsing van de
werknemer (al dan niet met scholing) in een andere passende functie niet mogelijk is of
niet in rede ligt.
Let op:
• Artikel 7:669 geldt niet tijdens de proeftijd (lid 7 en 7:676)
• Er zijn opzegverboden (artikel 7:670 BW en uitzondering daarop artikel 7:670 a
BW)
Artikel 7:671 lid 1 BW
Uitgangspunt =
Werkgever kan niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van de WN
tenzij bijv.:
• Toestemming UWV (bijv. collectief ontslag)
• Tijdens proeftijd
• Ontslag op staande voet
1.5. Ontslag op tegenspraak
Instemming moet maar wordt niet gegeven of WG wil instemming niet vragen
Ontslag met procedure/ontslag op tegenspraak:
“preventieve toets”
- UWV: ontslaggronden 7:669 lid 3 sub a of b voor opzegging
- Kantonrechter: ontslaggronden 7:669 lid 3 sub c tot en met i voor ontbinding
1.6. Opzeggen wegens een dringende reden (ontslag op staande voet)
Artikel 7:677 lid 1 BW
Ieder der partijen is bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een
dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij.
Ook wel ontslag op staande voet (oosv).
De werknemer doet iets dat dusdanig onacceptabel is, dat de werkgever de werknemer
onmiddellijk ontslaat.
De gevolgen voor de werknemer zijn zeer ernstig:
o Hij heeft per direct geen loon meer.
o Hij is verwijtbaar werkloos en krijgt geen WW.
o Hij zal niet eenvoudig een nieuwe baan vinden daar zijn laatste referentie niet
positief zal zijn.
Daarom worden er strenge eisen gesteld aan een ontslag op staande voet.
Drie eisen:
1) Onverwijld
Onverwijld opzeggen betekent dat het ontslag vrijwel direct moet plaatsvinden
zodra de dringende reden duidelijk is.
3
arbeidsovereenkomst
Samenvatting
Inhoudsopgave
1. Ontslagsysteem en ontslag op staande voet................................................2
1.1. Wijze van beëindigen arbeidsovereenkomst............................................................2
1.2. Ontslagrecht............................................................................................................ 2
1.3. Opzegging door een van de partijen........................................................................3
1.4. Opzegging door werkgever......................................................................................3
1.5. Ontslag op tegenspraak........................................................................................... 3
1.6. Opzeggen wegens een dringende reden (ontslag op staande voet)........................3
1.6.1. Onverwijld......................................................................................................... 4
1.6.2. Onverwijld mededelen.......................................................................................5
1.6.3. Dringende reden...............................................................................................5
1.6.4. Objectief dringend............................................................................................. 6
1.6.5. Subjectief dringend........................................................................................... 6
1.6.6. Opzeggen wegens een dringende reden...........................................................7
1.6.7. Geen rechtsgeldige opzegging wegens dringende reden..................................8
1.7. Opzeggen wegens dringende reden (werknemer)...................................................8
2. Overige ontslagredenen.............................................................................8
2.1. Wijzen van beëindiging arbeidsovereenkomst (werkgever).....................................8
2.1.1. Van rechtswege................................................................................................. 8
2.1.2. Opzegging......................................................................................................... 9
2.1.3. Systeem van het ontslagrecht (kantonrechter en wederzijds goedvinden).......9
2.2. Ontslag op tegenspraak........................................................................................... 9
2.2.1. Redelijke gronden.............................................................................................. 9
2.2.2. Sub a – bedrijfseconomisch/reorganisatie.........................................................9
2.2.3. Sub b – zieke werknemer (na 104 weken).......................................................10
2.3. Ontbinding vragen................................................................................................. 10
2.4. Verschillende ontslaggronden................................................................................10
2.5. De ontslaggronden................................................................................................ 11
2.5.1. Wat moet er dan allemaal worden aangetoond bij disfunctioneren?...............11
2.5.2. Waar gaat het mis in de praktijk?....................................................................11
2.5.3. Verwijtbaar handelen.......................................................................................11
Nog 1x.......................................................................................................................... 12
2.6. Verstoorde arbeidsrelatie.......................................................................................12
2.7. Nieuwe cumulatiegrond......................................................................................... 13
2.8. Bijzondere situaties................................................................................................ 13
2.9. De procedure en daarna........................................................................................13
2.9.1. De vergoedingen............................................................................................. 13
3. Ontslag van de zieke werknemer...............................................................14
, 3.1. Opzegverbod tijdens ziekte....................................................................................14
3.2. Ontslaggrond B...................................................................................................... 15
3.2.1. Hoe zit het dus met opzegverbod?..................................................................15
3.2.2. Casus............................................................................................................... 15
3.3. Beoordeling ontslagaanvraag................................................................................16
3.4. Slapend dienstverband.......................................................................................... 16
3.5. Zieke werknemer & ontslaggronden C en E...........................................................17
3.5.1. Ontslaggrond C en E........................................................................................ 17
3.5.2. Hoe zit het met opzegverbod?.........................................................................17
3.5.3. Ontslaggrond C................................................................................................ 18
3.5.4. Beoordeling ontbindingsverzoek.....................................................................18
3.5.5. Ontslaggrond E................................................................................................ 18
3.5.6. Beoordeling ontbindingsverzoek.....................................................................19
3.6. Ziek uit dienst........................................................................................................ 20
4. Ontslag van de oude werknemer...............................................................21
4.1. AOW-gerechtigden................................................................................................. 21
4.2. Voorbeeld 1............................................................................................................ 21
4.3. Voorbeeld 2............................................................................................................ 22
4.4. Pensioensopzegging..............................................................................................22
4.5. Dus wat de doen? Pensioensbeding of pensioensontslag?.....................................22
5. Reorganisatie........................................................................................... 22
5.1. Stappenplan bij bedrijfseconomisch ontslag:.........................................................22
5.2. Specifieke criteria en uitzonderingen:....................................................................23
1. Ontslagsysteem en ontslag op staande voet
1.1. Wijze van beëindigen arbeidsovereenkomst
- Opzegging door een van de partijen
- Ontbinding door kantonrechter
- Beëindigingsovereenkomst
- Opzegging met instemming werknemer
- Van rechtswege
- Dood werknemer
1.2. Ontslagrecht
Beëindiging arbeidsovereenkomst
Zonder procedure:
- Tijdens proeftijd
- Van rechtswege
- Ontslag op staande voet
- Opzeggen met instemming
- Beëindigingsovereenkomst
Met procedure:
- UWV
- Kantonrechter
↘︎Redelijke grond?
Transitievergoeding?
2
, 1.3. Opzegging door een van de partijen
Artikel 7:667 BW
Onderscheid: de arbeidsovereenkomst voor
- Bepaalde tijd (zie artikel 7:667 lid 1 BW)
- Voor onbepaalde tijd (zie artikel 7:667 lid 6 BW)
Opzegging nodig!
1.4. Opzegging door werkgever
Artikel 7:669 lid 1 BW:
Opzeggen kan als WG daarvoor een “redelijke grond” heeft waarbij herplaatsing van de
werknemer (al dan niet met scholing) in een andere passende functie niet mogelijk is of
niet in rede ligt.
Let op:
• Artikel 7:669 geldt niet tijdens de proeftijd (lid 7 en 7:676)
• Er zijn opzegverboden (artikel 7:670 BW en uitzondering daarop artikel 7:670 a
BW)
Artikel 7:671 lid 1 BW
Uitgangspunt =
Werkgever kan niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van de WN
tenzij bijv.:
• Toestemming UWV (bijv. collectief ontslag)
• Tijdens proeftijd
• Ontslag op staande voet
1.5. Ontslag op tegenspraak
Instemming moet maar wordt niet gegeven of WG wil instemming niet vragen
Ontslag met procedure/ontslag op tegenspraak:
“preventieve toets”
- UWV: ontslaggronden 7:669 lid 3 sub a of b voor opzegging
- Kantonrechter: ontslaggronden 7:669 lid 3 sub c tot en met i voor ontbinding
1.6. Opzeggen wegens een dringende reden (ontslag op staande voet)
Artikel 7:677 lid 1 BW
Ieder der partijen is bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een
dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij.
Ook wel ontslag op staande voet (oosv).
De werknemer doet iets dat dusdanig onacceptabel is, dat de werkgever de werknemer
onmiddellijk ontslaat.
De gevolgen voor de werknemer zijn zeer ernstig:
o Hij heeft per direct geen loon meer.
o Hij is verwijtbaar werkloos en krijgt geen WW.
o Hij zal niet eenvoudig een nieuwe baan vinden daar zijn laatste referentie niet
positief zal zijn.
Daarom worden er strenge eisen gesteld aan een ontslag op staande voet.
Drie eisen:
1) Onverwijld
Onverwijld opzeggen betekent dat het ontslag vrijwel direct moet plaatsvinden
zodra de dringende reden duidelijk is.
3