Samenvatting selectie psychologie 2025
H1 – bio psychologie van emotie, stress en gezondheid
Binnen bio psychologisch onderzoekt wordt er vooral gekeken naar de
emotie: angst/vrees, maar waarom wordt dit gedaan?
3 kenmerken van angst:
1. Is het makkelijkst af te leiden uit het gedrag van verschillende
(dier)soorten
2. Speelt een belangrijke, adaptieve rol bij de motivatie van mensen om
bedreigende situaties te vermijden
3. Veelvoorkomende bron van stress
6 welbekende theorieën/ontdekkingen uit de geschiedenis van de bio
psychologie
1. The Phineas Gage case (1848) – onderzocht door Damasio en collega’s
in 1997
Tragisch ongeval: ijzeren paal door beide mediale prefrontale kwabben
(betrokken bij plannen, beslissingen maken, en emoties)
- Voor het ongeval: verantwoordelijk, religieus, intelligent, sociaal
vaardig, allemans vriend
- Na het ongeval: intellectueel en lichamelijk geen verschil, maar
persoonlijkheid en emoties wel veranderd
2. Darwins theorie van de evolutie van emoties (1872)
publicatie van The Expression of Emotions in Man and Animals, Darwin
zegt:
- Dat bepaalde emotionele reacties, zoals gezichtsuitdrukkingen, bij
zowel mensen als dieren dezelfde emotionele reactie oplevert
- De uiting van emoties is en gevolg van evolutie
Door vergelijking van verschillende soorten gekomen tot 3 hoofdideeën:
1. De uitingen van emoties komen voort uit het
gedrag dat laat zien wat een dier waarschijnlijk
gaat doen
2. Als dit gedrag ten goede is, dan zal het evolueren
op manieren die hun communicatieve functies
verbeteren, en hun originele functie kan verloren
gaan
3. Het principe van de antithesis: tegengestelde
boodschappen worden gesignaleerd door
tegengestelde bewegingen en houdingen, ze
moeten duidelijk te onderscheiden zijn
, Threats displays: wapens zijn een teken van opkomende agressie, maar
echt gevecht bleef uit. Vooral gebruik van intimidatie.
3. James-Lange theorie (1884) bewezen incorrect
Eerste fysiologische theorie met betrekking tot emotie
1. Emotie inducerende sensorische prikkels
2. Ontvangen en geïnterpreteerd door je cortex (de buitenste laag
zenuwcelweefsel, de rimpelige laag)
3. Trigger voor veranderingen in de viscerale organen (bijv. longen,
hart, spijsvertering) via het autonome zenuwstelsel
4. Trigger voor verandering in skeletspieren via het somatische
zenuwstelsel
5. De reacties van het autonome en somatische zenuwstelsel triggeren
het ervaren van emoties in het brein
- De James-Lange theorie draait de algemene commonsense way van
het denken over causale verbanden tussen het ervaren van emoties
en de expressie om
- De James-Lange theorie stelt dat de fysiologische reacties het
ervaren en ontstaan van emoties trigger,
niet andersom
3. Cannon-Bard theorie (1915) bewezen
incorrect
1915: Cannon stelde een alternatieve theorie
voor op de James-Lange theorie
- Volgens de Cannon-Bard theorie hebben
emotionele stimuli twee onafhankelijke
opwindende effecten:
1. Ze veroorzaken het gevoel van emotie in
het brein
2. Ze veroorzaken de uiting van emotie in
het autonome en somatische
zenuwstelsel
- In tegenstelling tot de James-Lange theorie,
ziet de Cannon-Bard theorie het ervaren en
uiten emotie als een parallel met geen
direct causaal verband
De modern bio psychologische kijk Afgeleid uit
de James-Lange en Cannon-Bard theorieën
- Volgens de modern bio psychologische kijk: elk van de drie
principiële factoren bij een emotionele reactie kan invloed hebben
op de andere twee
, 4. Sham rage (Bard, 1929) onderzoek naar katten waarbij de cortex
(hypothalamus intact) ontbrak,
- De katten reageerde agressief bij de kleinste provocaties, dit was
abnormaal
- Sham rage (schijnwoede) = overdreven, slecht gerichte agressieve
reacties (van de-corticale dieren)
Conclusie: de hypothalamus is cruciaal foor de uiting dan agressieve
reacties, de cortex moet deze impulsen remmen en sturen
5. Limbische systeem en emotie (Papez, 1937)
Emotionele expressie wordt aangestuurd door
verschillende, onderling verbonden kernen en banen
rondom de thalamus
- Emotionele staat wordt geuit door de acties en
structuren van de banen rondom de thalamus
(in het limbische systeem), emoties worden
ervaren door de ervaring hiervan op de cortex
6. Klüver-Bucy syndroom (1939)
Geobserveerd in apen met verwijderde voorste temporale kwabben
- Kenmerken: alles eten, meer seksuele activiteit (met gekke
objecten), steeds dezelfde dingen onderzoeken, verminderde
ervaring van angst
- Symptomen zijn toegewezen aan schade aan de amygdala
Chronologische volgorde
Phineas Gage 1848
Darwins theorie van de evolutie van 1872
emoties
James-Lange/Cannon-Bard theorieën ±
1900
Sham rage 1929
Klüver-Bucy syndroom 1939
Limbische systeemtheorie 1952
Emoties en het autonome zenuwstelsel
Binnen onderzoek naar de rol van het autonomen zenuwstelsel (AZS) bij
emoties ligt de nadruk op twee problemen:
1. De mate waarin specifieke patronen van het AZS geassocieerd
worden met specifieke emoties
o Aan de ene kan is er bewijs dat niet alle emoties geassocieerd
worden met hetzelfde AZS-patroon
H1 – bio psychologie van emotie, stress en gezondheid
Binnen bio psychologisch onderzoekt wordt er vooral gekeken naar de
emotie: angst/vrees, maar waarom wordt dit gedaan?
3 kenmerken van angst:
1. Is het makkelijkst af te leiden uit het gedrag van verschillende
(dier)soorten
2. Speelt een belangrijke, adaptieve rol bij de motivatie van mensen om
bedreigende situaties te vermijden
3. Veelvoorkomende bron van stress
6 welbekende theorieën/ontdekkingen uit de geschiedenis van de bio
psychologie
1. The Phineas Gage case (1848) – onderzocht door Damasio en collega’s
in 1997
Tragisch ongeval: ijzeren paal door beide mediale prefrontale kwabben
(betrokken bij plannen, beslissingen maken, en emoties)
- Voor het ongeval: verantwoordelijk, religieus, intelligent, sociaal
vaardig, allemans vriend
- Na het ongeval: intellectueel en lichamelijk geen verschil, maar
persoonlijkheid en emoties wel veranderd
2. Darwins theorie van de evolutie van emoties (1872)
publicatie van The Expression of Emotions in Man and Animals, Darwin
zegt:
- Dat bepaalde emotionele reacties, zoals gezichtsuitdrukkingen, bij
zowel mensen als dieren dezelfde emotionele reactie oplevert
- De uiting van emoties is en gevolg van evolutie
Door vergelijking van verschillende soorten gekomen tot 3 hoofdideeën:
1. De uitingen van emoties komen voort uit het
gedrag dat laat zien wat een dier waarschijnlijk
gaat doen
2. Als dit gedrag ten goede is, dan zal het evolueren
op manieren die hun communicatieve functies
verbeteren, en hun originele functie kan verloren
gaan
3. Het principe van de antithesis: tegengestelde
boodschappen worden gesignaleerd door
tegengestelde bewegingen en houdingen, ze
moeten duidelijk te onderscheiden zijn
, Threats displays: wapens zijn een teken van opkomende agressie, maar
echt gevecht bleef uit. Vooral gebruik van intimidatie.
3. James-Lange theorie (1884) bewezen incorrect
Eerste fysiologische theorie met betrekking tot emotie
1. Emotie inducerende sensorische prikkels
2. Ontvangen en geïnterpreteerd door je cortex (de buitenste laag
zenuwcelweefsel, de rimpelige laag)
3. Trigger voor veranderingen in de viscerale organen (bijv. longen,
hart, spijsvertering) via het autonome zenuwstelsel
4. Trigger voor verandering in skeletspieren via het somatische
zenuwstelsel
5. De reacties van het autonome en somatische zenuwstelsel triggeren
het ervaren van emoties in het brein
- De James-Lange theorie draait de algemene commonsense way van
het denken over causale verbanden tussen het ervaren van emoties
en de expressie om
- De James-Lange theorie stelt dat de fysiologische reacties het
ervaren en ontstaan van emoties trigger,
niet andersom
3. Cannon-Bard theorie (1915) bewezen
incorrect
1915: Cannon stelde een alternatieve theorie
voor op de James-Lange theorie
- Volgens de Cannon-Bard theorie hebben
emotionele stimuli twee onafhankelijke
opwindende effecten:
1. Ze veroorzaken het gevoel van emotie in
het brein
2. Ze veroorzaken de uiting van emotie in
het autonome en somatische
zenuwstelsel
- In tegenstelling tot de James-Lange theorie,
ziet de Cannon-Bard theorie het ervaren en
uiten emotie als een parallel met geen
direct causaal verband
De modern bio psychologische kijk Afgeleid uit
de James-Lange en Cannon-Bard theorieën
- Volgens de modern bio psychologische kijk: elk van de drie
principiële factoren bij een emotionele reactie kan invloed hebben
op de andere twee
, 4. Sham rage (Bard, 1929) onderzoek naar katten waarbij de cortex
(hypothalamus intact) ontbrak,
- De katten reageerde agressief bij de kleinste provocaties, dit was
abnormaal
- Sham rage (schijnwoede) = overdreven, slecht gerichte agressieve
reacties (van de-corticale dieren)
Conclusie: de hypothalamus is cruciaal foor de uiting dan agressieve
reacties, de cortex moet deze impulsen remmen en sturen
5. Limbische systeem en emotie (Papez, 1937)
Emotionele expressie wordt aangestuurd door
verschillende, onderling verbonden kernen en banen
rondom de thalamus
- Emotionele staat wordt geuit door de acties en
structuren van de banen rondom de thalamus
(in het limbische systeem), emoties worden
ervaren door de ervaring hiervan op de cortex
6. Klüver-Bucy syndroom (1939)
Geobserveerd in apen met verwijderde voorste temporale kwabben
- Kenmerken: alles eten, meer seksuele activiteit (met gekke
objecten), steeds dezelfde dingen onderzoeken, verminderde
ervaring van angst
- Symptomen zijn toegewezen aan schade aan de amygdala
Chronologische volgorde
Phineas Gage 1848
Darwins theorie van de evolutie van 1872
emoties
James-Lange/Cannon-Bard theorieën ±
1900
Sham rage 1929
Klüver-Bucy syndroom 1939
Limbische systeemtheorie 1952
Emoties en het autonome zenuwstelsel
Binnen onderzoek naar de rol van het autonomen zenuwstelsel (AZS) bij
emoties ligt de nadruk op twee problemen:
1. De mate waarin specifieke patronen van het AZS geassocieerd
worden met specifieke emoties
o Aan de ene kan is er bewijs dat niet alle emoties geassocieerd
worden met hetzelfde AZS-patroon