1.2 Cultuur met een kleine c
De cultuur van een land is de cultuur met een grote C oftewel een beschaving. Dit bestaat uit de vruchten
van de onderneming zoals kunst, literatuur, muziek en architectuur. In de antropologie en de sociologie
wordt het begrip cultuur echter in een andere betekenis gebruikt, de cultuur met een kleine c genoemd.
Hofstede en Hofstede (2005: 19) definiëren cultuur als “de collectieve mentale programmering die de
leden van één groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere”. De beroemde
cultuurspecialist Geertz (1973) beschrijft cultuur als: “een systeem waarin de leden dezelfde betekenis
hechten aan woorden, communicatieve handelingen en symbolen”. Cultuur omvat niet alleen activiteiten
waarvan men denkt dat ze de geestelijke beschaving bevorderen, maar ook gewone en alledaagse zaken:
wat je wanneer met wie eet en drinkt, de wijze waarop je je gevoelens uit en welke fysieke afstand je tot
je gesprekspartner bewaard.
In de mentale programmering van de mens kunnen we drie niveaus onderscheiden:
1. Menselijke natuur
2. Cultuur
3. Persoonlijkheid
Menselijke natuur
Met de menselijke natuur wordt alles bedoeld wat de mens is aangeboren (bijvoorbeeld dat kinderen na 6
weken gaan glimlachen) en dat mensen overlevingsdrang hebben en daarom eten, drinken en
bescherming zoeken (nature).
Cultuur
Met cultuur wordt verwezen naar de regels en wetten die een groep mensen nodig heeft om voort te
bestaan, zoals wie aan wie belasting betaalt en hoe we iemand begroeten. Al die regels vormen cultuur
met een kleine c (nurture). Cultuur is aangeleerd: een groep mensen wordt als het ware getraind om zich
op een bepaalde manier te gedragen.
,Hofstede noemt dit mentale programmering. Dit gebeurt in de sociale omgeving waarin we opgroeien en
levenservaring opdoen. Dit blijkt uit adoptiekinderen die de cultuur van hun adoptieouders overnemen.
Culturen waarin het belangrijk is om tot een groep te behoren collectivistische culturen hebben
bijvoorbeeld een vorm van een gen dat niet voorkomt in individualistische culturen.
Persoonlijkheid van een individu
De persoonlijkheid van een individu bestaat uit een aangeboren en aangeleerd gedeelte. Aangeboren zijn
persoonlijkheidskenmerken die genetisch bepaald zijn de wijze van glimlachen en de manier van eten en
praten. Aangeleerd zijn de persoonlijkheidskenmerken die je krijgt door persoonlijke ervaringen.
Culturele verschillen openbaren/manifesteren zich in vier verschillende aspecten:
Praktijken: wat we doen, hoe we iets doen, deze bestaan uit:
- Symbolen
- Helden
- Rituelen
Waarden: waarom we iets doen
Het ui-diagram: cultuuruitingen van oppervlakkig naar diep
Hoe oppervlakkiger de aspecten, hoe makkelijker de cultuur kan worden overgenomen.
Symbolen
In de buitenste schil zitten de symbolen van
de cultuur zoals de vlag van het land,
kleding, gebaren, drank en etenswaar.
Helden
Helden zijn de mensen die een voorbeeld
zijn namens de cultuur, zoals sporthelden,
BN’ers of historische figuren.
Rituelen
, Handelingen die niet noodzakelijk zijn, maar wel essentieel zijn worden rituelen genoemd zoals
Sinterklaas, Koningsdag of een vergadering (die niet noodzakelijk is).
Praktijken
Praktijken zijn de uiterlijke gedragingen waardoor mensen de cultuur van anderen waarnemen.
Waarden
Waarden bepalen wat goed is en wat niet goed is, wat mag en wat niet mag: het is de manier van denken
en de visie op de wereld die bij de cultuur hoort. Zoals het aannemen van vrienden en familieleden wordt
in sommige landen als nepotisme of vriendjespolitiek gezien.
Soorten culturen
Nationale culturen
Nationale culturen zijn groepen mensen die bij elkaar horen, omdat ze in één land wonen zoals
Nederlanders of Belgen. Toch kunnen er verschillen zitten in de regio’s, grenzen in het land of het verschil
tussen het platteland en de stad.
Sociale culturen
Sociale culturen zijn culturen in kleine groepen zoals cultuur verschillen tussen migranten, doordat ze de
cultuur uit het land van hun afkomst ook behouden. Daarnaast zitten er verschillen tussen mensen met
verschillende geloven, leeftijden, man of vrouw en sociale klassen.
Normen en waarden
De normen en waarden die de meeste Fransen hebben (piek A) is niet gelijk aan de normen en waarden
die de meeste Amerikanen hebben (piek B). Hoe verder de pieken van elkaar af zitten, hoe groter de
verschillen tussen normen en waarden en daardoor ook verschillen in cultuur.
Stereotypen zijn overdreven en algemene opvattingen over een bepaalde cultuur. Zoals dat Belgen dom
zijn, Fransen arrogant en Nederlanders gierig.
1.3 Wat is communicatie?
Communicatiemodel (Shannon & Weaver)
Hierbij geldt: Er kan miscommunicatie ontstaan doordat de personen elkaar niet begrijpen, een betekenis
van een woord is bijvoorbeeld niet hetzelfde.
Opmerkingen op dit model zijn:
Er is hier sprake van eenrichtingsverkeer, in communicatie is dat bijna nooit zo