Cellen en weefsels samenvatting H.15
Hele kleine liganden kunnen in één keer door het membraan.
Grotere liganden binden als extracellulair molecuul aan
receptoren. Hierna vindt er een signaaltransductie route plaatst
waarna effector eiwitten worden geactiveerd.
Er zijn vier vormen van intercellulaire signalering:
Contact afhankelijk (immuunsysteem)
Paracrien
Synaptisch (neuronen)
Endocrien (hormonen)
Er zijn ook verschillende soorten receptoren. De receptoren kunnen namelijk in het plasma
membraan zitten: cell-surface receptoren, of ze kunnen binnen in de cel zitten:
intracellulaire receptoren.
Cellen krijgen verschillende extracellulaire signalen. Ten eerste zijn deze signalen nodig om
te overleven, zonder signalen gaat een cel dood. Daarnaast kunnen er andere signalen zijn
waardoor een cel gaat groeien en delen of gaat differentiërend.
Er zijn drie type signaleringen vanaf het
plasmamembraan:
Ionkanaal gekoppelde receptoren
G-protein gekoppelde receptoren
Enzym gekoppelde receptoren
, Eiwitten kunnen aan- en uitgeschakeld worden m.b.v. post-translationele modificaties. Dit
kan fosforylatie zijn, GTP binding of ubiquitinatie.
Als er een signaalmolecuul gebonden is, dan kunnen er ook verschillende dingen in de cel
plaatsvinden. Er zijn drie types intracellulaire signalerings complexen:
1. Signalerings complex op een scaffold eiwit
Normaal is het zo dat een eiwit wordt
geactiveerd door GTP waardoor de affiniteit
voor het volgende eiwit omhoog gaat. Het
volgende eiwit wordt geactiveerd, waardoor
het loslaat van het eerste eiwit, en de
affiniteit verhoogd wordt voor het derde
eiwit etc. Om dit sneller te maken worden
deze eiwitten aan elkaar gezet met een
scaffold eiwit. Hierdoor duurt het minder
lang om elkaar te vinden.
2. Samenkomen van signalerings complex op een geactiveerde receptor
Hierbij is het zo dat de receptor een lange
staart heeft die in de cel zit. Als er een
ligand bindt, dan ondergaat deze staart
modificaties waardoor er signalerings
eiwitten binden en worden geactiveerd.
3. Samenkomen van signaleringscomplex op fosfoïnositide docking sites
Hierbij zitten er naast de receptor specifieke
fosfolipiden. Deze fosfolipiden worden
gefosforyleert als er een signaal molecuul is
gebonden. Aan deze lipiden kunnen dan
intracellulaire eiwitten binden die zorgen
voor een downstream signaal.
Bij de insuline signalering zijn al deze drie mechanismes
in één systeem geïntegreerd.
Hele kleine liganden kunnen in één keer door het membraan.
Grotere liganden binden als extracellulair molecuul aan
receptoren. Hierna vindt er een signaaltransductie route plaatst
waarna effector eiwitten worden geactiveerd.
Er zijn vier vormen van intercellulaire signalering:
Contact afhankelijk (immuunsysteem)
Paracrien
Synaptisch (neuronen)
Endocrien (hormonen)
Er zijn ook verschillende soorten receptoren. De receptoren kunnen namelijk in het plasma
membraan zitten: cell-surface receptoren, of ze kunnen binnen in de cel zitten:
intracellulaire receptoren.
Cellen krijgen verschillende extracellulaire signalen. Ten eerste zijn deze signalen nodig om
te overleven, zonder signalen gaat een cel dood. Daarnaast kunnen er andere signalen zijn
waardoor een cel gaat groeien en delen of gaat differentiërend.
Er zijn drie type signaleringen vanaf het
plasmamembraan:
Ionkanaal gekoppelde receptoren
G-protein gekoppelde receptoren
Enzym gekoppelde receptoren
, Eiwitten kunnen aan- en uitgeschakeld worden m.b.v. post-translationele modificaties. Dit
kan fosforylatie zijn, GTP binding of ubiquitinatie.
Als er een signaalmolecuul gebonden is, dan kunnen er ook verschillende dingen in de cel
plaatsvinden. Er zijn drie types intracellulaire signalerings complexen:
1. Signalerings complex op een scaffold eiwit
Normaal is het zo dat een eiwit wordt
geactiveerd door GTP waardoor de affiniteit
voor het volgende eiwit omhoog gaat. Het
volgende eiwit wordt geactiveerd, waardoor
het loslaat van het eerste eiwit, en de
affiniteit verhoogd wordt voor het derde
eiwit etc. Om dit sneller te maken worden
deze eiwitten aan elkaar gezet met een
scaffold eiwit. Hierdoor duurt het minder
lang om elkaar te vinden.
2. Samenkomen van signalerings complex op een geactiveerde receptor
Hierbij is het zo dat de receptor een lange
staart heeft die in de cel zit. Als er een
ligand bindt, dan ondergaat deze staart
modificaties waardoor er signalerings
eiwitten binden en worden geactiveerd.
3. Samenkomen van signaleringscomplex op fosfoïnositide docking sites
Hierbij zitten er naast de receptor specifieke
fosfolipiden. Deze fosfolipiden worden
gefosforyleert als er een signaal molecuul is
gebonden. Aan deze lipiden kunnen dan
intracellulaire eiwitten binden die zorgen
voor een downstream signaal.
Bij de insuline signalering zijn al deze drie mechanismes
in één systeem geïntegreerd.