Funbio samenvatting H.39 deels
Een aardappel die in de duisternis
groeit, produceert scheuten die er
gezond uitzien, en het zijn geen
langgerekte wortels. Dit zijn
morfologische aanpassingen om in de
duisternis te groeien, samen genoemd
etiolatie. Hierbij worden nog geen
bladeren gevormd. Na blootstelling aan
licht ondergaat de aardappel
veranderingen, de-etiolatie, waarbij
scheuten en wortels normaal gaan
groeien.
De-etiolatie activeert enzymen die:
Direct in de fotosynthese functioneren
De chemische precursoren leveren voor de chlorofylproductie
De niveaus van plantenhormonen die de groei stimuleren
Fotomorfogenese effecten van licht op de plantenmorfologie. Planten detecteren niet
alleen de aanwezigheid van licht, maar ook de richting, intensiteit en golflengte.
Actiespectrum geeft de relatieve respons weer van een proces op verschillende golflengten.
Actiespectra zijn nuttig bij het bestuderen van elk proces dat afhankelijk is van licht.
Verschillende plantenresponsen kunnen worden gemedieerd door dezelfde of verschillende
fotoreceptoren. Er zijn twee hoofklassen lichtreceptoren:
blauwlicht fotoreceptoren regelen hypocotylelongatie, stomatale opening en
fototropisme
fytochromen (rood-licht) pigmenten die de reactie van veel planten op het licht
reguleren. Deze reacties omvatten ontkieming van het zaad en schaduwvermijding.
Er is ook onderzocht dat zaden inactief blijven
totdat licht en andere omstandigheden
optimaal zijn.
Fytochromen bestaan in twee fotoreversibele
toestanden: Pr en Pfr. Pfr is de actieve vorm
die zorgt voor ontkieming, remming
verticale groei en stimulatie vertakkingen,
instellen interne klokken en het regelt de
bloei. . Rood licht triggert de omzetting van
Pr naar Pfr en ver rood licht triggert de
omzetting van Pfr naar Pr. De omzetting van
Een aardappel die in de duisternis
groeit, produceert scheuten die er
gezond uitzien, en het zijn geen
langgerekte wortels. Dit zijn
morfologische aanpassingen om in de
duisternis te groeien, samen genoemd
etiolatie. Hierbij worden nog geen
bladeren gevormd. Na blootstelling aan
licht ondergaat de aardappel
veranderingen, de-etiolatie, waarbij
scheuten en wortels normaal gaan
groeien.
De-etiolatie activeert enzymen die:
Direct in de fotosynthese functioneren
De chemische precursoren leveren voor de chlorofylproductie
De niveaus van plantenhormonen die de groei stimuleren
Fotomorfogenese effecten van licht op de plantenmorfologie. Planten detecteren niet
alleen de aanwezigheid van licht, maar ook de richting, intensiteit en golflengte.
Actiespectrum geeft de relatieve respons weer van een proces op verschillende golflengten.
Actiespectra zijn nuttig bij het bestuderen van elk proces dat afhankelijk is van licht.
Verschillende plantenresponsen kunnen worden gemedieerd door dezelfde of verschillende
fotoreceptoren. Er zijn twee hoofklassen lichtreceptoren:
blauwlicht fotoreceptoren regelen hypocotylelongatie, stomatale opening en
fototropisme
fytochromen (rood-licht) pigmenten die de reactie van veel planten op het licht
reguleren. Deze reacties omvatten ontkieming van het zaad en schaduwvermijding.
Er is ook onderzocht dat zaden inactief blijven
totdat licht en andere omstandigheden
optimaal zijn.
Fytochromen bestaan in twee fotoreversibele
toestanden: Pr en Pfr. Pfr is de actieve vorm
die zorgt voor ontkieming, remming
verticale groei en stimulatie vertakkingen,
instellen interne klokken en het regelt de
bloei. . Rood licht triggert de omzetting van
Pr naar Pfr en ver rood licht triggert de
omzetting van Pfr naar Pr. De omzetting van