Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 147 pages
Summary

Volledige samenvatting virologie van beide proffen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 147 pages

Zelf gemaakte cursus gebaseerd op de lessen, alles wat belangrijk is staat extra aangeduid. Alle lessen van beide proffen zijn helemaal uitgewerkt met afbeeldingen vanuit de powerpoints.

Content preview

1




VIRALE ZIEKTEN, PRIONZIEKTEN EN
ZOÖNOSEN
KENNIS VAN ENKELE BASISPRINCIPES BINNEN DE VIROLOGIE

WAT IS EEN VIRUS

Virussen bestaan altijd uit nucleïnezuren
(genoom) + eiwit (capsied) (+ lipide envelop) ➔
vorm kan verschillen. Ze hebben ook altijd een
GH nodig om te gaan vermeerderen.

Virussen zijn buiten een GH cel dood, hebben
dit nodig om te kunnen leven. We spreken over
de infectiviteit van een virus. Virus heeft de
structuren van de cel nodig.

Virus heeft de drie zaken, terwijl een prion alleen maar een EW is. EW kunnen andere EW tot dezelfde slechte
structuur en zo accumuleren. Viroïden is enkel zelf amplificerend RNA, van belang in de plantenwereld.

WAT WIL EEN VIRUS DOEN


VERMEERDEREN EN VERSPREIDEN GENOOM
Virus is er niet op uit om GH ziek te maken, te snel ziek ➔ al sterven vooraleer virus zich kunnen verspreiden.
Virus eigenlijk beter niet al te virulent. Bv Covid in begin zeer ziek, is gaan muteren ➔ varianten die minder
agressief zijn kunnen blijven bestaan.

Verschillende virussen hebben verschillende strategieën.




Basisindeling is de classificatie van Baltimore ➔ 7 verschillende klasse van virussen. Link leggen tussen klasse
virus en verloop van ziekte.

• Vermeerderen van DNA ➔ DdDp (zelf aanmaken of gebruiken van de GH cel)
o Parvo en circo: gaan DdDp gebruiken van de cel ➔ gaan vermeerderen in snel delende cellen,
zoals bv darmcellen

, 2


• Aanmaak van EW, eerst DNA omzetten naar mRNA ➔ DdRp
o Meeste virussen gaan DdRp van de cel gaan gebruiken in de nucleus, GH cel gaat ook zelf in de
kern dit enzym nodig hebben voor zelf mRNA aan te maken en dit dan buiten de kern om te
zetten in EW
o Pox ➔ kunnen niet in de kern geraken, moeten het zelf aanmaken vanuit hun genoom
• Vermeerderen RNA virussen ➔ RdRp
o Komt niet voor in de GH cel, alle virussen gaan het dus zelf moeten aanmaken vanuit hun
genoom
• DNA of RNA intermediate aanmaken bij RNA of DNA virussen
o Retrovirussen: RNA genoom ➔ reverse transcriptase ➔ DNA, zelf RdDp aanmaken
o Hepatovirussen: DNA genoom ➔ reverse transcriptase ➔ DNA, zelf DdRp aanmaken

Groot verschil tussen Dp, Rp en
RT ➔ verschil in proofreading =
tijdens aanmaak van DNA of
RNA. Bij DNA polymerase wil je
zeker geen fout inbouwen. Veel
kans op lethale mutaties
waardoor cellen afsterven.
Proofreading is veel hoger dan bij Rp. Dp: mismatch bij vermeerdering ➔ zelf exonuclease activteit. Afknippen
fout nucleotide en inbouwen juiste. De mutaties van Dp zijn dus veel minder als bij de mutaties van Rp.

Makkelijk mutaties inbouwen: kan een VD zijn ➔ sneller aanpassen aan immuniteit GH. Regelmatig opnieuw
infecteren in een groep ➔ belang veranderen. ND: snel deleties inbouwen ➔ veel varianten die niet meer
infecteerbaar zijn. Kleiner genoom tov DNA virussen. Hoe groter de genomen = hoe groter de kans op lethale
mutaties. Meer EW gaan meenemen in genoom die kunnen zorgen voor verschillende voordelen om te
overleven.

DNA-polymerase RNA-polymerase
Proofreading Geen tot lage proofreading
dsDNA: stabiel genoom dat groot kan worden Veranderlijk genoom maar beperkte grootte
→ Plaats voor immunomodulerende eiwitten → Snelle mutatierate:
(herpes) • Hit and run: influenza, reovirussen, corona, …
→ Trage co-evolutie met gastheer • Persistente infectie: retro
Hit and run: in een immuun populatie moet je veranderen als virus om te ontsnappen aan immuniteit. Acute
infectie ➔ verdwijnen virus ➔ aanpassen ➔ opnieuw acute infectie. Kunnen ook persistente infectie geven,
kunnen veranderen aan de immuniteit opgewekt in de GH.

Virussen kunnen ook gelijkaardige strategieën hebben ➔ omzeilen immuunsysteem.

• Veranderen
• Vermeerderen in immuuncellen
• In compartimenten vermeerderen met een lage of kort durende immuniteit
o Neusmucus korte immuniteit ➔ dieren snel opnieuw verkouden
o Lymfefollikels in de lymfeknopen: weinig cytotoxische T-cellen ➔ lage immuniteit

GH ziek maken is meestal collateral dammage

De meeste blootstellingen leiden niet tot een virale infectie, virale partikels vinden vaak geen receptor. Beperkt
aantal kan wel binnen geraken maar aangeboren immuunsysteem kan het direct tegenhouden, we zien niks aan
het dier. Wel vermeerdering van virus, niet altijd klinische SN. Sterfte is maar in een heel beperkte groep te zien.

, 3


Wel ziek worden: cel degeneratie van weefsel ➔ schade ➔ immuunsysteem komt op gang. We krijgen:

1. Pathologiën in de weefsel: abortus, zenuw SN
2. Een vertraagd metabolisme ➔ ontwikkeling foetus plat gelegde ➔ dummy foeti, waterhoofden,…
3. Cel transformatie: oncogenese induceren, bepaalde EW van de cellen waarin virussen zitten ➔ neiging
om te transformeren ➔ viraal geinduceerde tumoren.

PATHOGENESE

Pathogenese: alle gebeurtenissen tussen contact virus-dier en eliminatie virus. Niet alle virussen worden
geëlimineerd: retrovirussen ➔ persistente infectie= continue replicatie (kan zeer laag zijn), herpesvirussen ➔
latentie= geen vermeerdering.

Pathogeniciteit: kwalitatief ja of nee, is een virus pathogeen ja of nee. HIV is bv niet pathogeen voor de muis
maar wel voor de mens. PRV: is pathogeen voor varken, hond maar niet voor de mens.

Virulentie: kwantitatief, mate waarin virus pathogeniciteit kan induceren. PRV in varkens is minder virulent,
minder ziek en honden gaan ervan dood. 1 GH met verschillende virussen: 1 ste stam was veel virulenter dan de
stammen die nu circuleren.

WAT MAAKT DAT EEN DIER ZIEK WORDT VAN EEN VIRALE INFECTIE?

Afweging tussen dierfactoren en de pathogeen. Pathogenen doorwegen ➔ dier ziek worden. Dierfactoren
optimaliseren ➔ dier niet ziek worden van de pathogenen.

Dierfactoren

1. Fysische barrières
a. Sommige virussen kunnen niet
infecteren als er geen wondje is
2. Aangeboren immuniteit
a. Staat klaar voor een eventuele
virale infectie, direct signaal
b. Tegen alle virussen
3. Adaptieve immuniteit
a. Virus specifiek
b. Er moet een eerdere challenge
geweest zijn
c. Humorale immuniteit: geheugencellen ➔ langdurig As produceren om snel te reageren
d. Cellulaire immuniteit: Tc cellen ➔ herkennen en doden van virus
4. Genetica
a. BWB: slechte long/spier verhouding

Omgevingsfactoren

Invloed op infectiedruk en gevoeligheid.

1. Bezettingsgraad

Met veel opeen ➔ hogere infectiedruk: virale infectie kan zich snel kunnen verspreiden en vermeerderen. Ook
de gevoeligheid verhoogt: stress ➔ immuunsysteem daling.

, 4




2. Hygiëne

Hoe minder hygiëne = hoe hoger de infectiedruk. Neus-neus contact mogelijk ➔ AH virus. Vuile voerbakken ➔
enterische virussen. Belang van reinigen en ontsmetten ➔ belang weten virussen met of zonder enveloppe. Met
enveloppe: hebben deze ook echt nodig om te infecteren ➔ kapot maken = virus geneutraliseerd. Deze zijn dus
ook makkelijker te bestrijden. Detergenten zijn vetoplosbaar, alcohol, aldehyden. Geen enveloppe: bleekmiddel
of jodium oplossing aan een hoog genoegen dosis. Geen enveloppe: ook eerst reinigen, zoveel mogelijk organisch
materiaal weg te krijgen. onder materiaal gaat er virussen kunnen persisteren. Daarna desinfecteren met het
juiste ontsmettingsmiddel tegen het juiste virus.

3. Ventilatie

Geen raam, weinig ventilatie ➔ ophoping in de lucht van kiemen. Te weinig circulatie om de kiemen weg te
halen. Lucht voldoende verversen. Ook kalveren worden buiten opgehokt voor voldoende ventilatie.

4. Introductie nieuwe dieren

1 van de grootste risicofactoren op een uitbraak. Geen immuniteit in een groep voor een bepaald virus komt
binnen ➔ uitbraak. Belang van een quarantaine periode: kijken worden de dieren ziek, ook kan je testen
uitvoeren.

5. Stress

Onderdrukken immuunsysteem ➔ gevoeligheid GH omhoog. Spenen geeft stress + lactogene immuniteit valt
weg ➔ zien we vaak problemen. Na langdurig transport, staan ook lang rechtop met hun hoofd = niet natuurlijk
voor grazende dieren. Normaal hoofd laag ➔ slijm naar benden, afvoer kiemen. Rechtop ➔ slijm naar longen
➔ typisch pneumonie.

6. Seizoen

In zomer minder problemen met AH virussen. UV ➔ inactivatie van DNA en RNA. Dieren ook vaak op de weide
= lagere bezetting, gras meer vitamine, betere ventilatie. In de winter staan ze vaak met meerdere dieren op stal
➔ hogere infectiedruk en stress. Luchtvochtigheid in de zomer beter dan de winter, LV in de winter als het vriest
zeer laag ➔ mucus droger ➔ minder goede afweer. Druppels in de lucht zijn ook kleiner (droger) ➔ virussen
kunnen verder gaan bewegen + meer viruspartikels kunnen op een druppel samengebracht worden, lokaal veel
virus partikels aanwezig als je inademt + dieper ingeademd. Te hoge LV = vaak door slechte ventilatie ➔
immuunsysteem onderdrukken.

Document information

Study
Uploaded on
February 11, 2025
File latest updated on
March 11, 2025
Number of pages
147
Written in
2024/2025
Type
Summary
$11.91

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
109
Followers
5
Items
31
Last sold
1 week ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions