Portfolio
Praktijkleren 2
Naam:
Studentennummer:
E-mailadres:
Groepscode:
Praktijkleren 2
Docent:
Klinisch redeneren: 5994 woorden
Reflectie, ethiek en reflectie op de bijeenkomsten: 5356 woorden
Inleverdatum: 20-01-2025
,Inhoudsopgave
Klinisch redeneren....................................................................4
Anamnese........................................................................................4
Diagnostiek.....................................................................................8
Anatomie en functies................................................................................................... 8
Het eerste disfunctionele orgaansysteem is het respiratoir systeem. De heer is
gediagnostiseerd met COPD Gold II. COPD omvat de medische aandoeningen
chronische bronchitis en longemfyseem. Tevens is de heer gediagnostiseerd met
astma. Astma is een chronische longaandoening waarbij sprake is van een chronische
ontsteking van de onderste luchtwegen in combinatie met een hyperreactiviteit voor
zowel allergene als niet-allergene prikkels (Dudink et al., 2022).................................8
Externe en persoonlijke factoren..................................................................................8
Activiteiten en participatie......................................................................................... 10
Diagnoses.................................................................................................................. 12
1.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 12
1.2 Risicovol gedrag voor de gezondheid...................................................................13
1.3 Voedingstekort..................................................................................................... 13
Resultaten.....................................................................................13
2.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 13
2.2 Risicovolgedrag voor de gezondheid....................................................................14
2.3 Voedingstekort..................................................................................................... 14
Interventies...................................................................................15
De volgende negen interventies zijn besproken en gezamenlijk
opgesteld met de zorgvrager, diens naasten en de POH-
ouderenverpleegkundige. De heer staat, hoewel met enige
terughoudendheid, open voor de voorgestelde interventies. Hij wil
echter geen dwang ervaren met name als het gaat om zijn
alcoholgebruik. Hij staat ervoor open om het stabiel te houden, maar
niet om volledig te stoppen. Tevens wil dat zijn wensen en grenzen
worden gerespecteerd. De dochter ondersteunen de interventies
volledig en geven aan hun vader te steunen in het proces. Zij geven
echter aan dat zij de keuzes van hun vader geaccepteerd hebben en
vinden dat zijn grenzen gerespecteerd moeten worden. De
interventies zijn later besproken met de POH-ouderenverpleegkundige
en ziet de interventies als belangrijk voor het verbeteren van de
gezondheid van de zorgvrager. Zij ziet de interventies als haalbaar bij
de zorgvrager (persoonlijke communicatie, 27 november 2024)........15
3.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 15
3.2 Risicovolgedrag voor de gezondheid....................................................................15
3.3 Voedingstekort..................................................................................................... 15
Evaluatie........................................................................................16
4.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 16
4.2 Risicovolgedrag voor de gezondheid....................................................................16
4.3 Voedingstekort..................................................................................................... 17
Literatuurlijst..........................................................................18
Bijlage A: De 11 gezondheidspatronen van Gordon....................21
Bijlage B: Verschillende afgenomen meetinstrumenten..............26
.............................................................................................. 39
2
,.............................................................................................. 39
Bijlage C: Medicatieoverzicht...................................................41
Bijlage D: Extra beschrijving disfunctionele orgaansystemen.....43
Bijlage E: Advies over het bijstellen van het zorgdossier............44
Bijlage F: Bespreking van het verslag met werkbegeleider.........45
Reflectie, ethiek en reflectie op de bijeenkomsten.....................46
Onderdeel A: Reflectie....................................................................46
De situatie................................................................................................................. 46
Betekenis geven........................................................................................................ 47
Onderzoeken.............................................................................................................. 47
Alternatieven formuleren........................................................................................... 49
Veranderingen........................................................................................................... 49
Onderdeel B: Ethiek........................................................................50
Oriëntatie................................................................................................................... 50
Persoonlijke normen, waarden en belangen van een zorgverlener............................50
Beschrijving van het morele probleem.......................................................................51
Analyse...................................................................................................................... 51
Perspectief van andere hoofdbetrokkenen.................................................................51
Conclusie................................................................................................................... 53
Onderdeel C: Reflectie op de bijeenkomsten....................................55
Literatuurlijst..........................................................................56
Bijlage G: Extra beschreven perspectieven................................56
Bijlage H: Extra reflectieverslag volgens de reflectiewijzer........57
De situatie................................................................................................................. 58
Betekenis geven........................................................................................................ 59
Deze situatie betekende voor mij dat ik moest leren omgaan met onverwachte en
kritische feedback, ook als deze niet helemaal overeenkomt met mijn eigen
ervaringen. Het gaf mij het gevoel dat ik het niet goed had gedaan, wat mijn
zelfvertrouwen aantastte. Ik voelde me onzeker over wat de begeleider van mij dacht
en of de andere studenten nu anders over mij zouden denken. Dit maakte dat ik me
benadeeld en geïntimideerd voelde. De ervaring heeft me geleerd dat ik voor mijn
eigen gevoelens moet opkomen, maar ook dat ik me niet moet laten intimideren door
anderen. Deze ervaring bracht mij tot de vraag: "Hoe kan ik in de toekomst mijn
zelfvertrouwen versterken en assertiever communiceren in situaties waarin ik mij
geïntimideerd voel, zonder de gevoelens van anderen te schaden?"........................59
Onderzoeken.............................................................................................................. 59
Alternatieven formuleren........................................................................................... 60
Om mijzelf verder als verpleegkundige te ontwikkelen moet er nagedacht worden
over mogelijke alternatieven om met soortgelijke situaties om te gaan. Om te
beginnen had ik verdedigend kunnen reageren. Ik had mijn eigen standpunt kunnen
verdedigen zonder te proberen haar perspectief te begrijpen. Mijn verwachting is
echter dat dit de situatie verergerd hebben, wat mogelijk geleid zou hebben tot een
confrontatie. Ik had ook kunnen reageren door mijn eigen frustraties uit te spreken en
gesprek te laten escaleren, bijvoorbeeld door boos te reageren en mijn geduld te
verliezen. Dit had de relatie met mijn medestudent kunnen beschadigen en de
situatie moeilijker maken om op een professionele manier op te lossen. Ik had ook
mijn gevoelens volledig aan de kant kunnen schuiven en de feedback van mijn
medestudent klakkeloos accepteren zonder iets te zeggen. Dit zou betekenen dat ik
mijn eigen perspectief niet had gedeeld en mijn grens niet had aangegeven. Hoewel
dit de confrontatie op dat moment had kunnen vermijden, zou het op de lange
termijn mijn zelfvertrouwen en de samenwerking kunnen ondermijnen. Het zou ook
kunnen leiden tot onuitgesproken frustraties die later moeilijker op te lossen zijn.. . .60
3
, Verandering............................................................................................................... 60
Bijlage E: Peerreview...............................................................60
Bijlage F: Evaluatieformulier....................................................62
Klinisch redeneren
Anamnese
Alle informatie is afkomstig uit gesprekken met zowel de zorgvrager apart als met de familie.
De cliënt is een 70-jarige thuiswonende man die zelfstandig woont in een gelijkvloers appartement.
De heer heeft een grote passie voor muziek en heeft een gigantische collectie oude platen. De heer
neemt echter geen initiatief om voor zijn eigen gezondheid en welzijn te zorgen. Hij is
gediagnostiseerd met COPD GOLD II en astma, maar rookt nog altijd. Tevens nuttigt hij grote
hoeveelheden alcohol, namelijk minimaal drie à vier glazen per dag. Zowel de heer als zijn familie zijn
zich bewust van de gezondheidsrisico’s die voortvloeien uit het gedrag en hebben ervoor gekozen
deze te accepteren. In 2014 en 2015 heeft de heer een TIA en CVA doorgemaakt met als gevolg een
functiestoornis aan de rechterhand en afasie. Hij ervaart moeilijkheden bij het verwoorden van
zichzelf door de afasie. Dit kan in omgang met andere conflicten en emoties opwekken, wat sociale
interactie bemoeilijkt.
In Tabel 1 is te zien dat de heer in korte tijd veel gewicht is verloren. De BMI van 16,4 laat zien dat er
sprake is van ernstig ondergewicht. De SNAQ-score van drie punten laat ook zien dat er een hoog
risico is op ondervoeding. Het eetpatroon is niet toereikend. Hij eet één à twee maaltijden per dag en
de hoeveelheid is dan minimaal. De diëtist is al betrokken, maar er is geen duidelijk plan van aanpak
zichtbaar.
De cliënt kwam voorheen veel buiten met de scootmobiel om boodschappen te doen en om naar zijn
vrijwilligerswerk in de kringloop te gaan. In de afgelopen maanden is hij dit aanzienlijk minder gaan
doen. Hij verwaarloost zichzelf dan ook steeds meer. Hij toont geen initiatief is het onderhouden van
sociale contacten, persoonlijke hygiëne en een gezond voedingspatroon. De heer weigert de
thuiszorg, wat wederom duidt op verwaarlozing.
Uit onderzoeken blijkt dat er geen sprake is van cognitieve problemen en dat de heer wilsbekwaam is.
Het maken van besluiten gaat de heer makkelijk af, vooral als het gaat om zijn keuzes met betrekking
tot zijn behandelwensen. Hij heeft een NR, NB en NIC beleid en wil hij geen grote levensrekkende
behandelingen meer ondergaan in het ziekenhuis. Ook heeft hij een euthanasieverklaring. Er is nog
weinig in het leven van de heer wat hij echt belangrijk vindt. Er valt weinig contact met hem te maken
en hij vertoont apathie. De heer begint zichzelf steeds meer te verwaarlozen en heeft een GDS-15
score van elf, wat duidt op een mogelijke depressie. Het doel van de heer is met name genieten van
het resterende leven zonder te denken aan de gezondheidsrisico’s. De dochters en zus van de heer
zijn erg betrokken en regelen veel voor hem. Er heeft zich een tijd voorgedaan waar het voor de
dochters te veel werd. Zij hebben ervoor gekozen om het los te laten en de gezondheidsrisico’s die
aan het gedrag van de heer vastzitten te accepteren. Ze merken steeds meer dat hun vader in zichzelf
gekeerd raakt. Waar hij voorheen nog regelmatig met hen in gesprek ging, vertelt hij hun nu vrijwel
niets meer. Zijn woorden zijn schaars, zijn blik leeg en steeds vaker sluit hij zich af van de wereld om
zich heen. Ze begrijpen en respecteren zijn levenskeuzes, hoewel het hen raakt.
4
Praktijkleren 2
Naam:
Studentennummer:
E-mailadres:
Groepscode:
Praktijkleren 2
Docent:
Klinisch redeneren: 5994 woorden
Reflectie, ethiek en reflectie op de bijeenkomsten: 5356 woorden
Inleverdatum: 20-01-2025
,Inhoudsopgave
Klinisch redeneren....................................................................4
Anamnese........................................................................................4
Diagnostiek.....................................................................................8
Anatomie en functies................................................................................................... 8
Het eerste disfunctionele orgaansysteem is het respiratoir systeem. De heer is
gediagnostiseerd met COPD Gold II. COPD omvat de medische aandoeningen
chronische bronchitis en longemfyseem. Tevens is de heer gediagnostiseerd met
astma. Astma is een chronische longaandoening waarbij sprake is van een chronische
ontsteking van de onderste luchtwegen in combinatie met een hyperreactiviteit voor
zowel allergene als niet-allergene prikkels (Dudink et al., 2022).................................8
Externe en persoonlijke factoren..................................................................................8
Activiteiten en participatie......................................................................................... 10
Diagnoses.................................................................................................................. 12
1.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 12
1.2 Risicovol gedrag voor de gezondheid...................................................................13
1.3 Voedingstekort..................................................................................................... 13
Resultaten.....................................................................................13
2.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 13
2.2 Risicovolgedrag voor de gezondheid....................................................................14
2.3 Voedingstekort..................................................................................................... 14
Interventies...................................................................................15
De volgende negen interventies zijn besproken en gezamenlijk
opgesteld met de zorgvrager, diens naasten en de POH-
ouderenverpleegkundige. De heer staat, hoewel met enige
terughoudendheid, open voor de voorgestelde interventies. Hij wil
echter geen dwang ervaren met name als het gaat om zijn
alcoholgebruik. Hij staat ervoor open om het stabiel te houden, maar
niet om volledig te stoppen. Tevens wil dat zijn wensen en grenzen
worden gerespecteerd. De dochter ondersteunen de interventies
volledig en geven aan hun vader te steunen in het proces. Zij geven
echter aan dat zij de keuzes van hun vader geaccepteerd hebben en
vinden dat zijn grenzen gerespecteerd moeten worden. De
interventies zijn later besproken met de POH-ouderenverpleegkundige
en ziet de interventies als belangrijk voor het verbeteren van de
gezondheid van de zorgvrager. Zij ziet de interventies als haalbaar bij
de zorgvrager (persoonlijke communicatie, 27 november 2024)........15
3.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 15
3.2 Risicovolgedrag voor de gezondheid....................................................................15
3.3 Voedingstekort..................................................................................................... 15
Evaluatie........................................................................................16
4.1 Zelfverwaarlozing................................................................................................ 16
4.2 Risicovolgedrag voor de gezondheid....................................................................16
4.3 Voedingstekort..................................................................................................... 17
Literatuurlijst..........................................................................18
Bijlage A: De 11 gezondheidspatronen van Gordon....................21
Bijlage B: Verschillende afgenomen meetinstrumenten..............26
.............................................................................................. 39
2
,.............................................................................................. 39
Bijlage C: Medicatieoverzicht...................................................41
Bijlage D: Extra beschrijving disfunctionele orgaansystemen.....43
Bijlage E: Advies over het bijstellen van het zorgdossier............44
Bijlage F: Bespreking van het verslag met werkbegeleider.........45
Reflectie, ethiek en reflectie op de bijeenkomsten.....................46
Onderdeel A: Reflectie....................................................................46
De situatie................................................................................................................. 46
Betekenis geven........................................................................................................ 47
Onderzoeken.............................................................................................................. 47
Alternatieven formuleren........................................................................................... 49
Veranderingen........................................................................................................... 49
Onderdeel B: Ethiek........................................................................50
Oriëntatie................................................................................................................... 50
Persoonlijke normen, waarden en belangen van een zorgverlener............................50
Beschrijving van het morele probleem.......................................................................51
Analyse...................................................................................................................... 51
Perspectief van andere hoofdbetrokkenen.................................................................51
Conclusie................................................................................................................... 53
Onderdeel C: Reflectie op de bijeenkomsten....................................55
Literatuurlijst..........................................................................56
Bijlage G: Extra beschreven perspectieven................................56
Bijlage H: Extra reflectieverslag volgens de reflectiewijzer........57
De situatie................................................................................................................. 58
Betekenis geven........................................................................................................ 59
Deze situatie betekende voor mij dat ik moest leren omgaan met onverwachte en
kritische feedback, ook als deze niet helemaal overeenkomt met mijn eigen
ervaringen. Het gaf mij het gevoel dat ik het niet goed had gedaan, wat mijn
zelfvertrouwen aantastte. Ik voelde me onzeker over wat de begeleider van mij dacht
en of de andere studenten nu anders over mij zouden denken. Dit maakte dat ik me
benadeeld en geïntimideerd voelde. De ervaring heeft me geleerd dat ik voor mijn
eigen gevoelens moet opkomen, maar ook dat ik me niet moet laten intimideren door
anderen. Deze ervaring bracht mij tot de vraag: "Hoe kan ik in de toekomst mijn
zelfvertrouwen versterken en assertiever communiceren in situaties waarin ik mij
geïntimideerd voel, zonder de gevoelens van anderen te schaden?"........................59
Onderzoeken.............................................................................................................. 59
Alternatieven formuleren........................................................................................... 60
Om mijzelf verder als verpleegkundige te ontwikkelen moet er nagedacht worden
over mogelijke alternatieven om met soortgelijke situaties om te gaan. Om te
beginnen had ik verdedigend kunnen reageren. Ik had mijn eigen standpunt kunnen
verdedigen zonder te proberen haar perspectief te begrijpen. Mijn verwachting is
echter dat dit de situatie verergerd hebben, wat mogelijk geleid zou hebben tot een
confrontatie. Ik had ook kunnen reageren door mijn eigen frustraties uit te spreken en
gesprek te laten escaleren, bijvoorbeeld door boos te reageren en mijn geduld te
verliezen. Dit had de relatie met mijn medestudent kunnen beschadigen en de
situatie moeilijker maken om op een professionele manier op te lossen. Ik had ook
mijn gevoelens volledig aan de kant kunnen schuiven en de feedback van mijn
medestudent klakkeloos accepteren zonder iets te zeggen. Dit zou betekenen dat ik
mijn eigen perspectief niet had gedeeld en mijn grens niet had aangegeven. Hoewel
dit de confrontatie op dat moment had kunnen vermijden, zou het op de lange
termijn mijn zelfvertrouwen en de samenwerking kunnen ondermijnen. Het zou ook
kunnen leiden tot onuitgesproken frustraties die later moeilijker op te lossen zijn.. . .60
3
, Verandering............................................................................................................... 60
Bijlage E: Peerreview...............................................................60
Bijlage F: Evaluatieformulier....................................................62
Klinisch redeneren
Anamnese
Alle informatie is afkomstig uit gesprekken met zowel de zorgvrager apart als met de familie.
De cliënt is een 70-jarige thuiswonende man die zelfstandig woont in een gelijkvloers appartement.
De heer heeft een grote passie voor muziek en heeft een gigantische collectie oude platen. De heer
neemt echter geen initiatief om voor zijn eigen gezondheid en welzijn te zorgen. Hij is
gediagnostiseerd met COPD GOLD II en astma, maar rookt nog altijd. Tevens nuttigt hij grote
hoeveelheden alcohol, namelijk minimaal drie à vier glazen per dag. Zowel de heer als zijn familie zijn
zich bewust van de gezondheidsrisico’s die voortvloeien uit het gedrag en hebben ervoor gekozen
deze te accepteren. In 2014 en 2015 heeft de heer een TIA en CVA doorgemaakt met als gevolg een
functiestoornis aan de rechterhand en afasie. Hij ervaart moeilijkheden bij het verwoorden van
zichzelf door de afasie. Dit kan in omgang met andere conflicten en emoties opwekken, wat sociale
interactie bemoeilijkt.
In Tabel 1 is te zien dat de heer in korte tijd veel gewicht is verloren. De BMI van 16,4 laat zien dat er
sprake is van ernstig ondergewicht. De SNAQ-score van drie punten laat ook zien dat er een hoog
risico is op ondervoeding. Het eetpatroon is niet toereikend. Hij eet één à twee maaltijden per dag en
de hoeveelheid is dan minimaal. De diëtist is al betrokken, maar er is geen duidelijk plan van aanpak
zichtbaar.
De cliënt kwam voorheen veel buiten met de scootmobiel om boodschappen te doen en om naar zijn
vrijwilligerswerk in de kringloop te gaan. In de afgelopen maanden is hij dit aanzienlijk minder gaan
doen. Hij verwaarloost zichzelf dan ook steeds meer. Hij toont geen initiatief is het onderhouden van
sociale contacten, persoonlijke hygiëne en een gezond voedingspatroon. De heer weigert de
thuiszorg, wat wederom duidt op verwaarlozing.
Uit onderzoeken blijkt dat er geen sprake is van cognitieve problemen en dat de heer wilsbekwaam is.
Het maken van besluiten gaat de heer makkelijk af, vooral als het gaat om zijn keuzes met betrekking
tot zijn behandelwensen. Hij heeft een NR, NB en NIC beleid en wil hij geen grote levensrekkende
behandelingen meer ondergaan in het ziekenhuis. Ook heeft hij een euthanasieverklaring. Er is nog
weinig in het leven van de heer wat hij echt belangrijk vindt. Er valt weinig contact met hem te maken
en hij vertoont apathie. De heer begint zichzelf steeds meer te verwaarlozen en heeft een GDS-15
score van elf, wat duidt op een mogelijke depressie. Het doel van de heer is met name genieten van
het resterende leven zonder te denken aan de gezondheidsrisico’s. De dochters en zus van de heer
zijn erg betrokken en regelen veel voor hem. Er heeft zich een tijd voorgedaan waar het voor de
dochters te veel werd. Zij hebben ervoor gekozen om het los te laten en de gezondheidsrisico’s die
aan het gedrag van de heer vastzitten te accepteren. Ze merken steeds meer dat hun vader in zichzelf
gekeerd raakt. Waar hij voorheen nog regelmatig met hen in gesprek ging, vertelt hij hun nu vrijwel
niets meer. Zijn woorden zijn schaars, zijn blik leeg en steeds vaker sluit hij zich af van de wereld om
zich heen. Ze begrijpen en respecteren zijn levenskeuzes, hoewel het hen raakt.
4