VERMOGENSPLANNING – ESTATE
PLANNING
devolutie aanduiding wie erfenis zal krijgen
nalatenschap vermogen overledene
erfenis vermogen overleden, vanuit standpunt verkrijger (= deel uit nalatenschap)
erflater/ DC overleden persoon die erfenis nalaat
erfgerechtigden personen die het vermogen van de erflater verkrijgen
en erfgenamen
orde de groep erfgenamen die, gebaseerd op de aard van de bloedverwantschap, een andere
groep erfgenamen uitsluit
graad trap van verwantschap tussen de overledene en de erfgenaam
ascendenten de erfgenamen in rechte, opgaande lijn (ouders, grootouders, …)
descendenten de erfgenamen in rechte, neergaande lijn ( kinderen, kleinkinderen, …)
testator persoon die een testament opstelt
legaat het voorwerp van het testament of datgene wat men via een testament verkrijgt
legataris de begunstigde in het testament
volle eigendom het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak het genot te hebben en erover te
beschikken, mits er geen gebruik van wordt gemaakt dat strijdig is met de wetten/
verordeningen
blote/ naakte recht van eigendom van een zaak zonder het te mogen gebruiken of het genot ervan te
eigendom hebben
vruchtgebruik recht om van een zaak, waarvan een ander de eigenaar is, het genot te hebben zoals de
eigenaar zelf, maar onder verplichting om de zaak in stand te houden
VOLLE EIGENDOM = BLOTE EIGENDOM + VRUCHTGEBRUIK
HOEDANIGHEDEN VEREIST OM TE KUNNEN ERVEN
Om te kunnen erven, moet de erfgenaam aan 2 voorwaarden voldoen:
MEN MOET (AL + NOG) BESTAAN
Men moet bestaan op ogenblik dat de erfenis openvalt. Om erfgerechtigd te zijn moet men de erflater ook
overleven.
SAMEN STERVEN
Wanneer 2/ meer personen op ongeveer hetzelfde ogenblik om het leven komen zonder dat men volgorde
overlijden kan vaststellen = commoriëntesregel.
Volgorde onmogelijk vast te stellen? = gelijktijdig overleden. Personen kunnen niet van elkaar erven;
nalatenschappen worden los van elkaar afgehandeld.
Indien belanghebbende ten gevolge van omstandigheden die hem niet kunnen worden toegerekend,
moeilijkheden ondervindt bij bewijs volgorde overlijden, kan rechter hem een/meer malen uitstel verlenen,
voor zover redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het bewijs binnen termijn uitstel kan worden geleverd.
1
,2
,RECHTSPERSOON (VZW, STICHTING, …)
Bij testament kan men een rechtspersoon tot legataris aanduiden. Voorwaarde: rechtspersoon moet bestaan
op ogenblik dat testator overlijdt. VZW/ Stichting moet rechtspersoonlijkheid hebben op moment erflater
sterft.
MEN MAG NIET ONWAARDIG ZIJN
= erfgenaam die door een wet bepaalde regel niet verdient om erfgenaam te zijn – nooit erfgenaam geweest
dan.
a) De dader, mededader/ medeplichtige schuldig is om op erflater een feit te hebben gepleegd dat zijn dood
heeft veroorzaakt;
b) Degene die de feiten gepleegd heeft of gepoogd heeft te plegen, maar intussen zelf overleden is =
onwaardig, ookal is deze daarvoor niet veroordeeld;
c) Ook als het slachtoffer in leven blijft, kan de dader zijn erfenis verliezen. Poging tot moord.
Er moet eerst een veroordeling zijn, die tot de onwaardigheid beslist. Geen onwaardigheid indien erflater/
dader de feiten heeft vergeven. Vergiffenis enkel worden geschonken in geschrift dat van erflater uitgaat = in
vorm die voor testamentaire beschikking is vereist.
GEVOLGEN ONWAARDIGHEID
∙ Uitgesloten erfgerechtigde wordt geacht nooit enig recht in de nalatenschap te hebben gehad.
∙ Aandeel onwaardige komt ten goede aan zijn afstammelingen, indien plaatsvervulling plaatsvindt anders
komt het ten goede aan de andere erfgerechtigden in dezelfde graad.
∙ Kinderen onwaardige = niet uitgesloten wegens schuld ouder
∙ Onwaardige geen wettelijk genot op de goederen die zijn kinderen ten gevolge van onwaardigheid
vererven – kan deze goederen NOOIT erven!
∙ Waarde goederen worden bepaald op het ogenblik waarop het kind ze heeft verkregen.
REGELS VAN HET WETTELIJK ERFRECHT = “ERFRECHTELIJKE ROEPING”
REGEL 1 = BEPALEN VAN DE ERFRECHTELIJKE ORDE
STAP 1: ORDE van alle in leven zijnde bloedverwanten – groep erfgenamen die dezelfde aard van
bloedverwantschap deelt.
∙ Een voorafgaande orde sluit een volgende orde uit
∙ ORDE 2: Indien beide ouders van een persoon zonder afstammelingen is overleden + erflater broers en
zussen of hun afstammelingen achtergelaten heeft, wordt de nalatenschap in 2 helften gesplitst => ene
helft ouders, andere helft nauwe zijverwanten. (ouders erven ½ )
∙ Enkel vader/moeder van erflater zonder afstammelingen – gedeelte dat hem/ haar, overeenkomstig het
derde lid, zou zijn te beurt gevallen, gevoegd bij helft die toekomt aan de nauwe zijverwanten. (bv. moeder
erft ¼ )
∙ In geval vooroverlijden ouder van persoon die zonder afstammelingen is gestorven, komt nalatenschap
uitsluitend toe aan de nauwe zijverwanten met uitsluiting van de overige ascendenten en van de overige
zijverwanten.
3
, EERSTE ORDE TWEEDE ORDE DERDE ORDE VIERDE ORDE
AFSTAMMELINGEN NAUWE ZIJVERWANTEN + ASCENDENTEN GEWONE
EVT VADER / ZIJVERWANTEN
MOEDER
= alle bloedverwanten = ouders (als er nog = alle bloedverwanten in = alle bloedverwanten
in neer- gaande lijn broers/zussen zijn) op- gaande lijn e
in zijlijn tot 4 graad
= broers en zussen (andere dan broers en
zussen)
- Kinderen (ook - Halfbroers en - Ouders (alle - Ooms en tantes
buitenechte- lijke halfzussen broers/zussen niet - Kinderen van
!) tot de nalatenschap
- Kinderen en verdere ooms en tantes
- Kleinkinderen ko- men)
(“neven / nichten”
afstammelingen van
- Achterkleinkinderen broers en zus- sen en
- Grootouders // niet te
- Geadopteerde van halfbroers en - Overgrootouders verwarren met
kinderen van
kinderen (gewone halfzussen (“neven /
broers en zussen
en ten volle nichten”)
de
geadopteerde) die 2 orde zijn)
- Grootooms en –
tantes
- Gewone
zijverwanten en
afstammelingen
e
tot de 4 graad
+ KLOVING + KLOVING
REGEL 2: LIJNEN EN GRADEN
STAP 2: binnen de hoogste orde bepaal je wie het dichtste in graad is
Eerst de orde bepalen; enkel de erfgenamen van de hoogste orde erven! Pas erna speelt de graad een rol!
Alleen zij die in graad het dichts tot de overledene staan, krijgen een deel van de nalatenschap. De afstand in
bloedverwantschap wordt bepaald door het getal van de generaties; elke generatie wordt een graad genoemd.
De graad wordt bepaald door het optellen van de generaties. Die optelling is afhankelijk van de lijn waarin
iemand zich bevindt.
RECHTE LIJN: de erfopvolging is in rechte lijn wanneer ze plaatsvindt tussen personen die van elkaar
afstammen.
De rechte neerdalende lijn: deze verbindt de stamouder met de personen die van hem afstammen bv.
kinderen t.o.v. ouders/ kleinkinderen t.o.v. grootouders
De rechte opgaande lijn: deze verbindt een persoon met degenen van wie hij afstamt bv. ouders t.o.v. hun
kinderen; grootouders t.o.v. hun kleinkinderen
ZIJLIJN: wanneer erfopvolging plaatsvindt tussen personen die niet van elkaar, maar van een gemene
stamouder afstammen = broers & zussen en hun afstammelingen worden ook de nauwe zijverwanten
genoemd. Overige verwanten = gewone zijverwanten.
GRAADBEPALING IN RECHTE LIJN: in de rechte lijn zijn er zoveel graden als er generaties zijn tussen personen in
die lijn.
4
,GRAADBEPALING IN ZIJLIJN: in de zijlijn worden de graden bepaald door het aantal generaties, te rekenen van
een van de verwanten tot aan de gemene stamouder, en vervolgens van deze stamouder tot aan de andere
verwant.
REGEL 3: PLAATSVERVULLING
STAP 3: één van de erfgenamen is overleden/ onwaardig/ verwerpt: zijn/ haar kinderen zullen bij
plaatsvervulling het erfdeel verkrijgen.
= wettelijke fictie
Voorwaarden: erfgerechtigde is eerder overleden/ of verwerpt/ of is onwaardig. Gevolg: het erfdeel gaat naar
de afstammelingen van de overleden/ verwerpende/ onwaardige erfgerechtigde.
Kan ertoe leiden dat niet iedereen in dezelfde orde en graad een gelijk deel kan erven!
Wanneer?
• Rechte neerdalende lijn plaatsvervulling tot in het oneindige
• Zijlijn t.v.v. afstammelingen van broers – zussen ooms – tantes
• Rechte opgaande lijn nooit plaatsvervulling
• Nooit ten aanzien van kinderen van echtgenoot / partner
VERDELING BIJ STAKEN
Bij plaatsvervulling gebeurt de verdeling bij staken. Indien een zelfde staak verscheidene takken heeft
voortgebracht, geschiedt de onderverdeling in elke tak eveneens bij staken en delen de leden van dezelfde tak
onder elkaar per hoofd.
REGEL 4: KLOVING
STAP 4: ALTIJD als de nalatenschap UITSLUITEND gaat naar 3de in 4de orde;
De nalatenschap in 2 helften verdelen :
½ voor erfgenamen in vaderlijke linie
½ voor erfgenamen in moederlijke linie
De helft komt toe aan de dichtst in graad en orde staande erfgenaam in elke lijn. Is de eerste splitsing tussen de
vaderlijke en de moederlijke lijn gedaan, dan heeft geen verdere splitsing plaats tussen de verschillende takken.
Zijn er in de ene lijn geen verwanten in erfelijke graad, dan erven de verwanten van de andere lijn de gehele
nalatenschap.
Kleine kloving wordt toegepast in de tweede orde bij vererving waarbij minstens 1 halfbroer of halfzus
betrokken is. Het gedeelte van de nalatenschap dat toekomt aan de nauwe zijverwanten wordt voor de helft
aan elke lijn toegewezen. Volle broers en zussen erven in beide lijnen; halfbroers en halfzussen van
moederszijde erven slechts in de moederlijke lijn. Zijn er enkel broers/zussen van één zijde, dan erven ze alles,
met uitsluiting van alle andere verwanten van de andere lijn.
REGEL 5: ERVEN KAN MAAR TOT DE VIERDE GRAAD
5
, Tenzij bij plaatsvervulling. Zijn er in de ene lijn geen bloedverwanten in erfelijke graad, dan erven de
bloedverwanten van de andere lijn de gehele nalatenschap.
REGEL 6: MEN ERFT BIJ GELIJKE DELEN
Uitzondering :
- Tweede orde (ouders elk ¼)
- Kloving
- Kleine kloving
- Plaatsvervulling (per staak)
WETTELIJK ERFRECHT VAN DE LANGSTLEVENDE PARTNER
WETTELIJK ERFRECHT VAN DE LANGSTLEVENDE ECHTGENOOT
Het toepasselijke huwelijksvermogensstelsel is dus van cruciaal belang voor de afwikkeling van de nalatenschap
1) Wettelijk stelsel (gemeenschap van goederen)
=> kent 3 vermogens (2x eigen + gemeenschappelijk). Het gemeenschappelijk vermogen wordt bij ontbinding
door overlijden in 2 gelijke helften verdeeld. De LLE krijgt hiervan de helft in volle eigendom (zijn/ haar eigen
helft). Via bepaalde clausules in het huwelijkscontract kan men afwijken van deze gelijke verdeling.
De nalatenschap bestaat uit de helft van het gemeenschappelijk vermogen en het eventuele eigen vermogen
van de overleden echtgenoot.
2) Stelsel van scheiding van goederen
2 vermogen, eigen vermogen van elke echtgenoot. Echtgenoten kunnen ook goederen in onverdeeldheid
bezitten. In huwelijkscontract kunnen clausules voorkomen die een impact hebben op de samenstelling van de
nalatenschap.
De nalatenschap bestaat uit het eigen vermogen van de overleden echtgenoot en het aandeel van de
overleden echtgenoot in de onverdeeldheid.
VERDELING VAN DE NALATENSCHAP: WIE KRIJGT WAT? = ENKEL OP WAT IN DE NALATENSCHAP
ZIT, WORDEN DE REGELS VAN HET ERFRECHT TOEGEPAST
Stap 1: ontbinding huwelijksstelsel: EV LLE + aandeel LLE in GV/ onverdeeldheid => LLE
Stap 2: nalatenschap = EV DC + aandeel DC in GV/ onverdeeldheid
Erfrecht alleen toepassen op nalatenschap!!
§1. LLE + AFSTAMMELINGEN VAN DE OVERLEDENE (= 1 E ORDE)
LLE: vruchtgebruik van volledige nalatenschap
Afstammelingen: blote eigendom van volledige nalatenschap
Dit “vruchtgebruik van de gehele nalatenschap” omvat:
∙ Het vruchtgebruik op de goederen van de erflater aanwezig bij overlijden;
∙ Het wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik (behoudens verzaking) = “voortgezet vruchtgebruik”
6
PLANNING
devolutie aanduiding wie erfenis zal krijgen
nalatenschap vermogen overledene
erfenis vermogen overleden, vanuit standpunt verkrijger (= deel uit nalatenschap)
erflater/ DC overleden persoon die erfenis nalaat
erfgerechtigden personen die het vermogen van de erflater verkrijgen
en erfgenamen
orde de groep erfgenamen die, gebaseerd op de aard van de bloedverwantschap, een andere
groep erfgenamen uitsluit
graad trap van verwantschap tussen de overledene en de erfgenaam
ascendenten de erfgenamen in rechte, opgaande lijn (ouders, grootouders, …)
descendenten de erfgenamen in rechte, neergaande lijn ( kinderen, kleinkinderen, …)
testator persoon die een testament opstelt
legaat het voorwerp van het testament of datgene wat men via een testament verkrijgt
legataris de begunstigde in het testament
volle eigendom het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak het genot te hebben en erover te
beschikken, mits er geen gebruik van wordt gemaakt dat strijdig is met de wetten/
verordeningen
blote/ naakte recht van eigendom van een zaak zonder het te mogen gebruiken of het genot ervan te
eigendom hebben
vruchtgebruik recht om van een zaak, waarvan een ander de eigenaar is, het genot te hebben zoals de
eigenaar zelf, maar onder verplichting om de zaak in stand te houden
VOLLE EIGENDOM = BLOTE EIGENDOM + VRUCHTGEBRUIK
HOEDANIGHEDEN VEREIST OM TE KUNNEN ERVEN
Om te kunnen erven, moet de erfgenaam aan 2 voorwaarden voldoen:
MEN MOET (AL + NOG) BESTAAN
Men moet bestaan op ogenblik dat de erfenis openvalt. Om erfgerechtigd te zijn moet men de erflater ook
overleven.
SAMEN STERVEN
Wanneer 2/ meer personen op ongeveer hetzelfde ogenblik om het leven komen zonder dat men volgorde
overlijden kan vaststellen = commoriëntesregel.
Volgorde onmogelijk vast te stellen? = gelijktijdig overleden. Personen kunnen niet van elkaar erven;
nalatenschappen worden los van elkaar afgehandeld.
Indien belanghebbende ten gevolge van omstandigheden die hem niet kunnen worden toegerekend,
moeilijkheden ondervindt bij bewijs volgorde overlijden, kan rechter hem een/meer malen uitstel verlenen,
voor zover redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het bewijs binnen termijn uitstel kan worden geleverd.
1
,2
,RECHTSPERSOON (VZW, STICHTING, …)
Bij testament kan men een rechtspersoon tot legataris aanduiden. Voorwaarde: rechtspersoon moet bestaan
op ogenblik dat testator overlijdt. VZW/ Stichting moet rechtspersoonlijkheid hebben op moment erflater
sterft.
MEN MAG NIET ONWAARDIG ZIJN
= erfgenaam die door een wet bepaalde regel niet verdient om erfgenaam te zijn – nooit erfgenaam geweest
dan.
a) De dader, mededader/ medeplichtige schuldig is om op erflater een feit te hebben gepleegd dat zijn dood
heeft veroorzaakt;
b) Degene die de feiten gepleegd heeft of gepoogd heeft te plegen, maar intussen zelf overleden is =
onwaardig, ookal is deze daarvoor niet veroordeeld;
c) Ook als het slachtoffer in leven blijft, kan de dader zijn erfenis verliezen. Poging tot moord.
Er moet eerst een veroordeling zijn, die tot de onwaardigheid beslist. Geen onwaardigheid indien erflater/
dader de feiten heeft vergeven. Vergiffenis enkel worden geschonken in geschrift dat van erflater uitgaat = in
vorm die voor testamentaire beschikking is vereist.
GEVOLGEN ONWAARDIGHEID
∙ Uitgesloten erfgerechtigde wordt geacht nooit enig recht in de nalatenschap te hebben gehad.
∙ Aandeel onwaardige komt ten goede aan zijn afstammelingen, indien plaatsvervulling plaatsvindt anders
komt het ten goede aan de andere erfgerechtigden in dezelfde graad.
∙ Kinderen onwaardige = niet uitgesloten wegens schuld ouder
∙ Onwaardige geen wettelijk genot op de goederen die zijn kinderen ten gevolge van onwaardigheid
vererven – kan deze goederen NOOIT erven!
∙ Waarde goederen worden bepaald op het ogenblik waarop het kind ze heeft verkregen.
REGELS VAN HET WETTELIJK ERFRECHT = “ERFRECHTELIJKE ROEPING”
REGEL 1 = BEPALEN VAN DE ERFRECHTELIJKE ORDE
STAP 1: ORDE van alle in leven zijnde bloedverwanten – groep erfgenamen die dezelfde aard van
bloedverwantschap deelt.
∙ Een voorafgaande orde sluit een volgende orde uit
∙ ORDE 2: Indien beide ouders van een persoon zonder afstammelingen is overleden + erflater broers en
zussen of hun afstammelingen achtergelaten heeft, wordt de nalatenschap in 2 helften gesplitst => ene
helft ouders, andere helft nauwe zijverwanten. (ouders erven ½ )
∙ Enkel vader/moeder van erflater zonder afstammelingen – gedeelte dat hem/ haar, overeenkomstig het
derde lid, zou zijn te beurt gevallen, gevoegd bij helft die toekomt aan de nauwe zijverwanten. (bv. moeder
erft ¼ )
∙ In geval vooroverlijden ouder van persoon die zonder afstammelingen is gestorven, komt nalatenschap
uitsluitend toe aan de nauwe zijverwanten met uitsluiting van de overige ascendenten en van de overige
zijverwanten.
3
, EERSTE ORDE TWEEDE ORDE DERDE ORDE VIERDE ORDE
AFSTAMMELINGEN NAUWE ZIJVERWANTEN + ASCENDENTEN GEWONE
EVT VADER / ZIJVERWANTEN
MOEDER
= alle bloedverwanten = ouders (als er nog = alle bloedverwanten in = alle bloedverwanten
in neer- gaande lijn broers/zussen zijn) op- gaande lijn e
in zijlijn tot 4 graad
= broers en zussen (andere dan broers en
zussen)
- Kinderen (ook - Halfbroers en - Ouders (alle - Ooms en tantes
buitenechte- lijke halfzussen broers/zussen niet - Kinderen van
!) tot de nalatenschap
- Kinderen en verdere ooms en tantes
- Kleinkinderen ko- men)
(“neven / nichten”
afstammelingen van
- Achterkleinkinderen broers en zus- sen en
- Grootouders // niet te
- Geadopteerde van halfbroers en - Overgrootouders verwarren met
kinderen van
kinderen (gewone halfzussen (“neven /
broers en zussen
en ten volle nichten”)
de
geadopteerde) die 2 orde zijn)
- Grootooms en –
tantes
- Gewone
zijverwanten en
afstammelingen
e
tot de 4 graad
+ KLOVING + KLOVING
REGEL 2: LIJNEN EN GRADEN
STAP 2: binnen de hoogste orde bepaal je wie het dichtste in graad is
Eerst de orde bepalen; enkel de erfgenamen van de hoogste orde erven! Pas erna speelt de graad een rol!
Alleen zij die in graad het dichts tot de overledene staan, krijgen een deel van de nalatenschap. De afstand in
bloedverwantschap wordt bepaald door het getal van de generaties; elke generatie wordt een graad genoemd.
De graad wordt bepaald door het optellen van de generaties. Die optelling is afhankelijk van de lijn waarin
iemand zich bevindt.
RECHTE LIJN: de erfopvolging is in rechte lijn wanneer ze plaatsvindt tussen personen die van elkaar
afstammen.
De rechte neerdalende lijn: deze verbindt de stamouder met de personen die van hem afstammen bv.
kinderen t.o.v. ouders/ kleinkinderen t.o.v. grootouders
De rechte opgaande lijn: deze verbindt een persoon met degenen van wie hij afstamt bv. ouders t.o.v. hun
kinderen; grootouders t.o.v. hun kleinkinderen
ZIJLIJN: wanneer erfopvolging plaatsvindt tussen personen die niet van elkaar, maar van een gemene
stamouder afstammen = broers & zussen en hun afstammelingen worden ook de nauwe zijverwanten
genoemd. Overige verwanten = gewone zijverwanten.
GRAADBEPALING IN RECHTE LIJN: in de rechte lijn zijn er zoveel graden als er generaties zijn tussen personen in
die lijn.
4
,GRAADBEPALING IN ZIJLIJN: in de zijlijn worden de graden bepaald door het aantal generaties, te rekenen van
een van de verwanten tot aan de gemene stamouder, en vervolgens van deze stamouder tot aan de andere
verwant.
REGEL 3: PLAATSVERVULLING
STAP 3: één van de erfgenamen is overleden/ onwaardig/ verwerpt: zijn/ haar kinderen zullen bij
plaatsvervulling het erfdeel verkrijgen.
= wettelijke fictie
Voorwaarden: erfgerechtigde is eerder overleden/ of verwerpt/ of is onwaardig. Gevolg: het erfdeel gaat naar
de afstammelingen van de overleden/ verwerpende/ onwaardige erfgerechtigde.
Kan ertoe leiden dat niet iedereen in dezelfde orde en graad een gelijk deel kan erven!
Wanneer?
• Rechte neerdalende lijn plaatsvervulling tot in het oneindige
• Zijlijn t.v.v. afstammelingen van broers – zussen ooms – tantes
• Rechte opgaande lijn nooit plaatsvervulling
• Nooit ten aanzien van kinderen van echtgenoot / partner
VERDELING BIJ STAKEN
Bij plaatsvervulling gebeurt de verdeling bij staken. Indien een zelfde staak verscheidene takken heeft
voortgebracht, geschiedt de onderverdeling in elke tak eveneens bij staken en delen de leden van dezelfde tak
onder elkaar per hoofd.
REGEL 4: KLOVING
STAP 4: ALTIJD als de nalatenschap UITSLUITEND gaat naar 3de in 4de orde;
De nalatenschap in 2 helften verdelen :
½ voor erfgenamen in vaderlijke linie
½ voor erfgenamen in moederlijke linie
De helft komt toe aan de dichtst in graad en orde staande erfgenaam in elke lijn. Is de eerste splitsing tussen de
vaderlijke en de moederlijke lijn gedaan, dan heeft geen verdere splitsing plaats tussen de verschillende takken.
Zijn er in de ene lijn geen verwanten in erfelijke graad, dan erven de verwanten van de andere lijn de gehele
nalatenschap.
Kleine kloving wordt toegepast in de tweede orde bij vererving waarbij minstens 1 halfbroer of halfzus
betrokken is. Het gedeelte van de nalatenschap dat toekomt aan de nauwe zijverwanten wordt voor de helft
aan elke lijn toegewezen. Volle broers en zussen erven in beide lijnen; halfbroers en halfzussen van
moederszijde erven slechts in de moederlijke lijn. Zijn er enkel broers/zussen van één zijde, dan erven ze alles,
met uitsluiting van alle andere verwanten van de andere lijn.
REGEL 5: ERVEN KAN MAAR TOT DE VIERDE GRAAD
5
, Tenzij bij plaatsvervulling. Zijn er in de ene lijn geen bloedverwanten in erfelijke graad, dan erven de
bloedverwanten van de andere lijn de gehele nalatenschap.
REGEL 6: MEN ERFT BIJ GELIJKE DELEN
Uitzondering :
- Tweede orde (ouders elk ¼)
- Kloving
- Kleine kloving
- Plaatsvervulling (per staak)
WETTELIJK ERFRECHT VAN DE LANGSTLEVENDE PARTNER
WETTELIJK ERFRECHT VAN DE LANGSTLEVENDE ECHTGENOOT
Het toepasselijke huwelijksvermogensstelsel is dus van cruciaal belang voor de afwikkeling van de nalatenschap
1) Wettelijk stelsel (gemeenschap van goederen)
=> kent 3 vermogens (2x eigen + gemeenschappelijk). Het gemeenschappelijk vermogen wordt bij ontbinding
door overlijden in 2 gelijke helften verdeeld. De LLE krijgt hiervan de helft in volle eigendom (zijn/ haar eigen
helft). Via bepaalde clausules in het huwelijkscontract kan men afwijken van deze gelijke verdeling.
De nalatenschap bestaat uit de helft van het gemeenschappelijk vermogen en het eventuele eigen vermogen
van de overleden echtgenoot.
2) Stelsel van scheiding van goederen
2 vermogen, eigen vermogen van elke echtgenoot. Echtgenoten kunnen ook goederen in onverdeeldheid
bezitten. In huwelijkscontract kunnen clausules voorkomen die een impact hebben op de samenstelling van de
nalatenschap.
De nalatenschap bestaat uit het eigen vermogen van de overleden echtgenoot en het aandeel van de
overleden echtgenoot in de onverdeeldheid.
VERDELING VAN DE NALATENSCHAP: WIE KRIJGT WAT? = ENKEL OP WAT IN DE NALATENSCHAP
ZIT, WORDEN DE REGELS VAN HET ERFRECHT TOEGEPAST
Stap 1: ontbinding huwelijksstelsel: EV LLE + aandeel LLE in GV/ onverdeeldheid => LLE
Stap 2: nalatenschap = EV DC + aandeel DC in GV/ onverdeeldheid
Erfrecht alleen toepassen op nalatenschap!!
§1. LLE + AFSTAMMELINGEN VAN DE OVERLEDENE (= 1 E ORDE)
LLE: vruchtgebruik van volledige nalatenschap
Afstammelingen: blote eigendom van volledige nalatenschap
Dit “vruchtgebruik van de gehele nalatenschap” omvat:
∙ Het vruchtgebruik op de goederen van de erflater aanwezig bij overlijden;
∙ Het wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik (behoudens verzaking) = “voortgezet vruchtgebruik”
6