Echografie
Echo
Een echografisch beeld komt tot stand met behulp van een
transducer. Er zijn verschillende soorten transducers en deze zorgen
ervoor dat er een ultrageluid wordt opgewekt. Dat geluid wordt
opgewekt in de transducer en zal dan het geluid uitzenden. Via gel
op de huid, gaat het geluid het lichaam binnen. Het geluid
weerkaatst tegen organen waardoor het terug wordt gekaatst.
Transducer
De transducer zendt alle verkregen informatie naar het echoapparaat, waar de pc, berekeningen
uitvoert op de computer waarna een echobeeld kan worden opgezet. De transducer wordt op de
huid geplaatst (rode stip). Aan de hand van de reflectie wordt het beeld opgebouwd. Hoe meer
reflectie er is, hoe witter het beeld. Hoe dieper je komt, hoe meer geluid er ook wegkaatst en
terugkomt bij de transducer, hoe minder betrouwbaar het beeld is.
Technische instellingen
Om een beter beeld of specifieker beeld te bekijken wordt er gebruik gemaakt van verschillende
technische instellingen.
Preset: voorafgaande ingestelde instellingen van een orgaan.
Gain: de knop waarmee het teruggekomen geluid kan worden versterkt, als het beeld te donker
is, kan je het witter maken waardoor je het beter kan zien.
Time Gain Compensation (TGC): het versterkt niet het gehele signaal, maar het signaal op een
bepaalde diepte wordt versterkt.
Diepte: de diepte moet zo worden ingesteld, dat het orgaan goed zichtbaar zit. Als de nier op 6
cm diepte, dan zet je hem tot 6 cm, anders wordt het heel onduidelijk en kan niet het juiste
orgaan worden beoordeeld.
Gain is het meer of minder versterken van het terugkomend geluid. In het echobeeld zou er bij
meer versterking het beeld lichter wordt en bij minder versterking, donkerder. Het is belangrijk
dat de “gain” continu wordt aangepast zodat de goede balans tussen de grijswaarden wordt
gevonden, waarbij zwart zich ook echt als zwart toont.
De TGC doet hetzelfde als de “gain”, maar kan een bepaalde diepte versterken en kan een deel
van het beeld lichter of donkerder maken in plaats van het hele beeld.
Met de “Focus” kan de geluidsbundel geconfigureerd worden op het ingestelde punt, waardoor
op deze diepte het hoogstmogelijk laterale resolutie kan bereiken. Een regel die moet worden
gehanteerd bij het gebruiken van deze functie, is dat deze altijd op of onder de grensstructuur
wordt gezet.
Frequentie
Hoe hoger de frequentie is ingesteld, hoe hoger de resolutie maar hoe minder diep de
geluidsgolven het lichaam kunnen bereiken. Andersom geldt dit ook.
,Bij 2,5 MHz kan meer worden onderscheiden dan de 6 MHz. Echter is de resolutie minder goed
dan de 6 MHz. De regel bij een echo-ondezoek is ook om te beginnen met de hoogst mogelijke
frequentie en indien nodig dit aanpast.
Diepte
Tijdens het uitvoeren van het onderzoek, is het belangrijk om de diepte aan te passen en dat de
te onderzoeken structuren zich bevinden in het groene vlak.
Beeldoriёntatie
Transversaal
Transversale vlak: de transducer wordt in de breedte van het lichaam
gehouden, zoals plakjes komkommer.
Er wordt altijd vanuit de richting van de patiënt gekeken.
De voorzijde van het lichaam – Ventraal
De achterzijde van het lichaam – Dorsaal
De linkerkant – Sinistra
De rechterkant -Dextra
,Sagittaal
Sagittale vlak: de transducer wordt in de lengte van
het lichaam gehouden, zoals een baguette.
De voorzijde – Ventraal
De achterzijde - Dorsaal
De linkerzijde - Craniaal
De rechterzijde - Caudaal
Aorta Abdominalis
De Aorta (de grootste lichaamsslagader/rood) komt vanuit het hart en gaat via de thorax, door
het diafragma naar beneden en gaat zo door de buik heen, dit heet het Aorta Abdominalis. De
eerste aftakking vanaf het diafragma, wordt de “Truncus Coaliacus”. Truncus betekent stam en
op de stam zitten de bloedvaten. De linker Arterie heet de “Arterie Lienalis”, deze gaat naar links,
naar de milt. De rechter “Artera Hepatica Coemmunis’, naar de lever (hepar). De derde
vertakking “Arterie Gasterica Sinistra”, deze verzorgt de maag voor arterieel bloed (deze zie je
niet op echobeeld!).
Naar de caudale kant, is de “Arteria Mesenterica Superior” te zien, het bloed gaat vanuit de aorta
richting de darmen, deze voert caudaal het bloed af. De “Arteria Mesenterica Inferior” verzorgt
ook bloedtoevoer naar de darmen (deze zie je niet op echobeeld!). De laterale zijde van de aorta
zijn ook 2 aftakkingen te zien. De “Arteria Renalis Sinistra” (links) en de “Arteria Renalis Dextra”
(rechts).
Aan de caudale kant van de Aorta is de “Bifurcatie” (bi-2), de Aorta verdeeld zich in 2 delen
(sinistra en dextra) en deze lopen door in de bekken (het illiacum), de “Arteria Illiaca Communis
Sinistra” en de “Arteria Illiaca Communis Dextra”.
De Aorta splitst zich vanaf het diafragma naar 3 vertakkingen, daarna volgt de AMS vertakking,
met naar links en rechts de nierarterie waarna de bifurcatie plaatsvindt en zich splitst in 2
takken.
De Aorta wordt sagittaal en transversaal onderzocht.
, In het onderstaande figuur is een voorbeeld van het sagittale vlak van de Aorta. De zwarte lijn is
de Aorta en onder de Aorta zijn witte blokjes, wat de wervels zijn van het wervelkolom. Ventraal
van de Aorta is de “Truncus Coeliacus” te zien en de 2e aftakking is de “Arteria Mesenterica
Superior”, die caudaal naar de darmen gaat. Wat opvalt, is dat de “Truncus” niet als een stam
naar boven wijst, maar ook afbuigt, dit is per patiënt verschillend.
In onderstaande figuur is een voorbeeld van het transversale vlak. De wervelkolom is niet meer
te zien, maar nu als een ronde wervel onderin het beeld, waar boven de Aorta ligt. Het kleine
stipje boven de Aorta is de “Arteria Mesenterica Superior”. Rechts (dextra) van de Aorta, is de
“Vena Cava Inferior” te zien. Ook is sinistra de “Aorta Renalis sinistra” te zien (de dorsale
vertakking). Voor deze is de “Vena Renale Sinistra”, die tussen de Aorta Abdominalis en de
“Arteria Mesenterica Superior” doorloopt, naar de “Vena Cava” toe. De vertakkingen onderin de
Aorta zijn de diafragma, geen bloedvaten.
Echo
Een echografisch beeld komt tot stand met behulp van een
transducer. Er zijn verschillende soorten transducers en deze zorgen
ervoor dat er een ultrageluid wordt opgewekt. Dat geluid wordt
opgewekt in de transducer en zal dan het geluid uitzenden. Via gel
op de huid, gaat het geluid het lichaam binnen. Het geluid
weerkaatst tegen organen waardoor het terug wordt gekaatst.
Transducer
De transducer zendt alle verkregen informatie naar het echoapparaat, waar de pc, berekeningen
uitvoert op de computer waarna een echobeeld kan worden opgezet. De transducer wordt op de
huid geplaatst (rode stip). Aan de hand van de reflectie wordt het beeld opgebouwd. Hoe meer
reflectie er is, hoe witter het beeld. Hoe dieper je komt, hoe meer geluid er ook wegkaatst en
terugkomt bij de transducer, hoe minder betrouwbaar het beeld is.
Technische instellingen
Om een beter beeld of specifieker beeld te bekijken wordt er gebruik gemaakt van verschillende
technische instellingen.
Preset: voorafgaande ingestelde instellingen van een orgaan.
Gain: de knop waarmee het teruggekomen geluid kan worden versterkt, als het beeld te donker
is, kan je het witter maken waardoor je het beter kan zien.
Time Gain Compensation (TGC): het versterkt niet het gehele signaal, maar het signaal op een
bepaalde diepte wordt versterkt.
Diepte: de diepte moet zo worden ingesteld, dat het orgaan goed zichtbaar zit. Als de nier op 6
cm diepte, dan zet je hem tot 6 cm, anders wordt het heel onduidelijk en kan niet het juiste
orgaan worden beoordeeld.
Gain is het meer of minder versterken van het terugkomend geluid. In het echobeeld zou er bij
meer versterking het beeld lichter wordt en bij minder versterking, donkerder. Het is belangrijk
dat de “gain” continu wordt aangepast zodat de goede balans tussen de grijswaarden wordt
gevonden, waarbij zwart zich ook echt als zwart toont.
De TGC doet hetzelfde als de “gain”, maar kan een bepaalde diepte versterken en kan een deel
van het beeld lichter of donkerder maken in plaats van het hele beeld.
Met de “Focus” kan de geluidsbundel geconfigureerd worden op het ingestelde punt, waardoor
op deze diepte het hoogstmogelijk laterale resolutie kan bereiken. Een regel die moet worden
gehanteerd bij het gebruiken van deze functie, is dat deze altijd op of onder de grensstructuur
wordt gezet.
Frequentie
Hoe hoger de frequentie is ingesteld, hoe hoger de resolutie maar hoe minder diep de
geluidsgolven het lichaam kunnen bereiken. Andersom geldt dit ook.
,Bij 2,5 MHz kan meer worden onderscheiden dan de 6 MHz. Echter is de resolutie minder goed
dan de 6 MHz. De regel bij een echo-ondezoek is ook om te beginnen met de hoogst mogelijke
frequentie en indien nodig dit aanpast.
Diepte
Tijdens het uitvoeren van het onderzoek, is het belangrijk om de diepte aan te passen en dat de
te onderzoeken structuren zich bevinden in het groene vlak.
Beeldoriёntatie
Transversaal
Transversale vlak: de transducer wordt in de breedte van het lichaam
gehouden, zoals plakjes komkommer.
Er wordt altijd vanuit de richting van de patiënt gekeken.
De voorzijde van het lichaam – Ventraal
De achterzijde van het lichaam – Dorsaal
De linkerkant – Sinistra
De rechterkant -Dextra
,Sagittaal
Sagittale vlak: de transducer wordt in de lengte van
het lichaam gehouden, zoals een baguette.
De voorzijde – Ventraal
De achterzijde - Dorsaal
De linkerzijde - Craniaal
De rechterzijde - Caudaal
Aorta Abdominalis
De Aorta (de grootste lichaamsslagader/rood) komt vanuit het hart en gaat via de thorax, door
het diafragma naar beneden en gaat zo door de buik heen, dit heet het Aorta Abdominalis. De
eerste aftakking vanaf het diafragma, wordt de “Truncus Coaliacus”. Truncus betekent stam en
op de stam zitten de bloedvaten. De linker Arterie heet de “Arterie Lienalis”, deze gaat naar links,
naar de milt. De rechter “Artera Hepatica Coemmunis’, naar de lever (hepar). De derde
vertakking “Arterie Gasterica Sinistra”, deze verzorgt de maag voor arterieel bloed (deze zie je
niet op echobeeld!).
Naar de caudale kant, is de “Arteria Mesenterica Superior” te zien, het bloed gaat vanuit de aorta
richting de darmen, deze voert caudaal het bloed af. De “Arteria Mesenterica Inferior” verzorgt
ook bloedtoevoer naar de darmen (deze zie je niet op echobeeld!). De laterale zijde van de aorta
zijn ook 2 aftakkingen te zien. De “Arteria Renalis Sinistra” (links) en de “Arteria Renalis Dextra”
(rechts).
Aan de caudale kant van de Aorta is de “Bifurcatie” (bi-2), de Aorta verdeeld zich in 2 delen
(sinistra en dextra) en deze lopen door in de bekken (het illiacum), de “Arteria Illiaca Communis
Sinistra” en de “Arteria Illiaca Communis Dextra”.
De Aorta splitst zich vanaf het diafragma naar 3 vertakkingen, daarna volgt de AMS vertakking,
met naar links en rechts de nierarterie waarna de bifurcatie plaatsvindt en zich splitst in 2
takken.
De Aorta wordt sagittaal en transversaal onderzocht.
, In het onderstaande figuur is een voorbeeld van het sagittale vlak van de Aorta. De zwarte lijn is
de Aorta en onder de Aorta zijn witte blokjes, wat de wervels zijn van het wervelkolom. Ventraal
van de Aorta is de “Truncus Coeliacus” te zien en de 2e aftakking is de “Arteria Mesenterica
Superior”, die caudaal naar de darmen gaat. Wat opvalt, is dat de “Truncus” niet als een stam
naar boven wijst, maar ook afbuigt, dit is per patiënt verschillend.
In onderstaande figuur is een voorbeeld van het transversale vlak. De wervelkolom is niet meer
te zien, maar nu als een ronde wervel onderin het beeld, waar boven de Aorta ligt. Het kleine
stipje boven de Aorta is de “Arteria Mesenterica Superior”. Rechts (dextra) van de Aorta, is de
“Vena Cava Inferior” te zien. Ook is sinistra de “Aorta Renalis sinistra” te zien (de dorsale
vertakking). Voor deze is de “Vena Renale Sinistra”, die tussen de Aorta Abdominalis en de
“Arteria Mesenterica Superior” doorloopt, naar de “Vena Cava” toe. De vertakkingen onderin de
Aorta zijn de diafragma, geen bloedvaten.