Cursus: MB0106192034
Studietaak: 1-5
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In deze studietaak is antwoord gegeven op de vragen omtrent causaliteit die gaan over de inleidende
tekst van de snaveldokters die in de middeleeuwen actief waren om de pestlijders te isoleren van de
gezonde mensen.
In hoeverre is dit een toetsbare hypothese?
In de middeleeuwen ging men dus van de hypothese uit dat het pak van de snaveldokter
bescherming biedt tegen besmetting door de pest. De snaveldokters werden niet (vaak) besmet door
de pest toen zij dit pak aanhadden, maar wel direct in aanraking kwamen met mensen die drager
waren van de ziekte. Dit is een toetsbare hypothese, maar een verklaring moet altijd meer inhouden
dan het aantonen van een samenhang tussen twee verschijnselen. Een statistische correlatie is
namelijk nog geen oorzakelijk verband, aldus Gelderman en van Zanten (2013).
In dit geval is er wel sprake van een correlatie omdat die ontstaat doordat X (het dragen van een
snaveldokterspak) bijdraagt aan de totstandkoming van Y (het niet vaak krijgen van de pest). Een
snaveldokter werd namelijk niet (vaak) besmet door de pest doordat de rattenvlo vanwege de
beschermende werking van de kleding van de snaveldokter weinig kans kreeg om de snaveldokter te
besmetten.
Het is niet eenvoudig om een algemene wet of conclusie af te leiden uit een aantal waarnemingen.
Toch stellen Gelderman en van Zanten (2013) dat dit wel vaak gebeurt in wetenschappelijke
disciplines, omdat het anders vrijwel onmogelijk is om tot kennis te komen in een empirische
wetenschap. Falsificatie in de zin van één snaveldokter vinden die wel besmet is geraakt door het
pestvirus is in dit geval niet van toepassing, omdat het in de praktijk van de wetenschap nooit gaat
om het vinden van één respondent waarop de gehele hypothese zou moeten worden verworpen. We
toetsen juist een hypothese om uitspraken te kunnen doen als: “variabele X heeft een significante
invloed op variabele Y met een waarschijnlijkheid van 95%”.
De hypothese dat het pak van de snaveldokter bescherming biedt tegen besmetting door de pest is in
die zin ook toetsbaar, doordat de snaveldokters vanwege het dragen van het pak niet (vaak) besmet
werden door de pest omdat de rattenvlo vanwege de beschermende kleding van de snaveldokter
weinig kans kreeg om de snaveldokter te besmetten. In die zin had variable X (het dragen van het
pak) een significante invloed op variable Y (het krijgen van de pest). Pas later is gebleken dat het om
het materiaal van het pak ging en niet of dit in de vorm van een vogel, olifant etc. was vormgegeven,
maar dat staat terzijde in de beantwoording op deze vraag.
Is deze hypothese het resultaat van deductie of inductie? Licht uw antwoord toe.
Bij de hypothese ‘’het pak van de snaveldokter biedt bescherming tegen de pest’’ is er sprake van
inductie. Snaveldokters die een snaveldokterspak droegen werden namelijk niet (vaak) besmet door
de pest, dus werd gesteld dat alle pakken van de snaveldokters als bescherming dienen tegen de
pest. Er waren dus wel degelijk snaveldokters die, ondanks het dragen van het pak, besmet zijn met
de pest.
Van welke causale relaties wordt uitgegaan in de lucht-vogeltheorie ter verklaring voor het al dan
niet besmet worden door de pest? Idem voor de rattenvlotheorie.
Studietaak: 1-5
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In deze studietaak is antwoord gegeven op de vragen omtrent causaliteit die gaan over de inleidende
tekst van de snaveldokters die in de middeleeuwen actief waren om de pestlijders te isoleren van de
gezonde mensen.
In hoeverre is dit een toetsbare hypothese?
In de middeleeuwen ging men dus van de hypothese uit dat het pak van de snaveldokter
bescherming biedt tegen besmetting door de pest. De snaveldokters werden niet (vaak) besmet door
de pest toen zij dit pak aanhadden, maar wel direct in aanraking kwamen met mensen die drager
waren van de ziekte. Dit is een toetsbare hypothese, maar een verklaring moet altijd meer inhouden
dan het aantonen van een samenhang tussen twee verschijnselen. Een statistische correlatie is
namelijk nog geen oorzakelijk verband, aldus Gelderman en van Zanten (2013).
In dit geval is er wel sprake van een correlatie omdat die ontstaat doordat X (het dragen van een
snaveldokterspak) bijdraagt aan de totstandkoming van Y (het niet vaak krijgen van de pest). Een
snaveldokter werd namelijk niet (vaak) besmet door de pest doordat de rattenvlo vanwege de
beschermende werking van de kleding van de snaveldokter weinig kans kreeg om de snaveldokter te
besmetten.
Het is niet eenvoudig om een algemene wet of conclusie af te leiden uit een aantal waarnemingen.
Toch stellen Gelderman en van Zanten (2013) dat dit wel vaak gebeurt in wetenschappelijke
disciplines, omdat het anders vrijwel onmogelijk is om tot kennis te komen in een empirische
wetenschap. Falsificatie in de zin van één snaveldokter vinden die wel besmet is geraakt door het
pestvirus is in dit geval niet van toepassing, omdat het in de praktijk van de wetenschap nooit gaat
om het vinden van één respondent waarop de gehele hypothese zou moeten worden verworpen. We
toetsen juist een hypothese om uitspraken te kunnen doen als: “variabele X heeft een significante
invloed op variabele Y met een waarschijnlijkheid van 95%”.
De hypothese dat het pak van de snaveldokter bescherming biedt tegen besmetting door de pest is in
die zin ook toetsbaar, doordat de snaveldokters vanwege het dragen van het pak niet (vaak) besmet
werden door de pest omdat de rattenvlo vanwege de beschermende kleding van de snaveldokter
weinig kans kreeg om de snaveldokter te besmetten. In die zin had variable X (het dragen van het
pak) een significante invloed op variable Y (het krijgen van de pest). Pas later is gebleken dat het om
het materiaal van het pak ging en niet of dit in de vorm van een vogel, olifant etc. was vormgegeven,
maar dat staat terzijde in de beantwoording op deze vraag.
Is deze hypothese het resultaat van deductie of inductie? Licht uw antwoord toe.
Bij de hypothese ‘’het pak van de snaveldokter biedt bescherming tegen de pest’’ is er sprake van
inductie. Snaveldokters die een snaveldokterspak droegen werden namelijk niet (vaak) besmet door
de pest, dus werd gesteld dat alle pakken van de snaveldokters als bescherming dienen tegen de
pest. Er waren dus wel degelijk snaveldokters die, ondanks het dragen van het pak, besmet zijn met
de pest.
Van welke causale relaties wordt uitgegaan in de lucht-vogeltheorie ter verklaring voor het al dan
niet besmet worden door de pest? Idem voor de rattenvlotheorie.