Cursus: MB0106192034
Studietaak: 4-14
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
Opdracht 1.
Kies als gevolg van stress de variabele psychische klachten (Y). Kies één oorzaak van stress uit de
drie variabelen rolonduidelijkheid, verantwoordelijkheid en toekomstonzekerheid (X). Kies één
persoonskenmerk uit de vijf variabelen neuroticisme tot en met consciëntieusheid (Z). In de tabel
staan bij de Samenstelling van de subschaal de items die voor X, Y en Z gebruikt kunnen worden.
- Psychische klachten (Y) = gevolg van stress.
- De variabele twee, vier, zeven en tien worden gehercodeerd -> 4 puntsvragen.
- Verantwoordelijkheid (X) = een oorzaak van stress.
- Extraversie (Z) = persoonlijkheidskenmerk.
- De variabele drie, zes, negen en twaalf worden gehercodeerd -> 5 puntsvragen.
Opdracht 2.
Voer voor de items van Y een betrouwbaarheidsanalyse uit HANDLEIDING SPSS,
BETROUWBAARHEIDSANALYSE. Beslis welke items gebruikt gaan worden voor de
schaalconstructie. Bepaal de schaal voor Y door het gemiddelde te nemen van de gekozen items
HANDLEIDING SPSS, GEMIDDELDESCORE.
Zie onderstaande afbeelding. Alleen bij vraag Psych10 blijft de twijfel behouden. De correlatie is bij
alle vragen groter dan 0,2. De gemiddelde scores liggen niet heel ver uit elkaar en de Cronbachs
Alpha zit zeer dicht tegen de 0,8 (zie score 0,763). Vanwege deze gegevens en omdat er enkel tien
variabelen beschikbaar zijn, heb ik ervoor gekozen om geen variabele te verwijderen. Alle tien de
variabelen zullen dan ook gebruikt worden voor de betrouwbaarheidsanalyse.
COMPUTE PsychischeKlachten=(psych1 + psych2recode + psych3 + psych4recode +
psych5 + psych6 + psych7recode + psych8 + psych9 + psych10recode)/10.
EXECUTE.
Studietaak: 4-14
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
Opdracht 1.
Kies als gevolg van stress de variabele psychische klachten (Y). Kies één oorzaak van stress uit de
drie variabelen rolonduidelijkheid, verantwoordelijkheid en toekomstonzekerheid (X). Kies één
persoonskenmerk uit de vijf variabelen neuroticisme tot en met consciëntieusheid (Z). In de tabel
staan bij de Samenstelling van de subschaal de items die voor X, Y en Z gebruikt kunnen worden.
- Psychische klachten (Y) = gevolg van stress.
- De variabele twee, vier, zeven en tien worden gehercodeerd -> 4 puntsvragen.
- Verantwoordelijkheid (X) = een oorzaak van stress.
- Extraversie (Z) = persoonlijkheidskenmerk.
- De variabele drie, zes, negen en twaalf worden gehercodeerd -> 5 puntsvragen.
Opdracht 2.
Voer voor de items van Y een betrouwbaarheidsanalyse uit HANDLEIDING SPSS,
BETROUWBAARHEIDSANALYSE. Beslis welke items gebruikt gaan worden voor de
schaalconstructie. Bepaal de schaal voor Y door het gemiddelde te nemen van de gekozen items
HANDLEIDING SPSS, GEMIDDELDESCORE.
Zie onderstaande afbeelding. Alleen bij vraag Psych10 blijft de twijfel behouden. De correlatie is bij
alle vragen groter dan 0,2. De gemiddelde scores liggen niet heel ver uit elkaar en de Cronbachs
Alpha zit zeer dicht tegen de 0,8 (zie score 0,763). Vanwege deze gegevens en omdat er enkel tien
variabelen beschikbaar zijn, heb ik ervoor gekozen om geen variabele te verwijderen. Alle tien de
variabelen zullen dan ook gebruikt worden voor de betrouwbaarheidsanalyse.
COMPUTE PsychischeKlachten=(psych1 + psych2recode + psych3 + psych4recode +
psych5 + psych6 + psych7recode + psych8 + psych9 + psych10recode)/10.
EXECUTE.