Cursus: MB0106192034
Studietaak: 3-13
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In Saunders et al. (2016) paragraaf 13.6 (Thematic Analysis) worden 5 onderdelen, activiteiten
onderscheiden. Op welke manier gaan de onderzoekers om met deze onderdelen?
1. Identificeer categorieën (of codes)
Het onderscheiden van vijf typen relaties tussen leveranciers.
2. Verbind data aan de relevante categorie
Het identificeren van de leveringsstrategie van zowel de koper als de leveranciers en daarnaast ook
de relationele dynamiek tussen de leveranciers binnen de overeenkomst.
3. Identificeer thema’s of patronen, herken relaties, pas categorieën aan
Het vergelijken van de verschillende cases op basis van de strategische intentie, de koper-
leveranciersrelatie en de relatie tussen de verschillende leveranciers. Daarnaast valt binnen deze fase
ook de prestaties van de koper en de leverancier.
4. Ontwikkel toetsbare proposities
Het opstellen van proposities om de relaties tussen verschillende leveranciers vast te kunnen leggen.
5. Trek conclusies.
In de laatste fase worden proposities niet getoetst aan de hand van nieuwe data of nieuwe cases.
Gebruiken de onderzoekers een inductieve of een deductieve benadering voor het analyseren van
hun data? Motiveer uw antwoord.
Uit de tekst komt naar voren dat de onderzoekers gebruik maken van inductie, zij volgen namelijk
Eisenhardt’s theorie waarbij door middel van een inductieve benadering theorie wordt ontwikkeld op
basis van verschillende case study’s.
Van welke benoemde typen is hier sprake? Motiveer uw antwoord.
In de tekst is sprake van het type: exploratief genereren van hypothesen d.m.v. empirisch
wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek leidt namelijk tot enkele verwachtingen die toetsbaar
zijn aan de werkelijkheid, oftewel de werkelijkheid.
Bij de tekst onder ‘data analysis’ wordt het begrip ‘theoretical saturation point’ genoemd. Wat
wordt hiermee bedoeld?
Het ‘theoretical saturation point’ is het moment waarop er theoretische verzadiging optreedt omdat
de verzamelede data geen nieuwe informatie teweeg brengt. Dat wil zeggen; het levert geen nieuwe
inzichten meer op.
Studietaak: 3-13
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In Saunders et al. (2016) paragraaf 13.6 (Thematic Analysis) worden 5 onderdelen, activiteiten
onderscheiden. Op welke manier gaan de onderzoekers om met deze onderdelen?
1. Identificeer categorieën (of codes)
Het onderscheiden van vijf typen relaties tussen leveranciers.
2. Verbind data aan de relevante categorie
Het identificeren van de leveringsstrategie van zowel de koper als de leveranciers en daarnaast ook
de relationele dynamiek tussen de leveranciers binnen de overeenkomst.
3. Identificeer thema’s of patronen, herken relaties, pas categorieën aan
Het vergelijken van de verschillende cases op basis van de strategische intentie, de koper-
leveranciersrelatie en de relatie tussen de verschillende leveranciers. Daarnaast valt binnen deze fase
ook de prestaties van de koper en de leverancier.
4. Ontwikkel toetsbare proposities
Het opstellen van proposities om de relaties tussen verschillende leveranciers vast te kunnen leggen.
5. Trek conclusies.
In de laatste fase worden proposities niet getoetst aan de hand van nieuwe data of nieuwe cases.
Gebruiken de onderzoekers een inductieve of een deductieve benadering voor het analyseren van
hun data? Motiveer uw antwoord.
Uit de tekst komt naar voren dat de onderzoekers gebruik maken van inductie, zij volgen namelijk
Eisenhardt’s theorie waarbij door middel van een inductieve benadering theorie wordt ontwikkeld op
basis van verschillende case study’s.
Van welke benoemde typen is hier sprake? Motiveer uw antwoord.
In de tekst is sprake van het type: exploratief genereren van hypothesen d.m.v. empirisch
wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek leidt namelijk tot enkele verwachtingen die toetsbaar
zijn aan de werkelijkheid, oftewel de werkelijkheid.
Bij de tekst onder ‘data analysis’ wordt het begrip ‘theoretical saturation point’ genoemd. Wat
wordt hiermee bedoeld?
Het ‘theoretical saturation point’ is het moment waarop er theoretische verzadiging optreedt omdat
de verzamelede data geen nieuwe informatie teweeg brengt. Dat wil zeggen; het levert geen nieuwe
inzichten meer op.