Cursus: MB0106192034
Studietaak: 2-13
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In deze studietaak is de verantwoording van de vier hypotheses beoordeeld en daarbij toegelicht
waarom de vier geformuleerde hypotheses over ‘learning in organisations’ niet voldoen aan de
algemeen geldende wetenschappelijke eisen.
Wat zijn volgens u de grootste problemen met de slecht onderbouwde hypotheses?
Er zijn meerdere argumenten aan te voeren waarom de vier geformuleerde hypotheses niet voldoen
aan de algemeen geldende wetenschappelijke eisen en daarnaast slecht onderbouwd zijn. Ten eerste
maakt de onderzoeker voornamelijk gebruik van één bron om zijn hypotheses te formuleren,
namelijk de bron (Grinsven & Visser, 2011). Dit is opvallend, omdat de inleidende tekst juist begint
met de woorden: ‘in veel onderzoeken zijn’. Vervolgens wordt er in de tekst maar één keer één
andere bron vermeld in de tekst waarop de vier hypotheses zijn gebaseerd. De argumentatie voor de
vier hypotheses is hierdoor slecht onderbouwd omdat ze voornamelijk gebaseerd zijn op één bron.
Verder benoemt de onderzoeker niet of de theorieën, argumenten en onderzoeksresultaten uit de
tekst inconsistent zijn met andere onderzoeken en daarom verder moeten worden onderzocht om
zodoende te werken aan de ´body of knowledge´. Er dient dan ook op een gedetailleerde en
constructieve wijze een analyse te worden gemaakt van de belangrijkste literatuur, waarop de
hypotheses kunnen worden geformuleerd. De onderzoeker heeft dan ook maar één tekst als
fundament gebruikt voor de vier geformuleerde hypotheses.
Tenslotte begint de onderzoeker met de alternatieve hypothese in plaats van de nulhypothese. De
wetenschappelijke methode houdt juist in dat men voorlopig aanneemt dat het te bewijzen effect
niet bestaat en juist door middel van de alternatieve hypothese nagaat of deze nulhypothese
verworpen kan worden. De onderzoeker doet het in dit geval andersom en formuleert eerst de
alternatieve hypothese om vervolgens de nulhypothese te formuleren.
Studietaak: 2-13
Naam: Mart J. M. Hogendoorn
Studentnummer: 852223579
In deze studietaak is de verantwoording van de vier hypotheses beoordeeld en daarbij toegelicht
waarom de vier geformuleerde hypotheses over ‘learning in organisations’ niet voldoen aan de
algemeen geldende wetenschappelijke eisen.
Wat zijn volgens u de grootste problemen met de slecht onderbouwde hypotheses?
Er zijn meerdere argumenten aan te voeren waarom de vier geformuleerde hypotheses niet voldoen
aan de algemeen geldende wetenschappelijke eisen en daarnaast slecht onderbouwd zijn. Ten eerste
maakt de onderzoeker voornamelijk gebruik van één bron om zijn hypotheses te formuleren,
namelijk de bron (Grinsven & Visser, 2011). Dit is opvallend, omdat de inleidende tekst juist begint
met de woorden: ‘in veel onderzoeken zijn’. Vervolgens wordt er in de tekst maar één keer één
andere bron vermeld in de tekst waarop de vier hypotheses zijn gebaseerd. De argumentatie voor de
vier hypotheses is hierdoor slecht onderbouwd omdat ze voornamelijk gebaseerd zijn op één bron.
Verder benoemt de onderzoeker niet of de theorieën, argumenten en onderzoeksresultaten uit de
tekst inconsistent zijn met andere onderzoeken en daarom verder moeten worden onderzocht om
zodoende te werken aan de ´body of knowledge´. Er dient dan ook op een gedetailleerde en
constructieve wijze een analyse te worden gemaakt van de belangrijkste literatuur, waarop de
hypotheses kunnen worden geformuleerd. De onderzoeker heeft dan ook maar één tekst als
fundament gebruikt voor de vier geformuleerde hypotheses.
Tenslotte begint de onderzoeker met de alternatieve hypothese in plaats van de nulhypothese. De
wetenschappelijke methode houdt juist in dat men voorlopig aanneemt dat het te bewijzen effect
niet bestaat en juist door middel van de alternatieve hypothese nagaat of deze nulhypothese
verworpen kan worden. De onderzoeker doet het in dit geval andersom en formuleert eerst de
alternatieve hypothese om vervolgens de nulhypothese te formuleren.