TERMEN VERBINTENISSENRECHT
Vermogensrechtelijke verbintenis: rechtsband tussen twee personen die ontstaat
door de wet/ een rechtshandeling, waardoor een in geld waardeerbare aanspraak in
rechte afdwingbaar is. Artikel 5.1 BW.
Vorderingsrecht: verleent aanspraak aan een persoon (SE) op een bepaalde gedraging
van een ander (SN) = band tussen personen.
Zakelijk recht: verleent zeggenschap over een zaak.
Resultaatsverbintenis (=uitslagverbintenis): SN verbonden om een bepaald
resultaat te bereiken. Indien niet, dan aansprakelijk wegens niet nakoming en bewijslast
bij SN.
Middelenverbintenis (=inspanningsverbintenis): SN verbonden om de nodige
inspanningen te leveren om gewenste, maar niet gegarandeerde, resultaat te bereiken.
Indien niet, dan bewijslast bij SE om te bewijzen dat SN zich niet als goede huisvader
heeft gedragen.
Patronaatsverklaring (=letter of comfort): voorovereenkomst waarin met de
intentie uitdrukt om een overeenkomst te sluiten. Met eventueel exclusiviteitsclausule.
Ook Intentieverklaring (=letter of intent)
Rechtshandeling: handeling om juridische te verbinden en met gewilde rechtsgevolgen.
Eenzijdig rechtshandeling: vereist de wil van 1 persoon (1 wilsuiting)
Meerzijdige rechtshandeling: vereist de wil van meerdere personen
Overeenkomst: een op wilsovereenstemming berustende meerzijdige rechtshandeling
met juridisch afdwingbare verbintenissen. Door wilsovereenstemming een
rechtshandeling.
Pacta sunt servanda: afspraken moeten nagekomen worden. Overeenkomst
strekt partijen tot wet. Artikel 1134 oud BW; artikel 5.69 BW
Consensuele contracten: komen tot stand door loutere wilsovereenstemming (=solo
consensu). Consensualisme is algemene regel naar Belgisch recht. Artikel 5.5, eerste
lid BW.
Zakelijke contracten: overeenkomst die ontstaat door afgifte van de zaak. Niets te
maken met zakelijke rechten. Artikel 5.5, derde lid BW.
Plechtige contracten (=vormelijke contracten): onderworpen aan vormvereisten,
meestal opmaken authentieke akte of persoonlijke aanwezigheid partijen voor openbare
ambtenaar. Artikel 5.5, tweede lid BW.
Eenzijdige overeenkomst: meerzijdige rechtshandeling die slechts in hoofde van 1
partij verbintenissen doet ontstaan. Eén persoon heeft de wil om een rechtsgevolg te
creëren. Artikel 5.6, tweede lid BW. Niet te verwarren met eenzijdige rechtshandeling!
Wederkerige overeenkomst: meerzijdige rechtshandeling die in hoofde van 2 of meer
partijen verbintenissen doet ontstaan. Artikel 5.6, eerste lid BW.
, Onvolmaakte wederkerige overeenkomst: bij totstandkoming eenzijdig maar
later wederkerig omdat in de loop van hun bestaan een verbintenis ontstaat ten
laste van de andere partij.
Overeenkomst om niet: (=overeenkomst ten kostenloze titel of animus
donandi) geen economisch voordeel voor beide partijen. Artikel 5.7, tweede lid BW.
Overeenkomst onder bezwarende titel: economisch voordeel voor beide partijen.
Artikel 5.7, eerste lid BW.
Overeenkomst intuitu personae: contract aangegaan omwille van de persoon of de
persoonlijke kwaliteiten van de tegenpartij. Blijkt uit aard van de overeenkomst of de
bedoeling van partijen.
Hoofdcontract: staat los van andere contracten. Staat op zichzelf.
Bijkomende contract: hangt vast aan een ander contract.
Benoemde overeenkomst: wordt geregeld in het BW of andere regelgeving. Bijzondere
wettelijke regeling van toepassing (behoudens andersluidend beding).
Onbenoemde overeenkomst: wordt niet geregeld in het BW of daarbuiten. Geen
specifieke wettelijke regeling.
Gemengde overeenkomsten: bevat elementen van verschillende benoemde
contracten. Artikel 5.67 BW.
Combinatieleer: componenten zijn duidelijk te onderscheiden. Specifieke
wettelijke regeling toepassen op elk component apart (behoudens andersluidend
contractueel beding).
Absorptieleer: component slechts bijkomstig regeling van het
hoofdcomponent toepassen op de hele overeenkomst.
Toetredingsovereenkomst: overeenkomst tussen twee partijen waarbij de ene
(zwakkere) partij geen zeggenschap heeft over de inhouden van de overeenkomst.
Inhoud wordt eenzijdig vastgelegd door de andere (sterkere) partij. Zwakkere partij heeft
enkel de relatieve vrijheid wel of niet te contracteren. Artikel 5.10 en artikel 5.66 BW
Standaardbedingen: voorgedrukte clausules die identiek zijn in alle door de sterkere
partij gesloten contracten.
Raamovereenkomst: overeenkomst waarbij partijen het algemeen kader vaststellen
waarbinnen ze latere overeenkomst zullen sluiten.
Verkoopconcessie/concessieovereenkomst:
alleenverkoopovereenkomst.
Formeel consensualisme: wilsovereenstemming, solo consensu.
Materieel consensualiseme: wilsautonomie of contractsvrijheid. Artikel 5.28 en 5.29
BW.
Wilsautonomie: vrij om te beschikken over eigen rechtssfeer (met wie
rechtshandelingen te verrichten, contracten al dan niet te sluiten, inhoud contract
te bepalen). Volgt uit de vrijheid van personen artikel 12 GW en art. 5 EVRM.
Vermogensrechtelijke verbintenis: rechtsband tussen twee personen die ontstaat
door de wet/ een rechtshandeling, waardoor een in geld waardeerbare aanspraak in
rechte afdwingbaar is. Artikel 5.1 BW.
Vorderingsrecht: verleent aanspraak aan een persoon (SE) op een bepaalde gedraging
van een ander (SN) = band tussen personen.
Zakelijk recht: verleent zeggenschap over een zaak.
Resultaatsverbintenis (=uitslagverbintenis): SN verbonden om een bepaald
resultaat te bereiken. Indien niet, dan aansprakelijk wegens niet nakoming en bewijslast
bij SN.
Middelenverbintenis (=inspanningsverbintenis): SN verbonden om de nodige
inspanningen te leveren om gewenste, maar niet gegarandeerde, resultaat te bereiken.
Indien niet, dan bewijslast bij SE om te bewijzen dat SN zich niet als goede huisvader
heeft gedragen.
Patronaatsverklaring (=letter of comfort): voorovereenkomst waarin met de
intentie uitdrukt om een overeenkomst te sluiten. Met eventueel exclusiviteitsclausule.
Ook Intentieverklaring (=letter of intent)
Rechtshandeling: handeling om juridische te verbinden en met gewilde rechtsgevolgen.
Eenzijdig rechtshandeling: vereist de wil van 1 persoon (1 wilsuiting)
Meerzijdige rechtshandeling: vereist de wil van meerdere personen
Overeenkomst: een op wilsovereenstemming berustende meerzijdige rechtshandeling
met juridisch afdwingbare verbintenissen. Door wilsovereenstemming een
rechtshandeling.
Pacta sunt servanda: afspraken moeten nagekomen worden. Overeenkomst
strekt partijen tot wet. Artikel 1134 oud BW; artikel 5.69 BW
Consensuele contracten: komen tot stand door loutere wilsovereenstemming (=solo
consensu). Consensualisme is algemene regel naar Belgisch recht. Artikel 5.5, eerste
lid BW.
Zakelijke contracten: overeenkomst die ontstaat door afgifte van de zaak. Niets te
maken met zakelijke rechten. Artikel 5.5, derde lid BW.
Plechtige contracten (=vormelijke contracten): onderworpen aan vormvereisten,
meestal opmaken authentieke akte of persoonlijke aanwezigheid partijen voor openbare
ambtenaar. Artikel 5.5, tweede lid BW.
Eenzijdige overeenkomst: meerzijdige rechtshandeling die slechts in hoofde van 1
partij verbintenissen doet ontstaan. Eén persoon heeft de wil om een rechtsgevolg te
creëren. Artikel 5.6, tweede lid BW. Niet te verwarren met eenzijdige rechtshandeling!
Wederkerige overeenkomst: meerzijdige rechtshandeling die in hoofde van 2 of meer
partijen verbintenissen doet ontstaan. Artikel 5.6, eerste lid BW.
, Onvolmaakte wederkerige overeenkomst: bij totstandkoming eenzijdig maar
later wederkerig omdat in de loop van hun bestaan een verbintenis ontstaat ten
laste van de andere partij.
Overeenkomst om niet: (=overeenkomst ten kostenloze titel of animus
donandi) geen economisch voordeel voor beide partijen. Artikel 5.7, tweede lid BW.
Overeenkomst onder bezwarende titel: economisch voordeel voor beide partijen.
Artikel 5.7, eerste lid BW.
Overeenkomst intuitu personae: contract aangegaan omwille van de persoon of de
persoonlijke kwaliteiten van de tegenpartij. Blijkt uit aard van de overeenkomst of de
bedoeling van partijen.
Hoofdcontract: staat los van andere contracten. Staat op zichzelf.
Bijkomende contract: hangt vast aan een ander contract.
Benoemde overeenkomst: wordt geregeld in het BW of andere regelgeving. Bijzondere
wettelijke regeling van toepassing (behoudens andersluidend beding).
Onbenoemde overeenkomst: wordt niet geregeld in het BW of daarbuiten. Geen
specifieke wettelijke regeling.
Gemengde overeenkomsten: bevat elementen van verschillende benoemde
contracten. Artikel 5.67 BW.
Combinatieleer: componenten zijn duidelijk te onderscheiden. Specifieke
wettelijke regeling toepassen op elk component apart (behoudens andersluidend
contractueel beding).
Absorptieleer: component slechts bijkomstig regeling van het
hoofdcomponent toepassen op de hele overeenkomst.
Toetredingsovereenkomst: overeenkomst tussen twee partijen waarbij de ene
(zwakkere) partij geen zeggenschap heeft over de inhouden van de overeenkomst.
Inhoud wordt eenzijdig vastgelegd door de andere (sterkere) partij. Zwakkere partij heeft
enkel de relatieve vrijheid wel of niet te contracteren. Artikel 5.10 en artikel 5.66 BW
Standaardbedingen: voorgedrukte clausules die identiek zijn in alle door de sterkere
partij gesloten contracten.
Raamovereenkomst: overeenkomst waarbij partijen het algemeen kader vaststellen
waarbinnen ze latere overeenkomst zullen sluiten.
Verkoopconcessie/concessieovereenkomst:
alleenverkoopovereenkomst.
Formeel consensualisme: wilsovereenstemming, solo consensu.
Materieel consensualiseme: wilsautonomie of contractsvrijheid. Artikel 5.28 en 5.29
BW.
Wilsautonomie: vrij om te beschikken over eigen rechtssfeer (met wie
rechtshandelingen te verrichten, contracten al dan niet te sluiten, inhoud contract
te bepalen). Volgt uit de vrijheid van personen artikel 12 GW en art. 5 EVRM.