100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Other

Uitwerkingen leerdoelen - Sensomotorische coördinatie

Rating
-
Sold
-
Pages
19
Uploaded on
07-02-2025
Written in
2024/2025

uitwerkingen van de leerdoelen

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 7, 2025
Number of pages
19
Written in
2024/2025
Type
Other
Person
Unknown

Subjects

Content preview

Sensomotorische coördinatie - Leerdoelen
- Kennis: Je weet wat begrippen, concepten en principes inhouden en hoe processen
werken. Je kent de daarbij relevante concepten en vaktermen.
- Begrip: Je weet hoe deze begrippen, concepten, principes, processen en vaktermen
aan elkaar gerelateerd zijn. Je kunt kennis over principes, concepten en processen
toepassen op voorbeeldscenario’s en de uitkomst van processen voorspellen.

Hoorcollege 1: Intro, Context-bepaalde variabiliteit, Feedback Sturing
Leerdoelen
Kennis en Begrip
 Kenmerken van doelgerichte bewegingen (“goeal-directed motor behavior’)
Dit zijn bewegingen die bewust en specifiek worden uitgevoerd om een bepaald doel te
bereiken. Bijvoorbeeld, het grijpen van een object vereist nauwkeurige coördinatie en
controle. Kenmerken hiervan zijn doelgerichtheid, efficiëntie, nauwkeurigheid, en flexibiliteit.
Deze bewegingen zijn adaptief: ze kunnen aangepast worden aan veranderingen in de
omgeving of eigen bewegingen.

 Motorische equivalentie
Motorische equivalentie verwijst naar het vermogen om hetzelfde motorische doel op
verschillende manieren te bereiken. Bijvoorbeeld, een glas oppakken kan met de linkerhand,
rechterhand, verschillende vingerposities of verschillende spiergroepen, maar het doel blijft
hetzelfde. Dit concept toont hoe het zenuwstelsel flexibel is en bewegingen aanpast om
dezelfde uitkomst te bereiken ondanks verschillende omstandigheden.

 Context-bepaalde variabiliteit
Dit gaat over het fenomeen dat bewegingen variëren afhankelijk van de context waarin ze
worden uitgevoerd. Hetzelfde motorische doel kan op verschillende manieren worden
bereikt, afhankelijk van omgevingsfactoren of de huidige toestand van het lichaam.
Motorische commando’s hebben niet steeds hetzelfde effect, omdat omstandigheden steeds
(een beetje) anders zijn. Bijvoorbeeld, een bal werpen op een zachte ondergrond vergt
andere bewegingen en spieractiviteit dan op een harde ondergrond.

Er zijn drie factoren van bewegen:
 Doel van bewegen: wat probeer je te bereiken, waarom voer je de beweging uit
 Persoon: de leeftijd, ontwikkeling, ervaring, mate van oefening, eventuele
beperkingen  kunnen invloed hebben op hoe je beweegt
 Omgeving: Donker of licht, hoe de ondergrond is gesteld, tegenwind, andere
personen

 Afwezigheid van 1:1 correspondentie
De afwezigheid van 1:1 correspondentie verwijst naar het idee dat er niet één specifieke
spierbeweging of zenuwimpuls (motorisch commando) nodig is om een bepaald
bewegingseffect te bereiken. Verschillende spieractiveringspatronen kunnen hetzelfde doel
realiseren, wat het concept van motorische variabiliteit en flexibiliteit versterkt.

 Interactie tussen het zenuw-skelet-systeem en de omgeving
Het zenuw-skelet-systeem werkt nauw samen met de omgeving bij het uitvoeren van
bewegingen. Het lichaam moet bijvoorbeeld rekening houden met zwaartekracht, frictie en
andere externe krachten tijdens het bewegen. Deze interactie betekent dat het lichaam
voortdurend feedback ontvangt van de omgeving (sensorische input) en zijn bewegingen
daarop aanpast.

,Perceptie-actie lus: informatie die het gevolg is van je eigen bewegingen die relevant is voor
het zenuwstelsel bij de sturing van beweging. Hierbij gaat het om sensomotorische integratie
 Sensorische informatie vanuit de omgeving komt het zenuwstelsel binnen via
sensoren.
 Daarna worden er signalen naar het spier-skelet-systeem gestuurd, waardoor spieren
aan spannen en er een beweging ontstaat.
 Als laatste komt er weer sensorische informatie beschikbaar ten gevolge van de
beweging. Deze informatie komt terug bij het zenuwstelsel en kan weer gebruikt
worden.

 ‘Efferente’ en ‘afferente’ signalen, ‘re-afferentie’ en ‘ex-afferentie’
Efferente signalen: dit zijn signalen die vanuit het centrale zenuwstelsel naar de spieren
gaan om bewegingen te initiëren.

Afferente signalen: dit zijn signalen die terug naar het centrale zenuwstelsel gaan vanuit de
sensorische receptoren om informatie te geven over de toestand van het lichaam en de
omgeving.

Re-afferentie: dit is sensorische feedback die het gevolg is van een eigen beweging, zoals
het gevoel van spanning in de spieren.

Ex-afferentie :dit is sensorische informatie die afkomstig is van externe bronnen (niet zelf
uitgevoerde beweging), zoals een windvlaag die je voelt tijdens het lopen.

Als er geen re-afferente informatie is kunnen er wel signalen vanuit het zenuwstelsel naar de
spieren gestuurd worden (efferente signalen). Als er geen feedback is, is er geen correctie.
Er is re-afferente informatie nodig voor correctie.

 Open-lus-controle (feedforward-controle) en gesloten-lus-controle ( feedback-
controle)
Open-lus-controle (feedforward-controle): Dit is een vorm van controle waarbij bewegingen
worden uitgevoerd zonder dat er direct feedback is om ze te corrigeren. Bijvoorbeeld bij
snelee bewegingen zoals het werpen van een bal, is er geen tijd om feedback te verwerken,
dus de beweging wordt uitgevoerd op basis van voorafgaande instructies. Er wordt gebruik
gemaakt van ex-afferente informatie.

Gesloten-lus-controle (feedback-controle): Hier wordt wel gebruik gemaakt van feedback
tijdens de beweging om deze aan te passen en bij te sturen. Dit is nuttig bij langzamere
bewegingen die precisie vereisen, zoals het volgen van ene lijn met een pen. Er wordt
gebruik gemaakt van re-afferente informatie. Deze controle is continue bezig, het is een
gedurende beweging en vindt onbewust plaats

 Invers model
Een invers model is een intern model in het zenuwstelsel dat helpt voorspellen welke
motorische commando’s nodig zijn om een bepaalde beweging te maken, gebaseerd op de
gewenste eindpositie. Dit model maakt het mogelijk om de juiste spieren aan te sturen om
specifieke beweging uit te voeren. Is nodig bij de feedforward controle

, Hoorcollege 2: Vrijheidsgraden probleem
Leerdoelen
Kennis & begrip
 Vrijheidsgradenprobleem
Het vrijheidsgradenprobleem beschrijft de uitdaging om bewegingen te coordineren ondanks
het grote aantal bewegingsmogelijkheden (vrijheidsgraden) van het menselijk lichaam. Het
zenuwstelsel moet kiezen uit tal van mogelijke combinaties van spier- en
gewrichtsbewegingen om een doelgerichte beweging uit te voeren. Dit probleem vraagt om
efficiënte controlemechanismen om de vele opties te beperken tot slechts een paar
functionele bewegingen.

Vrijheidsgradenprobleem:
 Oneindig veel mogelijke bewegingen  welke mogelijkheid kiest CZS?
 Enorm aantal vrijheidsgraden  Hoe controleert het CZS die vrijheidsgraden?
 Principes om het probleem hanteerbaar te maken:
o Randvoorwaarden: inperking van de mogelijkheden
o Synergieën: inperking van het aantal te controleren df’s (spieren als
functionele eenheid)

 Mechanische vrijheidsgraden van gewrichten
Mechanische vrijheidsgraden verwijzen naar het aantal onafhankelijke bewegingen die en
gewricht kan maken. Een scharniergewricht zoals de elleboog heeft bijvoorbeeld één
vrijheidsgraad (buigen en strekken), terwijl een kogelgewricht zoals de schouder drie
vrijheidsgraden heeft (buigen/strekken, adductie/abductie en rotatie).

Het motorisch systeem heeft veel vrijheidsgraden en daarmee veel mogelijkheden/manieren
tot het uitvoeren van een beweging. Het systeem is hierdoor reductant: Het heeft veel
verschillende mogelijke oplossingen tot een beweegprobleem.
Een voordeel hiervan is dat het systeem flexibel is en een grote motorische equivalentie
heeft: op verschillende manieren kan eenzelfde doel worden bereikt. Dit kan bijv. door het
gebruik van andere effectoren of andere trajecten.

 Randvoorwaarden in de context van het vrijheidsgradenprobleem
Randvoorwaarden zijn beperkingen of regels die de mogelijke bewegingen reduceren en
helpen bij het oplossen van het vrijheidsgraden probleem. Voorbeelden van
randvoorwaarden zijn de gewricht limieten, het zwaartepunt van het lichaam of externe
factoren zoals het contact met een object. Deze factoren beperken het aantal mogelijke
oplossingen en maken gecontroleerde bewegingen mogelijk.
$7.99
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
meikekruger Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
14
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
20
Last sold
1 month ago

4.0

3 reviews

5
0
4
3
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions