Themadoelen week 4
- Beschrijf de eerste wet van de thermodynamica
De eerste wet van de thermodynamica vereist dat het lichaam geen energie produceert,
verbruikt of opgebruikt, maar het in plaats daarvan van de ene toestand in de andere
transformeert terwijl fysiologische systemen voortdurend veranderen.
- Beschrijf de tweede wet van de thermodynamica
De neiging van potentiële energie om te degraderen tot kinetische energie van beweging met
een lager vermogen om werk te verrichten weerspiegelt de tweede wet van thermodynamica
Entropie: de neiging van potentiële energie om over te gaan naar de kinetische energie met
een lagere capaciteit voor arbeid
Uiteindelijk wordt alle potentiële energie in een biologisch systeem afgebroken tot
onbruikbare vorm van kinetische energie of warmte energie
Wet van toename van entropie: stelt dat entropie of de hoeveelheid wanorde in een systeem,
toeneemt elek keer dat energie wordt overgedragen of getransformeerd. Bij elke
energieoverdracht gaat een bepaalde hoeveelheid energie verloren in een vorm die
onbruikbaar is, meestal in de vorm van warmte. Deze warmte energie kan de snelheid van
de moleculen die het tegenkomt tijdelijk verhogen. Hoe meer energie een systeem aan zijn
omgeving afstaat, des te willekeuriger en minder geordend systeem
Entropie hoog deeltjes en energie heel gelijk verdeelt
Entropie laag deeltjes en energie zeer willekeurig verdeeld
- Beschrijf de rol van vrije energie tijdens biologische arbeid
“nuttige” energie voor biologisch werk dat alle energiebehoeften van de cel omvat: levens
ondersteunde processen. Vrije energie bepaalt de potentiële energie binnen de chemische
bindingen van een molecuul. Vrije energie komt in 2 vormen voor:
De energie die vrij is gekomen bij een exotherme reactie
Endotherme reactie waarbij energie wordt opgeslagen of geabsorbeerd
Bij de omzetting van energie in mechanische arbeid gaat er altijd energie “verloren” in de
vorm van warmte. Het deel van de beschikbare energie dat “nuttig” gebruikt kan worden heet
vrije energie en de verhouding tussen de vrije energie en de beschikbare energie heet het
‘rendement’, van de beschouwde omzetting. Het ‘verlies’ aan energie uit zich, volgende
tweede wet van thermodynamica, in een toename van de entropie van het gehele systeem
- Beschrijf de drie vormen van biologische arbeid
Mechanische systeem: spieren en werkzaamheden in de cellen
Chemische systeem: onderhoud en groei van cellen
Transport systeem: actief transport (is energie voor nodig)
- Beschrijf hoe enzymen en co- enzymen het energiemetabolisme beïnvloeden
Enzymen versnellen reacties zonder verbruikt of veranderd te worden.
Co-enzymen: sommige enzymen blijven inactief tenzij ze geactiveerd worden door co-
enzymen. Deze organische substanties vergemakkelijken enzymwerking door enzym en
substraat te binden.
, - Definieer hydrolyse en condensatie en beschrijf hun belang voor fysiologisch
functioneren
In het algemeen verteren of breken hydrolysereacties complexe moleculen af tot eenvoudige
sub eenheden. Condensatiereacties bouwen grotere moleculen op door hun sub eenheden
te binden.
Bij hydrolyse wordt een groot molecuul omgezet naar kleinere moleculen door water toe te
voegen en bij condensatie wordt H2O juist uit de moleculen gehaald om zo de moleculen
aan elkaar te binden.
Bij proteïnen zijn de verbindingen ‘peptide bindingen’. Deze reacties komen voor bij
bijvoorbeeld zetmeel, disachariden, proteïne en lipiden, dus het is erg belangrijk voor de
afbraak van je eten en daarna weer de opbouw van nuttige moleculen. Dit wordt door
enzymen versneld.
Hydrolyse = afbreken van complexe moleculen uit kleinere subunits, door het
toevoegen van H+ en OH (H2O)
Condensatie = Het vormen van complexe moleculen uit kleinere subunits, waarbij
H2O vrijkomt
- Beschrijf de rol van redoxreacties in energiemetabolisme
Redoxreacties vormen de basis voor de energie overdracht processen van het lichaam.
Binnen het gebeid met constante snelheid leveren gekoppelde redoxreacties de energie voor
fysieke activiteit. Elk geproduceerd lactaat oxideert of wordt weer omgezet in glucose
Redox reacties spelen een grote rol bij energiemetabolisme in de mitochondriën. Als een
reductor oxideert geeft het elektronen af en wordt het een oxidator. De oxidator is dus
degene die de elektronen opneemt. In de mitochondriën zijn er transportmoleculen en de
losgekoppelde elektronen vervoeren naar zuurstof, wat hierna gereduceerd wordt
Redoxreactie: oxidatie en reductie
o Oxidatie: staan elektronen af
o Reductie: ontvangen elektronen
o Beide reacties vinden plaats in de mitochondriën
- Beschrijf de rol van high-energy fosfaten in biologische arbeid
High- energy fosfaten is de benaming voor de componenten die energie opslaan in de
fosfaatbindingen. Alle lichaamsprocessen ‘kosten’ energie. Een voorbeeld hiervan is ATP.
De buitenste twee fosfaten hebben een hoogenergetische binding, door afsplitsing van het
laatste atoom tijdens hydrolyse komt er energie vrij. De energie voor de ATP-resynthese
komt voornamelijk van vetten en glycogeen. Een deel komt echter ook van de anaerobe
splitsing van fosfaat van fosforcreatine (PCr) (4-6x zo groot als voorraad ATP)
Ook heb je nog de adenylate kinase reactie die zorgt voor ATP: 2 ADP à ATP + AMP (onder
invloed van het enzym adenylate kinase)
Adenylate kinase en creatine reactie hebben twee voordelen
Vergroten van de spier mogelijkheid om de energieafgifte snel te laten toenemen
Ze produceren AMP, Pi en ADP. Deze activeren de eerste fasen van glycogeen en
glucose katabolisme en de zuurstof vereisende processen in de mitochondriën.
- Beschrijf de elektronen transportketen en de oxidatieve fosforylering
Het elektronentransportketen is het proces waarbij de energie uit NADH en FADH2, die
tijdens de citroenzuurcyclus zijn geproduceerd, wordt gebruikt om een protonen gradiënt op
de bouwen over het binnen membraan van de mitochondriën.
Stap 1: NADH en FADH₂ geven hun elektronen af aan eiwitcomplexen in de
mitochondriële binnen membraan.
, Stap 2: De elektronen bewegen van het ene eiwitcomplex naar het andere via een
keten van eiwitcomplexen (I, II, III, IV). Terwijl ze dit doen, wordt energie vrijgegeven,
die wordt gebruikt om protonen (H⁺) uit de mitochondriale matrix naar de
intermembranaire ruimte te pompen.
Stap 3: Aan het einde van de keten worden de elektronen overgedragen aan
zuurstof, het laatste elektronenacceptor, waarbij water (H₂O) wordt gevormd.
De energie van de protonengradiënt die door de
elektronentransportketen is opgebouwd wordt gebruikt
voor de aanmaak van ATP in een proces dat oxidatieve
fosforylering wordt genoemd
Stap 1: de opgehoopte protonen in de
intermembranaire ruimte willen terug naar de
matrix. Ze kunnen alleen terug stromen via het
enzym ATP-synthase
Stap 2: Terwijl protonen door ATP-synthase
stromen, drijft dit enzym de omzetting van ADP in
ATP aan. Dit is de belangrijkste energiebron voor de cel
-
- Beschrijf de rol van zuurstof in het metabolisme
De meeste energie voor fosorylatie komt van de oxidatie van macronutriënten. Oxidatie en
reductie zijn de belangrijkste voor het energiemetabolisme. Voor een oxidatiereactie wordt er
zuurstof gedoneerd voor de verbranding van glycogeen en glucose. Zuurstof is een cruciaal
molecuul voor aerobe metabolisme. Het is nodig voor oxidatieve fosforylering wat zorgt voor
de ATP-synthese. De aanwezigheid van genoeg zuurstof bepaalt de mate van aerobe
metabolisme en dus ook de mate van anaerobe glycolyse.
- Benoem de belangrijkste functies van koolhydraten in het metabolisme
De belangrijkste functie van koolhydraten in metabolisme is het leveren van energie voor
cellulair werk. Koolhydraten zijn ook heel belangrijk voor anaeroob metabolisme. Bij
vetverbranding zijn ook koolhydraten nodig.
Koolhydraten is de enige macronutriënt waaruit anaeroob ATP gegenereerd kan worden.
Hoe hoger de inspanning en intensiteit van je training, hoe minder vet en meer koolhydraten
je gaat verbranden. Dit komt doordat de zuurstofconcentratie schaarser wordt.
- Beschrijf hoe anaerobe energie wordt vrijgemaakt op cellulair niveau
Bij het aerobe metabolisme is het eindproduct lactaat. Dit wordt ook wel de snelle glycolyse
genoemd. Dit levert beperkt ATP op.
In reactie 1 doneert ATP een fosfaatgroep aan glucose, waardoor glucose-6-fosfaat ontstaat.
Hexokinase is als enzym betrokken. Bij de meeste weefsel blijft het glucose molecuul
daardoor gevangen in de cel. In de aanwezigheid van glycogeensynthase kan dan
glycogeen worden gevormd. De lever en de nier cellen bevatten fosfatase. Dit splitst de
fosfaatgroep af, waardoor glucose kan worden getransporteerd.
In reactie 2 wordt fructose-1,6-difosfaat ondersteund door glucose-6-fosfatase isomerase
In reactie 3 wordt fructose-1,6-difosfaat ondersteund door PFK. Daarna splitst fructose-1,6-
difosfaat in twee gefosforyleerde moleculen met 3 carbon ketens. Deze worden in 5 reacties
omgezet tot pyruvaat.
- Vergelijk de efficiëntie van aeroob en anearoob metabolisme
, Bij anearobe metabolisme in de glyolyse worden er twee (glucose) of drie (glycogeen) ATP’s
gewonnen en daar stop het bij. Bij aerobe metabolisme gaat pyruvaat nog verder de
citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering in waar nog zo een 30 extra ATP’s worden
gewonnen. Anaerobe metabolisme gaat wel sneller dan aeroob, dus bij hoge intenstieit zal er
ook anaeroob verbrand worden.
- Beschrijf de vorming en ophoping van lactaat tijdens zware inspanning
Lactaat is een chemisch bijproduct dat ontstaat tijdens de afbraak van glucose in
omstandigheden met weinig of geen zuurstof, zoals tijdens intensieve fysieke inspanning. Dit
proces wordt ook wel anaerobe glycolyse genoemd.
Wanneer de energiebehoefte van een cel hoog is, maar er onvoldoende zuurstof
beschikbaar is, kan glucose niet volledig worden afgebroken via de citroenzuurcyclus en
oxidatieve fosforylering. In plaats daarvan gaat het over op anaerobe glycolyse. In dit proces
wordt glucose omgezet in pyruvaat, dat vervolgens wordt
gereduceerd tot lactaat door het enzym lactaathydrogenase. Hierbij
wordt ook NADH gereoxideerd naar NAD+
Wanneer lactaat ophoopt kan dit leiden tot vermoeidheid
Bij onvoldoende zuurstoftoevoer en/of -gebruik kunnen alle
waterstofatomen die in de snelle glycolyse worden gevormd niet
oxideren, waardoor pyruvaat zich omzet in lactaat in de chemische
reactie Pyruvaat + 2H → Lactaat
- Beschrijf de cory cycle
De cori-cyclus verwijdert lactaat dat vrijkomt uit actieve spieren en gebruikt het om de
glycogeenreserves aan te vullen die zijn uitgeput door intense fysieke activiteit. Cyclus
waarbij lactaat in de lever wordt omgevormd tot glycogeen. De cori-cyclus verwijdert lactaat
uit actieve spieren en zet het in de lever om in glucose of glycogeen. De cori-cyclus is een
proces waarbij lactaat van actieve spieren wordt gebruikt voor glycogeen synthese. Dit is
hoogstwaarschijnlijk een reactie op de overproductie van lactaat bij anaerobe glycolyse
- Beschrijf de rol van de citroenzuurcyclus in het energiemetabolisme
De citroenzuurcyclus is een cyclisch proces dat plaatsvindt in de mitochondriën en speelt
een cruciale rol in de afbraak van organische moleculen. Het doel van de cyclus is om
energie uit voedingsstoffen zoals glucose of vetzuren vrij te maken.
Stap 1: De cyclus begint met acetyl-CoA
Stap 2: Acetyl-CoA reageert met oxaloacetaat, wat leidt tot de vorming van
citroenzuur
Stap 3: door een reeks reacties wordt citroenzuur afgebroken en worden elektronen
overgedragen naar de elektronendragers NAD+ en FAD, waardoor NADH en FADH2
ontstaan. Er worden ook CO2
moleculen vrijgelaten als
afvalproduct
De cyclus eindigt met de
regeneratie van oxaloacetaat,
zodat de cyclus opnieuw kan
beginnen
Pyruvaat + NAD+ + CoA
Acetyl-CoA + CO2 + NADH + H+
- Beschrijf hoe energie wordt
vrijgemaakt uit koolhydraten,
vetten en eiwitten
- Beschrijf de eerste wet van de thermodynamica
De eerste wet van de thermodynamica vereist dat het lichaam geen energie produceert,
verbruikt of opgebruikt, maar het in plaats daarvan van de ene toestand in de andere
transformeert terwijl fysiologische systemen voortdurend veranderen.
- Beschrijf de tweede wet van de thermodynamica
De neiging van potentiële energie om te degraderen tot kinetische energie van beweging met
een lager vermogen om werk te verrichten weerspiegelt de tweede wet van thermodynamica
Entropie: de neiging van potentiële energie om over te gaan naar de kinetische energie met
een lagere capaciteit voor arbeid
Uiteindelijk wordt alle potentiële energie in een biologisch systeem afgebroken tot
onbruikbare vorm van kinetische energie of warmte energie
Wet van toename van entropie: stelt dat entropie of de hoeveelheid wanorde in een systeem,
toeneemt elek keer dat energie wordt overgedragen of getransformeerd. Bij elke
energieoverdracht gaat een bepaalde hoeveelheid energie verloren in een vorm die
onbruikbaar is, meestal in de vorm van warmte. Deze warmte energie kan de snelheid van
de moleculen die het tegenkomt tijdelijk verhogen. Hoe meer energie een systeem aan zijn
omgeving afstaat, des te willekeuriger en minder geordend systeem
Entropie hoog deeltjes en energie heel gelijk verdeelt
Entropie laag deeltjes en energie zeer willekeurig verdeeld
- Beschrijf de rol van vrije energie tijdens biologische arbeid
“nuttige” energie voor biologisch werk dat alle energiebehoeften van de cel omvat: levens
ondersteunde processen. Vrije energie bepaalt de potentiële energie binnen de chemische
bindingen van een molecuul. Vrije energie komt in 2 vormen voor:
De energie die vrij is gekomen bij een exotherme reactie
Endotherme reactie waarbij energie wordt opgeslagen of geabsorbeerd
Bij de omzetting van energie in mechanische arbeid gaat er altijd energie “verloren” in de
vorm van warmte. Het deel van de beschikbare energie dat “nuttig” gebruikt kan worden heet
vrije energie en de verhouding tussen de vrije energie en de beschikbare energie heet het
‘rendement’, van de beschouwde omzetting. Het ‘verlies’ aan energie uit zich, volgende
tweede wet van thermodynamica, in een toename van de entropie van het gehele systeem
- Beschrijf de drie vormen van biologische arbeid
Mechanische systeem: spieren en werkzaamheden in de cellen
Chemische systeem: onderhoud en groei van cellen
Transport systeem: actief transport (is energie voor nodig)
- Beschrijf hoe enzymen en co- enzymen het energiemetabolisme beïnvloeden
Enzymen versnellen reacties zonder verbruikt of veranderd te worden.
Co-enzymen: sommige enzymen blijven inactief tenzij ze geactiveerd worden door co-
enzymen. Deze organische substanties vergemakkelijken enzymwerking door enzym en
substraat te binden.
, - Definieer hydrolyse en condensatie en beschrijf hun belang voor fysiologisch
functioneren
In het algemeen verteren of breken hydrolysereacties complexe moleculen af tot eenvoudige
sub eenheden. Condensatiereacties bouwen grotere moleculen op door hun sub eenheden
te binden.
Bij hydrolyse wordt een groot molecuul omgezet naar kleinere moleculen door water toe te
voegen en bij condensatie wordt H2O juist uit de moleculen gehaald om zo de moleculen
aan elkaar te binden.
Bij proteïnen zijn de verbindingen ‘peptide bindingen’. Deze reacties komen voor bij
bijvoorbeeld zetmeel, disachariden, proteïne en lipiden, dus het is erg belangrijk voor de
afbraak van je eten en daarna weer de opbouw van nuttige moleculen. Dit wordt door
enzymen versneld.
Hydrolyse = afbreken van complexe moleculen uit kleinere subunits, door het
toevoegen van H+ en OH (H2O)
Condensatie = Het vormen van complexe moleculen uit kleinere subunits, waarbij
H2O vrijkomt
- Beschrijf de rol van redoxreacties in energiemetabolisme
Redoxreacties vormen de basis voor de energie overdracht processen van het lichaam.
Binnen het gebeid met constante snelheid leveren gekoppelde redoxreacties de energie voor
fysieke activiteit. Elk geproduceerd lactaat oxideert of wordt weer omgezet in glucose
Redox reacties spelen een grote rol bij energiemetabolisme in de mitochondriën. Als een
reductor oxideert geeft het elektronen af en wordt het een oxidator. De oxidator is dus
degene die de elektronen opneemt. In de mitochondriën zijn er transportmoleculen en de
losgekoppelde elektronen vervoeren naar zuurstof, wat hierna gereduceerd wordt
Redoxreactie: oxidatie en reductie
o Oxidatie: staan elektronen af
o Reductie: ontvangen elektronen
o Beide reacties vinden plaats in de mitochondriën
- Beschrijf de rol van high-energy fosfaten in biologische arbeid
High- energy fosfaten is de benaming voor de componenten die energie opslaan in de
fosfaatbindingen. Alle lichaamsprocessen ‘kosten’ energie. Een voorbeeld hiervan is ATP.
De buitenste twee fosfaten hebben een hoogenergetische binding, door afsplitsing van het
laatste atoom tijdens hydrolyse komt er energie vrij. De energie voor de ATP-resynthese
komt voornamelijk van vetten en glycogeen. Een deel komt echter ook van de anaerobe
splitsing van fosfaat van fosforcreatine (PCr) (4-6x zo groot als voorraad ATP)
Ook heb je nog de adenylate kinase reactie die zorgt voor ATP: 2 ADP à ATP + AMP (onder
invloed van het enzym adenylate kinase)
Adenylate kinase en creatine reactie hebben twee voordelen
Vergroten van de spier mogelijkheid om de energieafgifte snel te laten toenemen
Ze produceren AMP, Pi en ADP. Deze activeren de eerste fasen van glycogeen en
glucose katabolisme en de zuurstof vereisende processen in de mitochondriën.
- Beschrijf de elektronen transportketen en de oxidatieve fosforylering
Het elektronentransportketen is het proces waarbij de energie uit NADH en FADH2, die
tijdens de citroenzuurcyclus zijn geproduceerd, wordt gebruikt om een protonen gradiënt op
de bouwen over het binnen membraan van de mitochondriën.
Stap 1: NADH en FADH₂ geven hun elektronen af aan eiwitcomplexen in de
mitochondriële binnen membraan.
, Stap 2: De elektronen bewegen van het ene eiwitcomplex naar het andere via een
keten van eiwitcomplexen (I, II, III, IV). Terwijl ze dit doen, wordt energie vrijgegeven,
die wordt gebruikt om protonen (H⁺) uit de mitochondriale matrix naar de
intermembranaire ruimte te pompen.
Stap 3: Aan het einde van de keten worden de elektronen overgedragen aan
zuurstof, het laatste elektronenacceptor, waarbij water (H₂O) wordt gevormd.
De energie van de protonengradiënt die door de
elektronentransportketen is opgebouwd wordt gebruikt
voor de aanmaak van ATP in een proces dat oxidatieve
fosforylering wordt genoemd
Stap 1: de opgehoopte protonen in de
intermembranaire ruimte willen terug naar de
matrix. Ze kunnen alleen terug stromen via het
enzym ATP-synthase
Stap 2: Terwijl protonen door ATP-synthase
stromen, drijft dit enzym de omzetting van ADP in
ATP aan. Dit is de belangrijkste energiebron voor de cel
-
- Beschrijf de rol van zuurstof in het metabolisme
De meeste energie voor fosorylatie komt van de oxidatie van macronutriënten. Oxidatie en
reductie zijn de belangrijkste voor het energiemetabolisme. Voor een oxidatiereactie wordt er
zuurstof gedoneerd voor de verbranding van glycogeen en glucose. Zuurstof is een cruciaal
molecuul voor aerobe metabolisme. Het is nodig voor oxidatieve fosforylering wat zorgt voor
de ATP-synthese. De aanwezigheid van genoeg zuurstof bepaalt de mate van aerobe
metabolisme en dus ook de mate van anaerobe glycolyse.
- Benoem de belangrijkste functies van koolhydraten in het metabolisme
De belangrijkste functie van koolhydraten in metabolisme is het leveren van energie voor
cellulair werk. Koolhydraten zijn ook heel belangrijk voor anaeroob metabolisme. Bij
vetverbranding zijn ook koolhydraten nodig.
Koolhydraten is de enige macronutriënt waaruit anaeroob ATP gegenereerd kan worden.
Hoe hoger de inspanning en intensiteit van je training, hoe minder vet en meer koolhydraten
je gaat verbranden. Dit komt doordat de zuurstofconcentratie schaarser wordt.
- Beschrijf hoe anaerobe energie wordt vrijgemaakt op cellulair niveau
Bij het aerobe metabolisme is het eindproduct lactaat. Dit wordt ook wel de snelle glycolyse
genoemd. Dit levert beperkt ATP op.
In reactie 1 doneert ATP een fosfaatgroep aan glucose, waardoor glucose-6-fosfaat ontstaat.
Hexokinase is als enzym betrokken. Bij de meeste weefsel blijft het glucose molecuul
daardoor gevangen in de cel. In de aanwezigheid van glycogeensynthase kan dan
glycogeen worden gevormd. De lever en de nier cellen bevatten fosfatase. Dit splitst de
fosfaatgroep af, waardoor glucose kan worden getransporteerd.
In reactie 2 wordt fructose-1,6-difosfaat ondersteund door glucose-6-fosfatase isomerase
In reactie 3 wordt fructose-1,6-difosfaat ondersteund door PFK. Daarna splitst fructose-1,6-
difosfaat in twee gefosforyleerde moleculen met 3 carbon ketens. Deze worden in 5 reacties
omgezet tot pyruvaat.
- Vergelijk de efficiëntie van aeroob en anearoob metabolisme
, Bij anearobe metabolisme in de glyolyse worden er twee (glucose) of drie (glycogeen) ATP’s
gewonnen en daar stop het bij. Bij aerobe metabolisme gaat pyruvaat nog verder de
citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering in waar nog zo een 30 extra ATP’s worden
gewonnen. Anaerobe metabolisme gaat wel sneller dan aeroob, dus bij hoge intenstieit zal er
ook anaeroob verbrand worden.
- Beschrijf de vorming en ophoping van lactaat tijdens zware inspanning
Lactaat is een chemisch bijproduct dat ontstaat tijdens de afbraak van glucose in
omstandigheden met weinig of geen zuurstof, zoals tijdens intensieve fysieke inspanning. Dit
proces wordt ook wel anaerobe glycolyse genoemd.
Wanneer de energiebehoefte van een cel hoog is, maar er onvoldoende zuurstof
beschikbaar is, kan glucose niet volledig worden afgebroken via de citroenzuurcyclus en
oxidatieve fosforylering. In plaats daarvan gaat het over op anaerobe glycolyse. In dit proces
wordt glucose omgezet in pyruvaat, dat vervolgens wordt
gereduceerd tot lactaat door het enzym lactaathydrogenase. Hierbij
wordt ook NADH gereoxideerd naar NAD+
Wanneer lactaat ophoopt kan dit leiden tot vermoeidheid
Bij onvoldoende zuurstoftoevoer en/of -gebruik kunnen alle
waterstofatomen die in de snelle glycolyse worden gevormd niet
oxideren, waardoor pyruvaat zich omzet in lactaat in de chemische
reactie Pyruvaat + 2H → Lactaat
- Beschrijf de cory cycle
De cori-cyclus verwijdert lactaat dat vrijkomt uit actieve spieren en gebruikt het om de
glycogeenreserves aan te vullen die zijn uitgeput door intense fysieke activiteit. Cyclus
waarbij lactaat in de lever wordt omgevormd tot glycogeen. De cori-cyclus verwijdert lactaat
uit actieve spieren en zet het in de lever om in glucose of glycogeen. De cori-cyclus is een
proces waarbij lactaat van actieve spieren wordt gebruikt voor glycogeen synthese. Dit is
hoogstwaarschijnlijk een reactie op de overproductie van lactaat bij anaerobe glycolyse
- Beschrijf de rol van de citroenzuurcyclus in het energiemetabolisme
De citroenzuurcyclus is een cyclisch proces dat plaatsvindt in de mitochondriën en speelt
een cruciale rol in de afbraak van organische moleculen. Het doel van de cyclus is om
energie uit voedingsstoffen zoals glucose of vetzuren vrij te maken.
Stap 1: De cyclus begint met acetyl-CoA
Stap 2: Acetyl-CoA reageert met oxaloacetaat, wat leidt tot de vorming van
citroenzuur
Stap 3: door een reeks reacties wordt citroenzuur afgebroken en worden elektronen
overgedragen naar de elektronendragers NAD+ en FAD, waardoor NADH en FADH2
ontstaan. Er worden ook CO2
moleculen vrijgelaten als
afvalproduct
De cyclus eindigt met de
regeneratie van oxaloacetaat,
zodat de cyclus opnieuw kan
beginnen
Pyruvaat + NAD+ + CoA
Acetyl-CoA + CO2 + NADH + H+
- Beschrijf hoe energie wordt
vrijgemaakt uit koolhydraten,
vetten en eiwitten