Gedragsbiologie 2
● 4 vragen van Tinberg:
1. Causaal (proximaal): Wat is de oorzaak v/h gedrag? Waarom vertoont dit
individu dit gedrag?
2. Ontogenie (proximaal): Hoe ontwikkelt het gedrag zich binnen het leven van
een idividu?
3. Functie (ultiem): wat is de adaptieve waarde van een gedrag? Hoe
beïnvloedt het gedrag de fitness?
4. Fylogenie (ultiem): Hoe is het gedrag geëvolueerd? Wat is de
afstammingsgeschiedenis v/h gedrag?
1. Communicatie
WAT IS COMMUNICATIE
● communicatie = uitwisselen van informatie
- ontvanger & zender
→ communicatiesysteem = geheel van samenhorende signalen & responsen
→ kan enkel bestaan als voor beiden: baten > kosten
→ communicatiesignalen moeten adaptief zijn
● evolutie:
- variatie binnen een soort
- survival of the fittest
- veranderingen in genotype zijn overerfbaar
→ voordelige genen overerven
● communicatie tussen soortgenoten: dreiggedrag Canis familiaris
- voordeel zender: gevecht kan vermeden worden
- voordeel ontvanger: kwaliteiten van dreiger inschatten en gedraag hieraan
aanpassen
● communicatie tussen individuen van verschillende soorten: Thomson’s gazellen
→ tonen van witte buik aan predator met hoge sprong
- voordeel gazelle: tonen van veel energie, predator zal achtervolging staken
- voordeel predator: vangstkansen inschatten en niet onnodige energie
verspillen
● verschillende vormen van communicatie:
- visueel → waargenomen door de ogen
- akoestisch → waargenomen door de oren
- chemisch → voornamelijk feromonen
- tactiel (sensorisch) → waargenomen door tastreceptoren
, ● gedrag
= elke eigenschap van een organisme waarmee het, sneller dan tijdens
ontwikkelingsprocessen, zijn relatie tot de omgeving kan veranderen
= verzameling van functies die een organisme in staat stelt te reageren op, en zich
aan te passen aan veranderingen in zijn leefomgeving
FUNCTIE VAN COMMUNICATIESIGNALEN
Adaptatie
● adaptatie = een overerfbaar kenmerk dat in de populatie wordt verspreid door
natuurlijke selectie (het verhoogd dus de fitness) en een beter baten/kosten ratio
heeft dan de alternatieven voor dit kenmerk
→ beter in staat om te overleven & zich voort te planten
→ niet noodzakelijk perfecte eigenschap, maar beter dan de beschikbare
alternatieven
● Europese pad (Bufo bufo): mannetjes concurreren voor vrouwtjes
- verdediger zal kwaken: hoe groter het mannetje hoe lager de kwaak
→ aanvaller is kleiner: trekt terug
- verliest kans om vrouwtje te bevruchten (reproductieve fitness)
- kans was toch al zeer klein: energie besparen om ergens anders te
proberen
→ kwaken ≈ grootte-meter
→ beiden partijen (zender & ontvanger) trachten hun fitness te maximaliseren
● niet-conditionele strategie:
- genetisch bepaald welke strategie wordt toegepast
- gemiddelde fitness-winst van elke strategie is ongeveer gelijk
● conditionele strategie:
- flexibiliteit is genetisch bepaald
- gemiddelde fitness-winst van elke tactiek is niet noodzakelijk gelijk
- keuze van tactiek is afhankelijk van sociale status, leeftijd,...
Eerlijke signalen
● eerlijk signaal = een signaal dat op eerlijke wijze het kenmerk van het individu
reflecteert
● voorbeelden:
- kwaken van Europese pad (Bufo bufo)
- grootte v/h gewei bij reeën (Capreolus capreolus)
- ‘push-ups’ van de gevlekte leguaan (Uta stansburiana)
→ gedragsmatige signalen zijn vaak meer flexibel en geven de conditie v/h
individu op dat moment weer
● 4 vragen van Tinberg:
1. Causaal (proximaal): Wat is de oorzaak v/h gedrag? Waarom vertoont dit
individu dit gedrag?
2. Ontogenie (proximaal): Hoe ontwikkelt het gedrag zich binnen het leven van
een idividu?
3. Functie (ultiem): wat is de adaptieve waarde van een gedrag? Hoe
beïnvloedt het gedrag de fitness?
4. Fylogenie (ultiem): Hoe is het gedrag geëvolueerd? Wat is de
afstammingsgeschiedenis v/h gedrag?
1. Communicatie
WAT IS COMMUNICATIE
● communicatie = uitwisselen van informatie
- ontvanger & zender
→ communicatiesysteem = geheel van samenhorende signalen & responsen
→ kan enkel bestaan als voor beiden: baten > kosten
→ communicatiesignalen moeten adaptief zijn
● evolutie:
- variatie binnen een soort
- survival of the fittest
- veranderingen in genotype zijn overerfbaar
→ voordelige genen overerven
● communicatie tussen soortgenoten: dreiggedrag Canis familiaris
- voordeel zender: gevecht kan vermeden worden
- voordeel ontvanger: kwaliteiten van dreiger inschatten en gedraag hieraan
aanpassen
● communicatie tussen individuen van verschillende soorten: Thomson’s gazellen
→ tonen van witte buik aan predator met hoge sprong
- voordeel gazelle: tonen van veel energie, predator zal achtervolging staken
- voordeel predator: vangstkansen inschatten en niet onnodige energie
verspillen
● verschillende vormen van communicatie:
- visueel → waargenomen door de ogen
- akoestisch → waargenomen door de oren
- chemisch → voornamelijk feromonen
- tactiel (sensorisch) → waargenomen door tastreceptoren
, ● gedrag
= elke eigenschap van een organisme waarmee het, sneller dan tijdens
ontwikkelingsprocessen, zijn relatie tot de omgeving kan veranderen
= verzameling van functies die een organisme in staat stelt te reageren op, en zich
aan te passen aan veranderingen in zijn leefomgeving
FUNCTIE VAN COMMUNICATIESIGNALEN
Adaptatie
● adaptatie = een overerfbaar kenmerk dat in de populatie wordt verspreid door
natuurlijke selectie (het verhoogd dus de fitness) en een beter baten/kosten ratio
heeft dan de alternatieven voor dit kenmerk
→ beter in staat om te overleven & zich voort te planten
→ niet noodzakelijk perfecte eigenschap, maar beter dan de beschikbare
alternatieven
● Europese pad (Bufo bufo): mannetjes concurreren voor vrouwtjes
- verdediger zal kwaken: hoe groter het mannetje hoe lager de kwaak
→ aanvaller is kleiner: trekt terug
- verliest kans om vrouwtje te bevruchten (reproductieve fitness)
- kans was toch al zeer klein: energie besparen om ergens anders te
proberen
→ kwaken ≈ grootte-meter
→ beiden partijen (zender & ontvanger) trachten hun fitness te maximaliseren
● niet-conditionele strategie:
- genetisch bepaald welke strategie wordt toegepast
- gemiddelde fitness-winst van elke strategie is ongeveer gelijk
● conditionele strategie:
- flexibiliteit is genetisch bepaald
- gemiddelde fitness-winst van elke tactiek is niet noodzakelijk gelijk
- keuze van tactiek is afhankelijk van sociale status, leeftijd,...
Eerlijke signalen
● eerlijk signaal = een signaal dat op eerlijke wijze het kenmerk van het individu
reflecteert
● voorbeelden:
- kwaken van Europese pad (Bufo bufo)
- grootte v/h gewei bij reeën (Capreolus capreolus)
- ‘push-ups’ van de gevlekte leguaan (Uta stansburiana)
→ gedragsmatige signalen zijn vaak meer flexibel en geven de conditie v/h
individu op dat moment weer