Formeel strafrecht: inleiding
Je hebt verschillende strafrechten:
1. Materieel strafrecht: de strafbare bepalingen (wanneer is iets strafbaar)
2. Formeel strafrecht: procesgang bij het strafrecht
3. Bijzonder strafrecht: regels die in Sv of Sr zijn opgenomen maar in bijzondere (aparte)
wetten
4. Penitentiair recht: bestaat uit alle regels waarin staat hoe de overheid om dient te
gaan met gedetineerden en tbs-gestelden
5. Internationaal strafrecht: behandelt grofweg 4 typen misdrijven: genocide,
misdrijven tegen menselijkheid, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de vrede
Je hebt verschillende fases in het strafprocesrecht:
We hebben bij het voorbereidend onderzoek inquisitoir (verdachte is ongelijk) en in de
terechtzitting accusatoir (verdachte is gelijk)
Beginselen:
Het legaliteitsbeginsel: niks is strafbaar tot het in de wet staat (art 1 Sv). Muilkorf
arrest heeft geregeld dat regels van strafprocesrecht alleen door de wetgever in
formele zin kan worden vastgesteld.
Opportuniteitsbeginsel: het OM bepaalt of ze de verdachte gaan vervolgen
Onschuldpresumptie: een persoon is onschuldig tot in rechte is komen vast te staan
dat diegene niet onschuldig is
Beginselen van behoorlijke strafrechtspleging:
Vertrouwensbeginsel: de verdachte mag gerechtvaardigd vertrouwen op
mededelingen van de politie en justitie
Zuiverheid van oogmerk/ détournement de pouvoir: publieke bevoegdheid
mag niet worden aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is
aangegeven. Ook wel het machtsmisbruikverbod.
Gelijkheidsbeginsel/ verbod van willekeur: beslissing om tot vervolging over te
gaan moet in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Ook hierbij mag je
geen misbruik maken van je positie
Zorgvuldigheidsbeginsel: de verplichting voor het openbaar bestuur om alle
relevante gegevens van het geval zorgvuldig en onpartijdig te onderzoeken
, Wettelijke basis
Politie heeft de volgende taken:
1. Strafrecht handhaven (OM stuurt dit aan)
2. Openbare orde handhaven (burgermeester stuurt dit aan)
3. Hulpverlening bieden
Als er een strafvordering/ inbreuk is op grondrechten geldt art 1 sv (dus specifieke wettelijke
basis)
Geen of slechts beperkte inbreuk, dan geldt art 3 PW
Rechterlijk beslissingsmodel: formeel
Er zijn een aantal formele vragen die de rechter moet stellen over het strafproces voor de
rechtszitting (art 348 Sv)
1. Is de dagvaarding geldig (art 261 Sv)
Ja Vraag 2
Nee nietigheid der dagvaarding (art 349 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
Ja vraag 3
Nee onbevoegdheid van de rechter (art 349 Sv)
3. Is het OM ontvankelijk (bevoegd) in zijn vervolging? (vervolgingsbeletselen)
Ja vraag 4
Nee niet ontvankelijk OM (art 349 Sv)
4. Moet de vervolging geschorst worden?
Ja schorsing der vervolging (art 349 Sv)
Nee vraag 1 materiele vragen
Rechterlijk beslissingsmodel: materieel
Zodra alle vragen van het formele beslissingsmodel beantwoord zijn zal er een zitting
plaatsvinden, hiervoor moeten de materiele beantwoorden worden. Dit zijn de volgende:
1. Kan het ten laste gelegde feit worden bewezen?
Nee vrijspraak (art 352 lid 1 Sv)
Ja vraag 2
2. Kan het ten laste gelegde feit worden gekwalificeerd?
Nee OVAR (art 352 lid 2 Sv)
Ja Vraag 3
3. Is de verdachte strafbaar?
Nee OVAR (art 352 lid 2 Sv)
Ja Vraag 4
4. Wordt een straf of maatregel opgelegd?
Nee rechterlijk pardon (art 9a Sr)
Ja Straf of maatregel
Vervolging beletselen
Je hebt soms redenen waarom het OM de verdachte niet kan vervolgen, de volgende
redenen zijn een voorbeeld:
1. De verdachte is overleden (art (art 69 Sr)
2. Verjaring van de overtreding/ misdrijf (art 70 Sr)
3. Ne bis in idem (niet 2x voor hetzelfde vervolgd mogen worden) (art 68 Sr)
4. Verdachte is nog te jong (<12, art 486 Sv)
5. Verdachte heeft al een strafbeschikking ontvangen
Absolute en relatieve competentie
Je hebt verschillende strafrechten:
1. Materieel strafrecht: de strafbare bepalingen (wanneer is iets strafbaar)
2. Formeel strafrecht: procesgang bij het strafrecht
3. Bijzonder strafrecht: regels die in Sv of Sr zijn opgenomen maar in bijzondere (aparte)
wetten
4. Penitentiair recht: bestaat uit alle regels waarin staat hoe de overheid om dient te
gaan met gedetineerden en tbs-gestelden
5. Internationaal strafrecht: behandelt grofweg 4 typen misdrijven: genocide,
misdrijven tegen menselijkheid, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de vrede
Je hebt verschillende fases in het strafprocesrecht:
We hebben bij het voorbereidend onderzoek inquisitoir (verdachte is ongelijk) en in de
terechtzitting accusatoir (verdachte is gelijk)
Beginselen:
Het legaliteitsbeginsel: niks is strafbaar tot het in de wet staat (art 1 Sv). Muilkorf
arrest heeft geregeld dat regels van strafprocesrecht alleen door de wetgever in
formele zin kan worden vastgesteld.
Opportuniteitsbeginsel: het OM bepaalt of ze de verdachte gaan vervolgen
Onschuldpresumptie: een persoon is onschuldig tot in rechte is komen vast te staan
dat diegene niet onschuldig is
Beginselen van behoorlijke strafrechtspleging:
Vertrouwensbeginsel: de verdachte mag gerechtvaardigd vertrouwen op
mededelingen van de politie en justitie
Zuiverheid van oogmerk/ détournement de pouvoir: publieke bevoegdheid
mag niet worden aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is
aangegeven. Ook wel het machtsmisbruikverbod.
Gelijkheidsbeginsel/ verbod van willekeur: beslissing om tot vervolging over te
gaan moet in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Ook hierbij mag je
geen misbruik maken van je positie
Zorgvuldigheidsbeginsel: de verplichting voor het openbaar bestuur om alle
relevante gegevens van het geval zorgvuldig en onpartijdig te onderzoeken
, Wettelijke basis
Politie heeft de volgende taken:
1. Strafrecht handhaven (OM stuurt dit aan)
2. Openbare orde handhaven (burgermeester stuurt dit aan)
3. Hulpverlening bieden
Als er een strafvordering/ inbreuk is op grondrechten geldt art 1 sv (dus specifieke wettelijke
basis)
Geen of slechts beperkte inbreuk, dan geldt art 3 PW
Rechterlijk beslissingsmodel: formeel
Er zijn een aantal formele vragen die de rechter moet stellen over het strafproces voor de
rechtszitting (art 348 Sv)
1. Is de dagvaarding geldig (art 261 Sv)
Ja Vraag 2
Nee nietigheid der dagvaarding (art 349 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
Ja vraag 3
Nee onbevoegdheid van de rechter (art 349 Sv)
3. Is het OM ontvankelijk (bevoegd) in zijn vervolging? (vervolgingsbeletselen)
Ja vraag 4
Nee niet ontvankelijk OM (art 349 Sv)
4. Moet de vervolging geschorst worden?
Ja schorsing der vervolging (art 349 Sv)
Nee vraag 1 materiele vragen
Rechterlijk beslissingsmodel: materieel
Zodra alle vragen van het formele beslissingsmodel beantwoord zijn zal er een zitting
plaatsvinden, hiervoor moeten de materiele beantwoorden worden. Dit zijn de volgende:
1. Kan het ten laste gelegde feit worden bewezen?
Nee vrijspraak (art 352 lid 1 Sv)
Ja vraag 2
2. Kan het ten laste gelegde feit worden gekwalificeerd?
Nee OVAR (art 352 lid 2 Sv)
Ja Vraag 3
3. Is de verdachte strafbaar?
Nee OVAR (art 352 lid 2 Sv)
Ja Vraag 4
4. Wordt een straf of maatregel opgelegd?
Nee rechterlijk pardon (art 9a Sr)
Ja Straf of maatregel
Vervolging beletselen
Je hebt soms redenen waarom het OM de verdachte niet kan vervolgen, de volgende
redenen zijn een voorbeeld:
1. De verdachte is overleden (art (art 69 Sr)
2. Verjaring van de overtreding/ misdrijf (art 70 Sr)
3. Ne bis in idem (niet 2x voor hetzelfde vervolgd mogen worden) (art 68 Sr)
4. Verdachte is nog te jong (<12, art 486 Sv)
5. Verdachte heeft al een strafbeschikking ontvangen
Absolute en relatieve competentie