Handleiding SPSS toets Experimentele Onderzoeksmethoden
, Practicum 1 – Rehearsal and ANOVA
Algemene informatie:
Measurement levels
Om te zien op welk level een variabele gemeten is, kan je kijken naar het measurement
level. Hier staat als het goed is ‘nominal’, ‘ordinal’ of ‘scale’.
1. Switch links onderin van ‘Data View’ naar ‘Variable View’
2. In de ener laatste kolom zie je ‘Measure’. Hier kan je per variabele kijken welk
meetniveau de variabele heeft.
Kleine herhaling:
‘Nominal’: data kunnen worden gecategoriseerd zonder duidelijke volgorde. Er is hier
dus geen verschil tussen categorieën; de ene categorie is niet groter dan de anderen
(bijvoorbeeld: ja/nee, man/vrouw, gehuwd/samenwonend/alleenstaand).
‘Ordinal’: data kan worden gecategoriseerd en er is sprake van een duidelijke
rangorde. Er is hier dus wel verschil tussen categorieën. Er is een vaste
volgorde/afstand tussen de opties (categorieën als helemaal eens – eens, goud-
zilver-brons, mbo-hbo-wo, inkomensgroepen, leeftijdscategorieën 20 tot 40 – 40 tot
60 – 60 plus). Er zit hier geen vaste afstand tussen.
‘Scale’: combinatie van ‘interval’ (rangorde, intervallen gelijk) en ‘ratio’ (rangorde,
intervallen gelijk & betekenisvol 0-punt). (bijvoorbeeld leeftijd in jaren, lengte, gewicht
in kilo’s).
Likertschaal (zeer mee eens etc.), officieel ordinaal, maar in SPSS scale!
Hypothesen formuleren
Een hypothesen kan éénzijdig of tweezijdig zijn.
Tweezijdig:
o H0: µ1 = een bepaalde waarde H1: µ1 ≠ een bepaalde waarde
Rechtseenzijdig:
o H0: µ1 ≤ een bepaalde waarde H1: µ1 > een bepaalde waarde
Linkseenzijdig:
o H0: µ1 ≥ een bepaalde waarde H1: µ1 < een bepaalde waarde
Voorbeeld tweezijdige hypothese: ‘’Is het gemiddelde van groep 1 gelijk aan 6?’’
H0: µ1 = 6
H1: µ1 ≠ 6
Als de nulhypothese klopt, is het gemiddelde van groep 1 hier gelijk aan 6. De nulhypothese
kan verlegt worden als het groepsgemiddelde significant groter of kleiner is dan 6; hierdoor
heb je een tweezijdige hypothese.
Voorbeeld rechtseenzijdige hypothese: ‘’Is het gemiddelde van groep 1 is groter dan 6?’’
H0: µ1 ≤ 6
H1: µ1 > 6
Als de nulhypothese klopt, is het gemiddelde van groep 1 gelijk of kleiner dan 6. De
nulhypothese kan verlegt worden als het groepsgemiddelde van groep 1 significant groter is
dan 6.
Select cases
,Cases selecteren kan handig zijn, bijvoorbeeld om naar het gemiddelde van één groep te
kijken. Bijvoorbeeld als we specifiek naar het gemiddelde van groep 1 willen kijken.
Data
Select Cases
Selecteer de variabele waarvan jij een bepaalde cases wil zien: de variabele die je wil
splitten (dus nu group)
Klik op If condition is statisfied
Vul bij ‘’if…’’ de condities in (groep = 1). Want we willen alleen het gemiddelde van
groep 1 zien. In dit geval moet je ‘group’ invullen, maar dat is dus bij elke variabelen
anders! In volgend practicum is het bijvoorbeeld ‘weahter=1’
Past en run de syntax
Syntax:
Descriptives
, Algemene informatie over de steekproef, bijvoorbeeld: variantie, gemiddelde,
standaarddeviatie. We willen nu bijvoorbeeld het gemiddelde en de standaardafwijking van
de variabele y in groep 1 weten (we hebben hierboven al select cases groep 1 geselecteerd,
dus hierdoor zullen de andere groepen niet worden meegenomen). Let dus goed op of je
select cases moet doen!
Analyse
Descriptive Statistics
Descriptives
Selecteer de gewenste variabele(n) in de box: in ons geval willen we het gemiddelde
en de standaarddeviatie van variabele y weten
Selecteer bij ‘’options’’ de gegevens die je wil hebben: in ons geval het gemiddelde
en de standaarddeviatie
Continue
Past en run de syntax
Syntax:
Select cases uitschakelen
, Practicum 1 – Rehearsal and ANOVA
Algemene informatie:
Measurement levels
Om te zien op welk level een variabele gemeten is, kan je kijken naar het measurement
level. Hier staat als het goed is ‘nominal’, ‘ordinal’ of ‘scale’.
1. Switch links onderin van ‘Data View’ naar ‘Variable View’
2. In de ener laatste kolom zie je ‘Measure’. Hier kan je per variabele kijken welk
meetniveau de variabele heeft.
Kleine herhaling:
‘Nominal’: data kunnen worden gecategoriseerd zonder duidelijke volgorde. Er is hier
dus geen verschil tussen categorieën; de ene categorie is niet groter dan de anderen
(bijvoorbeeld: ja/nee, man/vrouw, gehuwd/samenwonend/alleenstaand).
‘Ordinal’: data kan worden gecategoriseerd en er is sprake van een duidelijke
rangorde. Er is hier dus wel verschil tussen categorieën. Er is een vaste
volgorde/afstand tussen de opties (categorieën als helemaal eens – eens, goud-
zilver-brons, mbo-hbo-wo, inkomensgroepen, leeftijdscategorieën 20 tot 40 – 40 tot
60 – 60 plus). Er zit hier geen vaste afstand tussen.
‘Scale’: combinatie van ‘interval’ (rangorde, intervallen gelijk) en ‘ratio’ (rangorde,
intervallen gelijk & betekenisvol 0-punt). (bijvoorbeeld leeftijd in jaren, lengte, gewicht
in kilo’s).
Likertschaal (zeer mee eens etc.), officieel ordinaal, maar in SPSS scale!
Hypothesen formuleren
Een hypothesen kan éénzijdig of tweezijdig zijn.
Tweezijdig:
o H0: µ1 = een bepaalde waarde H1: µ1 ≠ een bepaalde waarde
Rechtseenzijdig:
o H0: µ1 ≤ een bepaalde waarde H1: µ1 > een bepaalde waarde
Linkseenzijdig:
o H0: µ1 ≥ een bepaalde waarde H1: µ1 < een bepaalde waarde
Voorbeeld tweezijdige hypothese: ‘’Is het gemiddelde van groep 1 gelijk aan 6?’’
H0: µ1 = 6
H1: µ1 ≠ 6
Als de nulhypothese klopt, is het gemiddelde van groep 1 hier gelijk aan 6. De nulhypothese
kan verlegt worden als het groepsgemiddelde significant groter of kleiner is dan 6; hierdoor
heb je een tweezijdige hypothese.
Voorbeeld rechtseenzijdige hypothese: ‘’Is het gemiddelde van groep 1 is groter dan 6?’’
H0: µ1 ≤ 6
H1: µ1 > 6
Als de nulhypothese klopt, is het gemiddelde van groep 1 gelijk of kleiner dan 6. De
nulhypothese kan verlegt worden als het groepsgemiddelde van groep 1 significant groter is
dan 6.
Select cases
,Cases selecteren kan handig zijn, bijvoorbeeld om naar het gemiddelde van één groep te
kijken. Bijvoorbeeld als we specifiek naar het gemiddelde van groep 1 willen kijken.
Data
Select Cases
Selecteer de variabele waarvan jij een bepaalde cases wil zien: de variabele die je wil
splitten (dus nu group)
Klik op If condition is statisfied
Vul bij ‘’if…’’ de condities in (groep = 1). Want we willen alleen het gemiddelde van
groep 1 zien. In dit geval moet je ‘group’ invullen, maar dat is dus bij elke variabelen
anders! In volgend practicum is het bijvoorbeeld ‘weahter=1’
Past en run de syntax
Syntax:
Descriptives
, Algemene informatie over de steekproef, bijvoorbeeld: variantie, gemiddelde,
standaarddeviatie. We willen nu bijvoorbeeld het gemiddelde en de standaardafwijking van
de variabele y in groep 1 weten (we hebben hierboven al select cases groep 1 geselecteerd,
dus hierdoor zullen de andere groepen niet worden meegenomen). Let dus goed op of je
select cases moet doen!
Analyse
Descriptive Statistics
Descriptives
Selecteer de gewenste variabele(n) in de box: in ons geval willen we het gemiddelde
en de standaarddeviatie van variabele y weten
Selecteer bij ‘’options’’ de gegevens die je wil hebben: in ons geval het gemiddelde
en de standaarddeviatie
Continue
Past en run de syntax
Syntax:
Select cases uitschakelen