Semester 2
Straf(proces)recht
Radboud Universiteit
Rechtsgeleerdheid Bachelor 1
Inleiding Straf(proces)recht
Kennisclips
Werkgroep 1
Periode 2
, College 1: Inleiding op de cursus en het vakgebied
1.0 Voorbereiding Werkgroep
Kennisclips
Kennisclip 1: Voorwaarden voor strafbaarheid
De voorwaarden voor strafbaarheid zijn van belang, omdat er alleen gestraft mag worden als er een
strafbaar feit begaan is.
Definitie
Een strafbaar feit is een 1) menselijke gedraging 2) die valt binnen een wettelijke
delictsomschrijving en 3) die wederrechtelijk en 4) verwijtbaar is.
De laatste twee zijn elementen, ook wel algemene voorwaarden, deze worden geacht aanwezig te zijn
en hoeven met deze reden niet bewezen te worden.
De eerste twee zijn de bijzondere voorwaarden, deze zijn afhankelijk van de zaak.
1) Menselijke gedraging
Allereerst is dus uitgesloten dat een dier een strafbaar feit kan begaan.
Wel kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen strafbare feiten plegen.
Er moet daarnaast een gedraging of nalaten zijn. Dit behoort tot het daadstrafbeginsel. Dit
beginsel houdt in dat een straf gebaseerd moet zijn op een daad die een persoon pleegt, en dus
niet gebaseerd kan zijn op persoonlijke eigenschappen of omstandigheden.
2) Valt binnen een wettelijke delictsomschrijving
De wet moet aangeven dat iets strafbaar is. Dit sluit aan bij het legaliteitsbeginsel wat inhoudt
dat alleen hetgeen strafbaar is dat in de wet staat.
De onderdelen van een wet zijn de bestanddelen. Er moet voldaan zijn aan alle bestanddelen
om een strafbaar feit strafbaar te laten zijn volgens een bepaalde wet.
Soms kunnen bestanddelen echter vaag zijn, dan is het aan de rechter om deze bestanddelen in
te vullen. Een wet mag alleen niet zo vaag worden dat deze in het geding komt met het
legaliteitsbeginsel en het bepaaldheidsgebod (een strafbepaling moet voldoende duidelijk en
concreet zijn geformuleerd, zodat voor iedereen helder is welk gedrag strafbaar is en welke
straf daarop staat).
3) Wederrechtelijkheid
Een gedraging moet in strijd zijn met het recht (wederrechtelijkheidsbeginsel).
Wederrechtelijkheid is een element en hoeft niet te worden bewezen. Dit komt omdat we
ervan uitgaan dat als een gedraging in strijd is met de wet, deze ook wederrechtelijk is.
Een wederwettelijke gedraging is in beginsel wederrechtelijk. Dit is het gevolg van het
concretiseren van wederrechtelijkheid.
Dit is niet het geval als er een rechtvaardigheidsgrond is. Formeel kun je dan wederwettelijk
handelen, dus tegen de wet, maar niet wederrechtelijk.
4) Verwijtbaarheid
Een verdachte moet schuld hebben in strafrechtelijke zin. Ook dit is een element en wordt
geacht aanwezig te zijn. Dit geldt, tenzij er sprake is van een schulduitsluitingsgrond.
Het kan soms zijn dat schuld in een wet is opgenomen als bestanddeel (Culpa), dit is een
aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid.
Wetboek van strafrecht
1. Delictsomschrijving
Straf(proces)recht
Radboud Universiteit
Rechtsgeleerdheid Bachelor 1
Inleiding Straf(proces)recht
Kennisclips
Werkgroep 1
Periode 2
, College 1: Inleiding op de cursus en het vakgebied
1.0 Voorbereiding Werkgroep
Kennisclips
Kennisclip 1: Voorwaarden voor strafbaarheid
De voorwaarden voor strafbaarheid zijn van belang, omdat er alleen gestraft mag worden als er een
strafbaar feit begaan is.
Definitie
Een strafbaar feit is een 1) menselijke gedraging 2) die valt binnen een wettelijke
delictsomschrijving en 3) die wederrechtelijk en 4) verwijtbaar is.
De laatste twee zijn elementen, ook wel algemene voorwaarden, deze worden geacht aanwezig te zijn
en hoeven met deze reden niet bewezen te worden.
De eerste twee zijn de bijzondere voorwaarden, deze zijn afhankelijk van de zaak.
1) Menselijke gedraging
Allereerst is dus uitgesloten dat een dier een strafbaar feit kan begaan.
Wel kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen strafbare feiten plegen.
Er moet daarnaast een gedraging of nalaten zijn. Dit behoort tot het daadstrafbeginsel. Dit
beginsel houdt in dat een straf gebaseerd moet zijn op een daad die een persoon pleegt, en dus
niet gebaseerd kan zijn op persoonlijke eigenschappen of omstandigheden.
2) Valt binnen een wettelijke delictsomschrijving
De wet moet aangeven dat iets strafbaar is. Dit sluit aan bij het legaliteitsbeginsel wat inhoudt
dat alleen hetgeen strafbaar is dat in de wet staat.
De onderdelen van een wet zijn de bestanddelen. Er moet voldaan zijn aan alle bestanddelen
om een strafbaar feit strafbaar te laten zijn volgens een bepaalde wet.
Soms kunnen bestanddelen echter vaag zijn, dan is het aan de rechter om deze bestanddelen in
te vullen. Een wet mag alleen niet zo vaag worden dat deze in het geding komt met het
legaliteitsbeginsel en het bepaaldheidsgebod (een strafbepaling moet voldoende duidelijk en
concreet zijn geformuleerd, zodat voor iedereen helder is welk gedrag strafbaar is en welke
straf daarop staat).
3) Wederrechtelijkheid
Een gedraging moet in strijd zijn met het recht (wederrechtelijkheidsbeginsel).
Wederrechtelijkheid is een element en hoeft niet te worden bewezen. Dit komt omdat we
ervan uitgaan dat als een gedraging in strijd is met de wet, deze ook wederrechtelijk is.
Een wederwettelijke gedraging is in beginsel wederrechtelijk. Dit is het gevolg van het
concretiseren van wederrechtelijkheid.
Dit is niet het geval als er een rechtvaardigheidsgrond is. Formeel kun je dan wederwettelijk
handelen, dus tegen de wet, maar niet wederrechtelijk.
4) Verwijtbaarheid
Een verdachte moet schuld hebben in strafrechtelijke zin. Ook dit is een element en wordt
geacht aanwezig te zijn. Dit geldt, tenzij er sprake is van een schulduitsluitingsgrond.
Het kan soms zijn dat schuld in een wet is opgenomen als bestanddeel (Culpa), dit is een
aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid.
Wetboek van strafrecht
1. Delictsomschrijving