ZS – peritoneum
De 3 relaties van het peritoneum ten opzichte van de buikorganen: intraperitoneaal, secundair
retroperitoneaal en (primair) retroperitoneaal en voor welke organen welke relatie geldt.
De eigenschappen van deze relaties betreffende bereikbaarheid, beweeglijkheid en
mobiliseerbaarheid van het betreffende orgaan
Peritoneum bepaalt de ruimte indeling van de buik en welke structuren wel en niet vastzitten.
- Viscerale peritoneum = laag op een orgaan
- Pariëtale peritoneum = laag om de peritoneaalholte
Mesentrium = dubbellagig peritoneum naar de organen: bevat bloedvaten, lymfevaten, zenuwen =
verbinding tussen pariëtale en viscerale peritoneum – bevat veel vet
Intraperitoneaal = in peritoneaalholte; zichtbaar & bewegelijk (slijm)
Maag, lever, galblaas, milt, jejunum, ileum, colon
transversum & sigmoideum.
Secundair retroperitoneaal = embryologisch intraperitoneaal, maar verkleefd aan pariëtale
peritoneum bindweefsel (geen slijm meer) achter pariëtale peritoneum; zichtbaar & vast
(maar makkelijk los te maken)
Colon ascendens, colon descendens, pancreas &
duodenum
(primair) retroperitoneaal = niet in peritoneale holte; niet zichtbaar & vast (bindweefsel)
Nieren, aorta & vena cava
Extraperitoneaal = algemeen buiten peritoneale holte (retro, sub & pre)
Uterus = intraperitoneaal behalve cervix = subperitoneaal
Rectum = intra/retro/subperitoneaal
Lege blaas = subperitoneaal
Volle blaas = pre-peritoneaal
Wat verstaan wordt onder een mesenterium, een peritoneaal ligament, omentum, visceraal en
pariëtaal peritoneum.
3 onderdelen:
Peritoneaal ligament = dubbele laag peritoneum, die organen met organen of organen met
de buikwand verbinden. ligamentum + 2 organen
Omentum = dubbele laag peritoneum vanaf de maag of het eerste deel duodenum naar
aagnrenzende organen: omentum minus & omentum majus
Mesenterium: meso- + orgaan dat erbij hoort (jejunum en ileum: mesenterium)
, Globaal hoe de embryologische ontwikkeling tot de bovengenoemde configuratie van de
buikorganen ten opzichte van het peritoneum geleid heeft.
De ligging van de bursa omentalis en het foramen omentale
Video 1
Darm komt buiten embryo in de navelstreng, omdat lichaam minder snel groeit dan de darm.
Bloedvaten, zenuwen & lymfevaten gaan via mesenterium naar organen in het peritoneum.
Video 2
Maagvorming: curvatura major & curvatura minor
90 graden rotatie:
Dorsale mesenterium links hele darm
Ventrale mesenterium Rechts alleen voordarm
- Omentum minus = tussen maag en lever
o Ligamentum hepatoduodenale = tussen lever en duodenum – dik met buizen
o Ligamentum hepatogastricum = tussen lever en maag – dun vliezig
- Ligamentum falciforme = van lever tot lichaamswand vena umbilicalis onderdoor en
vormt later ligamentum teres
Peritoneale holte links voor
Peritoneale holte rechts achter: bursa omentalis via foramen epiploicum
pancreas & duodenum tegen de achterwand: secundair retroperitoneaal
Video 3
Rotatie van de darm om a. mesenterica superior:
1. Darm draait 90 graden
2. Darm draait 180 graden
3. De onderkant (dikke darm) draait over de bovenkant (dunne darm)
Colon ascendens en descendens klemmen aan de achterwand: secundair retroperitoneaal
Punt van Treits = waar duodenum overgaat in jejunum
Wortel van het mesenterium = scheiding van waar het mesenterium vast (ascendens mesocolon) en
los (mesenterium) zit.
Video 4
Dorsale mesenterium: milt en pancreas
Ventrale mesenterium: lever, galgangen, galblaas en pancreas
Dorsale mesenterium groeit over de voorkant: tr
De omentum majus lagen groeien aan elkaar tot 1 laag
Omentum majus groeit aan het colon transversum.
Bursa omentalis:
Voorkant: maag en omentum minus
Achterkant: pancreas
Links: milt
Onderkant: colon transversum
Boven: lever
De 3 relaties van het peritoneum ten opzichte van de buikorganen: intraperitoneaal, secundair
retroperitoneaal en (primair) retroperitoneaal en voor welke organen welke relatie geldt.
De eigenschappen van deze relaties betreffende bereikbaarheid, beweeglijkheid en
mobiliseerbaarheid van het betreffende orgaan
Peritoneum bepaalt de ruimte indeling van de buik en welke structuren wel en niet vastzitten.
- Viscerale peritoneum = laag op een orgaan
- Pariëtale peritoneum = laag om de peritoneaalholte
Mesentrium = dubbellagig peritoneum naar de organen: bevat bloedvaten, lymfevaten, zenuwen =
verbinding tussen pariëtale en viscerale peritoneum – bevat veel vet
Intraperitoneaal = in peritoneaalholte; zichtbaar & bewegelijk (slijm)
Maag, lever, galblaas, milt, jejunum, ileum, colon
transversum & sigmoideum.
Secundair retroperitoneaal = embryologisch intraperitoneaal, maar verkleefd aan pariëtale
peritoneum bindweefsel (geen slijm meer) achter pariëtale peritoneum; zichtbaar & vast
(maar makkelijk los te maken)
Colon ascendens, colon descendens, pancreas &
duodenum
(primair) retroperitoneaal = niet in peritoneale holte; niet zichtbaar & vast (bindweefsel)
Nieren, aorta & vena cava
Extraperitoneaal = algemeen buiten peritoneale holte (retro, sub & pre)
Uterus = intraperitoneaal behalve cervix = subperitoneaal
Rectum = intra/retro/subperitoneaal
Lege blaas = subperitoneaal
Volle blaas = pre-peritoneaal
Wat verstaan wordt onder een mesenterium, een peritoneaal ligament, omentum, visceraal en
pariëtaal peritoneum.
3 onderdelen:
Peritoneaal ligament = dubbele laag peritoneum, die organen met organen of organen met
de buikwand verbinden. ligamentum + 2 organen
Omentum = dubbele laag peritoneum vanaf de maag of het eerste deel duodenum naar
aagnrenzende organen: omentum minus & omentum majus
Mesenterium: meso- + orgaan dat erbij hoort (jejunum en ileum: mesenterium)
, Globaal hoe de embryologische ontwikkeling tot de bovengenoemde configuratie van de
buikorganen ten opzichte van het peritoneum geleid heeft.
De ligging van de bursa omentalis en het foramen omentale
Video 1
Darm komt buiten embryo in de navelstreng, omdat lichaam minder snel groeit dan de darm.
Bloedvaten, zenuwen & lymfevaten gaan via mesenterium naar organen in het peritoneum.
Video 2
Maagvorming: curvatura major & curvatura minor
90 graden rotatie:
Dorsale mesenterium links hele darm
Ventrale mesenterium Rechts alleen voordarm
- Omentum minus = tussen maag en lever
o Ligamentum hepatoduodenale = tussen lever en duodenum – dik met buizen
o Ligamentum hepatogastricum = tussen lever en maag – dun vliezig
- Ligamentum falciforme = van lever tot lichaamswand vena umbilicalis onderdoor en
vormt later ligamentum teres
Peritoneale holte links voor
Peritoneale holte rechts achter: bursa omentalis via foramen epiploicum
pancreas & duodenum tegen de achterwand: secundair retroperitoneaal
Video 3
Rotatie van de darm om a. mesenterica superior:
1. Darm draait 90 graden
2. Darm draait 180 graden
3. De onderkant (dikke darm) draait over de bovenkant (dunne darm)
Colon ascendens en descendens klemmen aan de achterwand: secundair retroperitoneaal
Punt van Treits = waar duodenum overgaat in jejunum
Wortel van het mesenterium = scheiding van waar het mesenterium vast (ascendens mesocolon) en
los (mesenterium) zit.
Video 4
Dorsale mesenterium: milt en pancreas
Ventrale mesenterium: lever, galgangen, galblaas en pancreas
Dorsale mesenterium groeit over de voorkant: tr
De omentum majus lagen groeien aan elkaar tot 1 laag
Omentum majus groeit aan het colon transversum.
Bursa omentalis:
Voorkant: maag en omentum minus
Achterkant: pancreas
Links: milt
Onderkant: colon transversum
Boven: lever