100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting MCOS (UvA) deeltentamen 2

Rating
-
Sold
-
Pages
23
Uploaded on
27-01-2025
Written in
2023/2024

Ik haalde een 9 voor dit tentamen!! De samenvatting is heel uitgebreid, bevat ook plaatjes, echt een aanrader om te leren

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 27, 2025
Number of pages
23
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

HOORCOLLEGE 11
EXPERIMENTEEL ONDERZOEK (MCOS)

Experimenteel onderzoek = de onderzoeker manipuleert de onafhankelijke variabele
(om te kijken of de andere variabele daardoor veranderd)

 Manipuleert = systematisch ‘iets’ veranderen én vergelijken (verander een ding
en hou de rest gelijk)
 Het doel van experimenteel onderzoek; met zekerheid iets zeggen over
causaliteit. (dat kan met random toewijzen)

Onafhankelijke variabele = aantal confederates
Afhankelijke variabele = conformeren

CAUSALITEIT
Vaststellen (gebeurt in deductie fase):

1. Covariatie: er is een verband tussen X en Y
2. Chronologie: X gaat vooraf aan Y
3. Uitsluiten alternatieve verklaringen: niet veroorzaakt worden door Z

Als ik manipuleer > automatisch voldoe ik dan aan covariantie en chronologie ! niet aan
alternatieven!

TOEWIJZEN
Toewijzen van participanten = een ‘tool’ om alternatieve verklaringen uit te sluiten.

 Confounding variabelen = variabelen die samenhangen met manipulaties
(verwarringen) je kan dan niet meer met zekerheid zeggen of een verschil
veroorzaakt wordt door de manipulatie of de confounding variabele.
o Bv: persoonseigenschappen, locatie, dag van de week etc.



CONFOUNDS VOORKOMEN
1. Toewijzingsstrategie:
a. Homogeniseren = alleen participanten selecteren met bepaalde
eigenschappen. Probleem: lage representativiteit én je kan belangrijke
eigenschappen over het hoofd zien.
b. Matchen = groep samenstelling voor bepaalde eigenschappen gelijk maken
o Precisiematching = koppels van ‘hele gelijke mensen’ maken en op basis
van die koppels mensen in twee groepen verdelen.
o Globale matching = globaal eigenschappen over groepen gelijk maken
(evenveel mannen/vrouwen bv)

Probleem: steeds lastiger bij matching voor meer eigenschappen én je kan
belangrijke eigenschappen over het hoofd zien.

c. Randomiseren = participanten random toewijzen aan groepen. Probleem:
niet altijd mogelijk Maar: bij voldoende mensen zijn eigenschappen op
groepsniveau gelijk (dus geen alternatieve verklaringen door eigenschappen!)

, 2. Achteraf controleren (kan altijd)
Zijn de groepen inderdaad vergelijkbaar op de variabelen die ik gemeten heb?
Nee? > mogelijke confound.

DESIGNS

 O = observaties
 X = manipulaties
 R = random toewijzen aan condities (=groep mensen)

Designs = vormgeving van experiment

Pre-experimenten = Geen aselecte toewijzing, weinig controle

 One-group pretest-posttest design = vergelijkt voor- en nameting
o probleem: veel alternatieve verklaringen bv: extern voorval, rijping, test-
effect
 Two-group posttest design = vergelijkt twee groepen
o Probleem: al beter enige verklaring kan zijn maar nog steeds veel
alternatieve verklaringen bv: bestond het verschil al? Eigenschappen van
de groepen?)

Quasi experimenten = geen aselecte toewijzing, meer controle

 Two-group pretest-posttest design = vergelijkt voor- en nametingen van twee
groepen
o Beter, alleen nog verschillen in groepseigenschappen kunnen verklaren
(=test- effect)

Zuivere experimenten = wel aselecte toewijzing, veel controle

 Two-group random assignment pretest-posttest design = vergelijkt voor-
en nametingen van twee groepen
o alleen nog test-effecten over als alternatieve verklaring
 Two-group random assignment posttest design = vergelijkt nametingen van
twee groepen
o test-effect geen probleem, mogelijk wel groepsverschillen (maar bij
voldoende participanten niet vanwege random toewijzing))

Overige desings

 Solomon Four-group design = maximale controle
Je kijkt dus of naar de groepsverschillen of de test-effecten.

 Time series analysis = meerdere observaties van te voren, dan een manipulatie
en dan weer observaties. Geeft inzicht in stabiliteit van variabelen.

Factorial designs = meerdere factoren (manipulaties) testen in één onderzoek.

Bijvoorbeeld: 2 acteur: man vs vrouw x 2 dag: maandag vs vrijdag. De cijfers geven aan
hoeveel versies er van een factor (manipulatie) zijn (hierboven dus twee versies van elke
manipulatie) manipulaties = geslacht en dag van de week.

, 1. Between-subjects = kijk naar verschillen tussen mensen op groepsniveau (two-
group posttest design)
2. Within-subjects = kijk naar verschilen binnen mensen, vergelijk een persoon
met zichzelf (bijvoorbeeld voor en na manipulatie) (one-group pretest-posttest
design)

VALIDITEIT
Validiteit = meet het onderzoek als geheel wat je wilt meten? (systematische
fouten/bias)

Betrouwbaarheid = hoe goed meet je wat je meet? (toevallige fouten/ruis)

INTERNE VALIDITEIT > CONTROLE

= ik wil het effect van mijn manipulatie meten (en niet iets anders)

kwaliteit van je onderzoeksopzet. Hoe zeker ben je over conclusies wat betreft de relaties
die je onderzoekt? Zijn alternatieve verklaringen uitgesloten?

 Alles alleen binnen het onderzoek
o Meetvaliditeit = meet alleen deze meting wat het moet meten (kan de
factor deze specifieke variabele verklaren)

EXTERNE VALIDITEIT > REPRESENTATIVITEIT

= representativiteit van je steekproef en onderzoeksomstandigheden naar de populatie.

 Gelden conclusies buiten het onderzoek nog?

POPULATIE VALIDITEIT
Is mijn steekproef representatief met mijn doelgroep/ populatie?
ECOLOGISCHE VALIDITEIT
Is mijn onderzoekssituatie representatief voor de situatie waar ik uitspraken over wil
doen?


BEDREIGINGEN VAN INTERNE VALIDITEIT

1. TESTEFFECT / PRE-TEST SENSITISATION / REPEATED-TESTING
= eerdere vragen hebben een effect op latere vragen. (bv: antwoorden onthouden, beter
worden door erover nadenken)
Oplossing > design aanpassen (solomon)
2. INSTRUMENTATIE
= effecten door verschillende meetmethode (voor en na een andere schaal gebruiken)
3. VERSPREIDING / DIFFUSION
= de experimentele manipulatie komt ook op een manier bij andere groep (de control
groep) terecht (bv door contact tijdens experiment)

4. SELECTIE / SELECTION BIAS
$9.26
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
isagroen9

Get to know the seller

Seller avatar
isagroen9 Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
2 year
Number of followers
1
Documents
7
Last sold
2 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions