Inleiding Arbeids- en organisatiepsychologie
Hoofdstuk 1 (5%, 2 vragen)
Gedrag in organisaties bestudeert de invloed die individuele factoren, groepsprocessen en
organisatiestructuren hebben op menselijk gedrag in organisaties. De bedoeling hiervan is
om organisaties effectiever te maken:
‘Gedrag in organisaties is een toegepaste wetenschap, met als belangrijkste doel de
effectiviteit te verbeteren in organisaties.’
Het is zinvol om gedrag in organisaties op een systematische manier te bestuderen, omdat
menselijk gedrag niet toevallig is.
Gedrag is niet willekeurig. Er liggen bepaalde wetmatigheden ten grondslag aan het gedrag
van mensen. Als we die wetmatigheden begrijpen, kunnen we het functioneren van
organisaties positief beïnvloeden.
Sociale psychologie: bestudeert hoe mensen in groepen elkaars gedrag beïnvloeden.
De drie analyseniveaus binnen Gedrag In Organisaties:
- Individueel niveau
- Groepsniveau
- Organisatieniveau
Op welk niveau heeft de psychologie zijn grootste bijdrage geleverd aan gedrag in
organisaties?
- Op het niveau van het individu.
Organisaties die investeren in innovatie, continu de kwaliteit blijven verbeteren en zich de
kunst van het veranderen eigen maken, zullen succesvol zijn.
Een ethisch gezond klimaat: is een klimaat waarin werknemers productief kunnen werken
en waarin er duidelijkheid bestaat over welk gedrag gewenst en niet gewenst is.
Hoofdstuk 2 (10%, 4 vragen)
Wat zijn attitudes?
Houdingen die mensen hebben tegenover bepaalde dingen, mensen, bepaald gedrag of
gebeurtenissen.
De drie belangrijkste componenten van attitudes zijn (figuur 2.1):
- Cognitieve componenten
- Affectieve componenten
- Gedragscomponenten
Cognitieve dissonantie: tegenstrijdigingen die een persoon waarneemt tussen eigen gedrag
en attitudes.
Wat is de belangrijkste les die managers uit de theorie over cognitieve dissonantie kunnen
trekken?
- De theorie helpt managers te voorspellen in hoeverre werknemers geneigd zijn om
van attitude of gedrag te veranderen.
, Werknemers die werkbetrokkenheid ervaren, identificeren zich sterk met het soort werk dat
ze uitvoeren.
Een persoon die hoog scoort op werktevredenheid, heeft een positieve attitude ten opzichte
van zijn werk.
Werktevredenheid meten:
- Een vragenlijst, op een eenvoudige manier, met algemene vragen door de
werknemer.
- Beoordeling van verschillende werkfacetten door de werknemer.
Wat zijn de voornaamste bronnen van werktevredenheid?
Arbeidsomstandigheden, werkdruk, collega’s, leidinggevende, organisatie en cultuur,
beloning, ontwikkelingsmogelijkheden.
Vier soorten reacties van werknemers bij ontevredenheid?
- Exit, stem, loyaliteit en verwaarlozing.
Hoofdstuk 3 (10%, 4 vragen)
Affect is een overkoepelende benaming voor alle gevoelens die een mens kan hebben.
Emoties zijn directe, intense en oprechte gevoelens voor iets of iemand.
Emoties:
- Worden veroorzaakt door een specifieke gebeurtenis.
- Zijn kortdurend
- Veel specifieke emoties als, woede, angst, verdriet, afkeer ect.
- Vaak zichtbaar in gezichtsuitdrukkingen
- Actiegeorieneerd
Stemmingen zijn gevoelens die minder sterk zijn dan emoties; ze hebben geen prikkels uit
de omgeving nodig.
Stemmingen:
- Oorzaak vaak algemeen en onduidelijk.
- Duren langer dan emoties.
- Algemener*
- Zijn over het algemeen niet zichtbaar in gezichtsuitdrukkingen.
- Cognitief.
*Basisstemmingen:
Stemmingen zijn te classificeren op basis van 2 dimensies:
- Positief (gunstig)/ negatief (ongunstig)
- Hoog (actief)/ laag (passief)
VB: ontspanning = een laag positief affect > want: gunstig en passief.
Wat is emotionele arbeid: de door de organisatie gewenste emoties tonen op het werk.
Oppervlakte acteren: houdt in dat iemand zijn eigen innerlijke gevoelens verbergt en alleen
de emoties toont die gewenst zijn op het werk, ‘acteren’ als het ware.
Hoofdstuk 1 (5%, 2 vragen)
Gedrag in organisaties bestudeert de invloed die individuele factoren, groepsprocessen en
organisatiestructuren hebben op menselijk gedrag in organisaties. De bedoeling hiervan is
om organisaties effectiever te maken:
‘Gedrag in organisaties is een toegepaste wetenschap, met als belangrijkste doel de
effectiviteit te verbeteren in organisaties.’
Het is zinvol om gedrag in organisaties op een systematische manier te bestuderen, omdat
menselijk gedrag niet toevallig is.
Gedrag is niet willekeurig. Er liggen bepaalde wetmatigheden ten grondslag aan het gedrag
van mensen. Als we die wetmatigheden begrijpen, kunnen we het functioneren van
organisaties positief beïnvloeden.
Sociale psychologie: bestudeert hoe mensen in groepen elkaars gedrag beïnvloeden.
De drie analyseniveaus binnen Gedrag In Organisaties:
- Individueel niveau
- Groepsniveau
- Organisatieniveau
Op welk niveau heeft de psychologie zijn grootste bijdrage geleverd aan gedrag in
organisaties?
- Op het niveau van het individu.
Organisaties die investeren in innovatie, continu de kwaliteit blijven verbeteren en zich de
kunst van het veranderen eigen maken, zullen succesvol zijn.
Een ethisch gezond klimaat: is een klimaat waarin werknemers productief kunnen werken
en waarin er duidelijkheid bestaat over welk gedrag gewenst en niet gewenst is.
Hoofdstuk 2 (10%, 4 vragen)
Wat zijn attitudes?
Houdingen die mensen hebben tegenover bepaalde dingen, mensen, bepaald gedrag of
gebeurtenissen.
De drie belangrijkste componenten van attitudes zijn (figuur 2.1):
- Cognitieve componenten
- Affectieve componenten
- Gedragscomponenten
Cognitieve dissonantie: tegenstrijdigingen die een persoon waarneemt tussen eigen gedrag
en attitudes.
Wat is de belangrijkste les die managers uit de theorie over cognitieve dissonantie kunnen
trekken?
- De theorie helpt managers te voorspellen in hoeverre werknemers geneigd zijn om
van attitude of gedrag te veranderen.
, Werknemers die werkbetrokkenheid ervaren, identificeren zich sterk met het soort werk dat
ze uitvoeren.
Een persoon die hoog scoort op werktevredenheid, heeft een positieve attitude ten opzichte
van zijn werk.
Werktevredenheid meten:
- Een vragenlijst, op een eenvoudige manier, met algemene vragen door de
werknemer.
- Beoordeling van verschillende werkfacetten door de werknemer.
Wat zijn de voornaamste bronnen van werktevredenheid?
Arbeidsomstandigheden, werkdruk, collega’s, leidinggevende, organisatie en cultuur,
beloning, ontwikkelingsmogelijkheden.
Vier soorten reacties van werknemers bij ontevredenheid?
- Exit, stem, loyaliteit en verwaarlozing.
Hoofdstuk 3 (10%, 4 vragen)
Affect is een overkoepelende benaming voor alle gevoelens die een mens kan hebben.
Emoties zijn directe, intense en oprechte gevoelens voor iets of iemand.
Emoties:
- Worden veroorzaakt door een specifieke gebeurtenis.
- Zijn kortdurend
- Veel specifieke emoties als, woede, angst, verdriet, afkeer ect.
- Vaak zichtbaar in gezichtsuitdrukkingen
- Actiegeorieneerd
Stemmingen zijn gevoelens die minder sterk zijn dan emoties; ze hebben geen prikkels uit
de omgeving nodig.
Stemmingen:
- Oorzaak vaak algemeen en onduidelijk.
- Duren langer dan emoties.
- Algemener*
- Zijn over het algemeen niet zichtbaar in gezichtsuitdrukkingen.
- Cognitief.
*Basisstemmingen:
Stemmingen zijn te classificeren op basis van 2 dimensies:
- Positief (gunstig)/ negatief (ongunstig)
- Hoog (actief)/ laag (passief)
VB: ontspanning = een laag positief affect > want: gunstig en passief.
Wat is emotionele arbeid: de door de organisatie gewenste emoties tonen op het werk.
Oppervlakte acteren: houdt in dat iemand zijn eigen innerlijke gevoelens verbergt en alleen
de emoties toont die gewenst zijn op het werk, ‘acteren’ als het ware.