Didactiek ruimte
RUIMTEBELEVING
WAT IS RUIMTE?
Ruimte = zeer abstract begrip, moeilijk om er een omschrijving voor te geven
SOORTEN RUIMTE
Objectieve en subjectieve ruimte
- Meetbare ruimte = objectief vast te stellen of weer te geven
- Ruimte die we kunnen vastleggen
o Vb: op landkaarten, plattegronden, atlassen, …
- Geeft gevoel van permanentie en objectiviteit aan waarneming van ruimte
- Meer dan alleen ‘fysieke ‘ruimte
- Ruimte aanduiden die men waardeert of beleeft
- Binnen relaties: ‘persoonlijke ruimte’ en ‘bewegingsvrijheid’
o Kunnen verschillen van cultuur tot cultuur
Fysieke en psychologische ruimte
- Fysieke ruimte = ruimte waarbinnen we ons kunnen bewegen en bevinden
- Psychologische ruimte = ruimte waarvan we een ander beeld of andere voorstelling hebben in onze
gedachten dan dat het in de realiteit is
- Beide belangrijk
- Kinderen hebben moeite met ruimtes te beschrijven waar ze niet zijn
MENTALE KAART
- = gebaseerd op persoonlijke waarnemingen van de echte ruimte beïnvloed door opvoeding, mentale
ingesteldheid en andere factoren
- Verschillen van kind tot kind
- Belangrijk om juiste info mee te heven zodat lln een correcte mentale kaart kunnen opbouwen
- Vaak onvolledig en vervormd
- Veranderen doorheen tijd
o Beïnvloed door ervaringen -> constant bijgewerkt en aangevuld
- Fundamenteel deel van onze globale kennis we doen constant beroep op mentale kaarten
RUIMTEBELEVING BIJ KINDEREN
- Primair: beleefde ruimte (subjectieve ruimte)
- Objectieve ruimte wordt uit de subjectieve ruimte afgeleid en erop gebaseerd
o Extra moeilijkheid: objectieve ruimte steunt op subjectieve waarneming van kind
Niet altijd correct
- Barrière bij onderwijzen van ruimte: kdn kunnen niet altijd terugvallen op objectief referentiekader
1
,Positief:
- Ruimtebeleving gevoel van verbondenheid
o Goede basis om te leren zorgdragen voor
Natuurlijke
Culturele ruimte waarin ze zich bevinden en bewegen
ONTWIKKELING VAN HET IDEE ‘RUIMTE’ BIJ KINDEREN
3 fasen die kdn doorlopen in de opbouw van begrip ‘ruimte’
1) Eerste fase
o Kind = egocentrisch-georiënteerd systeem
o Ruimte bepaald door individuele elementen die belangrijk zijn voor kind
o Alles in functie van ‘ik’: voor mij, achter mij, …
2) Tweede fase
o Zien van objecten in een ruimtelijke perceptie
o Zichzelf te oriënteren op basis van herkenbare zaken in eigen omgeving
3) Derde fase
o Beeld gevormd dat gehele omgeving (wereld) een georganiseerd, gestructureerd geheel is
Factoren die volgens de kinderen de ruimtebeleving beïnvloeden
afhankelijk van leefwereld, persoonlijke achtergrond, beperkingen, …
LEREN DENKEN OP VERSCHILLENDE RUIMTELIJKE SCHALEN
Kinderen groeien leren een steeds groter wordende ruimte kennen en voorstellen
Local to global:
- Kleuter: kennis over omgeving rondom zichzelf
2
, - Lager: gekende omgeving wordt steeds groter
Montello
- Probeerde mentale of psychologische ruimte te omschrijven en in te delen
- Overzicht gebaseerd op schaalverschillen
- Geeft diverse ruimtes aan die binnen het aardrijkskunde-onderwijs aan bod komen
Ontwikkelen van mentaal beeld van ruimtes die ze niet leren kennen door directe waarneming of door zich
erin te bevinden
sommige ruimtes kunnen ze enkel leren kennen met behulp van abstracte, fysieke weergaves (kaart,
globe, …) -> reden: de ruimtes zijn te groot
Verticale perspectief
- Eigen aan onze cultuur
- Beeld van bovenaf
- Veranderende perspectief is een moeilijk oefening voor vele kinderen
o Tip: in 1ste, 2de en 3de graad ermee bezig zijn
o Beroep doen op digitale tools
OPMERKING BIJ THEMATISCH WERKEN
- Local to global mag doorbroken worden
o Belangrijk dat kdn leren denken op ≠ schaalniveaus
o Onderzoek: jonge kdn kunnen al een ruimte in zich opnemen + verder bouwen erop om zich
te oriënteren
- Globe kan in lagere graden gebruikt worden (vb: les over dag en nacht)
o Op jonge leeftijd basis gelegd die doorheen lagere school verder zal groeien tot vollediger en
waarheidsgetrouw geografisch wereldbeeld
o Voldoende tijd en herhaling ruimtelijke informatie te vormen tot een samenhangend
geheel
3
RUIMTEBELEVING
WAT IS RUIMTE?
Ruimte = zeer abstract begrip, moeilijk om er een omschrijving voor te geven
SOORTEN RUIMTE
Objectieve en subjectieve ruimte
- Meetbare ruimte = objectief vast te stellen of weer te geven
- Ruimte die we kunnen vastleggen
o Vb: op landkaarten, plattegronden, atlassen, …
- Geeft gevoel van permanentie en objectiviteit aan waarneming van ruimte
- Meer dan alleen ‘fysieke ‘ruimte
- Ruimte aanduiden die men waardeert of beleeft
- Binnen relaties: ‘persoonlijke ruimte’ en ‘bewegingsvrijheid’
o Kunnen verschillen van cultuur tot cultuur
Fysieke en psychologische ruimte
- Fysieke ruimte = ruimte waarbinnen we ons kunnen bewegen en bevinden
- Psychologische ruimte = ruimte waarvan we een ander beeld of andere voorstelling hebben in onze
gedachten dan dat het in de realiteit is
- Beide belangrijk
- Kinderen hebben moeite met ruimtes te beschrijven waar ze niet zijn
MENTALE KAART
- = gebaseerd op persoonlijke waarnemingen van de echte ruimte beïnvloed door opvoeding, mentale
ingesteldheid en andere factoren
- Verschillen van kind tot kind
- Belangrijk om juiste info mee te heven zodat lln een correcte mentale kaart kunnen opbouwen
- Vaak onvolledig en vervormd
- Veranderen doorheen tijd
o Beïnvloed door ervaringen -> constant bijgewerkt en aangevuld
- Fundamenteel deel van onze globale kennis we doen constant beroep op mentale kaarten
RUIMTEBELEVING BIJ KINDEREN
- Primair: beleefde ruimte (subjectieve ruimte)
- Objectieve ruimte wordt uit de subjectieve ruimte afgeleid en erop gebaseerd
o Extra moeilijkheid: objectieve ruimte steunt op subjectieve waarneming van kind
Niet altijd correct
- Barrière bij onderwijzen van ruimte: kdn kunnen niet altijd terugvallen op objectief referentiekader
1
,Positief:
- Ruimtebeleving gevoel van verbondenheid
o Goede basis om te leren zorgdragen voor
Natuurlijke
Culturele ruimte waarin ze zich bevinden en bewegen
ONTWIKKELING VAN HET IDEE ‘RUIMTE’ BIJ KINDEREN
3 fasen die kdn doorlopen in de opbouw van begrip ‘ruimte’
1) Eerste fase
o Kind = egocentrisch-georiënteerd systeem
o Ruimte bepaald door individuele elementen die belangrijk zijn voor kind
o Alles in functie van ‘ik’: voor mij, achter mij, …
2) Tweede fase
o Zien van objecten in een ruimtelijke perceptie
o Zichzelf te oriënteren op basis van herkenbare zaken in eigen omgeving
3) Derde fase
o Beeld gevormd dat gehele omgeving (wereld) een georganiseerd, gestructureerd geheel is
Factoren die volgens de kinderen de ruimtebeleving beïnvloeden
afhankelijk van leefwereld, persoonlijke achtergrond, beperkingen, …
LEREN DENKEN OP VERSCHILLENDE RUIMTELIJKE SCHALEN
Kinderen groeien leren een steeds groter wordende ruimte kennen en voorstellen
Local to global:
- Kleuter: kennis over omgeving rondom zichzelf
2
, - Lager: gekende omgeving wordt steeds groter
Montello
- Probeerde mentale of psychologische ruimte te omschrijven en in te delen
- Overzicht gebaseerd op schaalverschillen
- Geeft diverse ruimtes aan die binnen het aardrijkskunde-onderwijs aan bod komen
Ontwikkelen van mentaal beeld van ruimtes die ze niet leren kennen door directe waarneming of door zich
erin te bevinden
sommige ruimtes kunnen ze enkel leren kennen met behulp van abstracte, fysieke weergaves (kaart,
globe, …) -> reden: de ruimtes zijn te groot
Verticale perspectief
- Eigen aan onze cultuur
- Beeld van bovenaf
- Veranderende perspectief is een moeilijk oefening voor vele kinderen
o Tip: in 1ste, 2de en 3de graad ermee bezig zijn
o Beroep doen op digitale tools
OPMERKING BIJ THEMATISCH WERKEN
- Local to global mag doorbroken worden
o Belangrijk dat kdn leren denken op ≠ schaalniveaus
o Onderzoek: jonge kdn kunnen al een ruimte in zich opnemen + verder bouwen erop om zich
te oriënteren
- Globe kan in lagere graden gebruikt worden (vb: les over dag en nacht)
o Op jonge leeftijd basis gelegd die doorheen lagere school verder zal groeien tot vollediger en
waarheidsgetrouw geografisch wereldbeeld
o Voldoende tijd en herhaling ruimtelijke informatie te vormen tot een samenhangend
geheel
3