100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting literatuur week 6 Formeel strafrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
10
Uploaded on
04-05-2020
Written in
2019/2020

Samenvatting van de verplichte literatuur voor week 6 Formeel strafrecht. hoofdstuk 14 en 16 samengevat uit het boek Ons strafrecht 2; strafprocesrecht.

Institution
Course

Content preview

Literatuur week 6
Hoofdstuk 14 en 16
In de literatuur plegen twee soorten bewijsstelsel te worden onderscheiden: vrije
bewijsstelsels en wettelijke bewijsstelsels. Bij een vrij bewijsstelsel laat de wet de rechter vrij
in zijn oordeelsvorming. De wet bevat dan dus geen regels met betrekking tot de vraag
wanneer het feit bewezen mag (of moet) worden geacht. Bij een wettelijk bewijsstelsel is dat
juist wel het geval. Vrije en wettelijke bewijsstelsel worden op hun beurt ook telkens in twee
soorten onderscheiden. Dat levert 4 bewijsstelsels op.
Vrije bewijsstelsels:
A stelsel van bloot gemoedelijke overtuiging (conviction intime): voldoende rechter in
gemoede overtuigd is van de schuld van de verdachte. Die overtuiging alleen volstaat,
argumenten voor zijn beslissing hoeft de recht niet te geven (juryrechtspraak)
B stelsel van de beredeneerde overtuiging (conviction rasonnée): de rechter is wel verplicht
om zijn beslissing in het vonnis te motiveren. Hij moet zijn overtuiging beredeneren. De
rechter moet dus argumenten geven die de bewezenverklaring kunnen dragen (vb.
duitsland).
Wettelijke bewijsstelsels:
C positief-wettelijk bewijsstelsel: de wet somt in dit stelsel de bewijsmiddelen op waarvan de
rechter gebruik mag maken. Aan die bewijsmiddelen is hij gebonden. Het bijzondere daarbij
is dat de wet de rechter verplicht om het feit bewezen te verklaren als een bepaalde
hoeveelheid bewijs voorhanden is.
D negatief-wettelijk bewijsstelsel: ook in dit stelsel is de rechter gebonden aan wettig
bewijsmiddelen. Die binding is negatief van aard. De rechter mag niet veroordelen als het
door de voorgeschreven minimum bewijs niet voorhanden is. Het stelsel verplicht de rechter
niet om tegen zijn overtuiging in te veroordelen. De rechterlijke overtuiging is voor een
bewezenverklaring steeds vereist.
Ons wetboek kent een negatief-wettelijk bewijsstelsel; 338 Sv.
1 de rechter moet overtuigd zijn
2 de overtuiging moet zijn gegrond op wettige bewijsmiddelen (339 Sv)
3 het minimum aan bewijs moet voorhanden zijn
4 het gaat om de vraag of de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan
5 de overtuiging moet voortkomen uit het onderzoek op de terechtzitting

In artikel 339 lid 1 worden de wettige bewijsmiddelen opgesomd. Als eerste wordt de eigen
waarneming van de rechter genoemd. Dan volgend de verklaringen van achtereenvolgens de
verdachte, de getuige en de deskundige. Als laatste worden schriftelijke bescheiden
genoemd. In artikel 340-344 Sv worden deze 5 bewijsmiddelen vervolgens gedefinieerd.

De inhoud van de verklaring – de daarin meegedeelde feiten – moeten redengevend zijn
voor het bewijs. Een wettig bewijsmiddel mag alleen gebruikt worden indien en voor zover
dat bewijsmiddel ‘redengevende feiten’ bevat.

De rechter moet bij de beraadslaging het bewijsmateriaal wegen en selecteren. Het gaat
daarbij om het terechtzitting ‘geproduceerde’ bewijsmateriaal.
De wet laat de rechter ‘vrij’ in de waardering van het bewijsmateriaal.
De vrijheid van de feitenrechter om het bewijsmateriaal te waarderen en te selecteren,
houdt ook in dat hij afgelegde verklaringen mag ‘splitsen’ in een bruikbaar en een

, onbruikbaar gedeelte. Niet elke splitsing is toelaatbaar. Verklaringen mogen niet uit hun
verband worden gerukt en daardoor ‘gedenatureerd’ worden.

Tussen het wettelijk bewijsstelsel en de eisen die op grond van 359 Sv aan de
bewijsmotivering worden gesteld, bestaat een nauw verband. Artikel 359 lid 3 Sv schrijft als
hoofdregel voor dat de beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op
de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende
feiten en omstandigheden. De rechter moet dus de door hem gebruikte bewijsmiddelen in
het vonnis vermelden met hun inhoud voor zover die door hem relevant is geoordeeld. Dat
stelt de HR in staat om te controleren of is voldaan aan de eisen die uit het wettelijk
bewijsstelsel voortvloeien. Aan de hand van de vermelde bewijsmiddelen kan de HR
controleren:
1 of die bewijsmiddelen wettig zijn, dat wil zeggen voldoen aan de definities die de wet van
de limitatief opgesomde bewijsmiddelen geeft
2 of de bewijsmiddelen ter zitting zijn ‘geproduceerd’: blijkt uit het proces-verbaal van de
terechtzitting dat zij aldaar ter sprake zijn gebracht?
3 of de bewijsminimumregels (zoals 342 lid 2 Sv) in acht zijn genomen
4 of de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vermeld, redengevend zijn
voor de bewezenverklaring
5 en of de vermelde bewijsmiddelen toereikend zijn, dat wil zeggen, of uit die
bewijsmiddelen inderdaad kan blijken dat de verdachte het feit heeft begaan
Als op een van deze punten iets mis blijkt te zijn, zal de HR casseren omdat de
bewezenverklaring niet ‘naar de eis der wet met redenen is omkleed’ (359 lid 2 Sv).

Een ter terechtzitting afgelegde verklaring van een getuige levert alleen het wettige
bewijsmiddel van art. 342 Sv op indien en voor zover daarin mededeling wordt gedaan van
feiten of omstandigheden, ‘welke hij (de getuige) zelf waargenomen of ondervonden heeft’.
Eenzelfde beperking wordt gedaan in 344 met betrekking tot de processen-verbaal die door
met name de politie worden opgemaakt.
Volgens HR zij verklaringen van-horen-zeggen (de auditude verklaringen) toelaatbaar. Op de
vrijheid van de rechter om betekenis toe te kennen aan de gehoorsindrukken van de getuige
of verbalisant heeft de HR een voor de hand liggende uitzondering gemaakt. De HR
oordeelde dat het ontoelaatbaar is om de auditu-verklaring waarin de getuige door een
ander geuite gissingen, vermoeden of conclusies weergeeft, aan het bewijs te laten
meewerken. Er is dus weliswaar sprake van een wettig bewijsmiddel – de getuige geeft
immers alleen zijn gehoorsindruk weer – maar dat bewijsmiddel kan in dit geval niet
redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Andere beperkingen aan het gebruik van de
auditu-verklaringen stelt het wettelijk bewijsstelsel niet.
Artikel 6 lid 3 sub d EVRM geeft de verdachte het recht om de ‘witnesses against him’ te
ondervragen of te doen ondervragen. Het gaat daarbij in beginsel om ondervraging ter
terechtzitting. Dat wil evenwel niet zeggen dat van de auditu-verklaringen geen gebruik mag
worden gemaakt. In het vooronderzoek afgelegde verklaringen mogen gebruikt worden op
voorwaarde dat de rechten van de verdediging zijn gerespecteerd. Aan die voorwaarde is
voldaan in de gevallen waarin de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht de getuige te
ondervragen. Een tweede groep gevallen waarin het gebruik van in het vooronderzoek
afgelegde verklaringen niet in strijd hoeft te zijn met de rechten van de verdediging, betreft

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H14 en h16
Uploaded on
May 4, 2020
Number of pages
10
Written in
2019/2020
Type
SUMMARY

Subjects

$4.11
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Doju Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
215
Member since
10 year
Number of followers
119
Documents
262
Last sold
2 days ago

Derdejaars student rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Amsterdam. Alle vakken in een keer gehaald, gemiddeld cijfer een 8. Samenvattingen van literatuur worden geplaatst en een algemene samenvatting van het vak.

3.4

28 reviews

5
6
4
7
3
10
2
3
1
2

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions