Samenvatting Bewegingsanalyse | Theorie 5A
Tentamen Propedeuse blok 3 19/20
1
,Inhoudsopgaven
Richtingsaanduidingen Blz. 3
In de romp & ledematen Blz. 3
Bewegingssaanduidingen Blz. 3
Hoekbewegingen & Rotaties Blz. 4
Vlakken & Assen Blz. 5
Anatomische houding Blz. 5
Vlakken & Assen Blz. 5
Het menselijk cardiovasculair systeem & Bloedsomloop Blz. 5
Homeostase Blz. 5
Functies van het hart Blz. 6
Dubbele bloedsomloop, Kleine & grote bloedsomloop Blz. 6
Bloedvaten (arterie, venen, capilairen) Blz. 6
Anatomie van het hart, Hartkleppen, Bloedstroom in het hart Blz. 8
Hartminuut volume Blz. 10
Hartspiercel Blz. 10
Herverdeling van het bloed, Bloeddruk Blz. 10/11
Receptorreflexen & Inspanning Blz. 11
Gewrichten, spieren & cardiovasculair systeem Blz. 11
Werking & soorten gewricht Blz. 11/12
Wervelkolom Blz. 13
Functies wervelkolom Blz. 13
Spierstelsel Blz. 14
Structuur skeletspier & spiervezel Blz. 14
Sactomeren, Contractiecyclus, Soorten spierweefsel Blz. 15/16
Ademhalingssysteem Blz. 16
Regulatie van pulmonaire ventilatie Blz. 16
Functies Ademhalingssysteem Blz. 16/17
Longvolume & longcapaciteit Blz. 17
Het menselijk respiratoire systeem Blz. 17
Functies & bouw Blz. 17/18
Het zenuwstelsel Blz. 18
Eigenschappen & functies Blz. 18
Neuronen Blz. 19
Actiepotentiaal Blz. 19
De refractaire periode Blz. 20
Impulsgeleiding Blz. 20
Synapsen Blz. 21
Reflexen & spierspoeltjes Blz. 21/22
Beenderstelsel Blz. 22
Functies & soorten Blz. 22
Botvorming, botgroei- & ontwikkeling Blz. 23
Het skelet Blz. 23
Functies & belangrijkste botten Blz. 23/24
Energie systeem van het menselijk lichaam Blz. 24
Stofwisseling Blz. 24
Energiebronnen Blz. 24
Energiesystemen: creatinefosfaat, anaerobe, aërobe Blz. 25
Lactaat drempel Blz. 27
Vermoeidheid Blz. 27
2
, Richtingsaanduidingen
• Ventraal (buikzijde) = voorkant
• Dorsaal (rugzijde) = achterkant
• Anterior = voorste
• Posterior = achterste
• Anteflexie = naar voren bewegen
• Retroflectie = naar achteren bewegen
In de romp:
• Craniaal = richting het hoofd (cranium = schedel)
• Caudaal = richting het bekken (cauda = staart)
• Superior = bovenste
• Inferior = onderste
In de ledematen:
• Proximaal = dichtbij de romp
• Distaal = ver van de romp af
• Mediaal = dichtbij de ‘middenlijn’ (mediaan)
• Lateraal = van de ‘middenlijn’ af
Bewegingssaanduidingen
3