Moduleopdracht
S. van Aalst-Tjepkema
4849306
4 januari 2025
NCOI
HBO Bachelor Sociaal Juridische Dienstverlening- jaar 2
Module Begeleiden van kinderen en jongeren
,Voorwoord
Mijn naam is Sandra van Aalst-Tjepkema, ik ben 35 jaar oud en woon samen met mijn man en vier
kinderen in Hippolytushoef. Sinds 2006 ben ik werkzaam bij de Koninklijke Marine, waar ik momenteel
de functie van sergeant logistieke dienst administratie vervul bij het 860 SQN, het operationele
vliegtuigsquadron. Mijn dagelijkse werkzaamheden richten zich voornamelijk op de
vluchtvoorbereiding en vluchtafhandeling. Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor de vluchtplanning
van de huidige week en het bijhouden van de currencies van het personeel.
Om mij verder door te ontwikkelen en met de steun hierin van mijn werkgever, ben ik in december
2021 begonnen met de opleiding HBO Sociaal Juridische Dienstverlening (de 1-2 jaar variant). Na het
behalen van mijn propedeuse ben ik verder gegaan met de HBO Bachelor Sociaal Juridische
Dienstverlening.
Deze moduleopdracht is geschreven als eindopdracht voor de module “Begeleiden van kinderen en
jongeren,” gevolgd via het NCOI. Voor deze opdracht heb ik een casus uit mijn privéomgeving
gebruikt, waarbij ik, ter bescherming van de privacy van de betrokkenen, fictieve namen heb
gehanteerd. De casus gaat over Marin, een vrolijke en stoere meid van 10 jaar, die sinds twee jaar de
scheiding van haar ouders meemaakt. Aan de hand van de verschillende stappen in de module heb ik
een voorstel voor haar begeleiding uitgewerkt.
Tot slot wil ik mijn docent, Mevrouw J. Kuijsters, bedanken voor haar waardevolle kennis en feedback,
die ik gedurende deze moduleopdracht heb mogen ontvangen.
Ik wens u veel leesplezier bij het doornemen van deze moduleopdracht.
Sandra van Aalst-Tjepkema
2
, Samenvatting
Voor de module “Begeleiden van kinderen en jongeren” betreft het examen het schrijven van een
moduleopdracht. A.d.h.v. de verschillende stappen in de module heb ik het voorstel voor de
begeleiding van Marin uitgewerkt. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van de plancyclus, de
basismethodiek in het sociaal-agogisch werk (Fontaine, 2010). De casus gaat over Marin, een 10-
jarige meid, die sinds twee jaar de scheiding van haar ouders meemaakt. De opdracht is geschreven
vanuit mijn fictieve rol als hulpverlener.
Sinds de scheiding trekt Marin zich meer terug en is ze stiller dan voorheen. Ze is snel afgeleid op
school en vertoont opstandig gedrag in de periodes voorafgaand aan de omgangsweekenden met
haar vader. Daarnaast klaagt ze over buikpijn en heeft ze slaapproblemen, waarbij ze vaak naar de
nabijheid van haar moeder zoekt.
De eerste fase van de plancyclus is de fase van oriëntatie, waarin de casus, de probleemdefinitie en
hypotheses worden geformuleerd. De probleemdefinitie is dat Marin sinds de scheiding emotionele en
fysieke klachten ervaart, zoals concentratieproblemen, verminderde sociale interactie, opstandig
gedrag, slaapproblemen en buikpijn, die vooral optreden voorafgaand aan de omgangsweekenden
met haar vader. Ik heb Marin, in samenspraak met haar ouders, in verschillende omgevingen
geobserveerd. Daarnaast heb ik een persoonlijk gesprek met haar gevoerd, waarin we het hadden
over de dingen die ze graag doet en waar haar interesses liggen. Hierbij kwamen haar
talenten/krachten zoals voetbal, sociale vaardigheden en doorzettingsvermogen sterk naar voren.
Op basis van het bio-psychosociaal model heb ik hypothesen geformuleerd.
Tijdens de onderzoekende fase, heb ik de situatie van Marin verder onderzocht. Uit de verkregen
informatie is de behoefte van Marin duidelijk geworden. Marin heeft vooral behoefte aan veiligheid en
erkenning/begrip van haar gevoelens. Bij haar moeder voelt Marin zich het meest veilig, mogelijk
omdat zij meer begrip toont voor haar fysieke en emotionele klachten. Verder heeft Marin behoefte
aan ontspanning. Voetballen helpt haar om haar emoties te verwerken en even te ontsnappen aan de
stress als gevolg van de scheiding. Op basis van de nieuwe informatie heb ik de opgestelde
hypothesen specifieker kunnen stellen en daarom bijgesteld en een diagnose kunnen stellen.
Marin vertoont fysieke en psychische symptomen die wijzen op een verhoogde mate van stress als
gevolg van de scheiding van haar ouders en het bijbehorende loyaliteitsconflict. De fysieke
symptomen kunnen worden gezien als een reactie op de emotionele stress die ze ervaart door de
scheiding, die voor haar extra belastend is vanwege haar sterke inlevingsvermogen. De fysieke
symptomen lijken vooral in de periode voorafgaand aan de omgangsweekenden met haar vader naar
voren te komen. Dit suggereert dat Marin zich meer gespannen of angstig voelt over deze situaties,
wat mogelijk verband houdt met haar behoefte aan veiligheid en verbondenheid met haar moeder.
Voetballen helpt haar om haar emoties te verwerken en even te ontsnappen aan de stress als gevolg
van de scheiding. Marin heeft mogelijk behoefte aan begeleiding die haar helpt haar emoties op een
gezonde manier te uiten, haar zelfvertrouwen te versterken en haar communicatie te verbeteren,
zodat ze beter kan omgaan met de veranderingen en het loyaliteitsconflict welke zij ervaart.
De diagnose vormt de basis voor de planningsfase en is essentieel voor het vaststellen van de
handelingsdoelen voor Marin. Deze doelstellingen heb ik verwerkt in het voor haar opgestelde
begeleidingsvoorstel.
Door tussentijdse evaluaties in te plannen, kan het begeleidingsvoorstel voor Marin indien nodig
worden bijgesteld. In deze moduleopdracht wordt echter alleen gevraagd om de uitwerking van het
voorstel voor begeleiding, waardoor de daadwerkelijke evaluatie buiten beschouwing blijft en niet is
opgenomen in de moduleopdracht.
3
S. van Aalst-Tjepkema
4849306
4 januari 2025
NCOI
HBO Bachelor Sociaal Juridische Dienstverlening- jaar 2
Module Begeleiden van kinderen en jongeren
,Voorwoord
Mijn naam is Sandra van Aalst-Tjepkema, ik ben 35 jaar oud en woon samen met mijn man en vier
kinderen in Hippolytushoef. Sinds 2006 ben ik werkzaam bij de Koninklijke Marine, waar ik momenteel
de functie van sergeant logistieke dienst administratie vervul bij het 860 SQN, het operationele
vliegtuigsquadron. Mijn dagelijkse werkzaamheden richten zich voornamelijk op de
vluchtvoorbereiding en vluchtafhandeling. Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor de vluchtplanning
van de huidige week en het bijhouden van de currencies van het personeel.
Om mij verder door te ontwikkelen en met de steun hierin van mijn werkgever, ben ik in december
2021 begonnen met de opleiding HBO Sociaal Juridische Dienstverlening (de 1-2 jaar variant). Na het
behalen van mijn propedeuse ben ik verder gegaan met de HBO Bachelor Sociaal Juridische
Dienstverlening.
Deze moduleopdracht is geschreven als eindopdracht voor de module “Begeleiden van kinderen en
jongeren,” gevolgd via het NCOI. Voor deze opdracht heb ik een casus uit mijn privéomgeving
gebruikt, waarbij ik, ter bescherming van de privacy van de betrokkenen, fictieve namen heb
gehanteerd. De casus gaat over Marin, een vrolijke en stoere meid van 10 jaar, die sinds twee jaar de
scheiding van haar ouders meemaakt. Aan de hand van de verschillende stappen in de module heb ik
een voorstel voor haar begeleiding uitgewerkt.
Tot slot wil ik mijn docent, Mevrouw J. Kuijsters, bedanken voor haar waardevolle kennis en feedback,
die ik gedurende deze moduleopdracht heb mogen ontvangen.
Ik wens u veel leesplezier bij het doornemen van deze moduleopdracht.
Sandra van Aalst-Tjepkema
2
, Samenvatting
Voor de module “Begeleiden van kinderen en jongeren” betreft het examen het schrijven van een
moduleopdracht. A.d.h.v. de verschillende stappen in de module heb ik het voorstel voor de
begeleiding van Marin uitgewerkt. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van de plancyclus, de
basismethodiek in het sociaal-agogisch werk (Fontaine, 2010). De casus gaat over Marin, een 10-
jarige meid, die sinds twee jaar de scheiding van haar ouders meemaakt. De opdracht is geschreven
vanuit mijn fictieve rol als hulpverlener.
Sinds de scheiding trekt Marin zich meer terug en is ze stiller dan voorheen. Ze is snel afgeleid op
school en vertoont opstandig gedrag in de periodes voorafgaand aan de omgangsweekenden met
haar vader. Daarnaast klaagt ze over buikpijn en heeft ze slaapproblemen, waarbij ze vaak naar de
nabijheid van haar moeder zoekt.
De eerste fase van de plancyclus is de fase van oriëntatie, waarin de casus, de probleemdefinitie en
hypotheses worden geformuleerd. De probleemdefinitie is dat Marin sinds de scheiding emotionele en
fysieke klachten ervaart, zoals concentratieproblemen, verminderde sociale interactie, opstandig
gedrag, slaapproblemen en buikpijn, die vooral optreden voorafgaand aan de omgangsweekenden
met haar vader. Ik heb Marin, in samenspraak met haar ouders, in verschillende omgevingen
geobserveerd. Daarnaast heb ik een persoonlijk gesprek met haar gevoerd, waarin we het hadden
over de dingen die ze graag doet en waar haar interesses liggen. Hierbij kwamen haar
talenten/krachten zoals voetbal, sociale vaardigheden en doorzettingsvermogen sterk naar voren.
Op basis van het bio-psychosociaal model heb ik hypothesen geformuleerd.
Tijdens de onderzoekende fase, heb ik de situatie van Marin verder onderzocht. Uit de verkregen
informatie is de behoefte van Marin duidelijk geworden. Marin heeft vooral behoefte aan veiligheid en
erkenning/begrip van haar gevoelens. Bij haar moeder voelt Marin zich het meest veilig, mogelijk
omdat zij meer begrip toont voor haar fysieke en emotionele klachten. Verder heeft Marin behoefte
aan ontspanning. Voetballen helpt haar om haar emoties te verwerken en even te ontsnappen aan de
stress als gevolg van de scheiding. Op basis van de nieuwe informatie heb ik de opgestelde
hypothesen specifieker kunnen stellen en daarom bijgesteld en een diagnose kunnen stellen.
Marin vertoont fysieke en psychische symptomen die wijzen op een verhoogde mate van stress als
gevolg van de scheiding van haar ouders en het bijbehorende loyaliteitsconflict. De fysieke
symptomen kunnen worden gezien als een reactie op de emotionele stress die ze ervaart door de
scheiding, die voor haar extra belastend is vanwege haar sterke inlevingsvermogen. De fysieke
symptomen lijken vooral in de periode voorafgaand aan de omgangsweekenden met haar vader naar
voren te komen. Dit suggereert dat Marin zich meer gespannen of angstig voelt over deze situaties,
wat mogelijk verband houdt met haar behoefte aan veiligheid en verbondenheid met haar moeder.
Voetballen helpt haar om haar emoties te verwerken en even te ontsnappen aan de stress als gevolg
van de scheiding. Marin heeft mogelijk behoefte aan begeleiding die haar helpt haar emoties op een
gezonde manier te uiten, haar zelfvertrouwen te versterken en haar communicatie te verbeteren,
zodat ze beter kan omgaan met de veranderingen en het loyaliteitsconflict welke zij ervaart.
De diagnose vormt de basis voor de planningsfase en is essentieel voor het vaststellen van de
handelingsdoelen voor Marin. Deze doelstellingen heb ik verwerkt in het voor haar opgestelde
begeleidingsvoorstel.
Door tussentijdse evaluaties in te plannen, kan het begeleidingsvoorstel voor Marin indien nodig
worden bijgesteld. In deze moduleopdracht wordt echter alleen gevraagd om de uitwerking van het
voorstel voor begeleiding, waardoor de daadwerkelijke evaluatie buiten beschouwing blijft en niet is
opgenomen in de moduleopdracht.
3