Samenvatting Week 4 dinsdag (literatuur en colleges)
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 6 Rigter ........................................................................................................................ 2
Hoofdstuk 15 Rigter ..................................................................................................................... 18
Hoorcollege: eetgedrag ................................................................................................................ 38
Meer informatie over ARFID.......................................................................................................... 45
Meer informatie over voedselneofobie en Picky/Fussy Eten ........................................................... 48
Invloed van ouders op het eetgedrag van kinderen ........................................................................ 54
Eetstoornissen en hun diagnostische veranderingen en behandelmethoden .................................. 58
1
,Hoofdstuk 6 Rigter
Inleiding: Eten als Ontwikkelingsopgave
Eten als fysiologische zelfregulatie
= Eten en het aanleren van eetrituelen worden beschouwd als een belangrijke
ontwikkelingsopgave voor kinderen, vergelijkbaar met slapen. Het betreft de ontwikkeling van
fysiologische zelfregulatie, waarbij het kind leert omgaan met lichamelijke spanningen en
onlustgevoelens zoals honger.
Eten als socialisatieproces
= Eten is niet alleen fysiek, maar ook een socialisatieproces waarin kinderen sociale
vaardigheden leren in interactie met anderen, zoals de ouder die hen voedt.
Verschillen tussen eetstoornissen en voedingsstoornissen
Ø Eetstoornissen = Focussen op de handeling van het kind zelf.
Ø Voedingsstoornissen = Betrekken de interactie tussen kind en ouder (of andere verzorgers)
tijdens het voeden.
Ø Voeding is daarmee een basaal gebeuren binnen de zich ontwikkelende ouder-kindrelatie
Invloed op de ouder-kindrelatie
Ø Een kind dat weigert te eten (bijvoorbeeld door het afwijzen van borst/fles of wegschuiven
van eten) kan de ouder-kindrelatie negatief beïnvloeden.
Ø Het voedingsproces wordt een centraal onderdeel van de ouder-kindinteractie en heeft
impact op de gezinsdynamiek.
Normale ontwikkeling van bed- en voedingspatronen bij baby's en jonge kinderen
Snelle ontwikkeling in de eerste levensjaren
Het voedingsproces maakt een grote ontwikkeling door, gekarakteriseerd door een snelle
gewichtstoename en een verhoogde behoefte aan calorieën.
Gewichtstoename= Gewicht verdubbelt na 4-6 maanden en verdrievoudigt na 1 jaar.
Overgang naar meer voedselbronnen:
Ø Van borst- of flesvoeding naar vaste voeding over de eerste 3 jaar.
Ø Afhankelijk van culturele normen
Ø Het kind leert wat wel/niet eetbaar is.
Sociale veranderingen:
Ø Kind krijgt meer controle over voedselinname.
Ø Kind neemt deel aan nieuwe sociale situaties, zoals eetmomenten tijdens verjaardagen.
2
,Fasering in de voedingsontwikkeling (volgens Snow, 1998)
1. Zoogfase (0-6 maanden):
v Alleen borst- of flesvoeding.
v Kind leert zuigen en reguleren van voedselinname.
v De lengte van deze fase varieert afhankelijk van culturele normen en de voorkeuren van
de moeder
2. Overgangsfase (5/6 - 12 maanden):
v Introductie van ander voedsel zoals fruit- en groentehapjes.
v Neurologische rijping: reflexen verdwijnen en maken plaats voor bewust eten.
3. Mee-eten met de pot (1-2 jaar):
v Het kind gaat samen met de ouders eten, meestal rond de leeftijd van 1 jaar, waarbij het
leert hoe het voedsel dat de ouders eten te consumeren.
v Kind eet aangepast voedsel (kleingesneden/fijngeprakt).
v Kind leert verschillen in smaak, kleur en textuur herkennen en ontwikkelt zelf eet- en
drinkvaardigheden.
Zoogfase
Als het kind op de borst gedragen wordt en zelfstandig bij de tepel kan, gaat het kind dit
drinkpatroon vanzelf vertonen (drinken naar behoefte of feeding on demand).
Ø De baby kan dan zelf invloed uitoefenen op het drinkproces.
Ø In westerse culturen wordt vaak een drinkschema opgelegd, waardoor de baby minder
invloed heeft op het moment van voeden.
AntistoTen in de moedermelk
Ø Moedermelk biedt naast voeding ook bescherming in de vorm van antistoVen.
Ø De eerste moedermelk, colostrum, bevat voornamelijk antistoVen en weinig calorieën.
Ø Moeders die borstvoeding geven, dragen ook bij aan de bescherming van hun baby tegen
infecties door het geven van antistoVen via de melk.
Reflexen van de baby
Baby's hebben verschillende reflexen die het zuigen en het innemen van melk bevorderen.
Volgroeide baby's beschikken over de volgende te reflexen
Ø De rootingreflex
= zorgt ervoor dat als de wang van de baby wordt aangeraakt, hij zijn hoofd naar de prikkel
toe draait.
Ø De zuigreflex
= zorgt ervoor dat de baby gaat zuigen als er iets voor zijn mond wordt gelegd en dat hij slikt
als hij vloeistof binnenkrijgt.
Ø De bijtreflex
= een ritmische beweging van de onderkaak van de baby waarmee hij melk uit de speen of
tepel drukt.
Ø De wurgreflex (of kokhalsreflex)
= een beschermingsreactie die voorkomt dat het kind zich verslikt, bijvoorbeeld doordat er
melk in de luchtpijp loopt.
3
, Borstvoeding als beschermingsfactor
Ø Borstvoeding is niet alleen belangrijk voor de voeding en de immuniteit van de baby, maar
ook voor de sociale ontwikkeling.
Ø Het zuigen biedt het kind een gevoel van veiligheid en kalmte, mede door de hormonen
prolactine (voor melkproductie) en oxytocine (voor de toeschietreflex), die zowel de
moeder als de baby kalmeren. Borstvoeding speelt hierdoor een cruciale rol in de vroege
levensfase van het kind.
Belang van borstvoeding
Ø Voordelen voor de baby:
v Ideale voedingswaarde, bescherming tegen infecties en ziekten (o.a. wiegendood,
allergieën, overgewicht).
v Gehechtheid en regulering van voedselinname.
v Blootstelling aan verschillende smaken via moedermelk.
Ø Voordelen voor de moeder:
v Snellere herstel van de baarmoeder, minder risico op borst- en eierstokkanker, en
verkleinde kans op post-partumdepressie.
Ø Extra informatie:
v Borstvoeding blijft aanbevolen, zelfs bij infectieziekten zoals griep, omdat antistoffen
worden doorgegeven.
Voordelen van flesvoeding
Ø Betere combinatie met werk,
Ø Betrokkenheid van vader,
Ø Alternatief bij lage melkproductie of moeders gezondheid.
Vergelijking borst- en flesvoeding
Ø Geen significante verschillen in cognitieve of psychosociale ontwikkeling tussen borst- en
flesgevoede kinderen.
Ø Beide groepen hebben evenveel kans op psychische stoornissen.
Overgangsfase
Overgangsfase = markeert de overgang van uitsluitend borst- of flesvoeding naar de
introductie van ander voedsel.
Duur = 5/6 tot 12 maanden
Introductie van ander voedsel: Begin met halfvast voedsel, zoals fruit- en groentehapjes.
Neurologisch zijn er veranderingen: de reflexen voor voeding verdwijnen en maken plaats voor
vrijwillig gedrag. Het kind kan nu bewust zuigen, en de reflexen van rooting, zuigen en bijten
verdwijnen.
v De wurgreflex blijft echter bestaan, waardoor het kind zich nu wel kan verslikken, wat
kan leiden tot een slikfobie.
4