100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Klinische Pathologie, 4e druk, H4

Rating
-
Sold
-
Pages
13
Uploaded on
30-12-2024
Written in
2024/2025

Uitgebreide samenvatting uit het boek Klinische Pathologie, 4e druk, Hoofdstuk 4 (H4). Onderwerpen die behandeld worden zijn: -afweer -ontsteking -SIRS, sepsis en septische shock -Hiv en aids -Allergie De samenvatting gaat in op risicofactoren, verschijnselen, oorzaken, behandeling.

Show more Read less
Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Course

Document information

Uploaded on
December 30, 2024
Number of pages
13
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Klinische Pathologie, 4e druk, H4, Afweer/ontsteking


INLEIDING
Vanaf de geboorte is een mens besmet met micro-organismen. Op de huid en in de darmen bevinden zich
altijd bacteriën, die commensalen worden genoemd. Het afweersysteem voorkomt dat deze en andere
micro-organismen in diepere weefsels gaan leven. Dankzij het immuunsysteem zijn alle weefsels onder
de huid en slijmvliezen gewoonlijk steriel. Wanneer de lokale barrières worden doorbroken of de afweer
verzwakt is, kunnen zelfs commensalen het lichaam binnendringen.

Voorbeelden hiervan zijn:

• Stafylokokken: leven normaal op de huid, maar kunnen via wonden in diepere weefsels
terechtkomen.

• E. coli: een darmbacterie die vaak urineweginfecties veroorzaakt.

Weefselschade leidt tot een ontstekingsreactie. Als deze reactie veroorzaakt wordt door micro-
organismen, heet het een infectie. Er bestaan echter ook steriele ontstekingen. Als voorbeeld van een
infectie wordt hiv/aids in dit hoofdstuk besproken.

4.1 AFWEER
Micro-organismen ontmoeten drie vormen van afweer:

1. Lokale barrières aan het lichaamsoppervlak.

2. Aspecifieke afweer: fagocytose.

3. Specifieke afweer: immunoglobulinen.



LOKALE BARRIÈRES
• Droge huid: Ziektekiemen hebben geen water; micro-organismen belanden met huidschilfers in
doucheputjes of wasmachines.

• Trilharen in luchtwegen: Zwiepen slijm met micro-organismen naar de keel, waar ze worden
uitgehoest of ingeslikt.

• Maagzuur: Het zure milieu doodt vrijwel alle bacteriën, behalve zuurvaste bacteriën.

• Melkzuur in de vagina: Bacteriën creëren een zuur milieu dat bescherming biedt.

• Volledig en krachtig plassen: Houdt blaas en urethra vrij van bacteriën.

• Commensale flora in mond en dikke darm: Onschuldige bacteriën gebruiken voedingsstoffen,
waardoor pathogenen niet kunnen vermenigvuldigen.

Als pathogenen de eerste barrière doorbreken, belanden ze in het inwendige milieu en worden
aangevallen door leukocyten: granulocyten, monocyten en lymfocyten.



ASPECIFIEKE AFWEER (INNATE IMMUNITY): FAGOCYTOSE
• Granulocyten en monocyten/macrofagen dringen ontstoken vaatjes binnen om micro-
organismen te fagocyteren.

• Micro-organismen worden opgenomen en met enzymen afgebroken.

• Granulocyten en macrofagen zijn snel en niet kieskeurig en ruimen meteen indringers op.


1

, Klinische Pathologie, 4e druk, H4, Afweer/ontsteking


• Soms sterven er zoveel witte bloedcellen af door sterke ziektekiemen dat pus (etter) ontstaat.

• Verstoring van fagocytose, bijvoorbeeld bij agranulocytose (laag aantal granulocyten), leidt tot
afgenomen aspecifieke weerstand.



SPECIFIEKE AFWEER (ADAPTIVE IMMUNITY): IMMUNOGLOBULINEN
• Lymfocyten richten zich specifiek op één type antigeen (lichaamsvreemde stof).

• Reageren op indringers zoals bacteriën en virussen, of op abnormale lichaamscellen zoals
kankercellen of cellen geïnfecteerd met een virus.

• Lymfocyten circuleren via bloed en lymfe, treden uit bloedvaten en ruimen micro-organismen en
beschadigde weefsels op.

• De immuunrespons komt bij een eerste contact met een antigeen pas na enkele dagen op gang.

• Eenmaal actief kan een lymfocyt of kloon daarvan duizenden micro-organismen of abnormale
cellen aanvallen.

Twee typen lymfocyten:

1. T-lymfocyten: Herkennen specifieke antigenen.

2. B-lymfocyten: Produceren antistoffen tegen antigenen.

T-LYMFOCYTEN

• Elke T-lymfocyt herkent één specifiek antigeen.

• Er zijn drie typen T-lymfocyten:

o T-helpercellen: Stimuleren de immuunrespons.

o T-suppressors: Onderdrukken de immuunrespons.

o T-geheugencellen: Worden gevormd na het eerste contact met een ziekteverwekker en
schakelen bij herhaalde blootstelling hetzelfde micro-organisme snel en effectief uit.

Aids

• Wordt veroorzaakt door hiv, dat specifiek T-helpercellen infecteert en T-suppressors vrijwel on-
aangetast laat.

• Dit schakelt de immuunrespons grotendeels uit: geen stimulatie van de immuunreactie, maar
wel onderdrukking.

• Pathogenen die normaal ongevaarlijk zijn, krijgen vrij spel en veroorzaken levensbedreigende in-
fecties.

B-LYMFOCYTEN

• Bij contact met een antigeen produceren B-lymfocyten klonen, de zogenaamde plasmacellen.

• Plasmacellen: Maken duizenden immunoglobulinen (antistoffen) per cel.



2
$7.33
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
blversteegt

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
blversteegt Academie voor Psychologica
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
19
Last sold
6 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions