Klinische Pathologie, 4e druk, H2, Cytologie / histologie
INLEIDING
• Cytologie en histologie
o Cytologie: Bestudeert losse cellen, bijvoorbeeld afkomstig uit uitstrijkjes of
lichaamsvocht.
o Histologie: Onderzoekt weefsels, meestal afkomstig van biopsieën.
• Belang van cellen en weefsels
o Cellen zijn de kleinste levende eenheden in het lichaam en kunnen zich in een geschikt
milieu vermenigvuldigen.
o Functies van cellen:
▪ Opname van zuurstof, brandstoffen en bouwstoffen.
▪ Afscheiding van afvalstoffen zoals kooldioxide en ammoniak.
▪ Handhaving van intracellulaire concentraties.
o Celkernen (met uitzondering van geslachtscellen) bevatten dezelfde genetische
informatie, verdeeld over 23 paar chromosomen.
o Verschillen tussen cellen ontstaan door selectief gebruik van hetzelfde DNA.
• Differentiatie en weefsels
o Door differentiatie ontstaan verschillende soorten cellen die samen weefsels vormen.
o Weefsels vormen organen met gezamenlijke functies.
o Cytologische en histologische kennis is een basis voor hoofdstukken over
ziekteoorzaken, afweer/ontsteking en tumorleer.
CELLEN EN ORGANELLEN
• Opbouw van cellen
o Cellen bestaan uit een nucleus (celkern) en cytoplasma, omgeven door membranen
(vettige vliezen).
o De celkern bevat DNA met de genetische code voor eiwitten zoals enzymen, hormonen
en hemoglobine.
o Het cytoplasma (celgel) bevindt zich buiten de kernmembraan maar binnen de
celmembraan en bevat organellen.
• Functies van organellen
o Mitochondriën
▪ Leveren energie door voedingsstoffen en zuurstof om te zetten in kooldioxide en
water (verbranding).
▪ Bevinden zich in grote aantallen in hartspierweefsel om energie te leveren voor
het rondpompen van bloed.
1
, Klinische Pathologie, 4e druk, H2, Cytologie / histologie
o Endoplasmatisch reticulum (ER)
▪ Het korrelig/ruw ER bevat ribosomen die aminozuren koppelen tot eiwitten.
▪ In levercellen is dit nodig voor de aanmaak van bloedeiwitten.
o Golgi-complex (Golgi-apparaat)
▪ Verwerkt en slaat producten van het ER op.
▪ In kliercellen is dit complex uitgebreid om hormonen te bewerken en te
bewaren.
o Lysosomen
▪ Bevatten agressieve enzymen die micro-organismen kunnen afbreken.
▪ Spelen een belangrijke rol in afweercellen.
DNA
• Structuur van DNA
o Menselijke cellen, met uitzondering van eicellen en zaadcellen, zijn diploïd:
▪ Twee sets genen, een van de moeder en een van de vader.
▪ 23 chromosomenparen (46 chromosomen in totaal), waarvan:
▪ 22 paar autosomen (bij beide geslachten gelijk).
▪ 1 paar geslachtschromosomen: XX bij meisjes, XY bij jongens.
o Chromosomen bevatten genetische informatie:
▪ Het Y-chromosoom zorgt voor de vorming van testosteron en mannelijke
kenmerken.
▪ Het X-chromosoom bevat genen die onder andere belangrijk zijn voor
stollingseiwitten en spiervezels.
EIWITTEN
o Voorbeelden: albumine, hemoglobine, immunoglobulinen, collageen, insuline en
enzymen.
o Bestaan uit een keten van aminozuren waarvan de volgorde bepalend is voor vorm en
functie.
o Enzymen (een type eiwit) sturen chemische reacties aan in alle weefsels.
EIWITSYNTHESE
o DNA-structuur
▪ Bestaat uit een gedraaide ladder met basenparen:
2
INLEIDING
• Cytologie en histologie
o Cytologie: Bestudeert losse cellen, bijvoorbeeld afkomstig uit uitstrijkjes of
lichaamsvocht.
o Histologie: Onderzoekt weefsels, meestal afkomstig van biopsieën.
• Belang van cellen en weefsels
o Cellen zijn de kleinste levende eenheden in het lichaam en kunnen zich in een geschikt
milieu vermenigvuldigen.
o Functies van cellen:
▪ Opname van zuurstof, brandstoffen en bouwstoffen.
▪ Afscheiding van afvalstoffen zoals kooldioxide en ammoniak.
▪ Handhaving van intracellulaire concentraties.
o Celkernen (met uitzondering van geslachtscellen) bevatten dezelfde genetische
informatie, verdeeld over 23 paar chromosomen.
o Verschillen tussen cellen ontstaan door selectief gebruik van hetzelfde DNA.
• Differentiatie en weefsels
o Door differentiatie ontstaan verschillende soorten cellen die samen weefsels vormen.
o Weefsels vormen organen met gezamenlijke functies.
o Cytologische en histologische kennis is een basis voor hoofdstukken over
ziekteoorzaken, afweer/ontsteking en tumorleer.
CELLEN EN ORGANELLEN
• Opbouw van cellen
o Cellen bestaan uit een nucleus (celkern) en cytoplasma, omgeven door membranen
(vettige vliezen).
o De celkern bevat DNA met de genetische code voor eiwitten zoals enzymen, hormonen
en hemoglobine.
o Het cytoplasma (celgel) bevindt zich buiten de kernmembraan maar binnen de
celmembraan en bevat organellen.
• Functies van organellen
o Mitochondriën
▪ Leveren energie door voedingsstoffen en zuurstof om te zetten in kooldioxide en
water (verbranding).
▪ Bevinden zich in grote aantallen in hartspierweefsel om energie te leveren voor
het rondpompen van bloed.
1
, Klinische Pathologie, 4e druk, H2, Cytologie / histologie
o Endoplasmatisch reticulum (ER)
▪ Het korrelig/ruw ER bevat ribosomen die aminozuren koppelen tot eiwitten.
▪ In levercellen is dit nodig voor de aanmaak van bloedeiwitten.
o Golgi-complex (Golgi-apparaat)
▪ Verwerkt en slaat producten van het ER op.
▪ In kliercellen is dit complex uitgebreid om hormonen te bewerken en te
bewaren.
o Lysosomen
▪ Bevatten agressieve enzymen die micro-organismen kunnen afbreken.
▪ Spelen een belangrijke rol in afweercellen.
DNA
• Structuur van DNA
o Menselijke cellen, met uitzondering van eicellen en zaadcellen, zijn diploïd:
▪ Twee sets genen, een van de moeder en een van de vader.
▪ 23 chromosomenparen (46 chromosomen in totaal), waarvan:
▪ 22 paar autosomen (bij beide geslachten gelijk).
▪ 1 paar geslachtschromosomen: XX bij meisjes, XY bij jongens.
o Chromosomen bevatten genetische informatie:
▪ Het Y-chromosoom zorgt voor de vorming van testosteron en mannelijke
kenmerken.
▪ Het X-chromosoom bevat genen die onder andere belangrijk zijn voor
stollingseiwitten en spiervezels.
EIWITTEN
o Voorbeelden: albumine, hemoglobine, immunoglobulinen, collageen, insuline en
enzymen.
o Bestaan uit een keten van aminozuren waarvan de volgorde bepalend is voor vorm en
functie.
o Enzymen (een type eiwit) sturen chemische reacties aan in alle weefsels.
EIWITSYNTHESE
o DNA-structuur
▪ Bestaat uit een gedraaide ladder met basenparen:
2