100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Hersenstof - Gedragsneurowetenschappen

Rating
-
Sold
1
Pages
47
Uploaded on
30-12-2024
Written in
2024/2025

Snap je ook niks van de les of de PowerPoint van gedragneurowetenschappen? Dit is een samenvatting gemaakt aan de hand van het boek en de PowerPoint. Er staat misschien veel tekst in, maar zo is het duidelijk en kan je er een structuur aan koppelen.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
December 30, 2024
Number of pages
47
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Gedrag neurowetenschappen

Hoofdstuk 1: Conceptueel kader
Inleiding
Hersenen= informatie verwerkende orgaan

- Bouwstenen: zenuwcellen die worden omringd door steuncellen.
- Steuncellen: zorgen voor de bescherming en steun van de neuronen



Orgaansysteem= ecosysteem

 Het ecosysteem is in de natuur in lagen geordend als een
hiërarchisch continuüm waarbij complexere grotere eenheden zijn
samengevoegd uit minder complexere eenheden
 Zenuwstelsel krijg een eigen plaats want zijn structuur en functie
komen tot stand in interactie met de omgeving

Selectiedruk: zorgt er voor dar de goede eigenschappen vinnen de soort
behouden blijven en de verbeteringen zich relatief snel binnen de
populatie zullen verspreiden



Fenotype= verschijningsvorm van organismen

Genotype= de genetische opmaak van organismen



Uitlichting, p20: Leren is noodzakelijk omdat het steeds wisselende
problemen in een steeds wisselende omgeving tot een redelijk goed einde
kan brengen. Het vermogen van leren speelt dan ook een cruciale rol bij
complexe gedragsfuncties.



Afferent= input, het wordt gebruikt om dingen te beschrijven zoals
zenuwen, bloedvaten en slagaders die naar een orgaan leiden of dingen
(zoals bloed, in het geval van slagaders) brengen, zoals het hart of de
hersenen.

Efferente= output, het wordt gebruikt om delen te beschrijven die dingen
van organen of andere delen wegvoeren of dragen.


1

,1.4 een conceptueel bio psychosociaal kader van
hersenen en gedrag
Organisme hebben een bepaalde verschijningsvorm (fenotype) die afhangt
van de genetische opmaak (endogenotype of endogeen) en de omgeving
(exofenotype of exogeen)



Fenotypisch kan de complexiteit van het zenuwstelsel kan beschreven
worden op verschillende niveaus, geordend als een Hiërarchisch
continuüm waarbij complexere grotere eenheden zijn samengevoegd uit
mindere complexere eenheden

 Werkelijkheid: groot aantal lagen of beschrijvingsniveaus, waarbij
elementen uit een lagere onderliggende laag steeds de bouwblokken
vormen



De cel= wordt beschouwd als de morfologische en functionele eenheid
van leven.

Dankzij de aanwezigheid van een celmembraan wordt communicatie en
interactie tussen het intra- en extracellulaire milieu mogelijk

 Als we dit doortrekken tot op het niveau van het organisme, vormt
het lichaam de interactie met de binnen- en buitenwereld.




Kader van hersen-gedrag relaties met de volgende beschrijvingsniveaus
van het zenuwstelsel:

- De zenuwcel of neuron= Biologische
basiseenheid
- Neurale circuits= zenuwcellen die
structureel en functioneel met elkaar
verbonden zijn. Ze maken deel uit van
een orgaansysteem.
- Gedragsfuncties= het gevolg van de
werking van die circuits (beweging,
emotie en cognitie)
- Activiteiten= dit kunnen we doen door die
gedragsfuncties. Hierdoor kunnen we
participeren in de maatschappij


2

,  Al deze beschrijvingsniveaus zijn tijdens de levensloop beïnvloed
door iemands unieke persoonlijke factoren



Een bepaald hersenproces staat nooit op zichzelf. Er is voortdurende
interactie met de omgeving. Daarom zijn de beschrijvingsniveaus
geleidelijk ontwikkeld door de tijd heen in de richting van een toenemende
complexiteit. Die tijdsafhankelijke veranderingen zijn het resultaat van:

- Veranderingen over de generaties heen (fylogenese)
- Veranderingen tijdens de individuele levensloop (ontogenese)
- Veranderingen van moment tot moment (plasticiteit)



Klinische implicatie: de gevolgen van een aandoening van het
zenuwstelsel

Er is altijd een interne (bij het individu zelf, tumor) of externe oorzaak
(ongeval) (=etiologie). Die etiologische factoren kunnen resulteren in de
volgende stoornissen:

- Cellulaire stoornissen: stoornissen in de structuur van de
zenuwcellen
- Stoornissen in neurale circuits en hersenen: de oorzaak kan
dus leiden tot een structurele beschadiging van de hersenen of
beschadiging in het functioneren van de hersenen en de neurale
circuits
- Stoornissen in gedragsfuncties: een stoornis wordt gedefinieerd
als iedere afwezigheid of afwijking van een gedragsfunctie, onder
meer op het vlak van beweging, emotie en cognitie
- Beperkingen in het uitvoeren van activiteiten: iedere
vermindering of afwezigheid van de mogelijkheid tot een voor de
mens normale activiteit
- Problemen met de maatschappelijke participatie: een nadelige
positie van een persoon als gevolg van een stoornis of beperking die
de normale maatschappelijke rolvervulling van de betrokkene
begrenst
- Interne en externe modulerende factoren: intern zijn
voornamelijk de persoonlijkheids- en motivationele factoren
(interesses, faalangst, ...). Extern worden vooral bepaald door
sociaal en pedagogische factoren (opvoedingsstijl, gezinsstructuur)




3

, Hoofdstuk 2: cellulaire fylogenese
Hier komen geen vragen op het examen op. Bekijk dit wel ter
voorbereiding van hoofdstuk 4 en 5




Hoofdstuk 3: cellulaire neuroanatomie
Inleiding
Zenuwstelsel= opgebouwd uit weefsel. De morfologische en functionele
eenheid van het zenuwweefsel bestaat uit 2 soorten cellen:

- Neuronen of zenuwcellen: prikkelbare cellen verantwoordelijk
voor het opvangen en doorsturen van prikkels naar de hersenen, het
ordenen en interpreteren van al die binnenkomende informatie en
het voorbereiden en uitsturen van instructies naar de organen,
spieren en klieren in de periferie
- Neuroglia of steuncellen: niet-prikkelbare cellen verantwoordelijk
voor het helpen van de neuronen bij de uitoefening van hun
informatie verwerkende taak



3.1 Neuronen
= de structureel-anatomische en functionele eenheden van het
zenuwstelsels. Ze vormen de basis voor het ontvangen, vervoeren en
overdragen van signalen

 Opgebouwd uit: cellichaam, dendrieten, axonheuvel, eindknopjes en
de synapsvorming
 Wetenschappelijke meetmethode: elektronenmicroscoop



3.1.1 celstructuur
Aan een typische zenuwcel onderscheiden
we van buitenaf 3 grote onderdelen:

Cellichaam of soma dat de celkern bevat,
meestal een groot aantal korte uitlopers die
dendrieten noemen en daarnaast nog een
lange uitloper, het axon. De plaats waar
het cellichaam en axon in elkaar overgaan
is de axonheuvel

4
$7.81
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
r1035307

Get to know the seller

Seller avatar
r1035307 Thomas More Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions