Inleiding: basisstructuur van de huid
lagen
- epidermis = opperhuid
kenmerken: verhoornend plaveiselcelepitheel die bedekkende laag keratine vormt
functie: beschermt en is ondoorgankelijk voor water
- dermis = lederhuid
kenmerken: onderliggende laag fibrocartilagineus en elastisch bindweefsel
inhoud: bevat bloedvaten, zenuwstructuren en sensorische receptoren
→ epidermis en dermis samen cutis
- subcutis of hypodermis
kenmerken: bevat voornamelijk vetweefsel en grotere vaatstructuren
- huidadnexstructuren (haarfollikels, zweetklieren en talgklieren)
→ liggen in dermis en soms in oppervlakkige subcutis
Embryonale oorsprong en ontwikkeling
Verschillen in huid
*de dikte van de huid is regionaal verschillend
→ varieert van 0,5 tot 4 mm
*oppervlak vd huid bestaat uit groeven en onregelmatigheden
→epidermiskammen en bindweefselapillen
Het patroon is zeer plaats afhankelijk
- plaatsen waar het weinig ontwikkeld is: oor, scrotum, borst
- plaatsen met hoge kammen en papillen: hand en voetzolen
⇒ zorgt voor huidlijsten → bij ieder persoon uniek
,epidermis
Kenmerken:
- Meerlagig verhoornend plaveiselcelepitheel
(lagen van proliferende, differentiërende en gedifferentieerde cellen)
- Avasculair
Cellulaire componenten:
- Keratinocyten: produceren keratine (hoornstof)
= grootste cellulaire component
- Melanocyten
- Langerhanscellen
- Merkelcellen
Opbouw: 4 lagen
1. Stratum basale
2. Stratum spinosum
3. Stratum granulosum
4. Stratum lucidum
5. Stratum corneum
De dikte van de huid varieert van 0,1 tot 1mm, afhankelijk van
de topografie
• De termen ‘dunne’ en ‘dikke’ huid verwijst naar de dikte
van de epidermis
• Dunne huid:
de haarbevattende huid (grootste gedeelte vd huid)
• Dikke huid:
de niet-haarbevattende huid ( handpalm en voetzool)
• Cfr topografische verschillen in de huidopbouw!
Stratum basale
Histologische kenmerken:
- Enkele rij van cuboïdale tot columnaire cellen met grote ovale kernen en weinig cytoplasma die aan
de dermis grenzen
- keratinocyten bevatten 10nm grote intermediaire keratinefilamenten
- desmosomen: keratinocyten zijn met elkaar en andere lagen verbonden door desmosomen
- hemidesmosomen: zorgen voor de verbinding tss stratum basale en lamina basalis
- melanocyten: liggen tussen de basale epitheelcellen
Functie:
- Mitotisch activiteit: bevat basale stamcellen (progenitorcellen) voor alle lagen vh epiderm
, desmosoom
Epidermodermale - Meeste EDJ componenten enkel zichtbaar op EM onderzoek
junctie - Verschillende regio’s van EDJ
o Basale keratinocyt
o Lamina basalis (basale membraan)
▪ Lamina lucida (elektron-lucente zone)
▪ Lamina densa (elektron-dense zone)
▪ Sublamina densa (meest oppervlakkig deel van papillaire dermis)
o Papillaire dermis
!rijke individuele morfologische structuren van EDJ!
o Hemidesmosoom
o ‘anker’ filamenten
o ‘anker’ fibrillen (vezels)
HEMIDESMOSOOM
Functie:
- Verbindt basale keratinocyt met lamina basalis
Kenmerken:
- Structuur: vergelijkbaar met desmosoom,
MAAR geen cel-celadhesie maar cel-basale lamina adhesie
lagen
- epidermis = opperhuid
kenmerken: verhoornend plaveiselcelepitheel die bedekkende laag keratine vormt
functie: beschermt en is ondoorgankelijk voor water
- dermis = lederhuid
kenmerken: onderliggende laag fibrocartilagineus en elastisch bindweefsel
inhoud: bevat bloedvaten, zenuwstructuren en sensorische receptoren
→ epidermis en dermis samen cutis
- subcutis of hypodermis
kenmerken: bevat voornamelijk vetweefsel en grotere vaatstructuren
- huidadnexstructuren (haarfollikels, zweetklieren en talgklieren)
→ liggen in dermis en soms in oppervlakkige subcutis
Embryonale oorsprong en ontwikkeling
Verschillen in huid
*de dikte van de huid is regionaal verschillend
→ varieert van 0,5 tot 4 mm
*oppervlak vd huid bestaat uit groeven en onregelmatigheden
→epidermiskammen en bindweefselapillen
Het patroon is zeer plaats afhankelijk
- plaatsen waar het weinig ontwikkeld is: oor, scrotum, borst
- plaatsen met hoge kammen en papillen: hand en voetzolen
⇒ zorgt voor huidlijsten → bij ieder persoon uniek
,epidermis
Kenmerken:
- Meerlagig verhoornend plaveiselcelepitheel
(lagen van proliferende, differentiërende en gedifferentieerde cellen)
- Avasculair
Cellulaire componenten:
- Keratinocyten: produceren keratine (hoornstof)
= grootste cellulaire component
- Melanocyten
- Langerhanscellen
- Merkelcellen
Opbouw: 4 lagen
1. Stratum basale
2. Stratum spinosum
3. Stratum granulosum
4. Stratum lucidum
5. Stratum corneum
De dikte van de huid varieert van 0,1 tot 1mm, afhankelijk van
de topografie
• De termen ‘dunne’ en ‘dikke’ huid verwijst naar de dikte
van de epidermis
• Dunne huid:
de haarbevattende huid (grootste gedeelte vd huid)
• Dikke huid:
de niet-haarbevattende huid ( handpalm en voetzool)
• Cfr topografische verschillen in de huidopbouw!
Stratum basale
Histologische kenmerken:
- Enkele rij van cuboïdale tot columnaire cellen met grote ovale kernen en weinig cytoplasma die aan
de dermis grenzen
- keratinocyten bevatten 10nm grote intermediaire keratinefilamenten
- desmosomen: keratinocyten zijn met elkaar en andere lagen verbonden door desmosomen
- hemidesmosomen: zorgen voor de verbinding tss stratum basale en lamina basalis
- melanocyten: liggen tussen de basale epitheelcellen
Functie:
- Mitotisch activiteit: bevat basale stamcellen (progenitorcellen) voor alle lagen vh epiderm
, desmosoom
Epidermodermale - Meeste EDJ componenten enkel zichtbaar op EM onderzoek
junctie - Verschillende regio’s van EDJ
o Basale keratinocyt
o Lamina basalis (basale membraan)
▪ Lamina lucida (elektron-lucente zone)
▪ Lamina densa (elektron-dense zone)
▪ Sublamina densa (meest oppervlakkig deel van papillaire dermis)
o Papillaire dermis
!rijke individuele morfologische structuren van EDJ!
o Hemidesmosoom
o ‘anker’ filamenten
o ‘anker’ fibrillen (vezels)
HEMIDESMOSOOM
Functie:
- Verbindt basale keratinocyt met lamina basalis
Kenmerken:
- Structuur: vergelijkbaar met desmosoom,
MAAR geen cel-celadhesie maar cel-basale lamina adhesie