ontwikkelingspsychologie?
Genetisch perspectief op ontwikkelingspsychologie
- definitie: de ontwikkeling van de individuen wordt begrepen door de lens van
genetische factoren. Onderzoekt hoe genetische aanleg interacteert met
omgevingsfactoren
Stanley Hall 1844-1924:
- focus op adolescentie, want cruciaal voor vorming persoonlijkheid
- Storm- en drang theorie: adolescenten ervaren intense innerlijke conflicten
en emotionele turbulentie als gevolg van de fysiologische en hormonale
veranderingen die gepaard gaan met de puberteit.
- theorie van recapitulatie: suggereert dat de ontwikkeling van een individu
een weerspiegeling is van de evolutionaire ontwikkeling van de mensheid.
- Hall was geen determinist die geloofde dat iemands ontwikkeling volledig
genetisch vastligt. Hij vond dat deze ontwikkeling ook werd beïnvloed door
sociale en culturele factoren.
- van grote invloed op de ontwikkelingspsychologie
Gesell 1880-1961:
- benadrukt de rol van biologische factoren
- Maturatie theorie: universele, voorspelbare patronen in ontwikkeling van
kinderen. Biologische factoren spelen een primaire rol in de ontwikkeling van
een kind. Theorie op basis van vastleggen en observeren ontwikkeling.
- Ideeën in contrast met behaviorisme
- Benadrukte dat ontwikkeling niet alleen afhankelijk was van
omgevingsinvloeden, maar dat er een ingebouwde biologische klok was die
het tempo en de aard van ontwikkeling beïnvloedde.
Erik Erikson 1902-1994:
, - psychosociale ontwikkelingstheorie: genetische invloeden en sociale
invloeden werken samen
- model van acht levensfasen waarin hij de interactie tussen genetische en
sociale invloeden benadrukt
- stadia hebben allemaal een eigen ‘’crisis’’ en weerspiegelen belangrijke
psychosociale conflicten die de persoonlijkheid helpen vormen
- holistisch begrip van ontwikkeling
Child study movement: systematisch onderzoek naar kinderen hun ontwikkeling in
de 19e en begin 20e eeuw. Wetenschappelijke methoden worden gebruikt om de
interactie tussen genetische aanleg en omgevingsinvloeden te bestuderen. Door
middel van: Longitudinaal onderzoek, observaties, gestandaardiseerde tests en
tweelingstudies.
Behavioristisch perspectief: observeerbaar gedrag
John Watson:
- grondlegger behaviorisme
- Little albert experiment
Pavlov:
- klassieke conditionering: stimuli veranderen door associaties
Skinner:
- operante conditionering: gedrag beïnvloedt door de gevolgen ervan.
Bandura:
- sociaal cognitieve perspectief: gedrag niet alleen bepaald door externe
stimuli maar ook door observatie, imitatie, cognitieve factoren
, - Bobo Doll experiment
onderzoeksmethoden:
- experimenten
- observatie
- conditioneringsexperimenten
De cognitieve ontwikkelingspsychologie: mentale processen en interne
representaties bij het verwerven van kennis
- De computer metafoor wordt gebruikt om menselijk denken te begrijpen.
Stimuli, interne verwerking, output
- brein gezien als complex informatieverwerkingssysteem
- Onderzoek: MRI en EEG
- Neuroimaging: inzicht in fysieke basis van cognitieve processen
Chomsky:
- kinderen hebben aangeboren cognitieve structuren die zorgen dat ze taal
kunnen begrijpen en produceren. blootstelling aan taal activeert dit
aangeboren vermogen
- Universal grammar: er zijn gemeenschappelijke structurele elementen in alle
talen. Kinderen kunnen deze regels internaliseren zonder instructie
Het constructivisme: nadruk op de actieve rol van individuen bij het opbouwen van
kennis en begrip van de wereld. Stelt dat mensen niet alleen passief reageren op
stimuli maar ook actief betekenis geven aan hun ervaringen door deze te
interpreteren in hun bestaande kennisstructuren
Jean Piaget 1896-1980:
- theorie van cognitieve ontwikkeling: benadrukte de actieve houding van
kinderen bij het opbouwen van kennis:
1. Sensorimotor stadium (0-2 jaar). Kinderen leren de wereld kennen door
middel van zintuiglijke waarneming en motorische activiteit.
Objectpermanentie, het besef dat objecten blijven bestaan, zelfs als ze niet
zichtbaar zijn, ontwikkelt zich in deze fase.
2. Pre-operationeel stadium (2-7 jaar). Symbolisch denken ontstaat, en kinderen
beginnen taal en mentale representaties te gebruiken. Echter, ze hebben nog
moeite met het begrijpen van andermans perspectieven (egocentrisme) en
, het begrijpen van conservatie, het inzicht dat eigenschappen van voorwerpen
niet veranderen wanneer hun uiterlijke vorm verandert.
3. Concreet operationeel stadium (7-11 jaar). Kinderen ontwikkelen het
vermogen om logisch te redeneren over concrete situaties. Ze begrijpen
conservatie en kunnen eenvoudige logische operaties uitvoeren.
4. Formeel operationeel stadium (11 jaar en ouder). Abstract denken en
hypothetisch redeneren ontwikkelen zich. Jongeren kunnen nu redeneren
over ideeën en concepten die niet direct gerelateerd zijn aan concrete
ervaringen.
Het culturele perspectief
- benadrukt de invloed van cultuur op ontwikkeling.
- erkent dat culturele normen, waarden etc invloed hebben op ontwikkeling
Lev vygotsky 1896-1934
- Nadruk op interactie tussen individuen en hun culturele omgeving als
belangrijke factor in de cognitieve ontwikkeling
- zone van naaste ontwikkeling ZNO: verschil tussen wat een kind kan doen
zonder hulp en wat het kan onder begeleiding van een ervaren persoon.
- Leren vindt plaats in een sociale context.
- Taal is niet alleen een communicatiemiddel, maar ook een voertuig waarmee
cultuur wordt doorgegeven en waarmee denken wordt georganiseerd.
- Nadruk op socio-culturele interacties waarbij kinderen leren door samen te
werken met meer ervaren leden van de samenleving. Deze interacties
bevorderen ook de overdracht van culturele kennis, tradities en waarden.
Alexander Luria (1902-1977) en Aleksei Leontiev (1903-1979)
- werkten samen met Vygotsky en breidden zijn ideeën uit naar het begrip van
de relatie tussen cultuur en cognitieve ontwikkeling. Ze benadrukten de
invloed van culturele tools, zoals taal en symbolen, op het denken en gedrag
van individuen.
Jerome Bruner (1915-2016)
- wordt vaak als een van de grondleggers van het cognitieve perspectief op
ontwikkeling gezien, maar hij heeft ook belangrijke bijdragen gedaan voor het
culturele perspectief.