Algemene biologie en
weefselleer
6. Botweefsel
= combinatie van collageen en kristallen (kalkzouten) zorgen voor grote
sterkte
Kenmerken:
- Gemineraliseerd weefsel met mechanische + metabole functies
(mineralisatie: word een hardweefsel door afzetting van kristallen
van de collageen vezels)
- 30% collagene fibrillen, 60% kalkzouten en cellen, bloedvaten en
water
- Sterk maar dynamisch (constant onder afbraak en heropbouw =
constante remodellering) => maar gaat trager naarmate je ouder
wordt
Functies:
- Protectie van vitale organen
- Ondersteunen van weke delen
- Bescherming van mergholtes met beenmerg (aanmaak van rode
bloedcellen)
- Reservoir voor calcium, fosfaat (calcium 99% uit spongieus bot)
- Hefbomen systeem: overbrengen van krachten gegenereerd in de
spieren, omzetten naar beweging
Is een soort gespecialiseerd bindweefsel: intercellulair verkalkt
materiaal (botmatrix)
Cellen:
- Osteocyten: in de matrix, weinig actief, staan in verbinding met
bloedcapillairen via kleine kanaaltjes (canaliculi die de matrix
perforeren), waren osteoblasten die gevangen genomen zijn in de
matrix
- Osteoblasten: op de rand, synthetiseren de matrix opbouwende
functie
- Osteoclasten: op de rand, multinucleaire cellen, resorberen en
remodelleren
Bindweefsellaag aan binnen en buitenzijde van alle beenderen:
- Endostium: aan het interne oppervlakte
- Periostium: aan het externe oppervlakte
, 6.1 Botcellen
Osteoblasten
= Ontstaan uit osteoprogenitorcellen van het endost/periost
Synthetiseren de organische component van de matrix:
- Collageen, proteoglycanen en glycoproteïnen
Aan het oppervlak van het weefsel: aaneengesloten rijen,
epitheelachtig, osteoblastenzoom
Actieve osteoblasten:
- Cuboidale tot cilindrische vorm
- Synthese van exportproteïnen (+ matrix materiaal)
- Gepolariseerde cellen (door dit proces komen ze vaak vast te
liggen => transformatie in osteocyten)
- Secretie van matrix componenten aan het celoppervlak in contact
met de botmatrix = osteoïd (nieuwe onverkalkte botmatrix,
helder) => afzetten van calcium zouten
Passieve osteoblasten:
- Afgeplat, botrandcellen/grensvlakcellen
- Contact met osteocyten en grensvlakcellen door
cytoplasmatische uitlopers
Osteocyten
Kenmerken:
Ontstaan uit osteoblasten (volwassen botcellen)
In lacunae van de verkalkte matrix, tussen lamellae (=lagen)
Cytoplasmatische uitlopers in de canaliculi (ook voedingsstoffen en
afval uitwisselen met het bloed)
- Gap junctions tussen uitlopers van de verschillende cellen =>
zorgen voor molecule transport
weefselleer
6. Botweefsel
= combinatie van collageen en kristallen (kalkzouten) zorgen voor grote
sterkte
Kenmerken:
- Gemineraliseerd weefsel met mechanische + metabole functies
(mineralisatie: word een hardweefsel door afzetting van kristallen
van de collageen vezels)
- 30% collagene fibrillen, 60% kalkzouten en cellen, bloedvaten en
water
- Sterk maar dynamisch (constant onder afbraak en heropbouw =
constante remodellering) => maar gaat trager naarmate je ouder
wordt
Functies:
- Protectie van vitale organen
- Ondersteunen van weke delen
- Bescherming van mergholtes met beenmerg (aanmaak van rode
bloedcellen)
- Reservoir voor calcium, fosfaat (calcium 99% uit spongieus bot)
- Hefbomen systeem: overbrengen van krachten gegenereerd in de
spieren, omzetten naar beweging
Is een soort gespecialiseerd bindweefsel: intercellulair verkalkt
materiaal (botmatrix)
Cellen:
- Osteocyten: in de matrix, weinig actief, staan in verbinding met
bloedcapillairen via kleine kanaaltjes (canaliculi die de matrix
perforeren), waren osteoblasten die gevangen genomen zijn in de
matrix
- Osteoblasten: op de rand, synthetiseren de matrix opbouwende
functie
- Osteoclasten: op de rand, multinucleaire cellen, resorberen en
remodelleren
Bindweefsellaag aan binnen en buitenzijde van alle beenderen:
- Endostium: aan het interne oppervlakte
- Periostium: aan het externe oppervlakte
, 6.1 Botcellen
Osteoblasten
= Ontstaan uit osteoprogenitorcellen van het endost/periost
Synthetiseren de organische component van de matrix:
- Collageen, proteoglycanen en glycoproteïnen
Aan het oppervlak van het weefsel: aaneengesloten rijen,
epitheelachtig, osteoblastenzoom
Actieve osteoblasten:
- Cuboidale tot cilindrische vorm
- Synthese van exportproteïnen (+ matrix materiaal)
- Gepolariseerde cellen (door dit proces komen ze vaak vast te
liggen => transformatie in osteocyten)
- Secretie van matrix componenten aan het celoppervlak in contact
met de botmatrix = osteoïd (nieuwe onverkalkte botmatrix,
helder) => afzetten van calcium zouten
Passieve osteoblasten:
- Afgeplat, botrandcellen/grensvlakcellen
- Contact met osteocyten en grensvlakcellen door
cytoplasmatische uitlopers
Osteocyten
Kenmerken:
Ontstaan uit osteoblasten (volwassen botcellen)
In lacunae van de verkalkte matrix, tussen lamellae (=lagen)
Cytoplasmatische uitlopers in de canaliculi (ook voedingsstoffen en
afval uitwisselen met het bloed)
- Gap junctions tussen uitlopers van de verschillende cellen =>
zorgen voor molecule transport