HISTOLOGIE VAN HET GEHOORORGAAN
BUITENOOR
Buitenoor bestaat uit 2 delen
1. Oorschelp
2. Uitwendige gehoorgang
OORSCHELP
Bestaat centraal uit elastisch kraakbeen
• Vergelijkbaar met hyalien, maar dan met veel elastische vezels
• Omgeven door perichondrium
Aan voor- en achterkant oor zit huid
• Vooraan geen hypoderm in
o Aan rechterkant wel vet
• Kleine haartjes, sebumklieren en ecriene zweetklieren
UITWENDIGE GEHOORGANG
Uitwendige gehoorgang = meatus acusticus externus
• 3,5 cm lang
• S-vormig
o Loopt van lateraal → mediaal en van voor → achter
o Met otoscoop niet direct trommelvlies zien
• 2 delen
o Kraakbenig deel: buitenste 3/5de
§ Elastich kraakbeen
o Benig deel: binnenste 2/5de
§ Kanaal in os temporale
• Afgelijnd door dunne huid
o Huid over kraakbenig deel → haartjes
§ Minder sebumklieren
§ Serumenklieren = speciale apocriene zweetklieren
• Bruin wasachtig secreet met bacteriostatische functie
o Huid over benig deel → enkel epiderm
§ Geen huidadnexen
,Soorten secretie
• Apocriene secretie: volledige apicale deel in secreet terecht
o Klieren van Moll
o Apocriene zweetklieren
o Serumen klieren
• Holocriene secretie: cel duwt volledige inhoudt in cel
o Sebumklieren
• Meocriene secretie: bevatten kleine secretie vacuooltjes die
hun inhoud uitstorten door exocytose
o Ecriene zweetklieren
, MIDDENOOR
TROMMELVLIES
• Ovaal met ø 10 mm
• Vlakke conus
o Vorm trommelvlies door tractie hamersteel van
manubrium malae
• Pars flacdida: zone in voorste quadrant trommelvlies
o Dunner fibreus bindweefsel
o Membraan van Sharpnell genoemd
• Pars tensa: rest van trommelvlies
• Buitenzijde= afgelijnd door epoderm uitwendige gehoorgang
• Binnenzijde = eenlagig cuboidaal epitheel
o Gaat verder trommelholte + cellen mastoid bekleden
• Onder laag binnen en laag buiten telkens basale membraan
• Centraal= laag fibreuze bindweefsel
o Veel vezels
o Buitenste laag → radiair georiënteerde
vezels
o Binnenste laag → circulair georiënteerde
vezels
BUITENOOR
Buitenoor bestaat uit 2 delen
1. Oorschelp
2. Uitwendige gehoorgang
OORSCHELP
Bestaat centraal uit elastisch kraakbeen
• Vergelijkbaar met hyalien, maar dan met veel elastische vezels
• Omgeven door perichondrium
Aan voor- en achterkant oor zit huid
• Vooraan geen hypoderm in
o Aan rechterkant wel vet
• Kleine haartjes, sebumklieren en ecriene zweetklieren
UITWENDIGE GEHOORGANG
Uitwendige gehoorgang = meatus acusticus externus
• 3,5 cm lang
• S-vormig
o Loopt van lateraal → mediaal en van voor → achter
o Met otoscoop niet direct trommelvlies zien
• 2 delen
o Kraakbenig deel: buitenste 3/5de
§ Elastich kraakbeen
o Benig deel: binnenste 2/5de
§ Kanaal in os temporale
• Afgelijnd door dunne huid
o Huid over kraakbenig deel → haartjes
§ Minder sebumklieren
§ Serumenklieren = speciale apocriene zweetklieren
• Bruin wasachtig secreet met bacteriostatische functie
o Huid over benig deel → enkel epiderm
§ Geen huidadnexen
,Soorten secretie
• Apocriene secretie: volledige apicale deel in secreet terecht
o Klieren van Moll
o Apocriene zweetklieren
o Serumen klieren
• Holocriene secretie: cel duwt volledige inhoudt in cel
o Sebumklieren
• Meocriene secretie: bevatten kleine secretie vacuooltjes die
hun inhoud uitstorten door exocytose
o Ecriene zweetklieren
, MIDDENOOR
TROMMELVLIES
• Ovaal met ø 10 mm
• Vlakke conus
o Vorm trommelvlies door tractie hamersteel van
manubrium malae
• Pars flacdida: zone in voorste quadrant trommelvlies
o Dunner fibreus bindweefsel
o Membraan van Sharpnell genoemd
• Pars tensa: rest van trommelvlies
• Buitenzijde= afgelijnd door epoderm uitwendige gehoorgang
• Binnenzijde = eenlagig cuboidaal epitheel
o Gaat verder trommelholte + cellen mastoid bekleden
• Onder laag binnen en laag buiten telkens basale membraan
• Centraal= laag fibreuze bindweefsel
o Veel vezels
o Buitenste laag → radiair georiënteerde
vezels
o Binnenste laag → circulair georiënteerde
vezels