Algemene Heelkunde
2024-2025
Aiko Paelinck
Derde bachelor diergeneeskunde
Prof. An Martens
1
,Hoofdstuk 1-4
DEEL 1: Asepsie, instrumentarium, technieken
Inleiding
➢ Werk ergonomisch, geordend, overzichtelijk, zichtbaarheid nastreven, stap voor stap afwerken
➢ ‘Fast surgery is good surgery’
➢ Nabehandeling verzorgen
➢ Asepsie om SSI (“surgical Site infec on”) te vermijden
➢ Infecties aan operatiegebied, oppervlakkig, in diepere lagen, of in lichaamsholten ku optreden tot 30
dagen na operatie
➢ Antiseptica: doodt MO op levend weefsel / desinfectantia: doodt MO op inert weefsel
Antiseptica
Alcohol
➢ Denaturatie van eiwitten: bactericide werking
➢ Krachtig en snel, meest effectief bij concentratie 60-90%
➢ Werkt tegen vegetatieve bacteriën, enveloppe-virussen en schimmels
➢ Niet effectief tegen virussen zonder enveloppe en bacteriële sporen
➢ Verdampt snel en daardoor geen langdurige werking (combineren met andere middelen voor
langdurige werking)
➢ Ontvlambaar
➢ Licht ontvettend (zorgt dus dat vet verdwijnt na aanbrengen)
Chloorhexidine
➢ Lage concentraties -> lekkage celmembraan dus geen volledige doodt: bacteriostatische werking
➢ Hoge concentraties veroorzaakt coagulatie van celinhoud -> volledige dood: bactericide werking
➢ Werkt tegen enveloppe-virussen en meeste vegetatieve bacteriën
➢ Minder effectief tegen sporen, schimmels, virussen zonder enveloppe, Pseudomonas en MRSA
➢ Vorm: zouten (diacetaat of digluconaat)
Jodium
➢ Penetratie van celwand, denaturatie van eiwitten en nucleïnezuren
➢ Effectief tegen een breed spectrum: bacteriën, schimmels, gisten, sporen en virussen
➢ Lage kans op resistentie door snelle werking
➢ Geen residuele werking, w geïnactiveerd door organisch materiaal
➢ Jodiumtinctuur is irriterend
➢ Irriterend bij hoge C en werkzamer bij lage C (altijd verdunnen zoals povidone-jodiumoplossing, 10%)
2
,Principes handhygiëne
➢ Voor/na patiënt manipulatie / voor aseptische manipulaties / voor eten
➢ Na contact bloed of lichaamsvocht / na uitrekken handschoen, gebruik zakdoek, telefoon, toiletbezoek
➢ Tss verzorging op 2 ≠ plaatsen lichaam
➢ Beschermt jezelf: zoönoses, resistente bacteriën, abces openenen, orale manipulaties
➢ Beschermt patiënt: verbandwissel, controle IV katheter, intra-articulaire injecties, plaatsen blijfkatheter
➢ Niet-steriele handschoenen correct aandoen/uitdoen Zie foto’s pg. 7 & 8
➢ Steriele handschoenen open methode: geen contact met blote hand op buitenzijde handschoen
Asepsie bij chirurgische ingrepen
➢ Idealiter voorbereidende ruimte voor: sedatie en inductie anesthesie / scheren / chirurgische scrub
➢ Operatiezaal
o Klein maar proper, dagelijkse desinfectie (afwasbare vloeren, wanden), goede structuur en organisatie
o Ventilatie, UV-lampen (direct of indirect), beperken passage, relatieve stilte, insectenbestrijding
➢ Kledij
o “sloffengebied” / hoofddoek of haarkapje (mondmasker) / geen juwelen
o Chirurgische “scrubs” met korte mouwen (afzonderlijke gewassen en gedroogd)
➢ Pre-operatieve handhygiëne
o Nagels knippen
o Chirurgische rub indien geen zichtbare handbevuiling = hydro-alcoholische oplossing
o Chirurgische scrub bij zichbare handbevuiling = chloorhexidine zeep + (povidone-iodine zeep)
Chirurgische scrub
➢ Met borstel en antiseptische zeep, van vingers naar elleboog
➢ KHD: Chirurgische scrub 2-3 min met daarna chirurgische rub
➢ GHD: Chirurgische scrub 4-5 min daarna gewoon handschoenen
Chirurgische rub
➢ 1 min handen wassen met neutrale zeep en spoelen, daarna niet-steriel drogen van handen en armen
➢ 1.5 min. hydro-alcoholische oplossing aanbrengen
Chirurgische kiel
➢ Impermeabel, comfortabel
➢ Wegwerp meestal van plastic of cellulose (voorkeur)
➢ Herbruikbaar van katoen of Gore-Tex (duur, en kwetsbaarder)
Steriele handschoenen
➢ Aantrekken via ‘gesloten methode’
➢ Altijd vooraf pre-operatieve handhygiëne
➢ Bij operatiekiels in rundveepraktijk:
o Handen en armen scrubben na aandoen van kiel.
o Gebruik van wegwerp plastic schorten, die niet steriel te maken zijn
3
,Voorbereiding chirurgisch veld
Stap 1: verwijderen haren
➢ Tondeuse/ scheerapparaat / “clipper”mesje n°40 (voorkeur want scheermesje veroorzaakt microwondjes)
o Huid opspannen, tegen haarrichting in, nooit forceren (direct vervangen), in 2 stappen (als bv veel
of dik haar is) , mesje reinigen + alcohol, stofzuigen
➢ Scheermesje: inzepen (want droog gaat niet), scheren met haarrichting mee, mesje regelmatig vervangen
➢ Ontharingsmiddel
➢ Voor scrub / ruim: 20-30 cm / ledematen: rondom / dag voordien scheren -> meer contaminatie
Stap 2: scrubben operatieveld (zeepoplossing)
Bij grove contaminatie (vaak GHD)
➢ Niet steriele handschoenen
➢ Bevochtigen met kraantjeswater
➢ Neutrale zeep aanbrengen en wrijven met hand/zachte borstel
➢ Spoelen met kraantjeswater
➢ Herhalen indien nodig
➢ Afdrogen met goed absorberend papier
➢ Soms tussendoor ontvetten met ether
Bij propere huid (KHD)
➢ Niet-steriele handschoenen
➢ Antiseptische zeep (chloorhexidine of PVP-I2)
➢ Gaasjes geïmpregneerd met zeepoplossing, van centraal naar perifeer, dan gaasje weg
➢ 3 min. contactijd
➢ Herhaal tot gaasjes aan het einde proper zijn
Stap 3: ontsmetten operatieveld met 70% alcohol
GHD
➢ Afspuiten zeep met alcohol
➢ Wrijven met gaasjes (van centraar naar perifeer)
➢ Vernevelen alcohol op 30cm, laten drogen
KHD
➢ 2x vernevelen alcohol op 30 cm
➢ Niet te veel gebruiken want risico op irritatie en overmatige afkoeling van het dier
Soorten operatiedoeken
➢ Wegwerp operatiedoeken
o ≠ formaten, vaak van cellulose (absorberend materiaal)
o Met of zonder opening en adhesieve folie (kleeft) -> maar volstaat niet! Altijd doeken gebruiken
o Soms anti-slip eigenschappen
➢ Herbruikbare operatiedoeken:
o Gemaakt van Pima katoen of Gore-Tex (duurzaam en waterdicht)
Aandachtspunten bij aanbrengen operatiedoeken
➢ Uitgevoerd door chirurg of ingescrubde assistent
➢ Enkel noodzakelijke gebied w blootgesteld
➢ Fixeren met doekklemmen dicht bij opening operatieveld.
➢ Rest patiënt moet ook afgedekt w
4
,Correcte voorbereiding operatieveld bij ledematen
➢ Tijdelijke fixatie aan een steriele staf (om beweging te beperken)
➢ Steriel verband rond uiteinde ledemaat (hetgeen dat behaard bleef & dus niet steriel is)
➢ Gebruik gefenestreerde doek (met opening voor operatiegebied)
Behouden van asepsie
➢ Chirurg/assistent
o Handen boven lendenen & niets aanraken dat niet steriel is
o Handschoenen / kiel vervangen indien besmet
o Enkel voorkant gericht naar operatieveld
➢ Helpers
o Materiaal correct en steriel aangeven
o Nooit tss operatieveld en instrumententafel staan
➢ Ruimte tss operatieveld en tafel, enkel toegankelijk voor steriel personeel
Chirurgisch instrumentarium
Bistouri/scalpel
➢ Scherp / worden snel bot / mesje roest
➢ Op n°3: reeks 10 (vnl. KHD)
➢ Op n°4: reeks 20
➢ Vorm mesje afhankelijk van procedure:
o 21-24: klassieke, niet-gekromde incisie
o 25 of 11: steekincisie
o 11: arthroscopie
o 12: verwijderen hechtingen
➢ Beknopte bistouri: om onderliggende weefsel niet te beschadigen, bv
bij verwijderen van een lipoom
Pincet
➢ Anatomisch pincet niet bij chirurgie: want minder grip
➢ Chirurgisch pincet: beter grip, tandjes zijn aan ene kant even en aan
andere kant oneven
➢ Adson pincet: fijne punt & goeie grip
➢ Adson-Brown pincet: kleinere en minder tandjes, voor delicate
ingrepen, zoals bij KHD
➢ Debakey pincet: voor vasthouden delicate weefsels en zenuwen
Naaldhouder/naaldvoerder
➢ Om naald te fixeren
➢ Versterkte naaldhouder gemaakt van wolframstaal of diamant
➢ Niet-versterkte naaldhouder: minder duurzaam
➢ Mayo-Hegar: vastklikken en sluiten van bekken
➢ Olson-Hegar: heeft schaarfunctie en w gebruikt voor kleinere handelingen
➢ Mathieu: w in handpalm vastgehouden en heeft tandmechanisme
5
,Scharen
➢ Recht, gebogen, scherp, stomp
➢ Metzenbaum: voor fijn weefsel, scharnier aan uiteinde schaar
➢ Mayo: voor steviger weefsel, scharnier in midden
Weefselklemmen
➢ Doyen
➢ Babcock: mucosa (slijmvliezen)
➢ Allis: botte tandjes, betere grip dan
Babcock, voor huid
➢ Baarmoederklem
Hemostatische klemmen
➢ Doel: stoppen van bloedingen door BV dicht te drukken
➢ Kan endotheel beschadigen, wat klontering kan veroorzaken
➢ Halsted mosquito: kleine, gebogen klem met fijne punt, kleine BV
➢ Kocher: grotere weefsels, heeft tanden voor betere grip
➢ Péan: grotere weefsels, zonder tanden
Doekklemmen
➢ Gebruikt om doeken op huid te klemmen
➢ Of om druk uit te oefenen en huid open te houden tijdens operatie
➢ Backhaus: twee scherpe punten die schuin over elkaar staan, beste grip
➢ Jones: kleinere chirurgische ingrepen (KHD), veersysteem voor
automatische opening
Retractoren
➢ Gebruikt om weefsels opzij te houden
➢ Handretractoren:
o Army-Navy: dwars gebruikt
o Hohman retractor set: beenderchirurgie, om spieren uit elkaar te
houden en steunt op bot
➢ Zelfhoudende retractoren: gelpi retractor: voor diepe weefsels, risico op
weefselschade
➢ Weitlaner retractor: oppervlakkige weefsels, minder grip & minder
trauma en kan breder vlak uit elkaar trekken
Metalen sonden
➢ Gebruikt om te voelen in weefsels (palpatie)
➢ Tepelsonde: gebruikt om melk af te laten, hol van binnen met twee
openingen aan zijkant
➢ S-sonde: gebruikt voor grillige wonden/abcessen, steviger dan beknopte
sonde, gleuf aan uiteinde
➢ Beknopte sonde
6
,Curette
➢ Gebruikt om opp of necrotisch weefsel weg te schrapen
➢ Gesloten: weefsel w verzameld in lepeltje, handig bij weinig weefsel
➢ Open: veel weefsel, stapelt zich niet op in het lepeltje
Specifieke instrumenten
➢ Periostale elevator: om het periost weg te schrapen
➢ Trepaan: verwijdert cirkelvormig stukje van plat bot, bv bij
sinusoperatie
➢ Rongeur: twee kuipvormige lepeltjes die scherp zijn en met
veersysteem werken (gaat vanzelf open), om necrotisch bot in kleine
stukjes weg te nemen
➢ Osteotoom: om bot vlak te maken en zaagsneden te maken in plat bot,
met symmetrische uiteinden
➢ Beitel: om bot vlak te maken, maar heeft asymmetrische uiteinden
Hanteren van instrumenten
➢ Orde op instrumententafel: soort bij soort & punt scapel altijd op gaasje
➢ Correct aangeven instrumenten: scharnier open & duidelijk in hand: voorkomt
vallen
Hanteren bistouri
➢ Vingertopgreep: initiële incisie, lange beweging
➢ Potloodgreep: preciezer
➢ Schrapen (om huid te lossen van fascie), zagen (nooit voor huid, bv zaadstreng), duwen, glijden
➢ Incisie in huid: altijd 2 handen: 1 hand vloeiende incisie, andere hand spanning op weefsel (loodrecht)
➢ Kapjes krijg je indien je geen vloeiende incisie maakt
Hanteren pincet altijd potloodgreep / in rust: pincet in handpalm (pink en ringvinger)
Hanteren naaldhouder
➢ Duim-ringvinger greep (Olson-Hegar):
o Eén oog vastgehouden met duim, andere oog met ringvinger
o Vaak bij honden en katten
o Wijsvinger ondersteunt schacht
➢ Handpalmgreep (Mathieu):
o W in handpalm vastgehouden, wat ergonomischer werkt
o GHD: bij grotere ingrepen w Mayo-Hegar vaak in handpalm vastgehouden
➢ Naald moet vastgehouden w thv tip naaldhouder, met naald loodrecht op naaldhouder
➢ Beste is om naald vast te houden op overgang middelste naar distale derde van naald
➢ Bij doorvoeren van naald moet kromming gevolgd w
➢ Handpalm w omhoog gedraaid (suppineren)
➢ Soms naar beneden (proneren), bij steken in omgekeerde richting
➢ Opvangen naald met naaldhouder
➢ Soms w naald eerst met pincet gefixeerd, maar dit mag niet bij de tandjes, iets verder op vlakke deel
➢ Beste om naald niet met vingers vast te houden vanwege prikincidenten
7
,Hanteren van schaar
➢ Knippen: zoveel mogelijk met tip, bij dens weefsel met scharnier
➢ Snijdend knippen: in 1 hoek houden en laten glijden (bv. peritoneum openen)
➢ Stomp dissecteren: weefselvlakken scheiden volgens natuurlijke verloop (bv 2 spierbuiken scheiden)
Reinigen instrumenten
Reinigen
➢ Alle instrumenten op instrumententafel
➢ Fijne/scherpe instrumenten scheiden
Wassen
➢ Met hand: gebruik een zachte borstel en een neutraal pH-detergent, gevolgd door spoelen.
➢ Kan ook machinaal
➢ Zorg ervoor dat scharnieren openstaan en holle instrumenten goed w gereinigd
Ultrasonisch reinigen
➢ Elektrisch gegenereerde geluidsgolven creëren belletjes die helpen om vuil te verwijderen
➢ Speciaal detergent w gebruikt, dat niet schuimt
➢ Instrumenten moeten 5-10 min volledig ondergedompeld w
➢ Na gebruik ultrasoonreiniging volgt een handmatige reiniging
Na reinigen
➢ Instrumenten moeten met lucht w gedroogd (luchtspuit)
➢ Elk instrument w gecontroleerd
➢ Instrumenten w geordend
➢ Samenstellen operatiedoos zorg ervoor instrumenten niet rammelen
Steriliseren instrumenten
➢ Sterilisatie: volledige destructie
o Thermisch: autoclaveren & droge hitte
o Chemisch: EO gas & plasma
o Fysisch: gamma-stralen
➢ Desinfectie: destructie meerste MO
o Chemisch: alcohol, glutaaraldehyde & chloorhexidin
Stoomsterilisatie/autoclaveren (thermisch)
➢ Denatureren van essentiële proteïnen om kiemen te doden
➢ Stoom onder druk (2 atm) maakt het mogelijk om lage T° te gebruiken en sterilisatietijd te verkorten,
schade aan materialen w zo voorkomen
➢ Gravitatie-autoclaaf: stoom w van boven naar beneden geduwd, en gewone lucht gaat onderaan eruit
➢ Prevacuüm autoclaaf: eerst w er vacuüm getrokken, waarna stoom in kamer w gepompt, zodat er beter
contact is met materialen
8
,➢ Belangrijke aandachtspunten:
o Goed contact met stoom
o Instrumenten moeten schoon zijn voordat ze gesteriliseerd w
o Scharnieren open
o Correcte verpakking: gebruik doorzichtig/ papieren zakken (laten stoom door)
o Operatiedozen moeten gaatjes en filters hebben om luchtcirculatie te bevorderen
o Trommels moeten openingen in wand hebben en afgeschermd w met verschuifbare huls
➢ Correct stapelen:
o Instrumenten niet te dicht bij elkaar, zodat lucht kan circuleren
o Plaats instrumenten niet horizontaal, verticaal (opzij) of ondersteboven om te voorkomen dat
lucht niet in contact komt met stoom
➢ Chemische en biologische indicatoren w gebruikt om te controleren of sterilisatie succesvol was
Chemische controle
➢ Werking: strips of tape veranderen van kleur bij bepaalde T° en vochtigheid
➢ Controleert of buitenkant van verpakking steriel is, maar niet binnenkant
➢ Strips w best in de doos geplaatst
➢ Frequentie: dagelijks
Biologische controle
➢ Een buis met sporen (zeer moeilijk te vernietigen micro-organismen) w in autoclaaf geplaatst
➢ Na sterilisatie w nagegaan of sporen nog groeien, indien ja dan is sterilisatie mislukt
➢ Frequentie: 1 keer per jaar
➢ De meest zekere methode
Droge lucht sterilisatie (thermisch)
➢ Droge lucht zorgt voor uitdroging van kiemen door gebrek aan water en oxidatie
➢ Geschikt voor olie, vaseline, talk, hygroscopische materialen en scherpe instrumenten
➢ Met ventilator: 180°C gedurende 30 minuten / zonder ventilator: 165°C gedurende 90 minuten
➢ Gebruikt bij materialen die vochtgevoelig zijn of bij afwezigheid van een autoclaaf
Ethyleenoxide gas sterilisatie (chemisch)
➢ Ethyleenoxide is alkylerend agens dat eiwitten, DNA en RNA inactiveert
➢ Geschikt voor bijna alle materialen (polyethyleen, PVC, rubber, endoscopen) bij lage T° (21°C – 60°C)
➢ Nadelen: langdurige ontluchting nodig wegens toxisch gas
➢ Rubber, polyethyleen: 1 à 2 dagen ontluchting
➢ PVC: 7 à 12 dagen ontluchting
9
, Hoofdstuk 5: Chirurgische technieken
5.1 Elektrochirurgie
➢ Gebruikt elektriciteit om weefsel te snijden, coaguleren (eiwitten denatureren, weefsel
“verschrompelt”), en ableren (verwijderen)
➢ Elektrochirurgie: wisselstroom door weefsel; elektrode blijft koud, maar weefsel warmt op door
stroomweerstand
➢ Elektrocauterisatie: stroom verwarmt de elektrode zelf, die dan weefsel coagulatie veroorzaakt
(vergelijkbaar met ‘branden’)
➢ Gebruikt radiofrequente wisselstroom (300 kHz - 30 MHz), vergelijkbaar met AM-radio, waarbij
warmteontwikkeling in het weefsel het effect veroorzaakt.
➢ Onderdelen: Generator (spanningsbron), actieve elektrode, neutrale elektrode/plaat, en
patiënt/weefsel (weerstand).
Vormen van Elektrochirurgie
➢ Monopolaire elektrochirurgie: neutrale elektrode op afstand
➢ Bipolaire elektrochirurgie: neutrale elektrode dichtbij actieve elektrode
5.1.1 Monopolaire Elektrochirurgie
➢ Stroom loopt van actieve elektrode, door lichaam, naar neutrale plaat en terug naar generator
➢ Hoge stroomdichtheid bij de actieve elektrode veroorzaakt sterke opwarming voor incisie/coagulatie,
met collaterale thermische weefselschade
➢ In lichaam lage stroomdichtheid om thermisch effect te vermijden
➢ Neutrale plaat moet groot zijn en goed contact maken (met contactgel) om opwarming en
brandwonden te voorkomen
5.1.2 Bipolaire Elektrochirurgie
➢ Stroomloop: actieve en neutrale elektrode bevinden zich in één
instrument (pincetvorm); stroom loopt enkel door het weefsel tussen
pincetpunten
➢ Voordelen: veiligere methode met minder thermische schade aan
omliggend weefsel, omdat de warmte minder verspreid wordt buiten de
elektrode
Effect elektrochirurgie op weefsel (Opwarming)
➢ Hoe kleiner de actieve elektrode, hoe hoger de stroomdichtheid en warmteproductie op contactpunt
Temperatuur Effecten
10
2024-2025
Aiko Paelinck
Derde bachelor diergeneeskunde
Prof. An Martens
1
,Hoofdstuk 1-4
DEEL 1: Asepsie, instrumentarium, technieken
Inleiding
➢ Werk ergonomisch, geordend, overzichtelijk, zichtbaarheid nastreven, stap voor stap afwerken
➢ ‘Fast surgery is good surgery’
➢ Nabehandeling verzorgen
➢ Asepsie om SSI (“surgical Site infec on”) te vermijden
➢ Infecties aan operatiegebied, oppervlakkig, in diepere lagen, of in lichaamsholten ku optreden tot 30
dagen na operatie
➢ Antiseptica: doodt MO op levend weefsel / desinfectantia: doodt MO op inert weefsel
Antiseptica
Alcohol
➢ Denaturatie van eiwitten: bactericide werking
➢ Krachtig en snel, meest effectief bij concentratie 60-90%
➢ Werkt tegen vegetatieve bacteriën, enveloppe-virussen en schimmels
➢ Niet effectief tegen virussen zonder enveloppe en bacteriële sporen
➢ Verdampt snel en daardoor geen langdurige werking (combineren met andere middelen voor
langdurige werking)
➢ Ontvlambaar
➢ Licht ontvettend (zorgt dus dat vet verdwijnt na aanbrengen)
Chloorhexidine
➢ Lage concentraties -> lekkage celmembraan dus geen volledige doodt: bacteriostatische werking
➢ Hoge concentraties veroorzaakt coagulatie van celinhoud -> volledige dood: bactericide werking
➢ Werkt tegen enveloppe-virussen en meeste vegetatieve bacteriën
➢ Minder effectief tegen sporen, schimmels, virussen zonder enveloppe, Pseudomonas en MRSA
➢ Vorm: zouten (diacetaat of digluconaat)
Jodium
➢ Penetratie van celwand, denaturatie van eiwitten en nucleïnezuren
➢ Effectief tegen een breed spectrum: bacteriën, schimmels, gisten, sporen en virussen
➢ Lage kans op resistentie door snelle werking
➢ Geen residuele werking, w geïnactiveerd door organisch materiaal
➢ Jodiumtinctuur is irriterend
➢ Irriterend bij hoge C en werkzamer bij lage C (altijd verdunnen zoals povidone-jodiumoplossing, 10%)
2
,Principes handhygiëne
➢ Voor/na patiënt manipulatie / voor aseptische manipulaties / voor eten
➢ Na contact bloed of lichaamsvocht / na uitrekken handschoen, gebruik zakdoek, telefoon, toiletbezoek
➢ Tss verzorging op 2 ≠ plaatsen lichaam
➢ Beschermt jezelf: zoönoses, resistente bacteriën, abces openenen, orale manipulaties
➢ Beschermt patiënt: verbandwissel, controle IV katheter, intra-articulaire injecties, plaatsen blijfkatheter
➢ Niet-steriele handschoenen correct aandoen/uitdoen Zie foto’s pg. 7 & 8
➢ Steriele handschoenen open methode: geen contact met blote hand op buitenzijde handschoen
Asepsie bij chirurgische ingrepen
➢ Idealiter voorbereidende ruimte voor: sedatie en inductie anesthesie / scheren / chirurgische scrub
➢ Operatiezaal
o Klein maar proper, dagelijkse desinfectie (afwasbare vloeren, wanden), goede structuur en organisatie
o Ventilatie, UV-lampen (direct of indirect), beperken passage, relatieve stilte, insectenbestrijding
➢ Kledij
o “sloffengebied” / hoofddoek of haarkapje (mondmasker) / geen juwelen
o Chirurgische “scrubs” met korte mouwen (afzonderlijke gewassen en gedroogd)
➢ Pre-operatieve handhygiëne
o Nagels knippen
o Chirurgische rub indien geen zichtbare handbevuiling = hydro-alcoholische oplossing
o Chirurgische scrub bij zichbare handbevuiling = chloorhexidine zeep + (povidone-iodine zeep)
Chirurgische scrub
➢ Met borstel en antiseptische zeep, van vingers naar elleboog
➢ KHD: Chirurgische scrub 2-3 min met daarna chirurgische rub
➢ GHD: Chirurgische scrub 4-5 min daarna gewoon handschoenen
Chirurgische rub
➢ 1 min handen wassen met neutrale zeep en spoelen, daarna niet-steriel drogen van handen en armen
➢ 1.5 min. hydro-alcoholische oplossing aanbrengen
Chirurgische kiel
➢ Impermeabel, comfortabel
➢ Wegwerp meestal van plastic of cellulose (voorkeur)
➢ Herbruikbaar van katoen of Gore-Tex (duur, en kwetsbaarder)
Steriele handschoenen
➢ Aantrekken via ‘gesloten methode’
➢ Altijd vooraf pre-operatieve handhygiëne
➢ Bij operatiekiels in rundveepraktijk:
o Handen en armen scrubben na aandoen van kiel.
o Gebruik van wegwerp plastic schorten, die niet steriel te maken zijn
3
,Voorbereiding chirurgisch veld
Stap 1: verwijderen haren
➢ Tondeuse/ scheerapparaat / “clipper”mesje n°40 (voorkeur want scheermesje veroorzaakt microwondjes)
o Huid opspannen, tegen haarrichting in, nooit forceren (direct vervangen), in 2 stappen (als bv veel
of dik haar is) , mesje reinigen + alcohol, stofzuigen
➢ Scheermesje: inzepen (want droog gaat niet), scheren met haarrichting mee, mesje regelmatig vervangen
➢ Ontharingsmiddel
➢ Voor scrub / ruim: 20-30 cm / ledematen: rondom / dag voordien scheren -> meer contaminatie
Stap 2: scrubben operatieveld (zeepoplossing)
Bij grove contaminatie (vaak GHD)
➢ Niet steriele handschoenen
➢ Bevochtigen met kraantjeswater
➢ Neutrale zeep aanbrengen en wrijven met hand/zachte borstel
➢ Spoelen met kraantjeswater
➢ Herhalen indien nodig
➢ Afdrogen met goed absorberend papier
➢ Soms tussendoor ontvetten met ether
Bij propere huid (KHD)
➢ Niet-steriele handschoenen
➢ Antiseptische zeep (chloorhexidine of PVP-I2)
➢ Gaasjes geïmpregneerd met zeepoplossing, van centraal naar perifeer, dan gaasje weg
➢ 3 min. contactijd
➢ Herhaal tot gaasjes aan het einde proper zijn
Stap 3: ontsmetten operatieveld met 70% alcohol
GHD
➢ Afspuiten zeep met alcohol
➢ Wrijven met gaasjes (van centraar naar perifeer)
➢ Vernevelen alcohol op 30cm, laten drogen
KHD
➢ 2x vernevelen alcohol op 30 cm
➢ Niet te veel gebruiken want risico op irritatie en overmatige afkoeling van het dier
Soorten operatiedoeken
➢ Wegwerp operatiedoeken
o ≠ formaten, vaak van cellulose (absorberend materiaal)
o Met of zonder opening en adhesieve folie (kleeft) -> maar volstaat niet! Altijd doeken gebruiken
o Soms anti-slip eigenschappen
➢ Herbruikbare operatiedoeken:
o Gemaakt van Pima katoen of Gore-Tex (duurzaam en waterdicht)
Aandachtspunten bij aanbrengen operatiedoeken
➢ Uitgevoerd door chirurg of ingescrubde assistent
➢ Enkel noodzakelijke gebied w blootgesteld
➢ Fixeren met doekklemmen dicht bij opening operatieveld.
➢ Rest patiënt moet ook afgedekt w
4
,Correcte voorbereiding operatieveld bij ledematen
➢ Tijdelijke fixatie aan een steriele staf (om beweging te beperken)
➢ Steriel verband rond uiteinde ledemaat (hetgeen dat behaard bleef & dus niet steriel is)
➢ Gebruik gefenestreerde doek (met opening voor operatiegebied)
Behouden van asepsie
➢ Chirurg/assistent
o Handen boven lendenen & niets aanraken dat niet steriel is
o Handschoenen / kiel vervangen indien besmet
o Enkel voorkant gericht naar operatieveld
➢ Helpers
o Materiaal correct en steriel aangeven
o Nooit tss operatieveld en instrumententafel staan
➢ Ruimte tss operatieveld en tafel, enkel toegankelijk voor steriel personeel
Chirurgisch instrumentarium
Bistouri/scalpel
➢ Scherp / worden snel bot / mesje roest
➢ Op n°3: reeks 10 (vnl. KHD)
➢ Op n°4: reeks 20
➢ Vorm mesje afhankelijk van procedure:
o 21-24: klassieke, niet-gekromde incisie
o 25 of 11: steekincisie
o 11: arthroscopie
o 12: verwijderen hechtingen
➢ Beknopte bistouri: om onderliggende weefsel niet te beschadigen, bv
bij verwijderen van een lipoom
Pincet
➢ Anatomisch pincet niet bij chirurgie: want minder grip
➢ Chirurgisch pincet: beter grip, tandjes zijn aan ene kant even en aan
andere kant oneven
➢ Adson pincet: fijne punt & goeie grip
➢ Adson-Brown pincet: kleinere en minder tandjes, voor delicate
ingrepen, zoals bij KHD
➢ Debakey pincet: voor vasthouden delicate weefsels en zenuwen
Naaldhouder/naaldvoerder
➢ Om naald te fixeren
➢ Versterkte naaldhouder gemaakt van wolframstaal of diamant
➢ Niet-versterkte naaldhouder: minder duurzaam
➢ Mayo-Hegar: vastklikken en sluiten van bekken
➢ Olson-Hegar: heeft schaarfunctie en w gebruikt voor kleinere handelingen
➢ Mathieu: w in handpalm vastgehouden en heeft tandmechanisme
5
,Scharen
➢ Recht, gebogen, scherp, stomp
➢ Metzenbaum: voor fijn weefsel, scharnier aan uiteinde schaar
➢ Mayo: voor steviger weefsel, scharnier in midden
Weefselklemmen
➢ Doyen
➢ Babcock: mucosa (slijmvliezen)
➢ Allis: botte tandjes, betere grip dan
Babcock, voor huid
➢ Baarmoederklem
Hemostatische klemmen
➢ Doel: stoppen van bloedingen door BV dicht te drukken
➢ Kan endotheel beschadigen, wat klontering kan veroorzaken
➢ Halsted mosquito: kleine, gebogen klem met fijne punt, kleine BV
➢ Kocher: grotere weefsels, heeft tanden voor betere grip
➢ Péan: grotere weefsels, zonder tanden
Doekklemmen
➢ Gebruikt om doeken op huid te klemmen
➢ Of om druk uit te oefenen en huid open te houden tijdens operatie
➢ Backhaus: twee scherpe punten die schuin over elkaar staan, beste grip
➢ Jones: kleinere chirurgische ingrepen (KHD), veersysteem voor
automatische opening
Retractoren
➢ Gebruikt om weefsels opzij te houden
➢ Handretractoren:
o Army-Navy: dwars gebruikt
o Hohman retractor set: beenderchirurgie, om spieren uit elkaar te
houden en steunt op bot
➢ Zelfhoudende retractoren: gelpi retractor: voor diepe weefsels, risico op
weefselschade
➢ Weitlaner retractor: oppervlakkige weefsels, minder grip & minder
trauma en kan breder vlak uit elkaar trekken
Metalen sonden
➢ Gebruikt om te voelen in weefsels (palpatie)
➢ Tepelsonde: gebruikt om melk af te laten, hol van binnen met twee
openingen aan zijkant
➢ S-sonde: gebruikt voor grillige wonden/abcessen, steviger dan beknopte
sonde, gleuf aan uiteinde
➢ Beknopte sonde
6
,Curette
➢ Gebruikt om opp of necrotisch weefsel weg te schrapen
➢ Gesloten: weefsel w verzameld in lepeltje, handig bij weinig weefsel
➢ Open: veel weefsel, stapelt zich niet op in het lepeltje
Specifieke instrumenten
➢ Periostale elevator: om het periost weg te schrapen
➢ Trepaan: verwijdert cirkelvormig stukje van plat bot, bv bij
sinusoperatie
➢ Rongeur: twee kuipvormige lepeltjes die scherp zijn en met
veersysteem werken (gaat vanzelf open), om necrotisch bot in kleine
stukjes weg te nemen
➢ Osteotoom: om bot vlak te maken en zaagsneden te maken in plat bot,
met symmetrische uiteinden
➢ Beitel: om bot vlak te maken, maar heeft asymmetrische uiteinden
Hanteren van instrumenten
➢ Orde op instrumententafel: soort bij soort & punt scapel altijd op gaasje
➢ Correct aangeven instrumenten: scharnier open & duidelijk in hand: voorkomt
vallen
Hanteren bistouri
➢ Vingertopgreep: initiële incisie, lange beweging
➢ Potloodgreep: preciezer
➢ Schrapen (om huid te lossen van fascie), zagen (nooit voor huid, bv zaadstreng), duwen, glijden
➢ Incisie in huid: altijd 2 handen: 1 hand vloeiende incisie, andere hand spanning op weefsel (loodrecht)
➢ Kapjes krijg je indien je geen vloeiende incisie maakt
Hanteren pincet altijd potloodgreep / in rust: pincet in handpalm (pink en ringvinger)
Hanteren naaldhouder
➢ Duim-ringvinger greep (Olson-Hegar):
o Eén oog vastgehouden met duim, andere oog met ringvinger
o Vaak bij honden en katten
o Wijsvinger ondersteunt schacht
➢ Handpalmgreep (Mathieu):
o W in handpalm vastgehouden, wat ergonomischer werkt
o GHD: bij grotere ingrepen w Mayo-Hegar vaak in handpalm vastgehouden
➢ Naald moet vastgehouden w thv tip naaldhouder, met naald loodrecht op naaldhouder
➢ Beste is om naald vast te houden op overgang middelste naar distale derde van naald
➢ Bij doorvoeren van naald moet kromming gevolgd w
➢ Handpalm w omhoog gedraaid (suppineren)
➢ Soms naar beneden (proneren), bij steken in omgekeerde richting
➢ Opvangen naald met naaldhouder
➢ Soms w naald eerst met pincet gefixeerd, maar dit mag niet bij de tandjes, iets verder op vlakke deel
➢ Beste om naald niet met vingers vast te houden vanwege prikincidenten
7
,Hanteren van schaar
➢ Knippen: zoveel mogelijk met tip, bij dens weefsel met scharnier
➢ Snijdend knippen: in 1 hoek houden en laten glijden (bv. peritoneum openen)
➢ Stomp dissecteren: weefselvlakken scheiden volgens natuurlijke verloop (bv 2 spierbuiken scheiden)
Reinigen instrumenten
Reinigen
➢ Alle instrumenten op instrumententafel
➢ Fijne/scherpe instrumenten scheiden
Wassen
➢ Met hand: gebruik een zachte borstel en een neutraal pH-detergent, gevolgd door spoelen.
➢ Kan ook machinaal
➢ Zorg ervoor dat scharnieren openstaan en holle instrumenten goed w gereinigd
Ultrasonisch reinigen
➢ Elektrisch gegenereerde geluidsgolven creëren belletjes die helpen om vuil te verwijderen
➢ Speciaal detergent w gebruikt, dat niet schuimt
➢ Instrumenten moeten 5-10 min volledig ondergedompeld w
➢ Na gebruik ultrasoonreiniging volgt een handmatige reiniging
Na reinigen
➢ Instrumenten moeten met lucht w gedroogd (luchtspuit)
➢ Elk instrument w gecontroleerd
➢ Instrumenten w geordend
➢ Samenstellen operatiedoos zorg ervoor instrumenten niet rammelen
Steriliseren instrumenten
➢ Sterilisatie: volledige destructie
o Thermisch: autoclaveren & droge hitte
o Chemisch: EO gas & plasma
o Fysisch: gamma-stralen
➢ Desinfectie: destructie meerste MO
o Chemisch: alcohol, glutaaraldehyde & chloorhexidin
Stoomsterilisatie/autoclaveren (thermisch)
➢ Denatureren van essentiële proteïnen om kiemen te doden
➢ Stoom onder druk (2 atm) maakt het mogelijk om lage T° te gebruiken en sterilisatietijd te verkorten,
schade aan materialen w zo voorkomen
➢ Gravitatie-autoclaaf: stoom w van boven naar beneden geduwd, en gewone lucht gaat onderaan eruit
➢ Prevacuüm autoclaaf: eerst w er vacuüm getrokken, waarna stoom in kamer w gepompt, zodat er beter
contact is met materialen
8
,➢ Belangrijke aandachtspunten:
o Goed contact met stoom
o Instrumenten moeten schoon zijn voordat ze gesteriliseerd w
o Scharnieren open
o Correcte verpakking: gebruik doorzichtig/ papieren zakken (laten stoom door)
o Operatiedozen moeten gaatjes en filters hebben om luchtcirculatie te bevorderen
o Trommels moeten openingen in wand hebben en afgeschermd w met verschuifbare huls
➢ Correct stapelen:
o Instrumenten niet te dicht bij elkaar, zodat lucht kan circuleren
o Plaats instrumenten niet horizontaal, verticaal (opzij) of ondersteboven om te voorkomen dat
lucht niet in contact komt met stoom
➢ Chemische en biologische indicatoren w gebruikt om te controleren of sterilisatie succesvol was
Chemische controle
➢ Werking: strips of tape veranderen van kleur bij bepaalde T° en vochtigheid
➢ Controleert of buitenkant van verpakking steriel is, maar niet binnenkant
➢ Strips w best in de doos geplaatst
➢ Frequentie: dagelijks
Biologische controle
➢ Een buis met sporen (zeer moeilijk te vernietigen micro-organismen) w in autoclaaf geplaatst
➢ Na sterilisatie w nagegaan of sporen nog groeien, indien ja dan is sterilisatie mislukt
➢ Frequentie: 1 keer per jaar
➢ De meest zekere methode
Droge lucht sterilisatie (thermisch)
➢ Droge lucht zorgt voor uitdroging van kiemen door gebrek aan water en oxidatie
➢ Geschikt voor olie, vaseline, talk, hygroscopische materialen en scherpe instrumenten
➢ Met ventilator: 180°C gedurende 30 minuten / zonder ventilator: 165°C gedurende 90 minuten
➢ Gebruikt bij materialen die vochtgevoelig zijn of bij afwezigheid van een autoclaaf
Ethyleenoxide gas sterilisatie (chemisch)
➢ Ethyleenoxide is alkylerend agens dat eiwitten, DNA en RNA inactiveert
➢ Geschikt voor bijna alle materialen (polyethyleen, PVC, rubber, endoscopen) bij lage T° (21°C – 60°C)
➢ Nadelen: langdurige ontluchting nodig wegens toxisch gas
➢ Rubber, polyethyleen: 1 à 2 dagen ontluchting
➢ PVC: 7 à 12 dagen ontluchting
9
, Hoofdstuk 5: Chirurgische technieken
5.1 Elektrochirurgie
➢ Gebruikt elektriciteit om weefsel te snijden, coaguleren (eiwitten denatureren, weefsel
“verschrompelt”), en ableren (verwijderen)
➢ Elektrochirurgie: wisselstroom door weefsel; elektrode blijft koud, maar weefsel warmt op door
stroomweerstand
➢ Elektrocauterisatie: stroom verwarmt de elektrode zelf, die dan weefsel coagulatie veroorzaakt
(vergelijkbaar met ‘branden’)
➢ Gebruikt radiofrequente wisselstroom (300 kHz - 30 MHz), vergelijkbaar met AM-radio, waarbij
warmteontwikkeling in het weefsel het effect veroorzaakt.
➢ Onderdelen: Generator (spanningsbron), actieve elektrode, neutrale elektrode/plaat, en
patiënt/weefsel (weerstand).
Vormen van Elektrochirurgie
➢ Monopolaire elektrochirurgie: neutrale elektrode op afstand
➢ Bipolaire elektrochirurgie: neutrale elektrode dichtbij actieve elektrode
5.1.1 Monopolaire Elektrochirurgie
➢ Stroom loopt van actieve elektrode, door lichaam, naar neutrale plaat en terug naar generator
➢ Hoge stroomdichtheid bij de actieve elektrode veroorzaakt sterke opwarming voor incisie/coagulatie,
met collaterale thermische weefselschade
➢ In lichaam lage stroomdichtheid om thermisch effect te vermijden
➢ Neutrale plaat moet groot zijn en goed contact maken (met contactgel) om opwarming en
brandwonden te voorkomen
5.1.2 Bipolaire Elektrochirurgie
➢ Stroomloop: actieve en neutrale elektrode bevinden zich in één
instrument (pincetvorm); stroom loopt enkel door het weefsel tussen
pincetpunten
➢ Voordelen: veiligere methode met minder thermische schade aan
omliggend weefsel, omdat de warmte minder verspreid wordt buiten de
elektrode
Effect elektrochirurgie op weefsel (Opwarming)
➢ Hoe kleiner de actieve elektrode, hoe hoger de stroomdichtheid en warmteproductie op contactpunt
Temperatuur Effecten
10