S5 – goederenrecht: vruchtgebruik
1 Situering – rechtsbronnen
Zakelijke hoofdrechten Zakelijke zekerheden
Betreffen het goed zelf Betreffen de geldwaarde vh goed
Verlenen ad titularis een rechtstreekse Vormen een accessorium (bijzaak) v/e
zeggenschap over het goed zelf schuldvordering
Met variabele draagwijdte ifv het soort Waarborgen deze schuldvordering &
van zakelijk hoofdrecht bieden voorrang op andere SEs in
‘samenloopsituaties’
Doorbreken het beginsel vd gelijkheid
vd SE’s
Eigendomsrecht = meest volkomen Voorrechten
zakelijk hoofdrecht (ruimste Pand
zeggenschap) (art. 3.3, 2e lid BW) Hypotheek
Mede-eigendom = variant v Retentierecht
eigendomsrecht met eigen kenmerken (art. 3.3, 4e lid BW)
(art. 3.3, 2 lid BW)
e
Zakelijke gebruiksrechten = zakelijke
hoofdrechten met minder omvangrijke
zeggenschap (vruchtgebruik,
opstalrecht, erfpacht,
erfdienstbaarheden) (art. 3.3, 3e lid BW)
2 Begrippen en belang v vruchtgebruik
Volle eigendom: volle eigenaar heeft alle attributen (aspecten) vh eigendomsrecht
Vruchtgebruik: vruchtgebruiker is de pers die kan genieten vd ‘vruchten’ vh goed en
het recht tot ‘gebruik’ heeft vh goed
o Art. 3.138 BW: vruchtgebruik is het recht om v/e goed, waarvan een ander de
blote eigendom heeft, tijdelijk het gebruik & genot te hebben, zoals een
voorzichtigheid en redelijk pers, in overeenstemming met de bestemming v dat
goed en met de verplichting om het goed bij het einde vh vruchtgebruik terug te
geven
Blote eigendom: blote eigenaar blijft tijdens duur VG eigenaar, maar zijn
eigendomsrecht is beperkt
o Recht v gebruik & genot => vruchtgebruiker
o Behoud recht v beschikking:
Enkel over de blote eigendom & derde-verkrijger zal het VG moeten
respecteren (‘volgrecht’)
Verkoop volle eigendom: enkel met instemming vruchtgebruiker
Bv: Jan schenkt huis aan dochter maar behoud VG, jan (= VGer) hij mag daarin wonen &
verhuren, lisa (= blote eigenaar) zij bezit het huis maar kan er niet in wonen / verhuren zolang
Jan het vruchtgebruik heeft
dochter wordt volle eigenaar bij overlijden of als Jan afstand doet vh VG
, erfrecht
successieplanning
Erfrecht: vader overlijdt & laat zn huis na: volgens testament – echtgenote krijgt VG & is
volle eigenaar + kinderen krijgen de blote eigendom vrouw mag daar wonen & verhuren
(gebruik en genot) – kinderen worden volle eigenaar als moeder overlijdt
Successieplan: A & B schenken blote eigendom v hun vakantiehuis aan hun kinderen, maar
behouden het VG – hierdoor kunnen ze het huis blijven gebruiken & inkomsten uit verhuur
ontvangen. Deze constructie vermindert de erfbelasting voor hun kinderen, aangezien bij A en
B’s overlijden alleen de waarde vd blote eigendom belast wordt
3 Kenmerken v vruchtgebruik
3.1 Zakelijk recht (art. 3.3 BW)
huur
Huurder heeft ook recht op gebruik v/e goed, maar dit is een persoonlijk recht (tav de
verhuurder), géén recht op het goed zelf
VG kan bewust (gewild) ih leven worden geroepen, maar ook ontstaan krachtens de
wet (bv: erfrecht) <> huur is een contractuele relatie
Gevolg:
bv: volgrecht: VG blijft bestaan (‘volgt het goed’) bij verkoop BE aan een derde
3.2 Op andermans goed (van BE) (art. 3.138 BW)
Tussen vruchtgebruiker-blote eigenaar bestaan géén mede-eigendom of
onverdeeldheid
Vruchtgebruiker & blote eigenaar hebben verschillende – complementaire – rechten op
het goed
Noch vruchtgebruiker, noch blote eigenaar kan verdeling vorderen (wel omzetting)
3.3 Tijdelijk recht (art. 3.141 BW)
Duur = bepaald of onbepaald
Persoonsgebonden
Dwingende max termijn: 99 jaar
o Langere termijn mogelijk bij langere levensduur vd natuurlijke persoon-
vruchtgebruiker (zelden)
Absolute grens
o Overlijden natuurlijke pers-vruchtgebruiker
o Faillietverklaring of ontbinding rechtspers-vruchtgebruiker
(zelfs al is de bepaalde duur vh VG op dat ogenblik nog niet verstreken)
Dwingend recht: geen contractuele afwijking mogelijk
o Reden: wetgever wil geen eeuwigdurende opsplitsingen vh eigendomsrecht
1 Situering – rechtsbronnen
Zakelijke hoofdrechten Zakelijke zekerheden
Betreffen het goed zelf Betreffen de geldwaarde vh goed
Verlenen ad titularis een rechtstreekse Vormen een accessorium (bijzaak) v/e
zeggenschap over het goed zelf schuldvordering
Met variabele draagwijdte ifv het soort Waarborgen deze schuldvordering &
van zakelijk hoofdrecht bieden voorrang op andere SEs in
‘samenloopsituaties’
Doorbreken het beginsel vd gelijkheid
vd SE’s
Eigendomsrecht = meest volkomen Voorrechten
zakelijk hoofdrecht (ruimste Pand
zeggenschap) (art. 3.3, 2e lid BW) Hypotheek
Mede-eigendom = variant v Retentierecht
eigendomsrecht met eigen kenmerken (art. 3.3, 4e lid BW)
(art. 3.3, 2 lid BW)
e
Zakelijke gebruiksrechten = zakelijke
hoofdrechten met minder omvangrijke
zeggenschap (vruchtgebruik,
opstalrecht, erfpacht,
erfdienstbaarheden) (art. 3.3, 3e lid BW)
2 Begrippen en belang v vruchtgebruik
Volle eigendom: volle eigenaar heeft alle attributen (aspecten) vh eigendomsrecht
Vruchtgebruik: vruchtgebruiker is de pers die kan genieten vd ‘vruchten’ vh goed en
het recht tot ‘gebruik’ heeft vh goed
o Art. 3.138 BW: vruchtgebruik is het recht om v/e goed, waarvan een ander de
blote eigendom heeft, tijdelijk het gebruik & genot te hebben, zoals een
voorzichtigheid en redelijk pers, in overeenstemming met de bestemming v dat
goed en met de verplichting om het goed bij het einde vh vruchtgebruik terug te
geven
Blote eigendom: blote eigenaar blijft tijdens duur VG eigenaar, maar zijn
eigendomsrecht is beperkt
o Recht v gebruik & genot => vruchtgebruiker
o Behoud recht v beschikking:
Enkel over de blote eigendom & derde-verkrijger zal het VG moeten
respecteren (‘volgrecht’)
Verkoop volle eigendom: enkel met instemming vruchtgebruiker
Bv: Jan schenkt huis aan dochter maar behoud VG, jan (= VGer) hij mag daarin wonen &
verhuren, lisa (= blote eigenaar) zij bezit het huis maar kan er niet in wonen / verhuren zolang
Jan het vruchtgebruik heeft
dochter wordt volle eigenaar bij overlijden of als Jan afstand doet vh VG
, erfrecht
successieplanning
Erfrecht: vader overlijdt & laat zn huis na: volgens testament – echtgenote krijgt VG & is
volle eigenaar + kinderen krijgen de blote eigendom vrouw mag daar wonen & verhuren
(gebruik en genot) – kinderen worden volle eigenaar als moeder overlijdt
Successieplan: A & B schenken blote eigendom v hun vakantiehuis aan hun kinderen, maar
behouden het VG – hierdoor kunnen ze het huis blijven gebruiken & inkomsten uit verhuur
ontvangen. Deze constructie vermindert de erfbelasting voor hun kinderen, aangezien bij A en
B’s overlijden alleen de waarde vd blote eigendom belast wordt
3 Kenmerken v vruchtgebruik
3.1 Zakelijk recht (art. 3.3 BW)
huur
Huurder heeft ook recht op gebruik v/e goed, maar dit is een persoonlijk recht (tav de
verhuurder), géén recht op het goed zelf
VG kan bewust (gewild) ih leven worden geroepen, maar ook ontstaan krachtens de
wet (bv: erfrecht) <> huur is een contractuele relatie
Gevolg:
bv: volgrecht: VG blijft bestaan (‘volgt het goed’) bij verkoop BE aan een derde
3.2 Op andermans goed (van BE) (art. 3.138 BW)
Tussen vruchtgebruiker-blote eigenaar bestaan géén mede-eigendom of
onverdeeldheid
Vruchtgebruiker & blote eigenaar hebben verschillende – complementaire – rechten op
het goed
Noch vruchtgebruiker, noch blote eigenaar kan verdeling vorderen (wel omzetting)
3.3 Tijdelijk recht (art. 3.141 BW)
Duur = bepaald of onbepaald
Persoonsgebonden
Dwingende max termijn: 99 jaar
o Langere termijn mogelijk bij langere levensduur vd natuurlijke persoon-
vruchtgebruiker (zelden)
Absolute grens
o Overlijden natuurlijke pers-vruchtgebruiker
o Faillietverklaring of ontbinding rechtspers-vruchtgebruiker
(zelfs al is de bepaalde duur vh VG op dat ogenblik nog niet verstreken)
Dwingend recht: geen contractuele afwijking mogelijk
o Reden: wetgever wil geen eeuwigdurende opsplitsingen vh eigendomsrecht