Uitwerking Opdrachten –
Oncologische Behandeling
Oncologische Behandeling (OB)
Hanzehogeschool Groningen
Minor Oncologie
0
,Inhoudsopgave
Introductie/Bevolkingsonderzoek en diagnostiek.........................................2
Leeftijdspecifieke oncologie (o.a. kinderen en AYA’s)..................................5
Prostaatcarcinoom.......................................................................................7
Huidkanker/dermato-oncologie....................................................................9
Palliatie en euthanasie...............................................................................11
Longkanker................................................................................................13
Coloncarcinoom.........................................................................................15
Acuut vitaal bedreigde patiënt...................................................................17
Mammacarcinoom......................................................................................19
Hemato-oncologie......................................................................................21
1
, Introductie/Bevolkingsonderzoek en
diagnostiek
1) Geef 4 voorbeelden voor de afname van cytologie onderzoek.
Onder cytologisch onderzoek verstaat men het microscopisch onderzoek van losse cellen. Het
materiaal hiervoor kan op verschillende manieren worden verkregen:
Cytologie van vocht, bv. pleuravocht, ascites
Exfoliatieve cytologie, bv. cervixuitstrijkje, bronchusbrush
Dunnenaaldpunctie; hierbij wordt met een dunne naald materiaal opgezogen uit
tumorachtig weefsel (bv. een vergrote lymfeklier of een borsttumor). Het op deze wijze
verkregen materiaal wordt vervolgens onderzocht
Beenmergpunctie; bv. ter beoordeling van de aanwezigheid van maligne bloedvormende
cellen bij verdenking op leukemie
Lichaamsexcreta; urine of sputum
Voor alle vormen van cytologisch onderzoek geldt dat de verkregen cellen worden uitgestreken op
een glaasje. Dit glaasje wordt vervolgens gekleurd, waarna de cellen onder de microscoop worden
onderzocht. Aangezien het verkrijgen van een cytologisch onderzoek in de meeste gevallen voor de
patiënt weinig belastend is, zal onderzoek hiervan in veel situaties een van de eerste onderzoeken
zijn die bij (verdenking op) kanker worden verricht.
2) Wat zijn tumormakers en waarvoor worden ze ingezet?
Een meer specifiek met kanker samenhangende vorm van klinisch chemisch onderzoek (analyse
van bloed of serum) is het bepalen van tumormarkerstoffen in het bloed.
Tumormarkers zijn enzymen, eiwitten, (anti)genen en ectopische hormonen die worden
geproduceerd door de tumor of door normaal weefsel als reactie op de tumor. Markers
zijn onder andere te vinden in serum, lichaamsvloeistoffen en weefsels.
Markeronderzoek kan worden toegepast bij de stadiëring. Ook wordt het gebruikt om na te gaan of
er een recidief van de tumor is.
Aanwezigheid of verhoogde spiegels van bepaalde enzymen in het bloed kunnen wijzen op een
kwaadaardige aandoening. Een verhoogd LDH (lactodehydrogenase) kan bv. een uiting zijn van
een aantal verschillende tumoren zoals lymfoom, seminoom of acute leukemie.
Sommige tumoren produceren specifieke eiwitten die in de bloedbaan terecht komen en in meer
of mindere mate specifiek zijn voor deze tumoren:
Bij een kiemceltumor kan het alfafoetoproteïne (AFP) verhoogd zijn
Bij tumoren van colon, pancreas, borst, maag, ovarium en long is vaak een
verhoogd CEA-gehalte in het bloed
Een verhoogde concentratie van het prostaatspecifiek antigeen (PSA) in het bloed,
duidt op de mogelijke aanwezigheid van prostaatcarcinoom
Ca-125 (koolhydraatantigeen-125) en CA-19.9 (koolhydraatantigeen-19.9) zijn ook zogeheten
tumorgessocieerde antigenen:
Het CA-125 kan met behulp van monoklonale antilichamen in het plasma van patiënten
met bv. ovariumcarcinoom (>35) worden aangetoond. Een normale waarde van CA-125
sluit een maligniteit echter niet uit en de bepaling is niet geschikt voor screening of initiële
diagnostiek. De plasmaspiegel kan eventueel gebruikt worden om de effectiviteit van de
behandeling te controleren.
Het CA-19.9 is een tumormarker die een rol speelt bij het stellen van de diagnose van
colorectale carcinomen en pancreascarcinoom. Deze marker is ook bruikbaar voor
monitoring en behandeling. blijft de waarde hoog, dan kan dit betekenen dat de therapie
2
Oncologische Behandeling
Oncologische Behandeling (OB)
Hanzehogeschool Groningen
Minor Oncologie
0
,Inhoudsopgave
Introductie/Bevolkingsonderzoek en diagnostiek.........................................2
Leeftijdspecifieke oncologie (o.a. kinderen en AYA’s)..................................5
Prostaatcarcinoom.......................................................................................7
Huidkanker/dermato-oncologie....................................................................9
Palliatie en euthanasie...............................................................................11
Longkanker................................................................................................13
Coloncarcinoom.........................................................................................15
Acuut vitaal bedreigde patiënt...................................................................17
Mammacarcinoom......................................................................................19
Hemato-oncologie......................................................................................21
1
, Introductie/Bevolkingsonderzoek en
diagnostiek
1) Geef 4 voorbeelden voor de afname van cytologie onderzoek.
Onder cytologisch onderzoek verstaat men het microscopisch onderzoek van losse cellen. Het
materiaal hiervoor kan op verschillende manieren worden verkregen:
Cytologie van vocht, bv. pleuravocht, ascites
Exfoliatieve cytologie, bv. cervixuitstrijkje, bronchusbrush
Dunnenaaldpunctie; hierbij wordt met een dunne naald materiaal opgezogen uit
tumorachtig weefsel (bv. een vergrote lymfeklier of een borsttumor). Het op deze wijze
verkregen materiaal wordt vervolgens onderzocht
Beenmergpunctie; bv. ter beoordeling van de aanwezigheid van maligne bloedvormende
cellen bij verdenking op leukemie
Lichaamsexcreta; urine of sputum
Voor alle vormen van cytologisch onderzoek geldt dat de verkregen cellen worden uitgestreken op
een glaasje. Dit glaasje wordt vervolgens gekleurd, waarna de cellen onder de microscoop worden
onderzocht. Aangezien het verkrijgen van een cytologisch onderzoek in de meeste gevallen voor de
patiënt weinig belastend is, zal onderzoek hiervan in veel situaties een van de eerste onderzoeken
zijn die bij (verdenking op) kanker worden verricht.
2) Wat zijn tumormakers en waarvoor worden ze ingezet?
Een meer specifiek met kanker samenhangende vorm van klinisch chemisch onderzoek (analyse
van bloed of serum) is het bepalen van tumormarkerstoffen in het bloed.
Tumormarkers zijn enzymen, eiwitten, (anti)genen en ectopische hormonen die worden
geproduceerd door de tumor of door normaal weefsel als reactie op de tumor. Markers
zijn onder andere te vinden in serum, lichaamsvloeistoffen en weefsels.
Markeronderzoek kan worden toegepast bij de stadiëring. Ook wordt het gebruikt om na te gaan of
er een recidief van de tumor is.
Aanwezigheid of verhoogde spiegels van bepaalde enzymen in het bloed kunnen wijzen op een
kwaadaardige aandoening. Een verhoogd LDH (lactodehydrogenase) kan bv. een uiting zijn van
een aantal verschillende tumoren zoals lymfoom, seminoom of acute leukemie.
Sommige tumoren produceren specifieke eiwitten die in de bloedbaan terecht komen en in meer
of mindere mate specifiek zijn voor deze tumoren:
Bij een kiemceltumor kan het alfafoetoproteïne (AFP) verhoogd zijn
Bij tumoren van colon, pancreas, borst, maag, ovarium en long is vaak een
verhoogd CEA-gehalte in het bloed
Een verhoogde concentratie van het prostaatspecifiek antigeen (PSA) in het bloed,
duidt op de mogelijke aanwezigheid van prostaatcarcinoom
Ca-125 (koolhydraatantigeen-125) en CA-19.9 (koolhydraatantigeen-19.9) zijn ook zogeheten
tumorgessocieerde antigenen:
Het CA-125 kan met behulp van monoklonale antilichamen in het plasma van patiënten
met bv. ovariumcarcinoom (>35) worden aangetoond. Een normale waarde van CA-125
sluit een maligniteit echter niet uit en de bepaling is niet geschikt voor screening of initiële
diagnostiek. De plasmaspiegel kan eventueel gebruikt worden om de effectiviteit van de
behandeling te controleren.
Het CA-19.9 is een tumormarker die een rol speelt bij het stellen van de diagnose van
colorectale carcinomen en pancreascarcinoom. Deze marker is ook bruikbaar voor
monitoring en behandeling. blijft de waarde hoog, dan kan dit betekenen dat de therapie
2